Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Mariska Koster
15 november 2013 6 minuten leestijd
video

Arts heeft eenzaam beroep

Emotionele steun moet professioneel worden geregeld

50 reacties

Mariska Koster, tot 2012 longarts, nu werkzaam bij zorgverzekeraar Achmea

Artsen die dagelijks met de dood te maken hebben, kunnen met hun emoties nergens heen. Dat breekt hen op. Mariska Koster, zelf mede om die reden gestopt als longarts, roept op tot professionele opvang.

Er is al veel gezegd over wat ‘de zaak Tuitjenhorn’ is gaan heten: een huisarts die buiten proportie handelt bij een stervende patiënt. Wat er precies bij deze huisarts heeft gespeeld blijft onduidelijk. Uit de reacties van collega’s blijkt wel dat velen zich alleen voelen staan als het gaat om het verwerken van emoties bij de zorg rond het levenseinde. Twee belangrijke vragen verdienen dan ook een antwoord. Wat doet het met een arts als die dag in dag uit omgaat met mensen die spoedig zullen gaan overlijden? En hoe voorkom je dat artsen daardoor ontsporen of opgebrand het vak verlaten? Een oproep voor professionele emotionele steun, en wel binnen de beroepsgroep zelf. Net als bij de  brandweer.

Het went niet
Polikliniek, een oudere dame. Ik mag haar meteen. Een flinke vrouw, boerenbedrijf, zeven kinderen die haar op handen dragen. Pleuravocht. Een omineus teken, want ze woont vlakbij een vroegere asbestfabriek. En inderdaad: asbestkanker. Dodelijk, meestal binnen anderhalf jaar.
Ze hoort het slechte bericht kalm aan. Ik maak een tweede afspraak voor een paar dagen later, om verder te spreken over de vooruitzichten, haar wensen, mijn mogelijkheden. Maar bij die tweede afspraak is ze ziek en moet worden opgenomen. Infectie in de borstholte, bij de tumor. Veroorzaakt door mijn onderzoek.

Schaakmat, en we weten het allebei. Ik vind het verschrikkelijk. Juist deze vrouw. Maar zij is kalm. Ze vraagt of ik euthanasie bij haar wil toepassen. Ze weet dat ze gaat sterven, kijkt terug op een vol leven. Dit laatste stukje, aftakeling, dat past niet bij haar. En dat is ook zo. Dat past niet. Maar ik wil niet. Ik zeg: ‘Ik wil niet dat u doodgaat.’ Ze kijkt me aan en antwoordt: ‘Maar dat ga ik toch. Wat u ook doet.’
Een paar dagen achter elkaar ga ik na het werk bij haar zitten. Om te praten, om beiden te wennen aan het idee. Nou ja, om mij te laten wennen. Zij heeft de leiding. Haar man en kinderen zijn verdrietig, heel verdrietig. Zij ook, maar anders.

De verpleging weet van haar verzoek, en van mijn, niet aarzeling, maar behoefte aan tijd. Mevrouw heeft een eigen kamer en overdag een verpleegkundige die alleen voor haar hoeft te zorgen: broeder Ed. Hij wil het graag doen en komt ook buiten werktijd. We spreken over de procedure, over de SCEN-arts, over de middelen. En dan ineens is er de dag en de tijd.

Het gaat zoals zij het wil. Ze neemt afscheid van haar man en kinderen, ik laat de middelen inlopen en ze glijdt weg de dood in. Ze ligt er rustig bij. Ik zie haar nog voor me, het zachte avondlicht op haar dode gezicht. Even later sta ik op de gang te klappertanden en te snikken. Broeder Ed geeft me thee en komt bij me zitten. ‘Gaat het een beetje? Wat goed van je, dit valt niet mee, hè?’
Euthanasie valt niet mee. En nee, het went niet, ook niet als je het vaker doet. Het wordt alleen maar moeilijker. Tot het niet meer gaat.

De dood zit naast me

Mijn aandachtsgebied is longkanker. Ik zie bange mensen, verdrietige mensen, wanhopige mensen. Ze komen met hun echtgenoten, met hun kinderen. En ik moet ze vertellen dat ze doodgaan.

De secretaresses plannen voor slechtnieuwsgesprekken een halfuur. Nee, de dokter heeft niet genoeg aan tien minuten. Op een volle dag voer ik zeven van dat soort gesprekken.
Elk gesprek zit de dood naast me. Elk gesprek komt erop neer dat ik een vader, een moeder, een echtgenoot de dood aanzeg. Elk gesprek een mokerslag voor de mensen tegenover mij. Ze reageren verdrietig, boos, ongelovig, of dof, gelaten.

Ik ben goed geworden in deze gesprekken. Maar aan het eind van de dag zit ik met een emmer vol tranen. Niet per se mijn eigen tranen. Wel tranen. Ik, specialist achter het bureau, professioneel, warm, empathisch, rustig. Een baken van rust in een zee vol ellende. Maar ergens achter in de spreekkamer sta ik zelf geluidloos te gillen.

Na zo'n dag thuiskomen is vervreemdend. Blije kinderen, kleurige verhalen. Maar een mama die nog heel ver weg is.

Emotionele steun
Arts word je door vier jaar theoretische studie en vele jaren praktijkonderwijs. Het praktijkdeel heeft alle kenmerken van een socialisatieproces. Iedereen die coassistenten begeleidt weet dat ze na een paar weken het gedrag van hun opleider imiteren. En omdat artsen tijdens hun opleiding niet geleerd hebben om te gaan met hun emoties, dragen zij dat op hun beurt ook niet over op de coassistenten. En zo blijft ook het beeld bestaan van de dokter die alles overziet. Die, door kennis en ervaring gedragen, een wijze beslissing neemt. De dokter die oordeelt en macht heeft over leven en dood, en wiens beslissingen nooit ter discussie staan. Dit beeld, uit een voorbije tijd, is zeer hardnekkig. Zeker ook bij artsen zelf, die vinden dat ze het zelf moeten zien te redden, onfeilbaar moeten zijn, en dus geen plaats mogen inruimen voor eigen emoties.

Inherent aan dit zelfbeeld is solitair zijn, eenzaamheid zelfs. ‘Een dokter vraagt geen steun, die heeft dat niet nodig.’ Een beeld dat de essentiële menselijkheid van de arts ontkent. Wel bestaat er een sterk groepsgevoel, maar dan meer van het soort dat militairen in oorlogssituaties ook hebben: je kunt er met collega’s wel harde grappen over maken, omdat je weet dat de ander hetzelfde meemaakt als jij, maar er is geen mogelijkheid de ellende die je tegenkomt onder woorden te brengen. Voor de gewone wereld zijn deze soldaten dikwijls niet meer geschikt.

Ik denk vaak dat dit de reden is achter het grote aantal huwelijken tussen artsen onderling, en tussen artsen en paramedici/verpleegkundigen. They’ve been out there too.

Terugtrekken
In de opleiding zowel als in de uitoefening van het artsenvak leer je niet op een zinvolle manier om te gaan met de emoties die dit beroep met zich meebrengt. Het is ieder voor zich. En dat leidt ertoe dat mensen zich terugtrekken. In allerlei opzichten. In het vak: de dokter is er voor de chemo, de zuster voor de gesprekken. In een specialisme: als microbioloog gaan alle emoties voor je deur langs. In gedrag: de botte hork. In de wetenschap: minder zorg, meer artikelen. In het management: meer grip op je werkomgeving. In afwijkend gedrag: alcohol, seks, medicijnen. En in letterlijk terugtrekken: parttime gaan werken, of er helemaal mee stoppen. Allemaal tekenen van een beroepsgroep in nood.

