Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sytske van der Meer
13 april 2011 6 minuten leestijd

Rol SCEN-arts te ruim opgevat

8 reacties



Behandelende dokter schuift eigen taken door


‘Euthanasie? Help! Snel SCEN-consultatie aanvragen.’ Dit lijkt de denkwijze van sommige behandelend artsen die een verzoek om levensbeëindiging krijgen. Ze slaan echter een belangrijke stap over, waardoor de rol van de SCEN-arts onbedoeld steeds verder uitdijt.

In haar conceptstandpunt over de rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde beveelt de KNMG aan ‘om altijd een SCEN-arts te raadplegen in die gevallen waarbij er de gerede twijfel bestaat of het lijden ondraaglijk is, maar de arts de rechtvaardiging om gehoor te geven aan het verzoek van de patiënt niet op voorhand uitsluit. Het betreft dan geen oordeel van de SCEN-arts, maar het bieden van steun door de SCEN-arts bij het inzichtelijk maken van het lijden’.1

Die aanbeveling sluit aan bij een tendens in de ontwikkeling van de SCEN (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) die wij als SCEN-artsen al langere tijd signaleren. Dat is de tendens dat onze taken aan het veranderen zijn, dat we niet meer uitsluitend worden gevraagd om te consulteren indien er bereidheid is bij de behandelend arts tot inwilliging van het verzoek. Om dit te illustreren beschrijf ik de vier consultaties die ik in de eerste twee maanden van dit jaar heb gedaan.

Geen adem
De heer A, 82 jaar, verzoekt om levensbeëindiging wegens ernstige benauwdheid door een pneumectomie in verband met longcarcinoom in combinatie met ernstige COPD. De huisarts heeft het vermoeden dat het verzoek bepaald niet losstaat van het feit dat echtgenote en dochter hebben aangegeven de zorg niet meer aan te kunnen en vinden dat hij naar een verpleeghuis zou moeten, hetgeen hij niet wil.

Het SCEN-project lijkt aan zijn eigen succes
ten onder te gaan

Tijdens het gesprek met mij komt dat er niet uit. Hij is erg benauwd, kan niks meer, hapt naar adem als hij een zin uit moet spreken. Vrouw en dochter, die bij het gesprek aanwezig zijn, respecteren zijn verzoek, vinden dat hij het al heel lang volgehouden heeft. Patiënt zelf vertelt dat hij er lang over heeft nagedacht en dat hij sinds de laatste ziekenhuisopname zodanig verslechterd is dat hij geen kwaliteit van leven meer heeft. De conclusie van de consultatie is dat er aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan.

De huisarts voelt zich onvoldoende gesteund door mij en zegt dat hij opnieuw in gesprek gaat met de patiënt en zijn naasten. Een week later schrijft hij in een mail dat de heer A twijfelt of hij die laatste stap wel durft te nemen en ernstig overweegt om zich op te laten nemen in een verpleeghuis.

Pijnsyndroom
De heer B, 46 jaar, heeft zijn huisarts om euthanasie verzocht. De huisarts zit er mee in zijn maag. B is bekend met een ernstige persoonlijkheidsstoornis en een chronisch pijnsyndroom waarvoor hij al vele specialisten in binnen- en buitenland heeft geraadpleegd, zonder resultaat. Nu de zorgverzekeraar een alternatieve behandeling in Duitland niet vergoedt, is voor hem de laatste kans op verbetering verkeken en geeft hij het op.

Ik heb een langdurig gesprek met de heer B en zijn vriendin bij wie hij woont, in een beetje desolaat, rommelig huisje in een leuke buurt. Tijdens dit gesprek ben ik blij met mijn ruime ervaring in de psychiatrie en in het voeren van moeilijke gesprekken.

Uiteindelijk wordt duidelijk dat zijn vriendin op het punt staat de relatie te verbreken. Zij wil haar eigen leven terug, dat nu geheel bepaald wordt door de ziekte van de heer B. Zijn verzoek om euthanasie is eigenlijk een nette manier om zijn vriendin te chanteren om hem niet in de steek te laten. De conclusie van het gesprek is dat ze in relatietherapie zullen gaan en dat euthanasie in dit geval niet de oplossing is.

Eindeloze dagen
Mevrouw C is een 96-jarige vrouw die bij haar huisarts heeft aangegeven dat ze euthanasie wil. Zij zal waarschijnlijk blind worden op niet al te lange termijn en ze heeft ernstige artrose waardoor ze de hele dag pijn heeft en bijna de deur niet meer uitkomt. Door een klepgebrek van het hart, dat niet meer geopereerd kan worden, is ze erg benauwd en kan ze zich niet meer inspannen.

Ze heeft vijf kinderen, die erg betrokken zijn. Elke zondag komt een van de kinderen en met de feestdagen is ze bij een van de kinderen in huis. Dat is voor haar de hemel op aarde, maar 90 procent van de tijd zit ze alleen op haar (mooie) flat en komt er geen eind aan de dag. Haar huisarts is bereid haar de hulp te verlenen maar is zich ervan bewust dat hij hiermee zijn nek uitsteekt.

In mijn verslag dik ik de somatische problemen van mevrouw C maar een beetje aan en de voltooidlevenproblematiek juist niet, om de huisarts niet in een Brongersma-situatie te laten belanden.

Stervensbegeleiding
De heer D, 55 jaar oud, is sinds oktober 2009 bekend met hersentumoren. Na een aantal operaties, chemotherapie en bestralingen en nog een behandeling in Rotterdam in het kader van een trial is hem verteld dat er geen behandelopties meer zijn.

De laatste twee weken is hij hard achteruit gegaan. Twee weken geleden liep hij nog de trap op en af, nu ligt hij in een bed in de huiskamer. Zijn spraak wordt steeds slechter en hij is volgens de huisarts bang dat hij binnenkort niet meer goed kan communiceren. De huisarts vertelt dat er vaker met hem over euthanasie is gesproken en dat nu het moment is aangebroken om de SCEN-arts erbij te halen.

Bij binnenkomst krijg ik niet het gevoel dat ik welkom ben. Al gauw blijkt dat de heer D en zijn vrouw eigenlijk niet weten wat de taak van een SCEN-arts is en ze schrikken als ik vertel dat ik kom in verband met een euthanasiewens. Duidelijk wordt dat ze hun huisarts twee dagen geleden hebben gesproken – voor het eerst sinds de diagnose is gesteld – nadat ze om een visite hadden gevraagd. Ze hadden een vraag om goede stervensbegeleiding en helemaal niet om levensbeëindiging. Inmiddels hebben ze een andere huisarts die de stervensbegeleiding op zich heeft genomen.

Steun en advies
Van bovenstaande consultaties zal het uiteindelijk alleen bij mevrouw C (mogelijk) tot euthanasie komen en dat is dan nog een casus die omstreden zou kunnen zijn. Want hoewel de KNMG het geen absolute voorwaarde vindt dat een medisch classificeerbare aandoening aanwezig is, dient er wel duidelijk een medische grondslag te zijn, en dat is in het geval van mevrouw C betwistbaar.

Het lijkt erop dat er een ontwikkeling gaande is waarbij het SCEN-project, als we niet uitkijken, aan zijn eigen succes ten onder gaat. Wat ik regelmatig zie gebeuren is dat collega’s, zodra er iets moeilijk is in het kader van doodgaan, de telefoon grijpen en de SCEN-arts bellen. Dat mag en is ook goed, maar er zou dan niet om een consultatie moeten worden gevraagd, maar om steun en advies. Een consultatie moet pas plaatsvinden aan het eind van een euthanasietraject, op het moment dat de behandelend arts na meerdere gesprekken tot de conclusie is gekomen dat hij bereid is aan het verzoek te voldoen.

In twee van de vier bovenstaande consultaties heeft de SCEN-arts vragen gesteld en problemen geïnventariseerd die de behandelend arts eigenlijk zelf had moeten stellen en inventariseren. In het geval van de benauwde patiënt die niet naar het verpleeghuis wilde, was de consultatie in feite overbodig. Als de huisarts eerder met zijn patiënt over de consequenties van euthanasie had gesproken, was hij erachter gekomen dat de heer A het niet aandurfde en was de consultatie niet nodig geweest.

Meer SCEN-artsen
Er is wel eerder geopperd om de SCEN-arts de toetsing vooraf te laten doen, door onder anderen wijlen prof. Andries van Dantzig. En welbeschouwd adviseert de KNMG dat eveneens in de eerder geciteerde passage uit haar conceptnota. Daarmee zou de taak van de SCEN-arts echter een volledig andere worden, en zou het aantal consultaties nog veel meer toenemen dan nu al het geval is. De opleiding tot SCEN-arts zou moeten worden aangepast en er zouden meer SCEN-artsen moeten worden opgeleid. Het is de vraag of dat is wat we willen. Op die vraag dient een antwoord te komen, voordat deze ontwikkeling verder wordt aangemoedigd.

Sytske van der Meer, SCEN-arts en somatisch arts ggz, Mediant locatie Helmerzijde, Enschede

Correspondentieadres: s.vandermeer@mediant.nl, c.c.: redactie@medischcontact.nl. Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • Het aantal consultaties door SCEN-artsen neemt de laatste jaren toe.
  • Ook de aard van de consultaties lijkt te veranderen: er wordt vaker gevraagd om toetsing vooraf.
  • Soms doet de SCEN-arts het werk dat de behandelend arts zou moeten doen.
  • Met het oog op die ontwikkelingen is discussie over en evaluatie van de rol van de SCEN-arts dringend nodig.

Voetnoot

1. KNMG-concept standpunt over de rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde, Utrecht, 12 november 2010.



Zie dossier Levenseinde voor meer gerelateerde artikelen




Als een patiënt euthanasie overweegt maar nog vragen heeft, dan is het aan de huisarts om die te bespreken. De SCEN-arts heeft een andere taak. Beeld: Charlotte Bogaert, HH
Als een patiënt euthanasie overweegt maar nog vragen heeft, dan is het aan de huisarts om die te bespreken. De SCEN-arts heeft een andere taak. Beeld: Charlotte Bogaert, HH

Meer MC-artikelen over het levenseinde en de vraagstukken die daarbij spelen:

<strong>Klik hier voor een PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
euthanasie verpleeghuizen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , , 24-06-2011 00:00

    "Het artikel over SCEN-artsen lezend lijkt het erop dat huisartsen te pas en te onpas een SCEN-arts bellen. Consultatie zou vaak onnodig zijn. De teneur van het stuk is dat de huisarts meer zelf moet doen in plaats van de SCEN-arts lastig te vallen. Soms is er helemaal geen sprake van een expliciete euthanasiewens, lees ik, en soms speelt er voltooidlevenproblematiek waarvoor, zoals we weten, geen wetgeving bestaat en waarbij euthanasie moord zou betekenen.
    Er is een wetsvoorstel in de maak over euthanasie bij voltooid leven maar dat zal nog wel een tijdje duren.

    Ook ik bel regelmatig een SCEN-arts om iets te overleggen. Vooral omdat de problematiek lastiger is geworden en een steuntje in de rug fijn is. Patiënten en familie zijn mondiger geworden. Regelmatig krijg ik een ‘verzoek’ om euthanasie: daar heeft moeder toch recht op? De vereniging voor vrijwillige euthanasie zegt het zelf! En anders mogen we een andere dokter vragen!

    Het dwingende karakter van met name familieleden is een nieuw aspect in de zorg rond het levenseinde. Het lijkt erop dat we in rap tempo ontvoogd worden.
    We moeten ook regelmatig onze weg zien te vinden in de problemen rond het levenseinde. Het is dan inderdaad prettig om een SCEN-arts te bellen voor advies, vanwege de juridische implicaties, maar ook de vraag: ‘wil je het zelf in deze situatie?’ geeft ondersteuning.

    Ik pleit voor een verandering van de taak van de SCEN-arts: toetsing vooraf. Niet omdat de huisarts zich afhankelijk opstelt maar omdat de maatschappij zodanig verandert dat wat extra steun bij hulp bij het levenseinde zeer waardevol is, en de kwaliteit van zorg zal verbeteren. Bovendien zal het tijdrovende SCEN-consultaties schelen.

    Groningen, juni 2011
    I.J. de Vries, huisarts "

  • Constance de Vries-Ekkers, huisarts/SCEN-arts, Munstergeleen 01-06-2011 00:00

    "Met het artikel van S. v.d. Meer ben ik het niet eens! De rol van de SCEN-arts kan ruim worden opgevat. De consequentie daarvan zal zijn dat SCEN-artsen het drukker zullen krijgen maar dat is een oplosbaar probleem en is geen reden die rol niet uit te breiden. Tenslotte is het een specialisatie en mag je van een huisarts die gemiddeld 1x per jaar met een euthanasiewens geconfronteerd wordt bij een euthanasie bij maligniteit en nog minder bij dementie, niet verwachten dat hij/zij alle aspecten van dit onderwerp goed met de patient kan bespreken. Ook de voorlichtende rol van de SCEN-arts is soms nodig om huisarts en patient op 1 lijn te brengen. Als de patient goed geinformeerd is kan deze de besluitvorming rond het eigen sterven beter sturen. Bovendien kan een goede voorlichting een huisarts die aanvankelijk sceptisch stond tegenover euthanasie bij Steun(de S van SCEN die zowel voor de patient als voor de collega staat) over de aarzeling heen helpen.
    Het kan dus alleen maar van voordeel zijn voor de verschillende betrokkenen; voor de patient in de eerste plaats, voor de uitvoerend arts in de tweede plaats om niet over een relatief onbekend gebied te behoeven te adviseren.
    Maar ook voor de SCEN-arts is er een voordeel te behalen, een win-win-win- situatie dus. Het geeft kans tot verdieping van de materie en een toenemende specialisatie op bepaalde aspecten bijv bij dementie. De vraag naar euthanasie bij dementie zal de komende jaren alleen maar toenemen en vergt veel prudentie en expertise."

  • Hugo van Zoest, palliatief consulent en SCEN arts, Amsterdam 28-04-2011 00:00

    "Ik vraag me af of de tendens die collega Sytske van der Meer constateert ook landelijk wordt herkend... ? Duidelijk is wel dat sommige collega's de "S" functie van SCEN wel erg ruim zijn gaan opvatten. Mogelijk dat het succes van SCEN o.a. een geleidelijke verschuiving van Consultatie naar Steun betekent..terwijl het toch vooral en primair over de "C" van consultatie moet blijven gaan.

    SCEN artsen dienen alert blijven bij hun allereerste contact met een consultvragende arts ( wat wil deze collega van mij..?), het belang daarvan wordt opnieuw onderstreept.

    SCEN-Utrecht op haar beurt, doet er goed aan helder aan te geven tot waar de grenzen van SCEN gaan...



    "

  • W.R.M. Arends, specialist ouderengeneeskunde, MAASTRICHT 23-04-2011 00:00

    "COMMUNICATIE is inderdaad het belangrijkste rondom met name het levenseinde. Maar ook een meer pro-actieve houding van de behandelend arts.
    Als SCEN arts en specialist ouderengeneeskunde (voorheen huisarts) valt mij op dat bij de consultatie de patient soms niet op de hoogte is van andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een niet-behandelverklaring, die beter aansluit op de wensen rondom het levenseinde.
    In mijn huisartsopleiding was er weinig aandacht voor een pro-actieve houding ten aanzien van het levenseinde, dat in tegenstelling tot de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

    Inderdaad is het levenseinde een gecompliceerd gebeuren waar je als behandelend arts ook steun en advies in kan gebruiken. Naast het consulteren van een palliatief team zou men als behandelend arts ook een specialist ouderengeneeskunde uit de omgeving kunnen consulteren, deze zijn meer gewend om multidisciplinair te werken.
    Uiteraard biedt ook een SCEN arts steun en advies aan, maar dat is volgens mij in een later stadium en soms in een te laat stadium.

    Wat mijns inziens zeer belangrijk is, is om meer onderwijs te geven rondom het levenseinde in bv de huisartsopleiding en andere relevante vervolgopleidingen; hierin kan de SCEN arts wellicht iets in betekenen.

    R. Arends, SCENarts en specialist ouderengeneeskunde, Vivre Maastricht"

  • Eric van Wijlick, Programmaleider SCEN, Utrecht 18-04-2011 00:00

    "Steun verlenen is een belangrijke taak van de SCEN-arts. Collega-artsen kunnen laagdrempelig met vragen bij een SCEN-arts terecht, die ondersteunt bij de vraag of sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Sytske van der Meer, betoogt dat de rol van de SCEN-arts soms onbedoeld uitdijt. We moeten inderdaad waken voor twee risico’s: een arts die een SCEN-arts té snel of met een onvoldoende duidelijke vraag inschakelt. Dat lijkt op verantwoordelijkheid afschuiven. En een SCEN-arts die te snel handelt zonder de vraag goed te verkennen: wat is de bedoeling en is dat mijn taak? Het artikel van Van der Meer draagt bij aan de zinvolle discussie over het juiste moment om een SCEN-arts te raadplegen en de taak van de SCEN-arts. Ondertussen werkt de KNMG aan een stuk dat meer eenduidigheid en zekerheid biedt aan consultvrager, patiënt en SCEN-arts. Een recente wetenschappelijke evaluatie van het EMGO-instituut en het AMC toont aan dat het moment van consulteren van invloed is op de kwaliteit. De onderzoekers bevelen richtlijnen aan voor het tijdstip van consultatie en wat van SCEN-artsen wordt verwacht. De KNMG heeft daarom een conceptrichtlijn Wat mag van een SCEN-arts worden verwacht: goede steun en consultatie opgesteld, die alle SCEN-artsen hebben ontvangen. Zo houden SCEN-artsen beter grip op de aard van de consultatie en kan worden voorkomen dat zij het werk doen dat de behandelend arts zou moeten doen. Dit vergt ook een goede profilering van SCEN-artsen in de eigen regio en goede informatie aan collega-artsen. De conceptrichtlijn wordt bediscussieerd op regioavonden voor SCEN-artsen, waarna de richtlijn wordt voorgelegd aan de Adviesraad en het KNMG-bestuur. Alle ruimte dus voor discussie over de rol en taak(afbakening) van SCEN-artsen. Het SCEN-project is een groot succes, ook omdat SCEN-artsen samen met de KNMG continu werken aan optimalisering van de kwaliteit te verbeteren. Dit is daar een mooi voorbeeld van.

    Eric van Wijlick, programmaleider SCEN"