Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Johanna Gröne
20 juni 2012 7 minuten leestijd
sport

Arts en Olympiër gaan al jaren samen

Plaats een reactie


‘Hockeyen op topniveau heeft me geleerd onder druk te presteren’

Nog een dikke maand tot de Olympische Spelen in Londen. Sinds 1900 hebben ruim drieduizend Nederlanders aan de Spelen deelgenomen, onder wie veel geneeskundestudenten en artsen. Medisch Contact wist bijna honderd namen te achterhalen. Hun portretten geven een mooi beeld van de succesvolle relatie tussen topsport en geneeskunde.

Johanna Gröne

De Olympische dokters die het nog kunnen navertellen, noemen de Spelen zonder uitzondering een ‘unieke ervaring’ die ze niet hadden willen missen. Een ervaring die hen bovendien allerminst in de weg zat in hun professionele carrière, integendeel. Gynaecoloog Tycho van Meer bijvoorbeeld, die in 1996 met de hockeyploeg een gouden medaille won, heeft nog dagelijks voordeel van zijn ervaringen als topsporter. ‘Het hockeyen op dat niveau heeft mij geleerd met tegenslagen om te gaan, onder druk te presteren en efficiënt te werken.’

Grote individuele verschillen zijn er natuurlijk ook. De één veroverde zo’n felbegeerde plak, anderen grepen er keer op keer net naast. Zo won sportarts Jessica Gal, een van de meest succesvolle Nederlandse judoka’s, bij geen van haar vier deelnames aan de Spelen een medaille. Eveneens pech had Marc Benninga. De kinderarts maag-, darm-, leverziekten nam met het herenhockeyteam deel aan de Spelen van 1988 in Seoul. Negen minuten na aanvang van de eerste wedstrijd die hij in de basis mocht spelen, liep hij zo’n ernstige knieblessure op dat hij vanuit een rolstoel moest toekijken hoe zijn team zich daarna naar brons toewerkte.

De meest succesvolle sportende arts aller tijden zou Pieter van den Hoogenband zijn geweest, ware het niet dat hij na twee jaar studie besloot het bijltje erbij neer te gooien. Hij stortte zich volledig op de sport.


 

PORTRET: Huisarts met een revolver

Naam: Dr. Jan Johannes de Blécourt (13 juli 1860 – 19 maart 1925)

Sport: Schieten

Spelen: Londen 1908

‘Enkel shot op lopend hert.’ In 1908, het jaar dat Jan de Blécourt meedeed aan de Olympisch Spelen, was het een heus onderdeel van het geweerschieten. Zelf deed de schutter mee in de discipline ‘revolver, team’ en ‘revolver, individueel’. Het team behaalde een zesde plaats met 1632 punten waaraan De Blécourt er 398 bijdroeg. Individueel was hij iets minder succesvol: met 381 punten eindigde hij op nummer 36. Lees meer

Meer portretten op medischcontact.nl/olympische_dokters.



Gouden plak
Meer mannelijke dan vrouwelijke artsen hebben meegedaan aan de Spelen: slechts een kwart van de Olympische dokters is vrouw. En hoewel de eerste Nederlandse vrouw al in 1920 aan de Spelen meedeed, duurde het nog tot 1976 voordat vrouwelijke medici voor Nederland uitkwamen. In dat jaar namen roeisters en geneeskundestudentes Maria Kusters en Liesbeth Vosmaer deel – helaas zonder dat dat een medaille opleverde. De eerste gouden plak voor een Olympische dokter ging daarentegen wel naar een vrouw: sportarts Marieke van Doorn won in 1984 met het dameshockeyteam. ‘Hoger dan dit haal je niet’, zegt ze terugkijkend, ‘dat geeft voldoening. Pas later besef je welke impact het winnen van de gouden plak heeft.’


Marieke van Doorn, huisarts en sportarts, en Olympisch kampioene hockey in 1984, vertelt in MCtv Uitgelicht:


Boycot
Politiek speelde door de jaren heen geregeld een belangrijke rol in de Olympische sport. In 1972 werden de Spelen in München opgeschrikt door de gijzeling van elf Israëlische atleten en officials door Palestijnse terroristen. De bevrijdingspoging mislukte en alle Israëliërs werden gedood. Er ontstond discussie over de vraag of de Spelen wel moesten doorgaan. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) vond van wel – de voorzitter sprak de legendarische woorden ‘the Games must go on! ’ – maar niet alle sporters waren het daarmee eens. Zes Nederlanders besloten te stoppen. Huisarts en hockeyspeler Flip van Lidth de Jeude was er een van. ‘Je vraagt je af of je het kunt maken om je team te verlaten, maar ik vond gewoon dat ik niet kon doorgaan. De beslissing was een heftig proces, maar terug in Nederland kreeg ik veel steunbetuigingen.’
In 1956 viel de Sovjet-Unie Hongarije binnen om de Hongaarse volksopstand neer te slaan. Het Nederlands Olympisch Comité besloot daarom de Spelen in Melbourne te boycotten. Voor de Nederlandse sporters betekende dit dat zij verplicht thuis moesten blijven. Cardioloog en sportarts Wim Mosterd, die zich in dat jaar met het waterpoloteam gekwalificeerd had, herinnert zich: ‘We maakten wel kans op een medaille, denk ik. Maar ik vond het vooral ook jammer voor de zwemsters. Daar zaten toen hele goede bij die vlak daarvoor nog wereldrecords hadden gezwommen, die maakten zeker kans op goud. Dat is hun ontnomen.’ Mosterd heeft later als lid van de medische staf van de Olympische zwemploeg alsnog diverse keren de Spelen meegemaakt.



