Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Jan van der Meulen
22 januari 2018 4 minuten leestijd
levenseinde

Aan zelfdoding denkt vrijwel niemand

13 reacties
Hollandse Hoogte
Hollandse Hoogte

Een SCEN-arts heeft van zestien recente euthanasiegevallen vastgesteld dat hulp bij zelfdoding een realistisch alternatief zou zijn geweest. Toch vroeg niemand erom en werd het door geen enkele behandelend arts voorgesteld.

In 2016 is de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding bij 6091 mensen toegepast. In 5856 gevallen was sprake van levensbeëindiging op verzoek, in 216 gevallen van hulp bij zelfdoding en in 19 gevallen van een combinatie van beide.1Dit betekent dat in 2016 slechts in 4,0 procent van de medisch geïnduceerde levensbeëindigingen de patiënt het zelf doet. Een percentage dat in de laatste zes jaar niet veel, maar wel significant (p<0,05; Spearmans rangcorrelatiecoëfficiënt) is gedaald. In 2011 was het 6,7 procent, in 2012 5,3 procent, in 2013 6,8 procent, in 2014 5,1 procent en in 2015 4,5 procent.

Dit dalende percentage weerspiegelt zeker niet het KNMG-standpunt dat de arts – indien er kan worden gekozen tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding – moet kiezen voor hulp bij zelfdoding.2 Het standpunt van de KNMG is dat hulp bij zelfdoding het best de verantwoordelijkheid en rol van de patiënt tot uitdrukking brengt.

De volgende casus uit een serie van zestien SCEN-consulten, waarin het feitelijk mogelijk was te kiezen, toont aan dat de laatste jaren meer en meer Nederlandse artsen dit standpunt van hun organisatie niet steunen.

casus

Een vrouw van 95 jaar is al vijftien jaar weduwe. Haar gezichtsvermogen is sterk verminderd en daardoor is ze van de trap gevallen. Ze verblijft nu in een verpleeghuis. Het consult duurt ongeveer een uur. Er is een vrijwilligster bij aanwezig, want ondanks twee gehoorapparaten kan de vrouw alleen nog via haar met anderen communiceren. Gelukkig, zo zegt ze zelf, heeft ze geen andere lichamelijke klachten. Wel angstige herinneringen. Deze gaan terug tot de Tweede Wereldoorlog, toen zij en haar man op een boot in de Noordoostpolder woonden. Hier vonden in 1944 wapendroppings plaats, en omdat de Duitse soldaten bang waren om aan boord te komen werden de wapens bij haar op de boot verborgen. Toen waren haar ogen en oren onmisbaar; nu hoort en ziet ze niets meer. Er kan nu ‘opeens’ iemand aan haar gaan trekken omdat ze naar de douche moet. De angsten van vroeger met de gebreken van nu vormen een ondraaglijke en letterlijk uitzichtloze combinatie. Ze wil dood, waarop ik vraag of zij het eventueel zelf wil doen. ‘Is dat mogelijk?’, reageert ze. Ik leg haar uit dat zij een bittere drank moet drinken en dat zij daarna zal overlijden. Ik vertel ook dat er een arts bij zal zijn voor het geval er iets misgaat. De arts zal dan alsnog euthanasie uitvoeren. Ja, dat wil zij en dat geef ik door aan haar arts. Deze meldt enige dagen later dat er toch is gekozen voor euthanasie.

Onvoorspelbaarheden

In de afgelopen drie jaar heb ik als SCEN-arts 49 patiënten bezocht en bij zestien van hen was hulp bij zelfdoding feitelijk mogelijk. Bij geen van deze zestien patiënten had de consult vragende arts de mogelijkheid van hulp bij zelfdoding besproken. Negen van de zestien patiënten stonden positief tegenover deze wijze van levensbeëindiging. In die gevallen heb ik dat – onder verwijzing naar het standpunt van de KNMG – in mijn verslag vermeld. Desalniettemin heeft geen van de negen patiënten de hulp bij zelfdoding gekregen.

Volgens mij doet de KNMG-richtlijn geen recht aan de autonomie van de patiënt

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het advies in de KNMG-richtlijn uit 2012 haaks staat op het in 2003 geformuleerde standpunt. In de richtlijn uit 2012 staat dat hulp bij zelfdoding niet de voorkeur heeft vanwege ‘onvoorspelbaarheden’.3 Die onvoorspelbaarheden zijn dat de barbituraatdrank kan worden uitgebraakt, dat gelijktijdig gebruik van opiaten een vertraagde maagpassage kan geven en dat als het barbituraat te langzaam wordt geresorbeerd de patiënt niet in coma raakt.