Ook ik trok mij terug. In het begin van mijn loopbaan dacht ik dat het aan mij lag, dat mijn gevoelens van verwarring en ontsteltenis niet klopten en dat je zulke gevoelens niet hoorde te hebben. Later, toen ik mijn emoties niet meer wilde negeren en er met collega’s over probeerde te spreken, kreeg ik de kous op de kop. Er waren twee soorten reacties: ‘Dat hoort erbij’. En: ‘Je wou toch zelf oncologie doen?’ Ja. Dat wou ik ook. En?

Ik probeerde mijn gevoelens nog een tijdlang te negeren, maar op een gegeven moment lukte dat niet meer. Totdat ik uiteindelijk geen andere mogelijkheid zag dan te stoppen als longarts, en verder te gaan buiten de directe patiëntenzorg. Het gevolg van mijn persoonlijke psychische opmaak, in combinatie met een emotioneel belastende werkomgeving die volstrekt niet is ingericht op het psychisch en emotioneel gezond houden van de meest belaste werknemers. 

Een chirurg staat een hele nacht te opereren om een patiënt te redden. Maar het lukt niet, en de patiënt sterft. Een brandweerman gaat een brandend huis in om een man te redden. Maar het lukt niet, en de man sterft.

De brandweerman krijgt professionele opvang. De chirurg krijgt koffie. En gaat visite lopen, of begint met zijn spreekuur.

Als er uit de zaak in Tuitjenhorn iets goeds kan voortkomen, dan is het een breed besef dat ook goede dokters compleet van de brug kunnen kantelen en dat emotionele steun in dit zware beroep noodzakelijk is. Zo noodzakelijk dat je het eigenlijk niet aan het individu zelf kunt overlaten om dat te organiseren.
Bij de brandweer en politie is psychologische steun na incidenten professioneel geregeld. Als we menselijke dokters willen houden en goede dokters willen behouden voor het vak, is dat een voorbeeld dat navolging verdient.


Mariska Koster, tot 2012 longarts, nu werkzaam bij zorgverzekeraar Achmea

Contact: mey.koster@gmail.com; c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Met dank aan Gert van Dijk, ethicus aan het Erasmus MC


Zie ook

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
print dit artikel
video euthanasie levenseinde kwaliteit opinie ouderen ethiek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • R.A. de Vries, Internist, BENNEKOM 21-11-2013 00:00

    "Beste Mariska,
    Enorme dank voor je moedige, indrukwekkende en herkenbare verhaal. Mijns inziens het meest waardevolle artikel in Medisch Contact in 2013. Ik hoop dat de beroepsgroep en de politiek de handschoen oppakt en dat je oproep niet zonder gevolgen zal blijven.
    René de Vries, internist."

  • M. Oolbekkink, specialist ouderengeneeskunde, ROTTERDAM 21-11-2013 00:00

    "Beste Mariska,
    Tot mijn verrassing en verwarring barstte ik plotseling in tranen uit tijdens het lezen van dit stuk. Ik werk grotendeels in een hospice, dus de dood - en geen enkel ander perspectief - is mijn dagelijks werk. Als ergens een plek is om ruimte te maken voor zorg voor elkaar, dan is het daar, en dat gebeurt ook. En ik ben ook niet voor niets in deze niche van de gezondheidszorg terechtgekomen. Maar ook ik draag de erfenis van mijn opleiding, nu 30 jaar geleden, en voel de verwachting van onfeilbaarheid in het zicht van de dood : want die moet rustig, waardig, liefst zonder pijn, en gesprekken over een (acuut) verzoek om euthanasie wordt op het scherpst van de snede gevoerd. Door de arts. Het werken in een bij elkaar betrokken team kan het gevoel van eenzaamheid dat mij soms bekruipt niet altijd wegnemen. Het wordt niet zozeer uitgesproken maar als dokter lijk je te waken over de gezondheid van dat team en sta je er zelf eigenlijk een beetje buiten. Uw stuk raakte dat aan, en dat roerde mij tot tranen toe."

  • J. van Kaam-Thunissen, huisarts, BELLINGWOLDE 21-11-2013 00:00

    "Beste Mariska,
    bedankt voor je artikel in medisch contact.Met veel emotie heb ik het gelezen.
    Wat herkenbaar!
    30 jaar in het huisartsenvak geeft veel onmacht en verdriet. Vaak heb ik dit onderwerp in nascholingen ter sprake gebracht.Voorgesteld om regelmatig elkaar te steunen bij deze moeilijke emoties.
    Emoties delen met andere collega's is nog steeds "not done".
    Pas na een lang gesprek in de avonduren kunnen collega's toegeven dat ze het zelf ook moeilijk hebben.Coaching geregeld vanuit de beroepsgroep zelf
    is zeker noodzakelijk.Ik hoop dat je artikel de discussie op gang brengt."

  • G.G. Zeeman, Gynaecoloog en coach, Hattem 19-11-2013 00:00

    "Beste collega Koster, wat een herkenbaar verhaal, het socialisatieproces, het solitair zijn en het niet om steun vragen. En op zeker moment het besef verliezen dat dit een vrije keuze is.
    Artsen zorgen vaak niet goed voor zichzelf en kunnen daardoor, direct of indirect, soms ook niet goed voor anderen, hun patienten, zorgen.
    Het is dan ook in ieders belang dat artsen leren op een zinvolle manier met hun emoties om te gaan.
    Dit geldt niet alleen voor kwesties betreffende leven of dood maar ook als het gaat over betrokkenheid bij medische incidenten, persoonlijke ontwikkeling, ambitie en zingeving. Ook hier kan de arts last hebben van de gedachte onfeilbaar te moeten zijn.
    Het is een goede beweging dat ook artsen zich realiseren dat het verstandig is bij tijd en wijle stil te staan bij de mens achter de dokter, de eigen emotionele gezondheid.
    Het reflecteren daarop kan heel goed samen met een professional die vragen durft te stellen die de arts zichzelf niet (meer) stelt. Hiertoe zijn de coaches, waaronder ook enkele artsen, die verbonden zijn aan het Carrierecentrum voor artsen (www.carrierecentrumvoorartsen.nl) bij uitstek geschikt.
    "

  • P.W. Postema, huisarts, OUDERKERK AAN DE AMSTEL 18-11-2013 00:00

    "geachte collega,

    Ik heb jouw verhaal huilend gelezen, de tranen stroomden over mijn wangen. En waarom, dat weet ik niet precies. Wat ik wel weet is dat het te maken heeft met al die doden, al die patiënten die ik heb begeleid bij hun overlijden. Ik ben er goed in, dat begeleiden. En al die euthanasieën die ik heb verricht. Kennelijk zit dat allemaal nog in mijn hoofd en zorgt het bij mij voor emoties die ik soms niet helemaal begrijp.
    Mijn gepensioneerde collega voelde zich na zijn pensioen in sommige straten in onze stad niet op zijn gemak en kwam er later achter dat hij in die straten euthanasie had verricht....
    In onze HAGRO kunnen we gelukkig wel over deze zaken met elkaar praten omdat er vertrouwen is onderling. En vroeger sprak ik hierover in een kleine Balintgroep, jarenlang.
    We hebben een prachtig vak maar ik zit iedere dag op het puntje van mijn stoel om niets te missen. En dan zijn er ook nog al die stervenden, in mijn huisartsenpraktijk wel 15-25 per jaar.
    Ik ben op mijn 65e hidha en parttime huisarts geworden in de eigen praktijk en dat bevalt alle partijen goed. En zo hoef ik (min of meer) geen euthanasie meer te doen, heerlijk, een opluchting. Dat doet "mijn
    baas" nu.

    hoogachtend, Piet Postema, huisarts in Amsterdam, 65 jaar (over 2 wk)"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.