‘De meest ondankbare plek’

Naam: Alida Geertruida Maria Meiland (12 november 1967)

Sport: Roeien

Spelen: Barcelona 1992, Atlanta 1996

Meedoen is belangrijker dan winnen, is de Olympische gedachte. ‘Maar we hadden toch wel heel graag op het bovenste treetje willen staan, dat is gewoon je ultieme doel als sporter.’ In 1992 deed roeister en toenmalig geneeskundestudente Anita Meiland met de dubbel-vier mee aan de Spelen in Barcelona. In de finale werden ze vierde – ‘de meest ondankbare plek.’ Lees meer

Meer portretten op medischcontact.nl/olympische_dokters.

 



NSB’er
De Olympische Spelen van 1936 in Berlijn waren eveneens omstreden. De keuze van het IOC was in 1931 al op de Duitse stad gevallen. Toen Adolf Hitler in 1933 rijkskanselier werd en vrijwel meteen de Jodenvervolging begon, rees de vraag of de Spelen verplaatst moesten worden. Het IOC hield aan de oorspronkelijke locatie vast, waarna enkele Nederlandse sporters deelname weigerden.

Het naziregime liet in de jaren die volgden ook in de sport zijn sporen na. Van de Nederlandse atleten die in 1924 en 1928 nog met de Spelen hadden meegedaan, zijn er tijdens de oorlog acht in de concentratiekampen vermoord. Kinderarts en voetbalkeeper Gejus van der Meulen, ook Olympisch sporter in de jaren twintig, sloot zich juist aan bij de nazi’s. Hij was overtuigd NSB’er en later SS’er. Vooral de plannen van Hitler om door preventieve sterilisatie de de geboorte van gehandicapte kinderen te voorkomen, vond hij ‘prachtig’. Toen hij na de oorlog zijn gevangenisstraf had uitgezeten, opende hij zijn eigen artsenpraktijk. Zonder veel succes; vrijwel alleen oud-NSB’ers wilden zich door hem laten behandelen.

Langstudeerboete
De fascinatie van Olympische dokters voor sport en het bewegingsapparaat komt duidelijk tot uiting in hun beroepskeuze: velen worden sportarts of orthopedisch chirurg. Een enkeling richt zich zelfs volledig op de sport, zoals schaatscoach Ingrid Paul.

De meeste topsportdokters waren nog aan het studeren toen zij aan de Spelen deelnamen. Een zware combinatie waarvoor veel discipline en plantalent vereist was, herinneren ze zich. En dat geldt tegenwoordig waarschijnlijk nog meer dan vroeger. Anno 2012 probeert de Nederlandse overheid met verschillende maatregelen studievertraging te beperken. Judoka Jeroen Mooren, gekwalificeerd voor Londen 2012, heeft daarom zijn studie tijdelijk stopgezet. ‘Het draait nu om judo, het artsenvak komt nog wel. Maar voor die langstudeerboete ben ik wel bang.’

Samen met hem zullen nog een aantal geneeskundestudenten uitkomen voor Nederland op de Spelen in Londen. Allemaal hopen ze dat hun zware trainingsarbeid zich uitbetaalt en dat zij hun ultieme droom kunnen verwezenlijken: een Olympische medaille. Maar Jeroen Mooren beseft dat dit voor weinigen is weggelegd. ‘Verliezen hoort bij topsport. Sterker nog, de meeste topsporters verliezen. Dat zie je ook bij de Olympische Spelen; er zijn maar drie medailles. De meeste sporters zullen na afloop dus niet blij zijn.’ Maar de Olympische gedachte is natuurlijk: ‘Meedoen is belangrijker dan winnen.’


Mail uw tips

Hoewel de redactie al veel namen van Olympische artsen heeft achterhaald, is het goed mogelijk dat we niet compleet zijn. We houden ons dan ook aanbevolen voor tips. Kent u iemand die meedeed of heeft u foto’s, krantenknipsels of anekdotes, mail dan naar redactie@medischcontact.nl.


 

‘Ik train negen keer per week’

Naam: Joyce Sombroek (10 september 1990)

Sport: Hockey

Spelen: 2012

Als jongst debuterende keepster ooit in het Nederlandse hockeyteam heeft de 21-jarige Joyce Sombroek al behoorlijk wat titels op haar naam staan. Afgelopen jaar werd ze genomineerd als grootste talent van de wereld. In juli gaat ze met het Nederlands elftal naar de Olympische Spelen in Londen. Lees meer

Meer portretten op medischcontact.nl/olympische_dokters.



Bronnen:

Ton Bijkerk, Olympisch Oranje: Van Athene 1896 tot en met Beijing 2008, Tirion: Baarn, 2008.

Lees ook:

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
sport
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.