Is de richtlijn te somber? In het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie wordt de niet succesvolle hulp bij zelfdodingen gerapporteerd als een combinatie van euthanasie en hulp bij zelfdoding en in 2016 was 8 procent niet succesvol. Volgens mij is de richtlijn inderdaad te somber en wordt er geen recht gedaan aan de autonomie van de patiënt. Bij één op de twaalf patiënten zal alsnog de arts moeten ingrijpen, maar voor de nabestaanden van alle twaalf patiënten zal de laatste daad van de dierbare overledene een troostvolle herinnering zijn.

Zwitserland

Waarom beperken wij hulp bij zelfdoding nog steeds tot die patiënten die kunnen drinken en een goed functionerend maagdarmkanaal hebben? Waarom is hulp bij zelfdoding de facto nog steeds het drinken van de gifbeker zoals ten tijde van Socrates?⁴ Waarom volgen wij Zwitserland niet, waar hulp bij zelfdoding ook mogelijk is via een infuus met een pomp?⁵ En kan de patiënt de pomp niet meer bedienen dan is er een afstandsbediening die de patiënt met een vinger, teen of kaak kan activeren om de pomp te starten.⁶

The Wall Street Journal heeft de intentie van Van der Staaij goed weergegeven. Bij 24 van de 25 patiënten die uitzichtloos en ondraaglijk lijden, is het ‘In the Netherlands, the doctor will kill you now’. Slechts 1 op 25 patiënten in ons land heeft het voorrecht om op een waardige wijze zelf zijn leven te beëindigen.

reactie KNMG

Bij levensbeëindiging in het kader van de euthanasiewet kan de patiënt de dodelijke middelen zowel intraveneus krijgen toegediend als oraal innemen. Beide methodes hebben voor- en nadelen, die duidelijk zijn beschreven in de KNMG/KNMP-richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding. Arts en patiënt maken samen de afweging welke methode de voorkeur heeft. Bij deze besluitvorming wegen de voorkeuren van patiënt en arts mee, evenals de situatie van de patiënt (is oraal innemen goed mogelijk?). In tegenstelling tot de auteur is de KNMG niet van mening dat de ene methode tot een meer of minder waardig sterven van de patiënt leidt dan de andere.

auteur

dr. Jan van der Meulen

SCEN-arts, internist niet-praktiserend

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

contact

debeteredokter@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken/jaarverslagen/2016/april/12/, jaarverslag-2016

2. Standpunt Federatiebestuur KNMG inzake euthanasie 2003

3. KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding 2012.

4. http://www.metmuseum.org/art/collection/search/436105

5. De gegevens over de hulp bij zelfdoding zoals die in Zwitserland wordt uitgevoerd, zijn verstrekt door Mr. Silvan Luley, lid van het management team van Dignitas CH.

6. http://www.dignitas.ch/index.php?option=com_content&view=article&id=23&Itemid=84&lang.

download dit artikel in pdf

print dit artikel
euthanasie levenseinde zelfdoding scen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Jan van der Meulen, SCEN-arts, DORDRECHT 05-02-2018 21:47

    "De reactie van collega Bond dat hij zo vaak bij zelfdoding heeft geholpen, verheugt mij maar roept ook vragen op!

    Ten eerste, wat heeft collega Bond gedaan bij die patiënt met een slokdarmcarcinoom die niet meer kon drinken? Hoe heeft hij bij die patiënt de wens tot levensbeëindiging ingewilligd? Zoals door mij geconstateerd, hulp bij zelfdoding middels de barbituraatdrank is slechts bij één op de drie patiënten met de wens tot levensbeëindiging mogelijk.

    Ten tweede, heeft hij zijn patiënten wel een keus heeft gegeven? Zoals door mij geconstateerd, bij 16 patiënten was zelfdoding mogelijk, maar er waren nog altijd zeven die dat liever niet deden.

    Vervolgens is collega Bond de zoveelste arts met gebrekkige wetskennis. In artikel 2, lid 1 letter e van de wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding staat dat de SCEN-arts schriftelijk zijn oordeel dient te geven over: a. de vrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek; b. de uitzichtloosheid en ondraaglijkheid van het lijden; c. de ontvangen voorlichting van de patiënt en d. dat er geen redelijke andere oplossing is. Mocht ik ooit een consultaanvraag hebben ontvangen van collega Bond dan vrees ik dat in mijn antwoord het navolgende zou hebben gestaan: “Met de patiënt is niet gesproken over de mogelijkheid dat de arts het leven beëindigt (“to kill” in het Engels).

    Tenslotte mijn zin “Slechts 1 op 25 patiënten in ons land heeft het voorrecht om op een waardige wijze zelf zijn leven te beëindigen” is een parafrase van het KNMG standpunt dat hulp bij zelfdoding het best de verantwoordelijkheid en rol van de patiënt tot uitdrukking brengt."

  • H.P.J.Bond , huisarts, Abcoude 02-02-2018 15:28

    "Met verbazing heb ik het artikel Aan zelfdoding denkt vrijwel niemand gelezen.
    Kennelijk voldoe ik niet aan de statistiek,want de afgelopen 10 jaar heb ik uitsluitend hulp bij zelfdoding toegepast middels het barbituraatdrankje.In alle gevallen was de patient binnen 3 minuten in slaap en binnen 10 minuten overleden,zeker na de verdubbeling van de dosis pentobarbital tot 15 gram(hetgeen mi wel 15 keer de letale dosis is) volgend de regels van de KNMG.Ik heb gelukkig nooit enig probleem ondervonden,hetgeen het ook makkelijker maakt deze methode aan te bevelen.Ik heb echter ook nooit meegemaakt,dat een scenarts zich uitliet over de toe te passen methode.In de casus van de 95 jarige vrouw vraagt deze arts of ze het eventueel zelf wil doen.IK vraag dat toch op een andere manier.Het hoort bij de voorlichting van de huisarts aan te geven hoe de euthanasie kan plaatsvinden.Ik heb nooit meegemaakt,dat de patient bij voorbaat voorkeur had voor een methode.IK heb geen behoefte te weten wat de voorkeur is van de scenarts en heb ook nooit meegemaakt,dat de scenarts dit besprak met de patient.
    IK ben het ook niet eens met de constatering,dat 1 op de 25 patienten het voorrecht heeft op waardige zelf zijn leven te beeindigen alsof de andere methode dan onwaardig is.Ik zie ook niet de meerwaarde van zelf een infuus te bedienen om het dan zelfdoding ter kunnen noemen.Als er al een infuus is aangebracht zullen er toch weinig patienten zijn,die zelf dan de regie in handen willen of kunnen nemen.IK vind het ook zeer kwalijk om het artikel in de Wall Street Journal aan te halen.Het heeft geen pas om bij actieve euthanasie middels een injectie of infuus te zeggen:the doctor will kill you.
    Ook als schouwarts heb ik de ervaring ,dat onafhankelijk van welke methode altijd sprake is geweest van een waardige levensbeeindiging."

  • Jan van der Meulen, SCEN-arts, DORDRECHT 26-01-2018 10:56

    "De heer Stallen zou ik willen verzoeken navolgende link in een tabblad te plakken.

    https://www.knmg.nl/web/file?uuid=24492b49-edf3-4002-8446-92bc27d5ccba&owner=5c945405-d6ca-4deb-aa16-7af2088aa173&contentid=258&elementid=2058118

    Dan kan hij downloaden "Standpunt Federatiebestuur KNMG inzake euthanasie" uit 2003.

    In dat manuscript staat op bladzijde 4:
    De KNMG beveelt artsen aan om als in het individuele geval een keuze tussen het verlenen van euthanasie of hulp bij zelfdoding feitelijk mogelijk is, te opteren voor hulp bij zelfdoding. Bij die vorm wordt het best tot uitdrukking gebracht wat de verantwoordelijkheid en rol van de patiënt zelf is.

    Volgens van Dale is opteren zijn voorkeur verklaren voor. Dus het terzijde had beter weggelaten kunnen worden, het getuigt slechts van onkunde."

  • pieter jan stallen, oud hoogleraar psychologie, arnhem 26-01-2018 08:38

    "Uit respect voor de autonomie van de patiënt zou veel vaker moeten worden gekozen voor hulp bij zelfdoding dan voor euthanasie. Dit ben ik helemaal eens met dhr. v.d. Meulen. Die hulp bij zelfdoding zou naar zijn mening als regel moeten worden gegeven door de patiënt zelf de infuuskraan te laten bedienen. Dan hoeft dat “drinken van de gifbeker zoals ten tijde van Socrates” ook niet meer. Met beide laatste opvattingen ben ik het helemaal oneens.
    1. Met de huidige voorgeschreven doses euthanatica doen de “onvoorspelbaarheden” (KNMG/KNMP Richtlijn 2012) zich niet meer voor.
    2. Euthanasie verlenen is niet-conventioneel, medisch uitzonderlijk handelen. Vervloeiing van die bijzondere hulpverlening met het gewone medisch handelen moet maximaal worden voorkomen. Dit is een kwestie van recht en (beroeps)ethiek. Een injectie of infuus behoort volledig tot het conventionele medische domein.
    3. Er zijn ook psychologische redenen: patiënt, nabestaanden en arts, elk om deels eigen redenen, zijn gebaat bij maximale duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de patiënt. Niets drukt dat beter, en ook in de herinnering blijvend beter, uit dan het overnemen van een beker om die daarna zelf leeg te drinken. Socrates getuigt er nog steeds van. Ook v.d.Meulen zelf had onder veel patiënten instemming gesignaleerd met deze wijze van levensbeëindiging.
    4. Het verzoek om euthanasie te verlenen legt op een arts uitzonderlijke druk, psychisch en moreel. Die druk is wezenlijk minder bij het verlenen van hulp bij zelfdoding. Verzoeken om euthanasie zullen de komende decennia in aantal sterk toenemen. Met een voorkeur van de medische beroepsgroep voor orale inname is de toekomstige patiënt, nabestaande en arts (kortom, de samenleving) gebaat.
    Terzijde: anders dan v.d. Meulen schrijft, heeft de KNMG nooit het standpunt ingenomen dat, wanneer zich de keuze voor hulp bij zelfdoding vs. euthanasie voordoet, er voor het eerste gekozen moet worden.
    "

  • Michiel Marlet, arts, Warnsveld 25-01-2018 11:51

    "Onvoorspelbaarheden bij hulp bij zelfdoding?
    De complicaties (misselijkheid, uitbraken) zijn bij een serie van 30 patiënten, uit 4 verschillende praktijken, die hulp bij zelfdoding kregen middels het drinken van 15 gram pentobarbital, niet voorgekomen. Alle 30 patiënten waren in coma binnen 15 minuten, een deel zelfs binnen 5 minuten, allen overleden binnen 30 minuten, een deel binnen15 minuten. Van deze 30 patiënten overleden er 27 rustig; één patiënt kokhalsde een paar keer in subcomateuze toestand, (mogelijk voorkomen wanneer ze rechterop gezeten had), één snurkte (mogelijk voorkomen bij anders neerleggen van het hoofd), één patiënte kreeg de euthanatica alsnog intraveneus omdat zij al in coma was geraakt vóór inname van de hele dosis pentobarbital.
    Bovenstaande data laten een goede voorspelbaarheid zijn. Mogelijk kan de volgende instructie dit mede bewerkstelligen: U krijgt op 17uur, 9uur en 1 uur voordat u het drankje neemt een tabletje (metoclopramide 10mg) tegen misselijkheid. De laatste 8 uren voor het drankje eet u hooguit een enkel boterhammetje of wat fruit. U mag wel drinken, ook iets alcoholisch. Vóór het drinken van het drankje plaats ik bij u een infuusnaaldje. Mocht u een half uur na het nemen van het drankje nog niet overleden zijn, dan geef ik u via de infuusnaald de middelen voor euthanasie zodat u dan snel overlijdt. Als u namelijk na een half uur niet overleden bent, dan is het onduidelijk hoe lang het gaat duren voordat u overlijdt. Tijdens het drinken van de 100ml drank zit u bij voorkeur in een stoel of u zit zo rechtop mogelijk in bed. Het is belangrijk dat u de beker binnen een minuut leeg drinkt. Sommige mensen slapen namelijk soms al heel snel na de eerste slokken van de drank! U mag na het drankje iets drinken wat u lekker vindt. Dat lekkers mag alcohol bevatten.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.