Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

‘A(n)ios-bestaan kan uitputtingsslag zijn’

10 reacties
getty images
getty images

De werkdruk voor a(n)iossen is hoog en dat leidt maar al te vaak tot burn-outklachten. Volgens een enquête van De Jonge Specialist zou een vijfde van de respondenten achteraf zelfs niet voor de studie geneeskunde hebben gekozen.

Een op de vijf aiossen en aniossen heeft klachten die horen bij een burn-out. Daarnaast heeft 10 procent van de aiossen en aniossen al eens een burn-out gehad of zit nú thuis vanwege stress of een burn-out. Dat blijkt uit een enquête over gezond en veilig werken van De Jonge Specialist onder 818 aiossen (onder wie 66 klinisch chemici en klinisch fysici die niet allemaal arts zijn, maar wel aios worden genoemd), 101 aniossen en 39 ziekenhuisapothekers in opleiding.

Arbeidstijden

Uit de enquête komt een flink aantal andere pijnpunten naar voren. Zo werken de a(n)iossen – zowel de fulltimers als de parttimers – structureel ongeveer 8 uur per week over. Bijna 90 procent wordt daarvoor niet gecompenseerd in tijd of geld. Bij bijna een vijfde voldoet het rooster niet aan de Arbeidstijdenwet en – opmerkelijk – 35 procent weet niet of de werktijden kloppen met de regels. Ook worden pauzes veelal overgeslagen, gaat het merendeel van de a(n)iossen niet op tijd naar huis, wordt geen vervanging geregeld bij langdurige uitval, vindt een derde dat ze altijd of vaak gehaast moeten werken en vindt 16 procent het werk emotioneel zwaar. Een op de vijf respondenten besloot zijn of haar kinderwens uit te stellen vanwege de opleiding of de wens om in opleiding te komen. Daarnaast kreeg 16 procent te maken met seksuele intimidatie, grotendeels door patiënten, maar bij 50 procent was er een supervisor, staflid, collega of meerdere bij betrokken. Ten slotte maakte de helft een situatie mee van agressie of geweld, meestal door patiënten.

Dat a(n)iossen met een burn-out zó negatief worden behandeld: schokkend!

Eerdere enquêtes van De Jonge Specialist naar de arbeidsomstandigheden van aiossen lieten ook al zien dat veel respondenten voldeden aan de criteria voor een burn-out: in 2005 was dat 21 procent en in 2015 15 procent. De Jonge Specialist (DJS) is geschokt door de uitkomsten van de huidige enquête, zegt aios interne geneeskunde/oncologie Vicky Soomers, bestuurslid van DJS en een van de uitvoerders van het onderzoek. ‘Wat ons betreft is de opvallendste uitkomst dat 19 procent van de a(n)iossen klachten heeft die horen bij een burn-out en dat dit percentage is gestegen sinds 2015. Wij vinden dat werkgevers structureel meer aandacht moeten besteden aan de gezondheid van a(n)iossen, bijvoorbeeld door coaching verplicht te stellen. We zien nu helaas te vaak dat er pas wordt ingegrepen als iemand uitvalt, en dat er dus te weinig aan preventie wordt gedaan.’

Met de paplepel

Het is voor a(n)iossen lastig met collega’s of meerderen te praten over te hoge werkdruk, erkent Soomers. ‘Het zit ingebakken in de artsencultuur. Als coassistent krijg je met de paplepel ingegoten dat je niet zeurt en dat lange werkdagen erbij horen. Wij, artsen, vinden het ook wel stoer om zoveel uur te werken. Daarnaast zit je in een afhankelijke positie; je zegt niet zo snel “volgens mijn rooster ben ik om 18.00 uur klaar, ik ga naar huis” of “ik heb een moeilijke periode, het is me te zwaar”. Het is ook goed dat a(n)iossen zo betrokken zijn dat ze voor ze naar huis gaan, éérst nog even naar de patiënt gaan met een uitslag. Die betrokkenheid willen we niet kwijt. Maar het kan een uitputtingsslag zijn.’

