Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Aart Hendriks Hilde van der Meer
17 juli 2015 7 minuten leestijd
video

Tuchtrechter wordt strenger

Plaats een reactie

RECHT

KNMG vindt het onwenselijk dat het tuchtrecht strafrechtelijke trekken krijgt

Het jaarverslag van de tuchtcolleges over 2014 leert onder meer dat de inspectie vaker zelf zaken aanbrengt en dat de tuchtrechter vaker een berisping uitdeelt.

Aart Hendriks, coördinator gezondheidsrecht, KNMG, hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit Leiden


Ieder voorjaar publiceren het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) en de regionale tuchtcolleges (RTG’s) een gezamenlijk jaarverslag. Medio april verscheen het verslag over 2014.1 Niet iedereen zal dit bijna 120 pagina’s tellende document grondig bestuderen. Toch is het jaarverslag als informatiebron van belang voor beroepsbeoefenaren, onder wie artsen. Het tuchtrecht is immers ingesteld als instrument om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken. De wijze waarop de tuchtcolleges invulling geven aan die doelstelling heeft daarom grote gevolgen voor de beroepsuitoefening. Vanuit dit oogpunt vatten wij de belangrijkste zaken voor artsen uit het tuchtrecht en de uitspraken van 2014 samen.

IGZ 
In 2014 werden minder klachten bij de tuchtcolleges ingediend tegen BIG-geregistreerden dan in de voorgaande jaren. Werden in 2013 nog 1640 zaken voorgelegd, in 2014 betrof het 1575 klachten. Met deze daling van 4 procent is het aantal ingediende tuchtklachten gelijk aan de aantallen in 2010 en 2012. 
Opvallend is het aantal klachten dat door de IGZ werd ingediend. In 2014 waren dat er 32. Ter vergelijking: in 2006 waren dit er slechts zes. Dit aantal is dus flink toegenomen. Dat komt overeen met de door de IGZ aangekondigde aanscherping van de juridische koers. Volgens de IGZ heeft zij in 2014 in toenemende mate principiële kwesties voorgelegd aan de tuchtrechter, waaronder zaken om de grenzen van het tuchtrecht te verkennen.

Meer berispingen
Van alle 1710 door RTG’s in 2014 afgehandelde klachten werden er 252 (15%) gegrond verklaard. In dit aantal zitten niet alleen klachten tegen artsen, maar ook tegen de andere aan het medisch tuchtrecht onderworpen beroepsbeoefenaren, zoals tandartsen, verpleeg- en verloskundigen. In 140 zaken, 56 procent van de gegrond verklaarde klachten, ging het tuchtcollege over tot het opleggen van de lichtste maatregel, de waarschuwing. Was in 2013 het percentage berispingen bij gegronde klachten nog iets meer dan 16 procent, in 2014 volgde in 67 zaken – dus 27 procent – een berisping. Een berisping wordt met vermelding van de naam van de aangeklaagde en de aard van de fout gepubliceerd in de Staatscourant en een regionale krant. Deze 67 berispingen zullen bovendien gedurende vijf jaar zichtbaar blijven in het online BIG-register.

Internist-allergologen
Vanouds worden veruit de meeste tuchtklachten tegen artsen ingediend. Het jaarverslag geeft niet aan hoeveel artsen in 2014 werden aangeklaagd. Van de 1710 afgehandelde klachten waren er evenwel 1125 gericht tegen een arts (66%). Van dit aantal waren er 294 (26%) gericht tegen huisartsen, 249 (22%) tegen niet-specialisten en 151 (13%) tegen psychiaters. Huisartsen lijken koplopers, maar relateren we het aantal klachten aan het aantal artsen dat in een bepaald specialisme is geregistreerd, dan zien we een ander beeld: 2,4 procent van de huisartsen kreeg in 2014 te maken met een klacht. Psychiaters, neurochirurgen en verzekeringsartsen scoorden met 4,4 procent in 2014 echter substantieel hoger. En de internist-allergologen spanden de kroon: twee van de elf geregistreerden kregen een klacht (18%).

