Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
levenseinde

Afstemming orgaandonatie begint op SEH

Creëer rust voor nabestaanden om over orgaandonatie te beslissen

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Goede samenwerking tussen SEH-artsen, neurologen en intensivisten komt het bespreekbaar maken van orgaandonatie ten goede. Belangrijk is dat familie en nabestaanden in rust tot een beslissing kunnen komen.

Bij orgaandonatie wordt vaak alleen aan patiënten gedacht die worden behandeld op de intensive care (ic). Het donatietraject begint echter vaak al op de Spoedeisende Hulp (SEH). In hoeverre zijn rollen op elkaar afgestemd tussen professionals werkzaam op de SEH en de ic als het gaat om ‘ketenzorg orgaan-donatie’? We zullen uiteenzetten welke zaken verbeterd kunnen worden en wat de huidige samenwerking tussen SEH, neurologie en ic betekent voor het potentieel aan orgaandonoren.

Een praktijkvoorbeeld

Een 66-jarige vrouw met blanco voorgeschiedenis wordt gepresenteerd op de SEH met bewustzijnsvermindering. De CT-scan wijst uit dat ze een zeer uitgebreid bloedig CVA heeft. In de ambulance was de EMV-score: E2M5V1 en op de SEH: E2M1V1. Zij is hemodynamisch en respiratoir stabiel. De dienstdoende neuroloog geeft een infauste prognose af. In een slechtnieuwsgesprek informeert de neuroloog de familie over het ontbreken van behandelmogelijkheden. Hij licht toe dat hun dierbare zal worden overgebracht naar de afdeling Neurologie om daar te overlijden. Een intensivist die toevallig van de casus hoort wijst de neuroloog op de mogelijkheid van orgaandonatie. Er zijn echter geen afspraken gemaakt tussen de SEH en ic hoe te handelen in deze situatie.

Ter sprake brengen

Het kan dus gebeuren dat een patiënt wordt overgeplaatst naar de afdeling Neurologie zonder dat over de mogelijkheid van orgaandonatie is gesproken met bij orgaandonatie betrokken artsen of met familie. Mogelijk heeft de neuroloog ingeschat dat de neurologische schade niet tot inklemming van de hersenen leidt, waardoor donatie na hersendood (‘donation after brain death’, DBD) niet tot de mogelijkheden behoorde. De vraag is of de neuroloog zich voldoende bewust was van de mogelijkheid van donatie na circulatiestilstand (‘donation after circulatory death’, DCD).

Wie moet het onderwerp orgaandonatie eigenlijk ter sprake brengen? De voorkeur gaat uit naar een arts die getraind is in communicatie rond donatie. De meeste intensivisten en enkele neurologen hebben deze training gevolgd, maar veel SEH-artsen niet. Is de afdeling SEH de juiste plek om met familie een mogelijk orgaandonatietraject te bespreken? En zijn naasten in staat na te denken over donatie, terwijl ze overdonderd zijn door het nieuws van het op handen zijnde verlies van hun dierbare?

Het donatiegesprek hoeft niet achterwege te blijven vanwege tijdsdruk

Zorgvuldig communiceren

In de praktijk blijkt dat familie slecht nieuws ook in dit soort omstandigheden aankan, als er maar zorgvuldig wordt gecommuniceerd. Het donatiegesprek hoeft dus niet achterwege te blijven vanwege hectiek, stress of tijdsdruk. Familie verwacht zelfs dat er over donatie wordt gesproken. Steeds vaker begint de familie ook zelf over deze mogelijkheid. Mocht orgaandonatie om medische redenen niet mogelijk zijn, dan is het van belang de familie ook hierover te informeren. Dit voorkomt dat zij zich op enig moment afvragen waarom het onderwerp niet met hen is besproken. SEH-artsen zouden meer verantwoordelijkheid kunnen nemen door een gesprek over orgaandonatie, samen met een intensivist en een neuroloog voor te bespreken en hiervoor gezamenlijk een plan op te stellen. Daarnaast is tijd een belangrijke factor voor familie/naasten, een in de haast genomen beslissing zal vaker tot bezwaar tegen donatie leiden. In een aantal gevallen wordt door de familie/naasten achteraf gerapporteerd dat ze een overhaaste beslissing hebben genomen waar ze niet meer volledig achter staan. Om een gevoel van tijdsdrukweg te nemen, is het van belang nauw met elkaar af te stemmen; bijvoorbeeld of het gesprek op de SEH of op de ic wordt gevoerd.

Nog een voorbeeld

Een 53-jarige man presenteert zich op de SEH in verband met een acuut ontstaan coma, naar later blijkt op basis van een subarachnoïdale bloeding (SAB). Er is een verdenking op hersendood. Op initiatief van de SEH-arts vindt overleg plaats met een intensivist en een neuroloog. Zij besluiten de patiënt op te nemen op de ic. Deze opname biedt, in overleg met de familie, ook de mogelijkheid voor de partner om terug te keren uit het buitenland en haar dierbare te zien voor overlijden. De volgende dag wordt verdere behandeling zinloos geacht. Uit het donorregister komt naar voren dat de man de keuze voor orgaandonatie overlaat aan zijn naasten. De partner en de rest van de familie worden geïnformeerd over het aanstaande overlijden. In een volgend gesprek stelt de intensivist de donatievraag. Familie geeft toestemming, waarna samen met de neuroloog het hersendoodprotocol wordt doorlopen en een DBD-procedure start.

Terughoudendheid

De casus laat zien dat er ziekenhuizen zijn waar al goede afstemming plaatsvindt tussen de SEH-arts, de neuroloog en de intensivist. Ook kan de vraag opkomen of in deze casus niet oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van ic-capaciteit, omdat op de SEH al een uitzichtloze situatie werd verondersteld. Er was sprake van een grote hersenbloeding; dat kan lijken op een situatie van hersendood. In de eerste uren na een SAB reageert een patiënt soms helemaal niet, en komt na uren (enige) reactie terug. Het is dus verstandig terughoudend te zijn om de diagnose hersendood vroeg te stellen na een SAB en direct over te gaan op een end of life care-traject en orgaandonatie. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met familie over de tijdsduur van de observatieperiode. Er is 4 tot 24 uur observatie nodig om te zien of de situatie verslechtert, dan wel dat er behandelopties zijn. Dit geeft familie gelegenheid om bijvoorbeeld afscheid te nemen van hun dierbare of naar huis te gaan en noodzakelijke dingen te regelen. Maar ook de rust om een weloverwogen beslissing te nemen over orgaandonatie. Uit een bijeenkomst, waarbij intensivisten in gesprek zijn gegaan met nabestaanden, bleek dat een observatieperiode (‘extra’ tijd) als zeer positief werd ervaren.

Er zijn ziekenhuizen die patiënten bij wie op de SEH een infauste prognose is vastgesteld, opnemen op de ic. Met de familie wordt gecommuniceerd dat dit niet als doel heeft om te behandelen, maar om voldoende tijd te bieden om afscheid te nemen en goede end of life care te bieden, waar donorzorg een onderdeel van is. Deze opzet bouwt meer rust in dan op een SEH, zodat de familie eerst voldoende tijd krijgt om het slechte nieuws te verwerken en afscheid te nemen. Daarna wordt in vervolggesprekken over de palliatieve fase ook de donatievraag gesteld. Hoewel niet is aangetoond dat deze aanpak het donorpotentieel beïnvloedt, bestaat de indruk dat het wegnemen van tijdsdruk vaker tot orgaandonatie leidt.

Rolverdeling

Op basis van bovenstaande casuïstiek blijkt dat er drie belangrijke partijen zijn die ketenzorg in orgaandonatie kunnen realiseren: neurologen, intensivisten en SEH-artsen. Deze drie moeten op ziekenhuisniveau afspraken maken over de rolverdeling, elk met zijn eigen ‘couleur locale’. Indien een patiënt met ernstige neurologische schade en een (dreigende) infauste prognose wordt opgenomen op de SEH is het belangrijk dat, naast de neuroloog en de intensivist, ook de SEH-arts wordt ingeschakeld. Samen kunnen zij de volgende punten voorbespreken: het slechtnieuwsgesprek, het eventuele palliatieve traject en de mogelijkheden voor orgaandonatie (zowel DBD als DCD). Het gaat hierbij om afstemming: wie gaat het palliatieve traject met de familie/naasten bespreken en wie zal wanneer het onderwerp orgaandonatie aankaarten. Daarnaast zijn afspraken nodig met de ic over het eventueel opnemen van patiënten voor het palliatieve traject waarin orgaandonatie tot de mogelijk-heden behoort. Door deze werkwijze wordt orgaandonatie structureel ingebed in de end of life care. Door de verschillende schakels van zorgverlening bij potentiële orgaandonoren beter op elkaar af te stemmen, krijgt orgaandonatie in meer situaties een kans.

auteurs

dr. Nichon Jansen, senior beleidsmedewerker/onderzoeker, Nederlandse Transplantatie Stichting, Leiden

dr. Michael Kuiper, intensivist-neuroloog, Medisch Centrum Leeuwarden

drs. Ties Eikendal, SEH-arts, Radboudumc, Nijmegen

drs. Maaike Sikma, intensivist, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteurs.

contact

n.jansen@transplantatiestichting.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

lees ook

print dit artikel
levenseinde orgaandonatie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties