Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

Op 1 januari 2018 nam Nederland stilletjes afscheid van ongeveer 18 duizend artsen. Zij werden doorgehaald in het BIG-register, omdat ze om uiteenlopende redenen niet in aanmerking kwamen voor herregistratie. Medisch Contact portretteert vijf van hen.

Ongeveer 18 duizend personen mogen sinds 1 januari de titel ‘arts’ niet meer voeren, omdat ze zijn doorgehaald in het BIG-register. In plaats daarvan mogen ze de titel ‘arts niet-praktiserend’ gebruiken. Deze ‘opschoning’ van het BIG-register heeft het vergroten van de kwaliteit in de zorg tot doel; het bevordert dat er slechts zorg wordt verleend door mensen die actief werken in hun beroep, die deskundig en ervaren zijn.

Dat zorgverleners in het BIG-register zich moeten herregistreren heeft altijd al in de Wet BIG gestaan, maar dit trad niet meteen in werking. Nadat de andere beroepsgroepen in het BIG-register hen al voorgingen, volgden de artsen in 2012. Ook zij moeten zich sindsdien iedere vijf jaar herregistreren. Voor medisch specialisten is de herregistratie al langer een vanzelfsprekendheid, maar voor basisartsen is het wennen: arts was men voor het leven.

Artsen moesten voor 1 januari 2018 aantonen dat ze aan de herregistratie-eisen voldeden: in vijf jaar tijd 2080 uur (ongeveer één dag per week) gewerkt in de individuele gezondheidszorg – met patiëntencontacten dus – en niet langer onderbroken dan twee jaar. Alleen uren die passen binnen het deskundigheidsgebied waarvoor iemand is geregistreerd tellen mee.

Artsen die niet genoeg hebben gewerkt of van wie de uren niet voldoen aan de vereisten, kunnen zich herregistreren na het volgen van een scholings- en toetsprogramma dat is opgezet door de NFU en VUmc. In 2017 volgden meer dan tweehonderd artsen dit programma. In december 2017 ontvingen de eerste artsen hun certificaat. SP

Koos van Kooten (52)

Koos van Kooten. Fotografie Erik van 't Woud
Koos van Kooten. Fotografie Erik van 't Woud

Acupuncturist, Artsexamen in Utrecht, 1993

Koos van Kooten (52) heeft zijn registratie als arts verloren, omdat de uren die hij heeft gewerkt als acupuncturist niet worden meegeteld voor de herregistratie.

‘Sinds 1998 werk ik uitsluitend als acupuncturist in mijn eigen praktijk in Utrecht. Binnen de reguliere geneeskunde zag ik te weinig mogelijkheden om holistisch te werken en verbinding te vinden tussen lichaam en geest van de patiënt. Vanuit die zienswijze wil ik mensen ondersteunen in het bevorderen van hun gezondheid. Vanaf het begin heb ik er rekening mee gehouden dat herregistratie lastig kon worden. Toch ben ik er altijd van uitgegaan dat mijn werkzaamheden als acupuncturist erkend zouden worden voor de herregistratie. Artsen mógen namelijk niet-reguliere behandelwijzen aanbieden van de KNMG, zij het onder strenge voorwaarden. Toen duidelijk werd dat de uren die ik puur aan acupunctuur besteed heb, niet meetelden voor de herregistratie, heb ik gekeken naar de werkzaamheden die wél worden gerekend tot het deskundigheidsgebied van de arts, zoals omschreven in het beoordelingskader. Ik voldeed aan zeventien van de achttien punten; bijvoorbeeld het afnemen van een anamnese of het stellen van een differentiaaldiagnose. Zeker 60 procent van mijn werkzaamheden komt overeen met die van regulier werkende artsen. Toch is mijn herregistratie afgewezen, omdat ik volgens het CIBG niet genoeg aantoonbare werkervaring binnen mijn deskundigheidsgebied heb.

Wat mij raakt is de teneur dat het “opgeruimd” moet worden

Vorig jaar ben ik begonnen met het scholings- en toetsingsprogramma voor herregistratie als basisarts. Inmiddels heb ik het hele programma afgerond, maar ik heb het certificaat nog niet opgestuurd. Ik heb dit altijd beschouwd als een vangnet. Een vangnet waar ik bij voorkeur geen gebruik van maak. Ik vecht ervoor de herregistratie te verkrijgen op basis van mijn werkervaring als arts, op basis van argumenten. Op 24 januari vindt een hoorzitting plaats op het ministerie, omdat ik in beroep ben gegaan tegen de beslissing van het CIBG (bij het ter perse gaan van dit nummer is de uitspraak nog onbekend, red.). Dit is nog maar de eerste herregistratieronde. Nu kunnen de wissels nog worden verzet. Ik heb nog zeker drie herregistratierondes te gaan, die ik bij voorkeur niet invul met een scholings- en toetsingsprogramma.

Wat mij raakt is de teneur bij sommigen dat het BIG-register “opgeruimd” of zelfs “gezuiverd” moet worden van artsen die niet helemaal voldoen aan het reguliere keurslijf. Maar na twintig jaar ben ik wel gewend aan negatieve opmerkingen over mensen zoals ik. Echt overstuur raak ik er niet meer van.’ SP

Regina Dijkman-Neerincx (79)

Regina Dijkman-Neerincx. Fotografie: Piroschka van der Wouw
Regina Dijkman-Neerincx. Fotografie: Piroschka van der Wouw

Kinderarts, kinderreumatoloog, Artsexamen in Nijmegen, 1966

Ik was specialist, kinderarts-reumatoloog. In 2001 ging ik met OBU, overbruggingsregeling uittreding specialisten, maar ik bleef werken met een nulurencontract. Omdat ik nog steeds twintig en later zestien uur in de week werkte als kinderarts en nascholingen volgde, kon ik me in 2003 herregistreren als kinderarts. In 2007 ben ik echt gestopt met werken en in 2008 raakte ik mijn registratie als kinderarts kwijt. Ik wist dat mijn specialisme zou worden doorgehaald als ik het vak niet meer uitoefende. Maar dat ik nu ook mijn artsentitel verlies, vind ik jammer. Ik ben een stukje status kwijt en mag onder andere geen recepten meer uitschrijven. Ik kreeg juist vanmorgen de e-mail met het bericht dat ik ben geschrapt uit het BIG-register nu ik driemaal niet heb gereageerd op de mogelijkheid tot herregistratie. Ik heb nog wel gekeken of het mogelijk was om de artsentitel te behouden en de informatiewebsite bekeken. Er stond een video op met Ronnie van Diemen van de inspectie en andere bestuurders en gepensioneerden voor wie het belangrijk is om de titel te blijven voeren. Maar voor mij is het geen doen. Van kindergeneeskunde, reuma, genetica is veel blijven hangen, maar allerlei nieuwe psychosociale begrippen, normen en regelgevingen zeggen me niet zoveel.

Ik ben een stukje status kwijt en mag geen recepten meer uitschrijven

Kijk, er zijn collega’s die worden 65 jaar en sluiten het boek van de geneeskunde. Ze zeggen al hun abonnementen op medische tijdschriften op, maar zo heb ik het niet gedaan. Ik ben de afgelopen tien jaar nog drie keer als medisch adviseur naar Guinee geweest, het laatst in 2013. Ik ben senior lid van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde en de Nederlandse Vereniging van Kinderreumatologie en wil die contacten warm houden, al is dat soms lastig.

Na mijn pensionering ging ik bij een Probusclub, een soort Rotary. Daar kom je in op grond van je carrière. Het is dan wel aardig om tussen je 65ste en 75ste de artsentitel nog te hebben. Maar op mijn leeftijd is dat niet meer belangrijk. Hoewel, ik blijf hem nog wel voeren, met niet-praktiserend erachter. Hij zit nog in de elektronische e-mailhandtekening op mijn pc en iPad. Arts blijf ik, wel of geen BIG-registratie. Ik heb de eed van Hippocrates afgelegd, dat telt het zwaarst. EN

Ronald Vierhout (73)

Ronald Vierhout. Fotografie: Marcel J. de Jong
Ronald Vierhout. Fotografie: Marcel J. de Jong

Tropenarts, chirurg, Artsexamen in Groningen, 1970

‘Ik vertrok in 1972 als tropenarts naar Oeganda, in de bush. Maar we kwamen in een burgeroorlog terecht en keerden in 1975 terug. Ik specialiseerde me tot chirurg en vestigde me in Emmen.

Vanaf 2000 werkte ik periodes in Noord-Borneo, Tanzania, Oeganda. In 2008 trof ik een regeling met mijn maatschap en werkte ik fiftyfifty in Nederland en in Mutolere, Oeganda. Mijn echtgenote werkte daar ook. Zo pendelden we heen en weer.

Inmiddels ben ik met pensioen en werk ik voor veel kortere periodes in Mutolere, en wel in het St. Francis Hospital, een oud missieziekenhuis. Ik werk daar als tropenarts, ook als chirurg – en een van de belangrijkste dingen die ik daar doe, is het opleiden van jonge Oegandese artsen. We hebben een stichting opgericht om Nederlandse chirurgen te werven die korte tijd in het ziekenhuis werken.

De ordners zijn aangevreten door de mieren

Al eerder was ik niet meer geregistreerd als chirurg, maar ik wilde mijn registratie als (basis)arts houden. De herregistratie is een krankzinnig procedé. Sinds juni ben ik ermee bezig, vanuit Nederland. Uit alles blijkt dat het CIBG de omstandigheden en gezondheidszorg in landen zoals Oeganda niet begrijpt.

Alleen al het bewijzen van mijn werkervaring is een verhaal apart. Ik heb geen formeel contract, er is geen administratie zoals in Nederland. Sommige van de gevraagde documenten, zoals het certificate of current professional status (CCPS), bestaan niet in Oeganda. Op het ministerie in Kampala – op een dag rijden – wordt alles nog in ordners bijgehouden, die aangevreten zijn door de mieren. Het duurt weken voordat je de gegevens kunt opvragen. Mogelijk zouden steekpenningen het proces versnellen, maar daaraan weiger ik mee te doen.

En, héb je de documenten, dan mogen die niet per e-mail worden opgestuurd naar Nederland. ‘We accepteren geen kopie.’ Waarom niet? Denken ze dat ik ga frauderen? Post sturen duurt vier, soms zes weken. Als het al arriveert.

Nadat ik het gevraagde bewijs met de nodige moeite had laten opsturen, kreeg ik doodleuk een bericht waarin een nieuwe eis werd geformuleerd: ik moest de kwaliteit van de gewerkte uren bewijzen. Het niveau van de werkzaamheden moest minimaal van hetzelfde niveau zijn als het niveau van de Nederlandse opleiding. Zo’n voorwaarde geldt niet in Nederland.

Voorts worden facturen gevraagd of bankafschriften. Maar ik verdien niets, ik betaal mijn eigen reis – ik vind het gewoon heel leuk om dit als vrijwilligerswerk te doen.

Voor mijzelf is de BIG-registratie niet eens zo heel belangrijk; mijn belangrijkste drijfveer is dat het voor andere chirurgen mogelijk moet blijven om korte tijd bij ons in Oeganda te werken. Maar de procedure tot aanvraag van herregistratie vanuit het buitenland is erg ondoorzichtig en zo omslachtig dat ik vrees dat mensen ontmoedigd raken.’ MvT

Geerten van der Flier (36)

Geerten van der Flier. Fotografie: Maarten van der Wal
Geerten van der Flier. Fotografie: Maarten van der Wal

Huisarts, Artsexamen in Amsterdam, 2006

‘Ik heb zo’n drieënhalf jaar als huisarts kunnen werken. Ik was 33 toen een neuroloog de diagnose myasthenia gravis stelde. Mijn ziekte verliep vrij snel, waardoor ik me meteen ziek moest melden. Ik kan mijn hoofd niet lang rechtop houden en mijn ogen niet lang openhouden. Soms praat ik met dubbele tong en heb ik moeite met slikken. Mijn middenrif functioneert niet goed; bij inspanning krijg ik het benauwd en herstel daar ook niet goed van. Ik heb daardoor veel in het ziekenhuis gelegen.