Tuchtklachten
Van afgehandelde klachten tegen artsen verklaarden de RTG’s er 156 (14%) gegrond. Tegen de andere beroepen die onder het tuchtrecht vallen, worden absoluut en relatief veel minder klachten ingediend. Het percentage gegrond verklaarde zaken ligt bij deze beroepen daarentegen weer hoger. Bijvoorbeeld: 30 procent van de tegen apothekers ingediende klachten is gegrond verklaard en 33 procent van de klachten tegen tandartsen.
Terug naar de tuchtklachten tegen artsen. Van de 156 gegrond verklaarde klachten werd in 110 (71%) gevallen een waarschuwing opgelegd en volgde in 36 (23%) zaken een berisping. Vier artsen kregen een (voorwaardelijke of onvoorwaardelijke) schorsing voor bepaalde tijd. Van drie artsen werd de inschrijving in het BIG-register doorgehaald en van één arts werd de bevoegdheid het beroep uit te oefenen gedeeltelijk ingeperkt (gedeeltelijke ontzegging).
De door het CTG afgehandelde zaken lopen met deze cijfers in de pas. Van de 514 in 2014 door het CTG afgehandelde klachten, verklaarde het CTG er 68 (18% van totaal aantal) gegrond, waarvan in 30 zaken (44% van gegrond verklaarde zaken) een waarschuwing volgde en in 17 (25%) een berisping. Van de 514 afgehandelde beroepsklachten waren er 347 (68%) gericht tegen een arts.

Uitspraken
Het jaarverslag gaat nauwelijks in op de ontwikkelingen in tuchtrechtspraak gedurende het jaar 2014. Hoofdstuk 7 (Casuïstiek) bevat weliswaar een selectie uitspraken, maar op grond waarvan juist deze uitspraken in het jaarverslag zijn aangehaald, is niet duidelijk. Wij nemen daarom de vrijheid om eigen lessen te trekken uit de tuchtrechtspraak van 2014, waarbij de focus ligt op nieuwe ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor artsen.

(Vecht)scheidingsprocedure
Artsen moeten regelmatig voor de tuchtrechter verschijnen in de slipstream van een (vecht)scheidingsprocedure. Met name als de arts een verklaring opstelt en zich daarin subjectief uitlaat over de andere ouder, of als hij zonder bijbehorende toestemming informatie verstrekt aan derden, moet de arts dat vrijwel standaard bij de tuchtrechter bezuren. Zo werd een arts ter verantwoording geroepen omdat hij, in afwachting van toestemming van de vader, toch informatie had doorgespeeld aan een informant van het AMK (thans Veilig Thuis), zonder dat er sprake was van een noodsituatie. Goed om te weten is dat de tuchtrechter klachten over het melden van kindermishandeling bij het AMK vrijwel altijd afwijst als een arts handelt volgens de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. In 2014 heeft de tuchtrechter voor het eerst een waarschuwing opgelegd wegens niet-melden: ondanks al haar inspanningen voor een probleemgezin had de betrokken huisarts volgens de tuchtrechter eerder contact moeten opnemen met het AMK, in elk geval voor (anoniem) advies.


Over een seksuele relatie

met een patiënt

zijn IGZ en tuchtcolleges

onverbiddelijk

Seksuele relatie
Een geheel andere, maar regelmatig voorkomende zaak is het aangaan van een seksuele relatie met een patiënt. IGZ en tuchtcolleges zijn hierin onverbiddelijk. In een zaak tegen een huisarts, die hier de grenzen overschreed, volgde een onherroepelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register door de hoogste tuchtrechter, ondanks dat in een deskundigenrapport de kans op herhaling werd ingeschat als matig.

Belang van dossiervorming 
Begin 2014 heeft het CTG de eisen waaraan deskundigenrapportages van artsen moeten voldoen aangescherpt. Het rapport moet voortaan de bronnen vermelden waarop het berust, waaronder de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen. Ook de reactie van de onderzochte persoon moet worden vermeld. Het belang van een goede dossiervoering is door het CTG vaker in 2014 herhaald. Uit de tuchtrechtspraak blijkt steeds weer dat het ontbreken van een goed bijgehouden en volledig dossier de arts kwalijk wordt genomen.

Ecg-lezen
Een ecg lezen is moeilijker dan menigeen denkt. Mag een beginnend ecg-lezer daarbij afgaan op de software zonder een ervaren collega te raadplegen? Nee, aldus het CTG. Ingeval geen uitgebreide anamnese wordt afgenomen en geen uitgebreid onderzoek wordt gedaan, kan niet worden volstaan met het aflezen van de software.

Situaties buiten het werk
Opvallend is dat het tuchtcollege artsen in veel meer situaties, ook buiten het werk, tuchtrechtelijk aansprakelijk acht. Na de bekende Nepal-zaak, over een arts die tijdens een vakantie in Nepal weigerde een medetoerist te onderzoeken, oordeelde het CTG in 2014 dat een arts als bezoeker op een feest (met veel alcohol) in België tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op het niet verlenen van hulp aan een feestganger onder invloed. De zus van de overleden feestganger werd door het CTG echter toch niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat de weduwe de arts niet wilde aanklagen.

Handelen volgens richtlijnen
Ook in 2014 bleek dat artsen die handelen volgens richtlijnen, niet hebben te vrezen voor de tuchtrechter. Zelfs al was het uiteindelijk beloop van de behandeling ongunstig. Artsen die anderzijds ongemotiveerd afwijken van richtlijnen of het beleid van de hoofdbehandelaar ondermijnen, kunnen juist een (ernstige) maatregel verwachten. Een voorbeeld hiervan is de zaak van een arts die zonder overleg met de hoofdbehandelaar medicatie aan zijn schoonmoeder voorschreef en hiervoor – mede gezien zijn toch al niet vlekkeloze voorgeschiedenis – werd geschorst.
En ook al vindt een arts terecht dat een patiënt nodeloos een beroep doet op de zorg, de arts dient de patiënt professioneel te blijven behandelen. Geïrriteerde reacties leiden tot tuchtklachten en die worden nog toegewezen ook vanwege een gebrek aan professionaliteit.

Aanscherping 
Het jaarverslag 2014 van de tuchtcolleges bevat veel informatie over tegen artsen ingediende en afgehandelde tuchtklachten. Het aantal gegrond verklaarde klachten blijft relatief beperkt. Een samenvatting van de belangrijkste uitspraken duidt op een aanscherping van bepaalde normen. Daarnaast blijkt dat artsen in meer situaties te maken kunnen krijgen met het tuchtrecht en tegen zwaardere maatregelen aanlopen. Ter illustratie: in 2014 werd in 23 procent van de gegrond verklaarde klachten tegen artsen een berisping opgelegd. In 2013 was dit nog 16 procent.

In gesprek met de politiek
De KNMG blijft de ontwikkelingen in en rond het tuchtrecht kritisch volgen. Wij concluderen, zoals ook verwoord in een brief aan minister Schippers en aangekaart via diverse mediakanalen, dat het tuchtrecht ongewenst strafrechtelijke trekken krijgt.2 Heeft een verdachte in het strafrecht bepaalde basale rechten, zoals het zwijgrecht en recht op een advocaat, een tuchtrechtelijk aangeklaagde ontbeert die rechten. En waarborgt het strafrecht de anonimiteit van een veroordeelde, zelfs al na een berisping volgt een publicatie op naam.
De KNMG staat kritisch ten opzichte van proefprocessen tegen artsen. Voor de betrokkene is een proefproces immers een echt en belastend proces.
Met verantwoorde medische zorg als drijfveer, zet de KNMG zich ervoor in dat het tuchtrecht een kwaliteitsinstrument blijft en niet verwordt tot een strafrecht light. Die inzet heeft de KNMG onlangs ook nog eens mondeling toegelicht aan VWS. Wij blijven hierover in gesprek met de politiek.


Aart Hendriks, coördinator gezondheidsrecht, KNMG, hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit Leiden

Hilde van der Meer, adviseur gezondheidsrecht, KNMG

Contact: communicatie@fed.knmg.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld


Voetnoten

1. Dit en andere jaarverslagen kunnen worden gedownload via tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/overdetuchtcolleges/documentatie/
2. Hendriks AC, ‘Tuchtrecht - meer tucht dan recht’, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2015/7, p. 322-8.

© iStock
© iStock
video recht tuchtrecht
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.