Uit de enquête blijkt dat de a(n)iossen die daadwerkelijk uitvielen of nu thuiszitten door stress of een burn-out (10%, n=99) niet altijd goed te spreken zijn over de begeleiding vanuit het opleidingsteam. Een derde van hen kreeg geen adequate reactie. Ook geven veel respondenten aan dat aanvankelijk goed werd gereageerd, maar later werd getwijfeld aan hun capaciteiten. Een derde was onvoldoende hersteld toen het werk weer begon. Van de mensen die nú thuiszitten (2%) krijgt bijna de helft onvoldoende tijd om te herstellen. Individuele a(n)iossen stellen dat de burn-out niet bespreekbaar is, dat ze de opleiding worden uitgewerkt en dat de opleider intimiderende e-mails stuurt, aandringt weer te starten met werken of dat er überhaupt geen ruimte in opleiding is om ziek te zijn. Soomers: ‘Dat a(n)iossen die met een burn-out thuis komen te zitten zó negatief lijken te worden behandeld, vinden we schokkend! Daardoor raken mensen nog verder in de problemen, terwijl de kans groter is dat ze met plezier terugkeren én gezond blijven werken als ze de juiste steun krijgen. Ik kan alleen speculeren naar de reden dat a(n)iossen met een burn-out zo negatief worden benaderd. Ik denk dat de opleider misschien niet de juiste persoon is om bij aan te kloppen. Die heeft vaak maar weinig ervaring met dit soort speciale begeleidingstrajecten en weet ook niet altijd waar de a(n)ios dan wél naar verwezen moet worden.’

Toch trots

Soomers: ‘Wij maken ons zorgen over een grote groep a(n)iossen die een te zware werkdruk of een disbalans tussen werk en privé ervaart. 20 procent van de respondenten van de enquête zegt niet opnieuw voor geneeskunde te kiezen als ze die keuze hadden. En bijna de helft van de aiossen twijfelde over het voortzetten van de opleiding. Ik vind dat allemaal best veel. Zeker voor mensen die aan het begin van hun carrière staan en daar al zoveel energie in hebben gestopt. We weten natuurlijk niet hoe sterk die twijfel is – bijna alle respondenten zijn tóch heel trots op het vak én zeer bevlogen. Het verlagen van de werkdruk en het verbeteren van de werktijden moeten echt worden aangepakt. De Jonge Specialist wil meer voorlichting gaan geven aan onze leden over de Arbeidstijdenwet. Daarnaast gaan we in gesprek met werkgevers- en werknemersorganisaties, inspecties en de politiek.’ 

Te hard gewerkt

Sarah*: ‘Ik denk dat de basis van mijn burn-out werd gelegd in de jaren dat ik werkte als anios. Ik werkte heel hard, vaak in mijn eigen tijd. Alles om in opleiding te komen. Je zou denken dat ik rust kreeg in mijn hoofd toen ik eenmaal aios was. Maar het tegendeel is waar. Ik wilde koste wat kost de maatschap laten zien dat ze een goede hadden aan mij. Op een bijna neurotische manier begon ik alles wat ik deed te controleren. Ik kon niet meer relativeren, verloor mijn concentratievermogen en begon daardoor juist foutjes te maken. Als je begint als aios is het toch al hard werken, lange dagen, veel stress en studeren in je eigen tijd. Maar ik legde de lat voor mezelf wel erg hoog. Van de ene op de andere dag kon ik het niet langer verbergen, ook niet voor mezelf. Ik hield het niet meer vol en zat te huilen op het kantoor van mijn opleider. Zij reageerde begripvol, meldde me ziek en verwees me naar een psycholoog buiten het ziekenhuis. De eerste tijd heb ik alleen maar geslapen. Na vijf maanden ben ik weer gaan opbouwen, maar pas na een jaar werkte ik fulltime. Het klinkt cliché, maar onder meer door de goede begeleiding ben ik er sterker uitgekomen. Ik heb ook geleerd te relativeren en het lukt me steeds beter het werk los te laten als ik vrij ben.’

* Sarah wil haar verhaal niet onder haar eigen naam vertellen.

lees ook

download dit artikel (pdf)

print dit artikel
Achter het nieuws burn-out aiossen
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist en webredacteur bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Geertjan Wesseling, Longarts, Cadier en Keer 30-09-2018 11:06

    "Het artikel van Simone Pauw en het verslag van de enquête van De Jonge Specialist waarop het gebaseerd is heb ik met belangstelling gelezen. De uitkomsten die wijzen op een groot aantal (dreigende) burn-outs onder a(n)ios zijn inderdaad verontrustend. Dat de werkdruk hoog is zal niemand ontkennen en is voor velen van ons werkzaam in het ziekenhuis zeer herkenbaar.
    Jammer genoeg is de analyse van de bijdragende factoren onvolledig en ontbreekt een historische vergelijking of het internationale perspectief. Ik las kortgeleden het boek van Adam Kay dat ook in Medisch Contact ter sprake kwam, en veel van de misstanden die hij beschrijft lijken mij in de Nederlandse situatie heel zeldzaam. De werkuren zijn hier beter gereguleerd dan in het Verenigd Koninkrijk, en op de naleving ervan wordt volgens mij veel beter toegezien.
    Hoewel ongewenst overwerk blijkens het rapport vaak voorkomt zijn de werktijden niet te vergelijken met wat decennia geleden gebruikelijk was. Gelukkig maar!
    Er moeten dus andere factoren bijdragen. De administratieve last speelt zeker een rol. Veel, vervelend en niet leerzaam werk dat op geen enkele wijze bijdraait aan de opleiding.
    Een andere kijk op de balans tussen werk en privé dan in het verleden het geval was lijkt eveneens van belang.
    Dat tegenwoordig weekenddiensten zodanig worden opgeknipt dat weinig collega’s nog eens een heel weekend vrij hebben wordt nergens genoemd. Ook niet dat dat voor extra druk zorgt omdat alleen de achterwacht de patiënten nog goed kent.
    In hoeverre zorgt het persoonlijk opleidingsplan voor meer druk? Zijn we wel “menselijker” gaan opleiden, zoals iedereen denkt?
    Wat helaas in het rapport onvoldoende duidelijk wordt gemaakt is in hoeverre de respondenten van de enquête representatief zijn voor het totaal van de a(n)ios. Ik sluit niet uit dat juist collega’s die in de problemen verkeren de enquête hebben ingevuld, en stiekem hoop ik dat ik daarin gelijk heb.
    Dat laat onverlet dat de boodschap duidelijk is."

  • Jan Konijnenburg, Bedrijfsarts en opleider, Zetten 20-09-2018 20:17

    "Van polarisatie naar dualiteit
    De opleidingstijd tot bedrijfsarts ligt enige tijd achter me. Toch kan ik me zeker nog herinneren hoe werkdruk in die fase aanvoelde. De uitkomst van de enquête met betrekking van studiekeuze mij wat voorbarig. Wat is de waarde van dit antwoord na een nu ontstaan medische gevolg bij mogelijk nog onbewuste oorzakelijke factoren (een drenkeling vraag je ook niet naar zijn zwemlessen). Snelle ‘oplossingen’ lijken voorrang te hebben op constructieve goede.
    De enquête biedt veel bruikbare gegevens die behulpzaam zijn bij het verbeteren van ‘een leven lang gezond werken’; Arbeidstijden worden niet of onvoldoende gerespecteerd en er zijn lacunes in het organisatorische zaken als capaciteit en vervanging. Ook de gegevens over vooraf doorgemaakte burn-out zijn illustratief in het zichtbaar krijgen van het totale plaatje. Verder blijkt dat de intensiteit in deze loopbaanfase zich niet gemakkelijk te laten combineren met sociale aspecten als gezinsvorming.
    In de tekst lees ik de klassieke opstelling of eigen tegenstelling
    De werkgever oordeelt de capaciteiten en de medewerker blijft in werkstress hangen. Waar is het bewustzijn dat ‘fit for the job’ meer is dan ‘gemotiveerd zijn en een kennisdiploma hebben’ en waar herkennen opleiders dat het (onveilig) blijven duwen aan jonge collega’s tot ziekte leidt. Als met coaching hier medische leiderschap van supervisors en opleiders wordt bedoelt kan ik het wel plaatsen.
    Ik steun DJS in het nemen van acties gericht op het behouden van bevlogen artsen die trots zijn. Er zijn zeker zaken die buiten de muren van de organisatie beter geregeld en gefaciliteerd moeten worden. Toch zijn de beste oplossingen al ‘in huis’ en impliceert goed opleidersschap ook kwalitatieve begeleiding bij uitval. In mijn ervaring zijn het m.n. (vaak onbewuste) intra-persoonlijke factoren in combinatie met dergelijke lacunes in de opleiding die artsen in deze werk-leer set settingen opbreken.

    Veel succes (samen).
    "

  • Tjeerd Haitjema, longarts, Krommenie 17-09-2018 11:50

    "Wat ik mis in de discussie over burn-out bij artsen is de invloed van de werkomgeving op het ontstaat ervan.

    Artsen zijn hoog-opgeleide mensen, die ooit aan hun studie begonnen vanuit een zeker idealisme. Ze worden in hun opleiding niet voorbereid op het werken in een bureaucratische omgeving die vooral gericht is op geld verdienen.

    Misschien hebben de burn-outs van de A(N)IO's dus ook te maken met de overgang van een studentenbestaan gekenmerkt door vrijheid, creativiteit en zelfontplooiïng naar een positie onderaan de hierarchie in een anonieme organisatie, waar het gaat zoals het al decennia lang gegaan is.
    Waar is de ruimte voor creativiteit & zelfontplooiïng wanneer je afgemat wordt door lange dagen en nachten in een levensfase waarin samenwonen, trouwen, evt. kinderen krijgen ook thuis hoort? Waar is de vrijheid wanneer je dagen door anderen worden volgepland, en je zelf nauwelijks invloed hebt op je programma?
    Waar blijft het idealisme als het om DBC's blijkt te gaan, en niet om mensen? Als 'efficiency' de heilige graal is, en niet kwaliteit?
    Waar blijft je gevoel van eigenwaarde onderaan de voedselketen, waar de hiërarchie niet op verdienste maar op funktie gebaseerd blijkt te zijn? Waar al die hoog-opgeleiden 'gemanaged' worden door een lager opgeleid middenkader?

    Deze factoren hebben niet alleen betrekking op de fase van de vervolgopleiding, maar gelden natuurlijk net zo goed voor de periode daarna.

    Coaching van dokters die (bijna) burn-out zijn, gaat dit alles niet oplossen. Het aantal burn-outs onder artsen zal niet dalen zonder aanpak van de cultuur binnen de gezondheidszorg. Dit hoeft geen luchtfietserij te zijn: onder meer het Amerikaanse Institute for Healthcare Improvement (www.ihi.org) geeft hier handvatten voor."

  • geert slock, huisarts, sluis 14-09-2018 18:20

    "De perfecte dokter kent geen zelfmedelijden, moppert nooit en moet elk jaar aan meer eisen voldoen en efficienter werken, kijk maar bvb eens naar het aantal berichten dat begint met ' de (huis)arts moet meer....' .
    Studenten met bijna dwangmatig perfectionistisch karakter die zichzelf op bijna masochistische manier exploiteren voldoen perfect aan de selectiecriteria om tot de opleiding toegelaten te worden, het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit tot zeer veel burnout leidt."

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 14-09-2018 13:23

    "@Kok: Heb ik al gedaan... Voelde me al nooit zo'n God, zeker de laatste dagen niet, en heb ook al geen goddelijk uiterlijk. 't Is armoe... En genieten, man, genieten..."

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring