Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
onderzoek

Aanslagpleger: geradicaliseerd of ziek?

Aanpak om de motieven van een ‘politieke moordenaar’ te achterhalen

2 reacties
Getty images | Het is belangrijk om te doorgronden waardoor de dader tot zijn daad kwam. Wapenbezit speelt een rol. Maar wat zit daarachter?
Getty images | Het is belangrijk om te doorgronden waardoor de dader tot zijn daad kwam. Wapenbezit speelt een rol. Maar wat zit daarachter?

Na een aanslag waarbij mogelijk politieke motieven een rol ­spelen, worden vaak te snel en lichtzinnig conclusies getrokken over de dader. ‘Psychiatrische autopsie’ kan een ander licht op de zaak werpen.

Tijdens een dienst kregen we te maken met een man van ongeveer 40 jaar oud die witte hulpverleners en medepatiënten met agressie bedreigde omdat hij hen volledig wantrouwde. Hij was bekend met een ­psychotische stoornis en later bleek dat hij uit eigen beweging was gestopt met antipsychotische medicatie. Hij bleek toenemend psychotisch te zijn geworden in de afgelopen maanden en had zich op straat agressief geuit.

De politie had hem die avond opgepakt en wegens zijn paranoïde uitspraken naar de dichtstbijzijnde ­acute-opnameafdeling gebracht om hem psychiatrisch te laten onderzoeken. Hij keek de dienstdoende psychiater met ­grote ogen aan en herhaalde dat ‘al die witte mensen hier moeten oprotten’. Bij psychiatrisch onderzoek vielen zijn paranoïde wanen over het handelen van witte mensen op. Hij werd pas rustig na contact met een ‘niet-witte’ hulpverlener. De man werd opgenomen om de psychose te kunnen behandelen. Zijn medicatie werd herstart en zijn paranoïdie verdween naar de achtergrond.

De vraag of het gaat om een ideologie of een psychotische stoornis, is relevant

Bij de aanslag van 19 februari dit jaar in Hanau, Duitsland, doodde een man negen mensen met een migratieachtergrond, zijn moeder en zichzelf. Opvallend aan de discussies over deze gewelddaad is dat velen wijzen naar de toenemende populariteit van extreemrechtse ideologie als (gedeeltelijke) verklaring voor de moorden. Maar mogen we zonder gedegen onderzoek naar de motieven van de dader wel concluderen dat hij handelde vanuit extreemrechtse politieke ideologie? En zou een psychiatrisch post-mortem­onderzoek (een ‘psychiatrische autopsie’) uitkomst kunnen bieden om het motief van de dader te achterhalen?

Overwaardige denkbeelden

Wanen gericht tegen bepaalde bevolkingsgroepen zien we vaker, maar exacte cijfers ontbreken. Een psychiatrische autopsie kan het mogelijk maken om te beoordelen of er sprake was van een waan/psychiatrische stoornis, of dat het geweld voortkwam uit een ideologie. Het verschil tussen een waan en overwaardige denkbeelden (‘overvalued beliefs’) is niet altijd makkelijk vast te stellen. Overwaardige denkbeelden zijn coherente gedachten die niet onmogelijk zijn binnen een bepaalde subcultuur en dus onderdeel kunnen zijn van een ideologie. In sommige gevallen, zoals bij Anders Breivik, is er veel discussie geweest over de vraag of een psychose (een waan) dan wel extreem overwaardige denkbeelden uiteindelijk hebben aan­gezet tot geweld.

De vraag of het in het geval van Hanau gaat om een (politieke) ideologie of een psychotische stoornis, is relevant. Bij vroegsignalering van een dergelijke ­stoornis is door ingrijpen ook het risico op agressie te verminderen. Voor de strafrechtelijke afdoening is het onderscheid tussen ideologie en stoornis eveneens belangrijk: in Nederland worden verdachten die onder invloed van een psychose een delict plegen vaak ontoerekenings­vatbaar verklaard en is de afdoening gericht op behandeling, zoals terbeschikkingstelling (tbs).

Dat psychotische verschijnselen (bijvoorbeeld paranoïde wanen) zich tegen een bepaalde bevolkingsgroep of bepaalde bevolkingsgroepen kunnen richten is, zoals onze eigen casus illustreert, niet onbekend. Waardoor iemand met een psychose tot geweld overgaat, is niet altijd duidelijk. Wat we wél weten is dat mensen met een psychose die drugs gebruiken vaker geweld gebruiken. Ook de toegang tot wapens vergroot de kans op geweld.

Familiedrama’s

Wat kan psychiatrische autopsie in het geval van de aanslag in Hanau bijdragen? De meeste psychiatrische en psychologische autopsies worden uitgevoerd na een individuele suïcide die voor de omgeving geheel onverwachts kwam en waarbij de nabestaanden met veel onbeantwoorde vragen zitten over het motief van hun dierbare. Recentelijk zijn psychiatrische autopsies ook toegepast na de combinatie homicide-suïcide.1 Een voorbeeld hiervan is het doden van dierbaren gevolgd door zelfdoding, en zogenaamde ‘familie­drama’s’. Een ander voorbeeld is de casus van Tristan van de V., die zes mensen ­doodschoot in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Met dergelijke autopsies tracht men te achterhalen wat het motief is geweest van de dader, zicht te krijgen op de toedracht van het geweld en zo mogelijk hiervan te leren. De casus-Hanau past in deze categorie.

Natuurlijk kan van een overleden persoon nooit met 100 procent zekerheid een ­psychiatrische diagnose worden ver­kregen. Toch zijn er veel mogelijkheden om meer zicht te krijgen op de vraag of psychotische klachten in het kader van een ideologie ten grondslag hebben ­gelegen aan de geweldsuitbarsting.

Psychiatrische autopsie kan op verschillende manieren worden ingedeeld. De volgende indeling achten wij het meest zinvol: 1) een analyse gericht op een ­mogelijke psychiatrische stoornis; 2) een analyse gericht op mogelijk middelen­misbruik en ten slotte 3) het uitsluiten van overige medische verklaringen voor gedrag.

1. Een analyse gericht op een ­psychiatrische stoornis

De praktische gang van zaken in een ­psychiatrische autopsie kan diverse onderdelen omvatten. Door teksten van de ­vermoedelijke dader te onderzoeken kan bijvoorbeeld een indruk worden verkregen van eventuele psychiatrische verschijnselen. Denk aan een analyse van zijn berichten op sociale media en zijn telefoon of achtergelaten teksten. Bovendien kan worden onderzocht of, en zo ja hoe hij is behandeld voor psychische klachten.

Een complicatie daarbij is overigens dat op grond van het beroepsgeheim deze informatie niet altijd wordt verstrekt. Ook de sociale context en interviews met dierbaren (de hetero-anamnese) van de dader kunnen belangrijke aanwijzingen geven over iemands psychische conditie vóór zijn overlijden. Zo was aan de verdachte van de aanslag in Hanau opvallend dat hij geen contacten leek te hebben met extreemrechtse groeperingen en dat zijn handelen op forums en sociale media niet typisch voor extreemrechts geweld was.

Ten slotte kunnen wilsverklaringen of testamenten worden onderzocht. Kort voor het delict aangebrachte aanpassingen in het testament kunnen erop wijzen dat iets in het denkpatroon van de betrokkene is veranderd.

2. Het achterhalen van middelen­misbruik

Voor het achterhalen van mogelijk ­middelenmisbruik kort vóór overlijden bestaan nuttige standaard forensische technieken (bijvoorbeeld haaranalyse) die met vrij grote zekerheid antwoord kunnen geven op vragen als: was betrokkene onder invloed op het moment van het delict?2

3. Overige medische verklaringen

Aangaande het uitsluiten van andere verklaringen kan onder meer gedacht worden aan een ruimte-innemend proces in cerebro en een frontaal syndroom middels reguliere autopsie van hersenparenchym.

Polariseren

Met geen van deze drie mogelijke ver­klaringen voor gedrag lijkt in de media­berichten over Hanau rekening te zijn gehouden. Terrorismedeskundige Holger Schmidt en bondskanselier Merkel namen na de aanslag woorden als ‘extreemrechtse opvattingen’ en ‘racisme’ in de mond. Wat ons betreft is het echter nuttiger te spreken van ‘uitingen’ zonder ideologische of politieke waardeoordelen om te vermijden dat toehoorders direct denken aan ideo­logie. De consequenties van dergelijk media-optreden kunnen significant zijn: ze kunnen aanzetten tot geweld gericht op mensen met een bepaalde ideologie en zo de maatschappij verder polariseren. 

auteurs

Jurjen Luykx, psychiater-onderzoeker, UMCU, opleider, GGNet

Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker, ­Amsterdam UMC, Vrije Universiteit, afdeling Filosofie

Ko Hummelen, psychiater, GGNet De Boog, ­Expertisecentrum voor forensische psychiatrie, emeritus hoogleraar forensische psychiatrie

contact

contact j.luykx@umcutrecht.nl
cc: redactie@medischcontact.nl

Lees ook

Voetnoten

1. Knoll JL, Hatters-Friedman S. The Homicide-Suicide Phenomenon: Findings of Psychological Autopsies. J Forensic Sci 60, 1253-7, doi:10.1111/1556-4029.12819 (2015).

2. Jakobsson G, Kronstrand R. Segmental analysis of amphetamines in hair using a sensitive UHPLC-MS/MS method. Drug Test Anal 6 Suppl 1, 22-9, doi:10.1002/dta.1637 (2014).

download dit artikel (pdf)
onderzoek
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Nils Duits

    Forensisch kinder- en jeugdpsychiater, NIFP, Utrecht

    20-11-2020 19:13

    Als laatste de psychiatrische of psychische autopsie. De methodiek daarvan is door mij ontwikkeld in 2009 toen we met NIFP-professionals onderzoek deden naar Karst Tates, die op de Koningin inreed en overleed. De autopsie gebeurde na overleg en op ve...rzoek van het landelijk parket. In 2011 volgde de psychiatrische autopsie van Tristan van der Vlist, de aanslagpleger in Alphen aan de Rijn, en werden autopsieën gedaan bij partner- en gezinsdodingen. Elke keer was vooroverleg nodig met het openbaar ministerie om het belang te onderstrepen en tot een opdracht te komen met financiering. Er is immers geen strafzaak als de dader overleden is. Voor een psychiatrische autopsie gelden drie redenen: 1) Verklaren: Vaststellen of uitsluiten of de doder-zelfdoder psychische problematiek had en of het handelen daardoor werd bepaald vooraf en ten tijde van de gebeurtenis; 2) Verwerken: Bevindingen kunnen vragen helpen verduidelijken van familie en nabestaanden over beweegredenen en ook vanuit de maatschappij en media. Speculaties kunnen worden ingekaderd; 3) Voorkomen: Wetenschappelijke en praktische kennis opdoen over doding-zelfdoding kan leiden tot algemene en specifieke preventieve kennis. Voor een psychiatrische autopsie is multidisciplinair onderzoek nodig met forensisch milieuonderzoek, en forensisch psychologisch en psychiatrisch onderzoek. Het onderzoek gebeurt op basis van politiegegevens, aanwezige medische gegevens en gesprekken met nabestaanden en naasten in goede samenwerking met politie en OM. De omgang met en uitleg aan familie, slachtoffers en nabestaanden is belangrijk en nuttig, want voor hen is ‘niet weten het ergste wat er is’. Maar het is ook emotioneel belastend voor de vaak rouwende of zich schuldig voelende onderzochten en voor de onderzoekers. Daarom was en is supervisie en begeleiding van het onderzoekend team ook aangewezen.

    Dr. Nils Duits, forensisch kinder- en jeugdpsychiater, NIFP

    Als laatste de psychiatrische of psychische autopsie. De methodiek daarvan is door mij ontwikkeld in 2009 toen we met NIFP-professionals onderzoek deden naar Karst Tates, die op de Koningin inreed en overleed. De autopsie gebeurde na overleg en op verzoek van het landelijk parket. In 2011 volgde de psychiatrische autopsie van Tristan van der Vlist, de aanslagpleger in Alphen aan de Rijn, en werden autopsieën gedaan bij partner- en gezinsdodingen. Elke keer was vooroverleg nodig met het openbaar ministerie om het belang te onderstrepen en tot een opdracht te komen met financiering. Er is immers geen strafzaak als de dader overleden is. Voor een psychiatrische autopsie gelden drie redenen: 1) Verklaren: Vaststellen of uitsluiten of de doder-zelfdoder psychische problematiek had en of het handelen daardoor werd bepaald vooraf en ten tijde van de gebeurtenis; 2) Verwerken: Bevindingen kunnen vragen helpen verduidelijken van familie en nabestaanden over beweegredenen en ook vanuit de maatschappij en media. Speculaties kunnen worden ingekaderd; 3) Voorkomen: Wetenschappelijke en praktische kennis opdoen over doding-zelfdoding kan leiden tot algemene en specifieke preventieve kennis. Voor een psychiatrische autopsie is multidisciplinair onderzoek nodig met forensisch milieuonderzoek, en forensisch psychologisch en psychiatrisch onderzoek. Het onderzoek gebeurt op basis van politiegegevens, aanwezige medische gegevens en gesprekken met nabestaanden en naasten in goede samenwerking met politie en OM. De omgang met en uitleg aan familie, slachtoffers en nabestaanden is belangrijk en nuttig, want voor hen is ‘niet weten het ergste wat er is’. Maar het is ook emotioneel belastend voor de vaak rouwende of zich schuldig voelende onderzochten en voor de onderzoekers. Daarom was en is supervisie en begeleiding van het onderzoekend team ook aangewezen.

    Dr. Nils Duits, forensisch kinder- en jeugdpsychiater, NIFP

  • Nils Duits

    Forensisch kinder- en jeugdpsychiater, NIFP, Utrecht

    20-11-2020 19:13

    De auteurs behandelen in hun bijdrage ‘Aanslagpleger: geradicaliseerd of ziek?’ drie zaken: te snelle conclusies in politiek en media over wat de ‘politieke moordenaar’ zoals in Hanau drijft, de tweedeling tussen ideologie of psychotische stoornis, e...n de psychiatrische autopsie om oorzaken te achterhalen. Deze drie zaken vul ik aan en nuanceer ik in het onderstaande.
    Allereerst is de keuze voor de term ‘politieke moordenaar’ bijzonder. Het doet minder recht aan de diversiteit van ideologische beweegredenen van gewelddadige extremisten en terroristen.
    De oorzakelijke tweedeling tussen ideologie of psychotische stoornis is te kort door de bocht. Het Nederlands Instituut voor Psychiatrie en Psychologie (NIFP) doet wetenschappelijk onderzoek of en zo ja welke psychopathologie relevantie heeft voor het terroristisch handelen. Vanaf 2017 heb ik met andere Europese partners daarvoor de Europese Database van veroordeelde terroristen (EDT) opgezet. Gegevens van daders worden op basis van uitgebreide justitiële informatie geanonimiseerd ingevoerd en geanalyseerd.
    Een belangrijke bron van informatie zijn de psychiatrische en psychologische ‘pro Justitia’ rapportages van verdachten van terrorisme die via het NIFP zijn onderzocht. Forensische psychiaters en psychologen die een dergelijk onderzoek doen, zijn getraind in een gestandaardiseerd risicoanalyse instrument voor gewelddadig extremisme, de VERA-2R. Hiermee gaan ze na hoe het is gesteld met risicoaspecten als overtuigingen, sociale context, voorgeschiedenis, netwerk, voornemens, toewijding en motivatie en de psychopathologie. Zo ontstaat inzicht hoe iemand tot terroristisch handelen kwam met beoordeling van de relevante risicoindicatoren en een advies over risicomanagement.
    Voorlopige onderzoeksresultaten met de EDT laten zien dat psychopathologie een rol speelt bij het handelen, maar met de kanttekening dat dit vooral in relatie met andere risicofactoren een rol speelt. Het is dus geen kwestie van ‘bad or mad'.

    De auteurs behandelen in hun bijdrage ‘Aanslagpleger: geradicaliseerd of ziek?’ drie zaken: te snelle conclusies in politiek en media over wat de ‘politieke moordenaar’ zoals in Hanau drijft, de tweedeling tussen ideologie of psychotische stoornis, en de psychiatrische autopsie om oorzaken te achterhalen. Deze drie zaken vul ik aan en nuanceer ik in het onderstaande.
    Allereerst is de keuze voor de term ‘politieke moordenaar’ bijzonder. Het doet minder recht aan de diversiteit van ideologische beweegredenen van gewelddadige extremisten en terroristen.
    De oorzakelijke tweedeling tussen ideologie of psychotische stoornis is te kort door de bocht. Het Nederlands Instituut voor Psychiatrie en Psychologie (NIFP) doet wetenschappelijk onderzoek of en zo ja welke psychopathologie relevantie heeft voor het terroristisch handelen. Vanaf 2017 heb ik met andere Europese partners daarvoor de Europese Database van veroordeelde terroristen (EDT) opgezet. Gegevens van daders worden op basis van uitgebreide justitiële informatie geanonimiseerd ingevoerd en geanalyseerd.
    Een belangrijke bron van informatie zijn de psychiatrische en psychologische ‘pro Justitia’ rapportages van verdachten van terrorisme die via het NIFP zijn onderzocht. Forensische psychiaters en psychologen die een dergelijk onderzoek doen, zijn getraind in een gestandaardiseerd risicoanalyse instrument voor gewelddadig extremisme, de VERA-2R. Hiermee gaan ze na hoe het is gesteld met risicoaspecten als overtuigingen, sociale context, voorgeschiedenis, netwerk, voornemens, toewijding en motivatie en de psychopathologie. Zo ontstaat inzicht hoe iemand tot terroristisch handelen kwam met beoordeling van de relevante risicoindicatoren en een advies over risicomanagement.
    Voorlopige onderzoeksresultaten met de EDT laten zien dat psychopathologie een rol speelt bij het handelen, maar met de kanttekening dat dit vooral in relatie met andere risicofactoren een rol speelt. Het is dus geen kwestie van ‘bad or mad'.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.