Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
31 juli 2007 2 minuten leestijd
Nieuws

‘Aantal obducties moet omhoog’

Plaats een reactie

Gemeentelijk lijkschouwers in Amsterdam adviseren in nog geen kwart van de gevallen om een obductie uit te voeren. Omdat zo’n advies lang niet altijd wordt opgevolgd, ligt het feitelijk aantal obducties nog veel lager. Dat moet anders, vindt Carel Goslings, hoofd van de Trauma Unit Chirurgie van het AMC.


Samen met onderzoekers van zijn eigen afdeling, de GGD Amsterdam en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht Goslings de gegevens van 414 traumapatiënten die in 2005 door een gemeentelijk lijkschouwer in Amsterdam werden gezien. In 23 procent van de gevallen adviseerde de lijkschouwer een obductie te doen, zo blijkt uit de resultaten die binnenkort worden gepubliceerd in het tijdschrift Injury. Bij patiënten die buiten het ziekenhuis waren overleden, gebeurde dat iets vaker dan bij ziekenhuispatiënten (27 tegen 17%).



Als een lijkschouwer al positief adviseerde, ging het meestal om een gerechtelijke obductie, die bedoeld is om vast te stellen of er sprake is van een misdrijf en waartoe de officier van justitie uiteindelijk moet besluiten. Een klinische obductie - bedoeld om meer te weten te komen over de oorzaak van het overlijden - werd slechts in een minderheid van de gevallen geadviseerd en relatief vaak bij patiënten die in het ziekenhuis waren overleden.



Een advies voor een gerechtelijke obductie werd in minder dan de helft (46%) van de gevallen ook daadwerkelijk uitgevoerd. Goslings: ‘Vaak ziet de officier van justitie af van obductie. Maar ook bij patiënten die met instemming van de officier naar het NFI waren gestuurd, bleef obductie nogal eens achterwege. Waarom dat zo is, hebben we niet kunnen achterhalen.’ Van de adviezen voor een klinische obductie bij de 88 traumapatiënten die in het AMC of het VUmc (de twee Amsterdamse traumacentra) waren overleden, werd niet meer dan 18 procent nagevolgd. Volgens Goslings komt dat vooral omdat de familie er uiteindelijk geen toestemming voor wenste te geven: ‘Die denken vaak: “Er is nu wel genoeg gebeurd”’.



De onderzoekers tonen zich geschokt over het geringe aantal obducties: ‘Het is van belang obducties uit te voeren, omdat we kunnen leren van de resultaten en zo de kwaliteit van de zorg kunnen verbeteren’, zegt Goslings. Op zijn afdeling gebeurt het in 25 tot 30 procent van de gevallen: ‘Een absoluut minimum, dat elders ook gehaald moet kunnen worden. In het AMC bespreken we maandelijks alle overleden traumapatiënten, om na te gaan of hun dood mogelijk te vermijden was geweest. Met obductiegegevens kunnen we dat nauwkeuriger vaststellen.’



Hij pleit voor duidelijke richtlijnen, zodat lijkschouwers weten wanneer een obductie is geïndiceerd. Ook vindt hij dat een eenmaal gegeven advies van de gemeentelijk lijkschouwer in de praktijk moet worden opgevolgd: ‘De familie kan een gerechtelijke obductie formeel niet tegenhouden, maar een klinische obductie wél, ook als die door de lijkschouwer wordt geadviseerd. Hoe begrijpelijk de bezwaren van de familie soms ook zijn, misschien moet het, net als in andere landen, mogelijk worden daar in dat geval aan voorbij te gaan.’ En ten slotte moet het NFI verplicht worden om bij een gerechtelijke obductie feedback te geven aan het ziekenhuis: ‘Als men daar bijvoorbeeld constateert dat bepaalde letsels over het hoofd zijn gezien, dan horen wij dat te weten.’ << JV

print dit artikel
Nieuws chirurgie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties