Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Amsterdamse zorgketen voor ouderen kraakt

2 reacties
Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam
Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam

Kwetsbare ouderen in Amsterdam krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Een rapport legt de vinger op de zere plek: onvoldoende samenwerking, gebrekkige uitwisseling van patiëntinformatie, personeelsgebrek en vooral een groot tekort aan tijdelijke opvang.

Het netwerk Sigra brengt allerlei zorgverleners uit de regio Amsterdam samen: ziekenhuizen, huisartsen, verpleeghuizen, verpleging en verzorging, thuiszorg, ggz, gehandicaptenzorg, welzijn en apothekers. De organisatie luidde twee jaar geleden al de noodklok om het gebrek aan opvang voor ouderen die (even) niet meer thuis kunnen wonen. De toen opgerichte Stuurgroep Doorstroming presenteerde afgelopen week een ‘totaaloverzicht van de complexiteit en verbeterpunten’. Conclusie: ‘Het totale systeem rondom kwetsbare ouderen kraakt.’

Veel Amsterdamse ouderen hebben geen sociaal netwerk, zo trapt het rapport af. Dat is geen goed nieuws. Niet voor de ouderen, maar ook niet voor de overheid, die wil dat zij zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Voor de broodnodige mantelzorg moet dus snel een alternatief komen. Een uitwerking van dit advies ontbreekt, maar er wordt wel gepleit voor thuisalarmering en toegankelijke respijtzorg: tijdelijke opvang. Door de transitie – de veranderingen in de zorg voor ouderen, zoals het opheffen van verzorgingshuizen – wonen veel kwetsbare ouderen nu dus thuis. Maar hun zwaardere problematiek geeft druk op huisarts, Spoedeisende Hulp en ziekenhuis. Daarbij zijn de wijkzorgnetwerken nog in ontwikkeling, is niet-planbare thuiszorg buiten kantooruren lastig in te zetten en is er een schreeuwend gebrek aan (wijk)verpleegkundigen en personeel in verpleeghuizen.

De keten kraakt dus. Het rapport schetst hoe dat uitpakt voor: de huisarts, de Spoedeisende Hulp, het ziekenhuis en de verpleeghuiszorg.

Huisarts

Een tijdelijke opname in een verpleeghuis is de moeilijkste soort verwijzing voor een huisarts. Het lukt soms zelfs gewoon niet om voor iemand die even extra zorg nodig heeft, onderdak te vinden. Er moet een centraal punt komen dat artsen informeert welke tijdelijke verpleegplekken beschikbaar zijn. Het rapport onderkent dat huisartsen het meeste last hebben van het ontbreken van centrale informatie over dergelijke plekken, omdat ziekenhuizen via een internetportaal ‘eenvoudig inzicht hebben’ in de beschikbaarheid. Opvallend is dat de verantwoordelijk voor het creëren van zo’n informatiepunt niet bij de huisartsen wordt gelegd. Dit moet ‘domeinoverstijgend’ gestalte krijgen en Sigra gaat ‘een integrale, maatschappelijke businesscase voor één loket’ opstellen.

Huisartsen op de huisartsenposten (haps) missen vaak actuele en volledige patiëntinformatie, omdat ze in andere systemen werken dan de reguliere praktijken, thuiszorg en wijkverpleging. Dit leidt tot onnodige of verkeerde verwijzingen. Huisartsen zouden hun patiënten op grote schaal toestemming moeten vragen voor deelname aan het landelijk schakelpunt, waardoor bijvoorbeeld de hap patiëntinformatie kan opvragen, stelt Sigra. Daarnaast moeten behandelwensen, in kaart gebracht met advance care planning, bekend zijn voordat zorg door de hap of ambulance wordt ingezet. Ook mag in het dossier de naam van de thuiszorgleverancier niet ontbreken.

Vroegsignalering en advance care planning in het zadel helpen is volgens het rapport de belangrijkste opdracht voor de huisarts. De extra kwetsbare ouderen moeten in kaart worden gebracht en huisbezoek en passende interventies worden ingezet. De huisarts moet ook nauwer samenwerken met de specialist ouderengeneeskunde en regelen dat de thuiszorg op ieder moment terstond kan worden ingeroepen.

Stella Zonneveld, voorzitter Huisartsenkring Amsterdam/Almere:

‘De zorg kan wel proberen knelpunten op te lossen, maar het wankele evenwicht waarin veel ouderen verkeren, is inherent aan de politieke keuze om ze langer thuis te laten wonen. En als iemand bijvoorbeeld een blaasontsteking krijgt of valt, moet die patiënt toch kortdurend worden opgenomen. Met alle inzet van vroegsignalering en zo kun je dit niet helemaal voorkomen. Op dat moment moet er snel adequate opvang mogelijk zijn. Wij pleiten al langer voor één telefoonnummer waar huisartsen te weten kunnen komen waar zo’n oudere tijdelijk terechtkan. De verpleeghuizen moeten zo’n telefoonnummer bemannen; daar is ook geld voor van de zorgverzekeraar. Regels zijn vaak ook belemmerend. De huisarts mag niet verwijzen naar geriatrische revalidatie, daarvoor moet de patiënt naar het ziekenhuis. En als er een plek beschikbaar is die wordt betaald vanuit de Wet langdurige zorg, dan kan iemand zonder zo’n indicatie daar in acute situaties dus niet terecht. Naast zo’n telefoonnummer willen we meer tijd voor patiënten, zodat we onder andere regelmatig met kwetsbare ouderen in gesprek kunnen over hun wensen in de laatste levensfase, en willen we een generalistische praktijkondersteuner (POH) kunnen inzetten. Van een POH met een bepaalde specialisatie, zoals diabeteszorg, willen we naar een brede POH. In Amsterdam-Zuid zijn er al veel praktijken met zo’n POH met een brede blik. Het zou fijn zijn als ouderen, die meestal meerdere kwalen hebben, niet meer voor elke kwetsbaarheid naar een andere POH moeten. En 80 procent van de kwetsbare ouderen heeft geen wijkverpleging, maar die wil je wel structureel in beeld houden. Wij zien deze brede POH en de wijkverpleegkundige dan ook als complementair aan elkaar. Op dit moment loopt een pilot in vier gebieden in Amsterdam om dit via onderzoek ook inzichtelijk te maken voor de zorgverzekeraar.’

SEH/ziekenhuis

Op de SEH ligt de focus niet op multidisciplinaire ouderenproblematiek maar op medische screening: wel of geen opname in het ziekenhuis. SEH-professionals weten vaak niet wat er moet gebeuren met een oudere die niet hoeft te worden opgenomen, maar die ook niet naar huis kan. Gevolg: een oudere ligt lang te wachten op de SEH, wordt zonder medische indicatie dan maar in het ziekenhuis opgenomen of gaat naar huis zonder thuiszorg, terwijl dat wel nodig is. De geriatrische zorg op de SEH moet worden versterkt, is het advies: laat een ervaren specialist het begin van de triage doen, zet een SEH-verpleegkundige met geriatrische specialisatie in en richt een aparte screeningsplek voor ouderen in buiten de SEH. En zorg dat de transferverpleegkundige die bijvoorbeeld thuiszorg kan inzetten 24/7 inzetbaar is en voorkom daarmee terugval. OLVG Oost experimenteert hiermee. Bovenal moet er een integrale benadering komen, door bijvoorbeeld de geriater hoofdbehandelaar van kwetsbare ouderen op de SEH en in de kliniek te maken en door een geriatrie-afdeling in te richten zoals de Universitaire Praktijk Ouderengeneeskunde in het VUmc. Het rapport beveelt ook het keurmerk ‘Seniorvriendelijk ziekenhuis’ aan.

