Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Afname perinatale sterfte in Nederland stagneert

1 reactie
Bram Saeys/Hollandse Hoogte
Bram Saeys/Hollandse Hoogte

De perinatale sterfte is gedaald in Nederland, maar de afname stagneert. Nog beter samenwerken en kritische vragen durven stellen, zijn nodig, zegt Jan Nijhuis, voorzitter van de Nederlandse Peristat-stuurgroep. 

Heuglijk nieuws: in de laatste Europese vergelijking van perinatale sterfte komt Nederland een stuk beter uit de bus dan aan het begin van deze eeuw. Toen schrok verloskundig Nederland op doordat ons land een lage positie bleek in te nemen in Europa. De laatste vergelijking van de zogenaamde Euro-Peristat is gedaan met cijfers uit 2015, en voor Nederland staat daar goed nieuws in. De perinatale sterfte (foetale sterfte van 28 weken, neonatale vanaf 24) nam tussen 2010 en 2015 met een vijfde deel af, tot 4,2 per duizend geboortes. Die daling zat vooral in minder foetale sterfte: van 4,3 naar 2,2 per duizend.  

Jan Nijhuis, emeritus hoogleraar obstetrie en verloskunde en voorzitter van de Nederlandse Peristat-stuurgroep, denkt dat de verbeterde samenwerking in de hele keten van zorgverleners die betrokken zijn bij zwangerschap en pasgeborenen, daar debet aan is. ‘Daardoor hebben wij grote verbeteringen kunnen doorvoeren. We letten beter op groeivertraging, bijvoorbeeld. Als telkens dezelfde zorgverlener een zwangere ziet, is groei met de hand vrij goed te monitoren, maar dat komt steeds minder voor. Als je een zwangere niet vaak ziet, zul je bij twijfel eerder een echo op de buik moeten zetten. Dat besef is doorgedrongen en dat levert resultaat op. Daarnaast zijn we veel actiever geworden bij serotiniteit: we wachten niet meer af tot 42 weken, maar bekijken in de 41ste week al of er genoeg vruchtwater is, hoe de placenta eruitziet, hoe de groei vordert. En we leiden sneller in. Een laatste aspect is grotere alertheid op minder leven voelen: laagdrempelig een ctg doen, vruchtwater beoordelen en bij een à terme zwangerschap eerder inleiden.’ 

In het kader van de Europese cijfers die naar buiten kwamen, publiceerde Perined enkele getallen over 2017. De perinatale sterfte vanaf 24/28 weken (zie eerder) nam nog iets af tot 4,1 per duizend. Een afvlakking dus. Hetzelfde geldt voor perinatale sterfte vanaf 22 weken zwangerschapsduur: deze nam tussen 2004 en 2015 af van 10,5 naar 7,8 per duizend. In 2017 was deze 7,7. Nijhuis: ‘Dat we nu minder hard vooruitgaan is ergens logisch: de grote stappen hebben we gezet. Maar we kunnen nu niet rustig achterover gaan zitten; er blijft ruimte voor verbetering. Zo denken we dat er verbetering te halen valt door betere detectie van een dreigende vroeggeboorte, bijvoorbeeld door de rijping van de baarmoedermond vaker te meten. In sommige landen gebeurt dat standaard bij dertig weken. Ik weet niet of dat de weg is, we moeten namelijk ook niet gaan overbehandelen. Dat dreigt als je intensiever gaat monitoren.’ 

In Europees verband blijft Nederland bij de meeste lijstjes een middenmoter, soms wat hoger (in het geval van foetale sterfte vanaf 28 weken), soms laag (neonatale sterfte vanaf 22 weken). Laag scoren is niet per se onwenselijk, zegt Nijhuis: ‘Als wij rond 24 weken een ernstige groeivertraging detecteren, neigen we meer naar abstineren dan bijvoorbeeld in Finland. Daardoor ligt die vroege sterfte bij ons wat hoger, maar de vraag is of je de beste wilt worden.’  

Vanuit het ministerie van VWS is al steun beloofd voor verdere verbetering. Zo komt er 15 miljoen beschikbaar voor betere digitale gegevensuitwisseling. Nijhuis denkt zelf dat de beroepsgroep kritisch moet kijken naar de eisen die worden gesteld aan ziekenhuizen die acute verloskunde verzorgen: ‘We kunnen wel ziekenhuizen openhouden zodat vrouwen deze in geval van nood in korte tijd kunnen bereiken, maar als het ok-team dan nog van huis moet komen, is het de vraag of dat zinvol is. Dat is een moeilijke discussie; er hangt een prijskaartje aan het sluiten van een afdeling. En of we daarmee de sterfte beïnvloeden, is waarschijnlijk niet hard te maken, omdat het om heel kleine cijfers gaat. Toch denk ik dat we die discussie moeten aangaan.’ 

Euro Peristat: The European Perinatal Health Report 2015

Lees oo

print dit artikel
Nieuws Wetenschap gynaecologie
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Frans Rampen, dermatoloog n.p., Wijchen 09-12-2018 21:17

    "Babysterfte
    Onze babysterftecijfers zijn onacceptabel hoog. Het jongste EuroPeristat-rapport bevestigt dit (Wetenschap 49/2018:29). Maar de inspanningen van gynaecologen en verloskundigen zijn hierop nauwelijks van invloed. Een intensievere samenwerking zal de sterftecijfers niet noemenswaardig doen afnemen.
    Sinds voormalig minister Ab Klink in 2008 het initiatief nam tot de instelling van het College Perinatale Zorg, is de foetale sterfte hier aanzienlijk afgenomen, post of propter. Van West-Europese middenmoter tot subtopper. Echter, de neonatale sterfte gedurende de eerste levensmaand is nog steeds een van de hoogste in West-Europa. En wat de zuigelingensterfte tot 1 jaar betreft bevinden wij ons eveneens in de staart. Bovendien leveren wij ten aanzien van de kindersterfte tot 5 jaar een achterhoedegevecht (meerdere bronnen buiten EuroPeristat).
    Gedurende de foetale periode, wanneer gynaecologen en verloskundigen de regie voeren, gaat het kennelijk naar wens. Vanaf enkele uren of dagen na de bevalling zijn deze professionals uit zicht en is de baby aangewezen op het inschattingsvermogen en de verwijsbereidheid van de huisarts. Over de fase na de geboorte voeren huisartsen en kinderartsen de regie. En daar gaat het vaak mis.
    In mijn boek 'De huisarts als poortwachter' ga ik uitgebreid op deze materie in. Feit is dat de discussie over de EuroPeristat-bevindingen, die momenteel gekaapt is door de gynaecologen, op een ander front moet worden voortgezet. Hoog tijd voor een tweede Ab Klink."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.