Ik besef dat ik tot een kleine groep behoor, als jong iemand met een langdurige ziekte, die mogelijk weer beter wordt. Het probleem van mijn ziekte is namelijk dat deze heel onvoorspelbaar verloopt. Ik kan beperkter raken, maar ook minder beperkt. Er zijn patiënten klachtenvrij geraakt na remissie.

In maart 2016 heb ik met de hakken over de sloot mijn herregistratie als huisarts kunnen halen. Het is nu al zeker dat ik in 2021 mijn registratie kwijtraak. Het is voor mij niet haalbaar, zelfs als ik nu meteen klachtenvrij zou zijn, om me weer als huisarts te laten registreren, omdat ik niet voldoende kan werken. En de cursus om me als basisarts te laten herregistreren, is voor mij ook niet mogelijk. Ik kan het nu niet volhouden om zo lang te studeren, of zo’n lang examen uit te zitten.

Het klopt dat ik niet meer functioneer als huisarts, je moet dat vak in de vingers houden en kennis bijhouden. Daar raak je uit. Maar het voelt als een bureaucratisch monster dat je voor je herregistratie als basisarts per se elke vijf jaar examen moet doen. Ik ben daar nu niet toe in staat, maar over tien jaar misschien wel.

Als ik medisch opknap zou ik mogelijk aan de slag kunnen op het werkgebied van keuringen, medische advisering, misschien als verzekerings- of bedrijfsarts. Maar als je het examen niet nú kunt doen, houdt het op. Dat kan ik niet begrijpen. Het is kapitaalvernietiging. Ik heb een lange opleiding gedaan, het is zonde als ik daar niks meer mee kan. Ik heb nog 31 jaar tot aan mijn pensioen. Hou niet vast aan die vijf jaar, geef me de tijd.’ IK

Francois Geelen (58)

Francois Geelen. © poo.x
Francois Geelen. © poo.x

Diverse managementfuncties in medisch bedrijfsleven

Artsexamen in Maastricht, 1987

‘Het geeft een heel nare bijsmaak. Je professionele geloofwaardigheid valt weg als je niet meer in het BIG-register staat. Daardoor sta je in het buitenland met lege handen. In Nederland kun je het nog wel uitleggen. Maar als je ziekenhuisdirecteur wilt worden, heb je wel een uitklapbaar visitekaartje nodig door dat “niet-praktiserend”.

Het BIG-register is ervoor om te weten wie arts is, om ervoor te zorgen dat er mensen met actuele kennis en ervaring als arts werken in instellingen. Maar het heeft ook een functie ver daarbuiten en daar wordt nu schade aan gedaan. Ik ben aangenomen als medical director bijBristol Meyers Squibb München op voorwaarde dat ik arts was. Ik werk daar niet meer, maar ik zou wat uit te leggen hebben als ik mijn artslicentie kwijt zou zijn. Ik ben uitgever geweest van het Deutsche Zeitschrift für Klinische Forschung, en heb een bedrijf gehad voor klinisch onderzoek. Ik zou geen professionele geloofwaardigheid meer hebben nu voor deze functies.

Gaan we dit ook met juristen en loodgieters doen?

Al mijn rechten en plichten vervallen. Ik krijg problemen met mijn zorgverzekeraar als ik nog recepten voor mezelf of mijn vrouw wil schrijven. Waarom zou ik dat niet mogen doen? Ik doe het privé. Het leidt ook tot kosten. Ik moet naar een collega voor een recept. En dan gaat het waarschijnlijk ten koste van mijn eigen risico.

Ik vind het contractbreuk. Ik heb een opleiding gedaan waar ik zelf voor heb betaald. Dan wil ik geld terug. Je kan niet achteraf zeggen: we hebben iets nieuws bedacht. Dat was niet de afspraak toen ik ging studeren. Een arts heeft geleerd om medisch te handelen en te denken. Dat gaat niet zomaar weg. Ook niet als je lang niet met patiënten hebt gewerkt. Gaan we dit ook met juristen en loodgieters doen?

Ik vind dat de KNMG zijn doelgroep moet bedienen door in ieder geval een lijst te publiceren van niet-praktiserende artsen, als uitvoeringsorganisatie CIBG daar niet toe bereid is. Ik hoop dat er stemmen op zullen gaan om dit besluit, dat zijn doel voorbijschiet, aan te vechten. Het heeft consequenties voor veel mensen zonder dat we weten of de patiënt er beter van wordt.’ IK

lees ook

Download dit artikel in pdf

print dit artikel
werk carrière basisartsen werk en inkomen
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • C.N.M. (Cees) Renckens, vrouwenarts n.p., HOORN NH Nederland 19-07-2019 15:20

    "Mogen wij nog de afloop van het proces dat Van Kooten voerde tegen zijn afwijzing door het CIBG vernemen?"

  • Dr C.C.Leibbrandt, Niet praktizerend KNO-arts, Nijmegen 07-02-2018 10:39

    "BIG-herregistratie, Precedent ?
    Het op grote schaal op een bureaucratische wijze uit het ambt zetten van 18.000 artsen lijkt geen precedent te hebben. Maar jawel, er is een precedent. Niet buiten Nederland; daar gebeuren dit soort dingen niet. Maar wel in Nederland. We moeten dan teruggaan naar het jaar 1941. Het bestuur van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst was toen overgenomen door leden van de met de Duitse bezetter collaborerende NSB. Dit bestuur was Duitser dan de Duitsers. Het stelde het lidmaatschap van de NMG afhankelijk van het volgen van nieuwe regelgeving, die onder meer inhield dat de Nederlandse artsen zich dienden te confirmeren aan de Duitse rassenwetten. De NMG beheerde destijds het equivalent van het huidige BIG register. De sanctie was schrappen uit het register. 75 % van de Nederlandse artsen heeft toen zijn of haar lidmaatschap van de NMT opgezegd. Hun registratie werd daarmede geschrapt. Zij praktiseerden toen dus onbevoegd. Zij lieten dat ook publiekelijk weten door het woordje ‘’arts’’ op hun naamborden aan de straat met een pleister af te plakken. Ik herinner me nog dat gezien te hebben.
    Daaruit is het ondergrondse Medisch Contact geboren.
    De Duitsers realiseerden zich dat een massale actie tegen de artsen meer schadelijke nevenwerkingen voor de volksgezondheid dan profijt voor henzelf met zich mee zou brengen. Afgezien van individuele acties hebben zij onze beroepsgroep als geheel redelijk ongemoeid gelaten. Moeten wij nu mevr. Merkel te hulp roepen?

    In het verlengde hiervan: graag aandacht voor het boekje ''In antwoord op je vragen'' (1987) van mevr. J.P. van der Laan, moeder van de recent overleden burgemeester van Amsterdam. Het boekje beschrijft de impact van deelname aan het artsenverzet door zijn vader, Edzard van der Laan, huisarts in Rijnsburg. Hij stond mede aan de wieg van Medisch Contact. Hijzelf, zijn gezin, praktijk en zelf dorpsgemeenschap hebben het geweten. Heruitgave door Medisch Contact? "

  • Henk Jan Out, Farmaceutisch geneeskundige, Kopenhagen 30-01-2018 15:05

    "Het is een typisch een voorbeeld van een oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Kan men bij het BIG-register aangeven welke problemen er ontstonden waardoor deze maatregel noodzakelijk werd? Die voorbeelden zijn er niet. Ik woon inmiddels in Denemarken en kon zonder enig probleem mijzelf laten overschrijven als arts in dat land, werkzaam in de farmaceutische industrie. In Europees verband blijkt men er dus anders over te denken. "

  • Charles Thomas de Koning, huisarts, H.I.Ambacht 29-01-2018 20:37

    "In 1966 mijn artsenbul gehaald,en na mijn diensttijd als mil.arts mij vrij gevestigd als vierde huisarts in H.I.Ambacht.Ik mocht toen gelijk als huisarts beginnen en kreeg later automatisch die bevoegdheid.Je moest in de jaren tachtig je opleiding tot huisarts volgen.Mijn dochter en partner weken later uit naar Engeland om die opleiding te volgen.
    Hier twee jaar,in Engeland drie jaar.
    Wij werkten fulltime,met avond/nacht en weekenddiensten.Deden bevallingen,in de vakantie ook voor de collega's,consultatieburo's.Het was "de warme dokter"Geen apotheek.
    Ik heb me in 1996 geassocieerd met mijn schoonzoon (en achter de hand mijn dochter)
    en in 1998 mijn praktijk overgedragen aan hen.Tot 2004 ben ik daarna als hidha bij hen in dienst gebleven..Ik deed nog wat nascholing.
    In 2014 geheel gestopt.Ik heb met plezier als huisarts gewerkt,ondanks de drukte en de diensten.Zomers bleven er twee artsen in het dorp om de dienst te draaien en het lukte.
    Goed'.Vorig viek die brief over mijn BIG regestratie wel rauw op mijn dak.Verloor ik hiermee mijn artsen titel/Ik heb daarna nog contact gezocht met de instantie..Wat ik voelde er ook niet prettig bij
    Ik moest achter huisarts voluit zetten niet praktiserend.
    Ik deed het al iets anders,wat genuanceerder:rustend en voormalig huisarts.Het klinkt wat vriendelijker.Ik begrijp dus dat heel wat collega's zich er ook niet prettig bij voelen.Je hebt een soort titel en het wordt wat gekleineerd.Moeten we niet zoiets gebruiken als medisch doktorandus arts?Wel een mond vol.
    Moeten we er een punt van maken?Wellicht achter je naam arts zetten.Dan kan iedereen zien,dat je in elk geval arts bent.Mogen we nog wel een aesculaap achter de voorruit plakken.Of is dat niet meer verstandig.?In Amerika is men doodsbang voor schadeclaims als je iemand verkeerd behandeld.
    Ch.Th.de Koning,rustend husarts.
    "

  • Dr C.C.Leibbrandt, KNO-arts niet praktiserend, Nijmegen 29-01-2018 09:55

    "BIG-herregistratie bureaucratische maatregel
    Persoonlijk voel ik me gefrustreerd omdat ik nu niet meer een receptje voor b.v. een slaappilletje voor mijn dementerende echtgenote mag schrijven, maar samen met haar naar de huisarts moet gaan. Die heeft wel wat beters te doen. Maar dit terzijde.
    Het komt mij voor dat hier met twee maten gemeten wordt. Enerzijds kan men bij professioneel wangedrag uit de ambt ontzet worden middels een zwaar tuchtrecht met hoor en wederhoor, beroepsmogelijkheid en rol van de inspectie. Anderzijds is er hier een bureaucratisch (ongetwijfeld kostbaar) instituut in Heerlen, dat iemand met een pennenstreek uit het ambt kan ontzetten om triviale redenen, zoals het ontbreken van de juiste briefjes doordat men op het verkeerde moment in de 5-jaar cyclus bij b.v. tijdelijke ziekte, werkeloosheid of praktiseren in een buitenland met een minder hoog ontwikkelde bureaucratie deze niet kan overleggen.
    Dit kan toch niet de bedoeling zijn?
    Dit is weer een voorbeeld van kwaliteitsbeleid door regelgeving en het afvinken van lijstjes in plaats van door maatwerk. Denkt men werkelijk hiermede de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren?
    Bovendien, het zal wel niet strijdig zijn met de letter van de Europese Unie regelgeving, maar het lijkt mij ook niet conform de strekking van de Europese regelgeving.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.