Verpleeghuiszorg

Wat verderop in de keten hebben de verpleeghuizen relatief weinig problemen met verwijzen. Hun patiënten kunnen goed op de SEH en in het ziekenhuis terecht en zelfs wijkverpleging en thuiszorg zijn bij vertrek naar huis vanaf de tijdelijke afdelingen vlot geregeld, aldus het rapport. De moeilijkheid voor deze instellingen is dat vaak niet bekend is wat een oudere die wordt ingestuurd mankeert en op welke afdeling hij thuishoort. Verpleeghuizen zouden andere schakels in de keten een groot plezier doen als ze een afdeling inrichten die een alternatief vormt voor de SEH. Patiënten met een medisch probleem gaan dan nog steeds naar de SEH, maar als ze alleen behoefte hebben aan verpleging dan zou dit hun plek kunnen zijn. In het rapport wordt daarbij gewaarschuwd voor financiële barrières tussen regelingen vanuit verschillende wetten. Daarnaast moeten verpleeghuizen zorgen voor voldoende ingekochte tijdelijke verpleeghuiszorg. De keten zou ook verrijkt kunnen worden met meer plekken voor psychogeriatrische patiënten, aldus het rapport.

lees ook:

download dit artikel (pdf)

werk Achter het nieuws ggz thuiszorg ouderen POH praktijkondersteuner spoedeisende hulp Amsterdam
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Erik-Jan Haanraadts, radioloog, Unitleider Radiologie, 24-05-2017 13:17

    "Het is jammer dat in het artikel “Amsterdamse zorgketen voor ouderen kraakt” (MC 18 mei 2017) geen aandacht is besteed aan de Rijdende Röntgen. Dit is een service die in 1995 door de radiologen van het OLVG (oost) is geïnitieerd i.s.m. ZAO Zorgverzekeringen (thans Zilveren Kruis). Met een mobiel digitaal röntgen-apparaat in een bestelbus rijden we langs de Amsterdamse verpleeg- en verzorgingshuizen. Op locatie worden op aanvraag van de specialist ouderengeneeskunde röntgenfoto’s gemaakt. De foto’s worden dezelfde dag beoordeeld en de aanvrager heeft dezelfde dag de uitslag. De vaak dementerende kwetsbare ouderen hoeven derhalve niet meer naar het ziekenhuis, maar kunnen in hun vertrouwde omgeving blijven. Om de kosten van deze service te dekken (personeel, bus en röntgenapparaat) moet een “voorrijd”-tarief berekend worden. Keerzijde is dat ambulancekosten worden uitgespaard en geen beroep op het personeel wordt gedaan om de patiënten te begeleiden. De klinische opbrengst van de onderzoeken is hoog. Pneumonien, fracturen en luxaties die klinisch moeilijk te diagnosticeren zijn komen geregeld voor. Ondanks dat dit bij uitstek een voorbeeld is van efficiënte en doelmatige zorg en het initiatief door iedereen die erbij betrokken is wordt omarmd is het tot op heden niet mogelijk gebleken om een goede financieringsstructuur voor deze dienstverlening ingevoerd te krijgen. Na 22 jaar is nog steeds sprake van een experiment-status, waarbij het ieder jaar weer afwachten is of de rekeningen betaald gaan worden. Er worden weliswaar constructieve gesprekken gevoerd met de NZa om de wet- en regelgeving zo aan te passen dat dit initiatief niet zal sneuvelen. Toch is het allesbehalve zeker dat dit gaat lukken. Wederom een voorbeeld van “Nederland op zijn smalst”."

  • Leny van Dalen, Psychiater, Amsterdam 19-05-2017 08:42

    "Ja, complex is het zeker. Maar wat te denken van bellen met de familie, partner, zoon, dochter, zus of schoonzus, goede vriend van de kwetsbare oudere? In de hele analyse wordt daar niet over gerept... Gewoon even bellen om te vragen mee te denken.
    Ook hun stem in deze analyse ontbreekt. Evenals die van de kwetsbare oudere zelf.
    En waar het gaat om kwetsbare mensen met dementie: ik ga er bij Cordaan alles aan doen om de casemanager dementie weer in het zadel te helpen en ervoor te zorgen dat alle huisartsen in Amsterdam hen weten te vinden. Zij zijn bij uitstek degenen die op elk moment weten hoe het met iemand gaat en wat de opties zijn voor passende hulp.

    Leny van Dalen, Psychiater; gezinstherapeut, leider expertise netwerk dementie Cordaan, Amsterdam"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.