Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
J. Legemaate G. van Dijk
19 mei 2010 6 minuten leestijd

Alternatieve behandelwijzen na Millecam

1 reactie

Ruimte voor niet-reguliere artsen steeds verder ingeperkt

Patiënten hebben recht op zorgvuldige informatie over alle aspecten van hun behandeling. Ook als die niet-regulier is. Niet alleen de KNMG, ook rechters spreken zich uit over de algemene en specifieke normen waaraan alternatieve artsen zich moeten houden.

De gedragsregel ‘De arts en niet-reguliere behandelwijzen’ legt de normen vast waaraan artsen moeten voldoen als zij overwegen niet-reguliere – alternatieve – behandelwijzen toe te passen. De KNMG wil hiermee de vrijheid van patiënten garanderen om naar eigen inzicht een behandelaar te kiezen, en patiënten tegelijkertijd beschermen tegen schade door het onverantwoord handelen van niet-reguliere behandelaars.

Deze KNMG-gedragsregel is gepubliceerd in april 2008. Op dat moment speelden de juridische schermutselingen rond de niet-regulier werkende artsen die betrokken waren bij de
behandeling van Sylvia Millecam. Millecam overleed in 2001 aan borstkanker, nadat zij door een groot aantal niet-reguliere behandelaars was behandeld. Daaronder bevonden zich enkele artsen. In juni 2007 werden deze artsen veroordeeld door het Centraal Tuchtcollege, en in juni 2009 door de strafrechter. Deze rechterlijke uitspraken geven samen met de KNMG-gedragsregel heldere richtlijnen voor niet-regulier werkende artsen. Overigens zijn in de strafprocedure tegen Jomanda in de zaak-Millecam ook de normen voor niet-artsen verduidelijkt en aangescherpt.1

Rechters en KNMG
Zowel de tucht- als de strafrechters in de zaak-Millecam formuleerden in hun uitspraken algemene regels voor niet-regulier werkende artsen. In het kader onder dit artikel staat hiervan een overzicht.

De door de tucht- en de strafrechters gehanteerde algemene normen en uitgangspunten komen in belangrijke mate overeen, maar verschillen hier en daar qua focus en toon. Het lijkt erop dat de strafrechter een iets strengere aanpak kiest, onder meer door sterk te benadrukken dat de arts moet proberen een patiënt die een ernstige ziekte ontkent, op andere gedachten te brengen.

Uitgangspunt voor zowel de rechters als de KNMG is dat artsen werken volgens de normen van evidence-based medicine (EBM). Dit betekent dat zij zich moeten richten naar het best beschikbare wetenschappelijke bewijs, gecombineerd met klinische ervaring en de voorkeuren van de patiënt. EBM betekent overigens niet dat er wetenschappelijk bewijs moet zijn, maar wel dat wetenschappelijk bewijs niet mag worden genegeerd en dat artsen zich moeten richten naar het beste wetenschappelijke
bewijs dat op dat moment beschikbaar is. De normen van EBM geven de beste garantie dat de behandeling daadwerkelijk effectief is en dat er een afweging is gemaakt tussen voor- en nadelen.

Diagnostiek
Dit uitgangspunt vertaalt zich in de wijze waarop artsen diagnostiek mogen en moeten bedrijven. Volgens de KNMG is het uitgangspunt bij iedere medische behandeling altijd een (voorlopige) medische diagnose gebaseerd op de professionele standaard. De rechters in de zaak-Millecam sluiten zich hierbij aan: ‘Een arts is per definitie op de hoogte van de wetenschappelijk onderbouwde diagnostische methoden en behoort die methoden ook te gebruiken.

Als een arts een andere, niet wetenschappelijk onderbouwde, diagnosemethode toepast, is hij aanvullend bezig en moet hij de patiënt op de hoogte stellen van het ontbreken van die wetenschappelijke onderbouwing.’2 Anders gezegd: artsen mogen alleen op niet-reguliere wijze een diagnose stellen als deze aanvullend is op een regulier gestelde diagnose. Als artsen op niet-reguliere wijze een diagnose stellen, zoals met de ‘vegatest’ – expliciet genoemd in de uitspraken – dan zijn zij verplicht om de patiënt te informeren over het feit dat deze test wetenschappelijk gezien geen betrouwbare diagnose kan opleveren. Ook moeten zij ervoor waken dat een dergelijke vorm van diagnostiek de regulier gestelde diagnose ontkent of ontkracht.

Informatievoorziening
Zowel de KNMG als de tucht- en strafrechters in de zaak-Millecam besteden veel aandacht aan de wijze waarop niet-regulier werkende artsen de patiënt horen te informeren. Allereerst moeten zij de patiënt wijzen op het feit dat het om een niet-reguliere – en dus niet door de beroepsgroep erkende – behandeling of vorm van diagnostiek gaat. Ook moeten zij een duidelijk onderscheid maken tussen reguliere en niet-reguliere behandelingen. Juist bij artsen die zowel regulier als niet-regulier werken is dat van belang. Bij patiënten kan immers gemakkelijk de gedachte postvatten dat de niet-reguliere behandeling aan dezelfde kwaliteitseisen zou voldoen als de reguliere.

Alle artsen moeten hun patiënten informeren over de effectiviteit, aard, duur en (neven-)effecten van een behandeling. Ook de financiële consequenties moeten worden besproken. Mocht er geen wetenschappelijk aangetoonde effectiviteit zijn van een behandeling, regulier of niet-regulier, dan moet de patiënt ook daarvan op de hoogte worden gesteld.

Een andere eis is dat, na toestemming van de patiënt, de huisarts van de patiënt geïnformeerd moet worden over de niet-reguliere behandeling, en over de resultaten daarvan. Met een niet-reguliere behandeling mag pas worden begonnen als de behandelende arts zich op de hoogte heeft gesteld van de regulier gestelde diagnose en de eerder ingestelde behandelingen. Bijvoorbeeld door het medische dossier van de patiënt op te vragen. Ook dit kan uiteraard alleen na toestemming van de patiënt.

Ontkennende patiënt
Er worden dus hoge eisen gesteld aan het informeren van de patiënt. Maar de zorgplicht van de arts houdt volgens de rechters meer in. In de zaak-Millecam ging het om een patiënt die de regulier gestelde diagnose ‘borstkanker’ ontkende en weigerde zich regulier te laten behandelen. Volgens de strafrechters mogen artsen zich bij een dergelijke ontkenning en weigering niet zomaar neerleggen, maar moeten zij zich inspannen om de patiënt op andere gedachten te brengen. ‘Indien een patiënt de werkelijke aard van de aandoening ontkent, is de arts gehouden met die ontkenning aan de slag te gaan.’ Dit moet volgens de rechters met de nodige ‘subtiliteit’ gebeuren, maar wel ‘consequent en vasthoudend’.

Zeker als de patiënt een levensbedreigende ziekte heeft en de niet-reguliere arts de enige behandelaar is, dient deze arts met de nodige vasthoudendheid te verwijzen naar een arts die een wetenschappelijke methode hanteert. Als de patiënt blijft vasthouden aan ontkenning van de diagnose, dan kan het starten van een niet-reguliere behandeling de patiënt immers sterken in de gedachte dat de ontkenning terecht was. Een uiterste consequentie hiervan kan zijn dat de niet-reguliere arts de behandelrelatie met de patiënt verbreekt.

Ook de KNMG stelt dat een patiënt die reguliere behandeling afwijst, moet worden gewezen op het mogelijke gevaar van dat uit- of afstel. Mocht de patiënt toch volharden in de ontkenning van de diagnose of als voor de patiënt geen reguliere curatieve behandeling meer mogelijk is, dan mag de arts geen behandelingen aanbieden die de patiënt schade zouden kunnen berokkenen. De KNMG hanteert daarbij een brede opvatting van wat schade is. Het gaat niet alleen om fysieke schade en interferentie met de reguliere behandeling maar ook om het geven van onjuiste of onvolledige informatie, het wekken van valse hoop op genezing of verbetering van de klachten en het scheppen van verwarring over de reguliere diagnose. Als patiënten in het reguliere circuit curatief zijn uitbehandeld, mag de niet-reguliere arts dus niet zomaar met curatief bedoelde niet-reguliere behandelingen beginnen. Daarmee zou valse hoop worden gegeven, vaak met grote financiële consequenties.

Toekomst
De richtlijn van de KNMG en de rechterlijke uitspraken in de zaak-Millecam stellen duidelijke grenzen aan artsen die regulier en niet-regulier combineren of die zich geheel op het niet-reguliere pad hebben begeven. Voor de toekomst valt een verdere inperking te voorspellen. Verwacht kan immers worden dat er een verdere protocollering en verwetenschappelijking van de geneeskunde plaatsvindt en dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan de wetenschappelijke onderbouwing
van de professionele standaard. Ook zullen hogere eisen gesteld worden aan kwaliteitsbewaking, transparantie en het afleggen van verantwoording door artsen. Daardoor wordt de ruimte voor artsen om niet-reguliere behandelwijzen aan te bieden in de toekomst steeds kleiner.

Gert van Dijk, beleidsmedewerker ethiek KNMG en Erasmus MC
Johan Legemaate, juridisch adviseur KNMG en hoogleraar gezondheidsrecht VU

Correspondentieadres: g.van.dijk@fed.knmg.nl;
c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • De afgelopen jaren is de ruimte voor artsen om niet-reguliere (alternatieve) behandelwijzen aan te bieden sterk ingeperkt.
  • Vooral aan de informatievoorziening aan de patiënt worden hoge eisen gesteld.
  • Artsen kunnen zich niet langer verschuilen achter de weigering van de patiënt om een reguliere behandeling te ondergaan.
  • De zorgplicht van de arts impliceert ook dat de ontkennende of weigerende patiënt moet worden gestimuleerd om zich toch op reguliere wijze te laten behandelen.
  • In de toekomst wordt de ruimte voor artsen om niet-reguliere behandelwijzen aan te bieden steeds kleiner.

KNMG-gedragsregel: Gedragsregel: de arts en niet-reguliere behandelwijzen



Alle uitspraken in de zaak Millecam vindt u op http://jure.nl/millecam

beeld: iStockphoto
beeld: iStockphoto
<strong>PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , 24-06-2010 00:00

    "De auteurs spreken in hun conclusie de verwachting uit dat de ruimte voor artsen om niet-reguliere
    behandelwijzen aan te bieden in de toekomst steeds kleiner wordt. Zij gaan daarbij voorbij aan het
    volgende:
    - CAM-artsen zijn geen niet-reguliere artsen: naast hun normale artsenwerk passen zij ook niet-reguliere
    behandelwijzen toe. Meestal doen ze dit voor gezondheidsproblemen waarin de
    reguliere geneeskunde niet in een adequate therapie voorziet, met name bij een aantal
    chronische ziekten (jaarlijks consumeren ruim 1,5 miljoen Nederlanders een vorm van niet
    reguliere geneeskunde). Het artikel creëert een sfeer uit waarin niet de patiënt zelf, maar
    rechter en arts bepalen wat goed is voor een patiënt: een gemiste kans in een tijd van
    vraaggestuurde zorg.
    - Er is veel kwalitatief goed onderzoek dat effect en veiligheid van niet-reguliere behandelwijzen
    aantoont en die in andere Westerse, met Nederland vergelijkbare landen, als standaard wordt
    gehanteerd en als zodanig breed gedragen. Ook voor artsen die uitsluitend regulier behandelen
    geldt dat ze wellicht niet geheel aan hun zorgplicht kunnen voldoen, juist omdat de “breed
    gedragen opvattingen en richtlijnen” in Nederland nogal beperkt zijn qua invalshoek.
    - Wederzijdse informatieplicht van artsen naar elkaar achten wij absoluut noodzakelijk ten
    behoeve van een zorgvuldige behandeling van de patiënt, uiteraard alleen indien deze daarmee
    instemt;
    - Voor patiënten die gebruik willen maken van niet-reguliere behandelwijzen, ontwikkelt de
    KNMG momenteel een patiëntenfolder in samenspraak met de PPCG en de CAMartsenstuurgroep.
    Tenslotte: het CBO heeft in opdracht van KNMG en de CAM-artsenverenigingen de
    kwaliteitsregelingen van de CAM-artsenverenigingen onderzocht. De conclusies van dit onderzoek
    waren positief en er werd geconstateerd dat deze verenigingen hun zaken goed op orde hebben.
    Een artikel over dit onderzoek werd onlangs door de redactie van Medisch Contact niet geplaatst
    omdat het ‘te weinig nieuwswaarde’ zou hebben. U kunt het raadplegen op www.camartsen.nl
    Met vriendelijke groet,
    Namens de CAM-artsenverenigingen
    Hetty Buitelaar
    Olivia Stassen
    Wim Verest"

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring