Inloggen
Laatste nieuws
J.W.J. Vriend c.s.
5 minuten leestijd
kindergeneeskunde

Aangeboren hartafwijkingen

Plaats een reactie

Registratie en een DNA-bank verbeteren onderzoek bij hartpatiënten

Door de verbeterde mogelijkheden in de hartchirurgie bereiken de meeste kinderen met een aangeboren hartafwijking de volwassen leeftijd. Om onderzoek bij deze patiënten te vergemakkelijken brengt het project CONCOR hun gegevens in kaart.

Elk jaar worden in Nederland ongeveer 1400 kinderen geboren met een aangeboren hartafwijking. De prognose en de levensverwachting van deze patiënten zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd, vooral door de toegenomen mogelijkheden op het gebied van de hart- en vaatchirurgie. Door de succesvolle resultaten in de hartchirurgie bereiken de meesten van deze kinderen thans de volwassen leeftijd.1 Dit betekent dat er een nieuwe patiëntenpopulatie is ontstaan: volwassenen die zijn geopereerd wegens een aangeboren hartafwijking.


Ruw geschat telt ons land momenteel 20.000 tot 25.000 volwassenen met een aangeboren hartafwijking en dit aantal groeit gestaag met ongeveer 5 procent per jaar. Daarnaast zijn er waarschijnlijk ongeveer 25.000 kinderen met een aangeboren hartafwijking, zodat de totale populatie wordt geschat op 50.000 patiënten. Doordat een landelijke registratie ontbreekt, zijn exacte gegevens niet voorhanden. Omdat het hier gaat om een nieuwe populatie met een aanzienlijke (postoperatieve) morbiditeit, is er nog onvoldoende specifieke kennis over deze problematiek.2 3 Juist daarom is het voor deze groep patiënten van belang dat de gegevens die wél bekend zijn, worden geïnventariseerd en landelijk gebundeld.


In 1998 verscheen het rapport ‘Cardiologische zorg voor patiënten met aangeboren hartafwijkingen: van kind naar volwassenheid’ van de commissie Congenitale Cardiologie. De commissie bestond uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC), de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT) en de Nederlandse Hartstichting (NHS).

Uniform


Een van de aanbevelingen in dit rapport was het opzetten van een landelijk, uniform computerregistratiesysteem van deze patiënten om de expertise en samenwerking tussen centra, clusters en perifere ziekenhuizen op te bouwen en een goede bewaking van de kwaliteit te waarborgen.4 Dezelfde conclusie trok de Inspectie voor de Gezondheidszorg in haar rapport ‘Hartchirurgie en cardiologie bij kinderen’, waar ook de volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking bij werden betrokken.5


Sinds enkele jaren neemt de belangstelling voor genetische oorzaken van aangeboren hartafwijkingen toe.6 Er worden steeds meer genen geïdentificeerd die een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van het hart.


Genetische veranderingen kunnen leiden tot aangeboren hartafwijkingen en de kennis hierover zal de komende jaren sterk toenemen. De meeste patiënten met deze ziekten zijn door de grotere overlevingskansen nu volwassen. Zij hebben meer kans op een kind met een aangeboren hartafwijking.7 Deze bevindingen versterken de noodzaak van genetisch onderzoek bij deze groep patiënten, en voor succesvol genetisch onderzoek is het bestuderen van een grote patiëntenpopulatie essentieel.

 

Concor
Het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN) nam begin 2000 het initiatief voor het project ‘Registratie en DNA-bank van CONgenitale CORvitia bij volwassenen: CONCOR’. De bedoeling was om zo te komen tot een landelijke database en DNA-bank van volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking. Doelstellingen van CONCOR zijn om optimale researchmogelijkheden te bieden en langetermijnuitkomsten te krijgen van verschillende laesies en hun behandelingsvormen, de moleculaire basis van het aangeboren hartdefect te onderzoeken, de ontwikkeling van een goede organisatiestructuur voor volwassenen met een aangeboren hartafwijking te vergemakkelijken, overplaatsing tussen de verschillende ziekenhuizen en tussen de verschillende specialismen gemakkelijker te laten verlopen, het onder artsen verspreiden van algemene informatie over een bepaalde laesie, en het gericht verspreiden van veranderingen in therapie, beleid of follow-up naar aanleiding van de researchresultaten.

Traject


In eerste instantie is men begonnen met de inclusie van de naar schatting 8000 volwassen patiënten uit de acht academische centra. De kindercardiologen startten onlangs eveneens een  voorbereidingstraject om aansluiting bij CONCOR te verwezenlijken. In een latere fase wordt ernaar gestreefd dat de perifere ziekenhuizen zich bij CONCOR aansluiten. Naar schatting 50.000 patiënten zullen in 2015 in CONCOR zijn opgenomen. Dit aantal zal jaarlijks toenemen met ongeveer 1200 patiënten.


De behandelend arts benadert de patiënt voor deelname aan CONCOR. Na schriftelijke toestemming van de patiënt worden zijn of haar klinische gegevens ingevoerd in de database. In de projectjaren 2002-2004 gebeurt dit door onderzoeksverpleegkundigen die daartoe zijn opgeleid. Het invoeren van de gegevens gebeurt geheel via een webservice (invoeren en opvragen via internet), waardoor aan de gebruikerskant kan worden volstaan met een PC met internettoegang via een standaardwebbrowser. Bloedafname bij deelnemende patiënten, vindt zoveel mogelijk gelijk met het polibezoek plaats. Is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld doordat de onderzoeksverpleegkundige er niet is, dan wordt bij de patiënt bloed afgenomen tijdens het volgende polikliniekbezoek of bij een huisbezoek. Het bloed wordt naar het DNA-diagnostieklaboratorium van de afdeling Klinische Genetica van het Academisch Medisch Centrum gebracht. Het DNA wordt vervolgens geïsoleerd en opgeslagen.


De gegevens en het DNA worden verzameld in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). Het College Bescherming Persoonsgegevens (voorheen Registratiekamer) heeft een privacy-reglement opgesteld en geaccordeerd. Ter beveiliging van de gegevens en het DNA-materiaal worden fysieke en logische maatregelen getroffen.


Iedere onderzoeker kan een aanvraag doen voor gegevens en DNA-materiaal uit de CONCOR-database en DNA-bank. Voor tot levering kan worden overgegaan, moeten strikte procedures worden doorlopen. Deze procedures zijn beschreven in het privacy-reglement en getoetst door het College Bescherming Persoonsgegevens.

Levenslange zorg


In de acht academische centra zijn inmiddels bijna 2000 patiënten in CONCOR opgenomen. Van alle patiënten die voor het project zijn benaderd, gaf 99 procent toestemming voor deelname. Van hen heeft 99 procent ook ingestemd met het afnemen van hun bloed voor DNA-isolatie.


Figuur 1 geeft een overzicht van de meest voorkomende hoofddiagnosen in deze geregistreerde patiëntengroep.


Figuur 2 geeft de leeftijdsverdeling aan van de patiënten in CONCOR: een jonge en groeiende groep. De prevalentie van ritmestoornissen (supraventriculair en ventriculair) neemt toe met het vorderen van de leeftijd. Figuur 3 geeft het aantal interventies aan in de CONCOR-patiënten: veel patiënten hebben meerdere operaties of interventies ondergaan.


Deze resultaten illustreren de conclusie dat patiënten met congenitale hartafwijkingen chronische patiënten zijn: de meesten hebben levenslange


cardiologische zorg nodig. Geschat wordt dat 8000 volwassen patiënten onder controle zijn in de academische centra. De resterende 17.000 volwassen patiënten zijn in perifere ziekenhuizen onder behandeling of niet meer onder specialistische controle.


De zorgvraag van deze patiënten zal toenemen naarmate deze populatie groter en ouder wordt en de prevalentie van late complicaties toeneemt.



J.W.J. Vriend,


Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN)

 

Medeauteurs: 


E.T. van der Velde, LUMC, Leiden


F.J. Meijboom, Erasmus MC, Rotterdam


H.W. Vliegen, LUMC, Leiden


G. Veen, VUMC Amsterdam


P.G. Pieper, azGroningen


J.H. Kirkels, UMC Utrecht


A. van Dijk, UMC St Radboud, Nijmegen


J.L.M. Stappers, azMaastricht


J.G.P. Tijssen, AMC Amsterdam


B.J.M. Mulder,  AMC Amsterdam

 

Correspondentieadres: j.w.vriend@amc.uva.nl

SAMENVATTING


l De sterk groeiende populatie volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking heeft geleid tot het ontwikkelen van de landelijke registratie en DNA-bank van volwassen patiënten met congenitale corvitia (CONCOR).


l Doel van de registratie is het bieden van optimale researchmogelijkheden en het verkrijgen van langetermijnuitkomsten van verschillende laesies en hun behandelingsvormen.


l De DNA-bank maakt onderzoek naar de moleculaire basis van het aangeboren hartdefect mogelijk.

Referenties
1. Perloff JK. Congenital heart disease in adults. A new cardiovascular subspecially. Circulation 1991; 84: 1881-90.  2. Kaplan S, Perloff JK. Survival patterns after surgery or interventional catherisation. In: Perloff JK, Child JS, eds. Congenital Heart Disease in Adults. Philadelphia: WB Saunders Company, 1998: p. 54.  3. Stark J. Do we really correct congenital heart defects? J Thorac Cardiovasc Surg 1989; 97: 1.  4. Nederlandse Verenigingen voor Cardiologie, Kindergeneeskunde en Thoraxchirurgie en de Nederlandse Hartstichting. Cardiologische zorg voor patiënten met een aangeboren hartafwijking: van kind naar volwassenheid. Den Haag, 1998.  5.  Hartchirurgie en cardiologie bij kinderen. Den Haag: Inspectie voor de Gezondheidszorg, oktober 1998. 6. Perloff JK, Warnes CA. Challenges posed by adults with repaired congenital heart disease. Circulation 2001; 103: 2637-43. 7. Burn J, Brennan P, Little J et al. Recurrence risks in offspring of adults with major heart defects: results from first cohort of British collaborative study. Lancet 1998; 351: 311-6.

 

cardiologie kindergeneeskunde genetica
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.