Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

De grens tussen een knuffel en een handdruk

12 reacties

ACHTER HET NIEUWS

Een professionele houding betekent fysieke distantie, dat weet elke zorgverlener. Maar waar ligt de grens precies? Mag ‘niet meer dan een handdruk’, of is een aai ook geoorloofd? Een recente uitspraak van de inspectie zorgt voor verwarring en verontwaardiging.

Een schouderklopje of een aai over de bol, huisarts Pieter Barnhoorn is er niet scheutig mee. ‘Maar er zijn situaties waarin hij iets verder gaat dan een hand geven. ‘Ik kom regelmatig bij een dementerende mevrouw op bezoek. Ze woont nog thuis, dankzij haar kinderen en thuiszorg. Onlangs is haar man overleden. Dat beseft zij bij vlagen. Laatst begroette ze me bij de deur: “Kom binnen, Jan zal zo wel komen”. Eenmaal binnen op de bank realiseerde zij zich dat Jan nooit meer terug zou komen. Ze begon te huilen.’

Barnhoorn zou een troostende arm op haar schouder willen leggen. Maar mag dat wel? Een recente uitspraak van de inspectie zorgt bij hem voor verwarring.

Hier begon het mee: op 8 december was er een zaak bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Groningen tegen een psychiatrisch verpleegkundige vanwege grensoverschrijdend gedrag. Hij zou vrouwelijke patiënten schouderklopjes hebben gegeven, over het hoofd hebben geaaid en bij de heup hebben gegrepen. Ook zou hij een arm om een patiënte hebben geslagen en een arm op haar been hebben gelegd.

Een journalist van het Dagblad van het Noorden berichtte over de zaak. Hij citeerde de aanwezige inspecteur voor de Gezondheidzorg. Tijdens de zitting ‘liet die weten dat behalve een hand schudden geen enkele vorm van lichamelijk contact is toegestaan in de zorg. “Een professionele houding betekent fysieke distantie.”’ En juist die opmerking over louter ‘hand schudden’ in de zorg, wekte de verontwaardiging van zorgverleners.

Lichamelijk contact

‘Het simpele feit dat lichamelijk contact kán leiden tot misbruik, mag nooit voldoende zijn om dat contact te beperken tot een handdruk,’ stelden hoogleraren Joris Slaets (ouderengeneeskunde) en Marian Verkerk (zorgethiek) onlangs in een ingezonden stuk in Trouw. Zij vragen zich daarin af of je misbruik voorkomt door ieder lichamelijk contact te verbieden dat verder reikt dan handen schudden. Slaets voegt daar desgevraagd aan toe: ‘De vraag is, hoe bedoelt de inspectie het? Als het voor de zorg in het algemeen is bedoeld, is het een volstrekt absurde uitspraak. Het verbaast me dat de IGZ de kwestie de afgelopen weken niet “kleiner” heeft gemaakt.’

Slaets ontving veel bijval, zegt hij, met name vanuit zijn specialisme en van bestuurders in de ouderenzorg: ‘Hoe kun je het over liefdevolle zorg hebben, als je niet mag aanraken? Ik heb duizenden consulten gedaan, en in al die gevallen bleek het belangrijkste aspect daarvan “er zijn”. En daarbij hoort lichamelijke nabijheid, met vasthouden, troosten. We zijn in een cultuur terechtgekomen waarin het lichaam niet meer meedoet, zoals filosoof Ger Groot in Trouw treffend beschreef.’

‘Als ik niet méér dan alleen een hand mag geven, kan ik geen goede dokter zijn. Dat maakt mij boos’, zegt ook de Leidse huisarts Barnhoorn. Mocht de situatie zich voordoen, dan wil hij ‘een schouderklopje’ kunnen geven. ‘Zoiets hangt van de situatie af, dat kun je niet in regels vangen. Ik wil de vrijheid hebben om mijn vak uit te oefenen op mijn manier. Ik heb een eed afgelegd, daar houd ik me aan.’

Terughoudendheid

De inspectie is om een toelichting gevraagd; wat bedoelde de inspecteur precies? De IGZ wilde niet reageren, zolang de zaak nog onder de rechter is. De uitspraak tegen deze zaak wordt deze week verwacht. De inspectie verwijst naar een IGZ-brochure uit 2004 ‘Het mag niet, het mag nooit: seksuele intimidatie door hulpverleners in de gezondheidszorg’. Een woordvoerder voegt toe dat het er bij fysiek contact om gaat ‘hoe de hulpvrager dat ervaart’. En dat de normen zijn vastgesteld ‘door het veld zelf’.

Wat dat laatste betreft: artsenorganisatie KNMG raadt terughoudendheid aan. In de handleiding ‘Seksueel gedrag tussen arts en patiënt: Het mag niet, het mag nooit’ (2000) staat dat ‘een onschuldige knuffel (die eveneens niet in de arts-patiëntrelatie thuishoort) kan overgaan in een onstuimige vrijpartij.’ (…) Ook bepaalde houdingen en blikken kunnen seksueel geladen zijn.’ (…) Al deze vormen van seksueel contact en lichamelijke intimiteiten horen niet in de arts-patiënt-relatie voor te komen.’

Kortom, het veld is vrij strikt als het gaat om lichamelijk contact tussen arts en patiënt. Gert van Dijk, ethicus van de KNMG: ‘Waar de grens ligt, hangt af van de situatie. Een kinderarts moet een hand op de rug van een kind kunnen leggen als die pijn heeft na een prik. In de psychiatrie is die hand op de rug weer lastig. De betekenis van de aanraking tussen arts en patiënt verschilt per sector. De grens is moeilijk aan te geven. Het vereist een zekere gevoeligheid over wat wel en wat niet kan. De aanraking moet altijd ten bate van de patiënt zijn en bijdragen aan goede zorgverlening, dat staat voorop. Daarnaast gaat het om de context; zijn er andere mensen bij, bijvoorbeeld?’

Schouderklopje

Een schouderklopje is iets anders dan een knuffel, stelt hij. ‘Een knuffel past over het algemeen niet.’ Wanneer hoort een knuffel wel thuis in de zorg? Van Dijk aarzelt. ‘In de ouderenzorg hebben mensen vaak behoefte aan troost. Maar ook daar zie je dat misbruik voorkomt en je moet dus erg oppassen.’

Ook in de psychiatrie liggen ‘aanrakingen’ gevoelig. ‘We hebben het over emotionele onderwerpen, het is een glijdende schaal als we daarin niet duidelijk zijn, zegt Tom Kleijn, psychiater en waarnemend geneesheer-directeur van GGZ Rivierduinen. ‘We komen ook van ver. In de wilde jaren zestig was het bon ton om patiënten aan te raken. Sommige psychiaters of psychotherapeuten, hoorde je later, namen hun patiënt zelfs wel eens op schoot. Dat was natuurlijk volstrekt onacceptabel. Daarna trad een nieuwe zakelijkheid in, en is aanraking juist meer een taboe geworden. Misschien zijn we daarin soms doorgeslagen.’ Je hoeft als arts geen ‘robot’ te worden, vindt hij. Een aanraking op de arm of schouder moet wat Kleijn betreft kunnen. ‘Dat voegt soms iets toe.’ Maar een aai over het hoofd, een arm om een schouder? ‘Nee, dat dus niet.’ Hand op hand leggen? ‘Nooit doen.’

In het algemeen is er in de zorg toegenomen aandacht voor mogelijk misbruik, zegt Van Dijk. Meer regels dan er nu zijn, acht hij niet wenselijk. ‘Het beste is om een cultuur te creëren zodat het mogelijk is dat je elkaar kunt aanspreken op gedrag.’

Marieke van Twillert

m.van.twillert@medischcontact.nl




Lees ook: 



Download het artikel (PDF)

Beeld: getty images
Beeld: getty images
print dit artikel
Achter het nieuws ouderengeneeskunde IGZ groningen
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • P.D.F. Frijns, Specialist Ouderengeneeskunde, GELEEN Nederland 24-01-2016 00:00

    "Wat een doorgeschoten flauwekul. Ik kan me bij psychiatrie er iets bij voorstellen zeker in een een op een situatie waar elk contact verkeerd kan worden uitgelegd. Mijn demente patienten zoeken zelf contact. Als ik dat afweer wekt dat juisr een negatief effect op. Ik laat het binnen normale grenzen toe zonder daar foute gedachten bij te hebben. "

  • N.F.L. Conijn, Rotterdam 21-01-2016 00:00

    "Ik ken de zorg vanuit 2 perspectieven, die van de arts, maar vooral ook die van de patiënt. En als patient sluit ik me volledig aan bij de uitspraken die hiervoor gedaan zijn. Een hand op een schouder moet kunnen, aai over de bol, afhankelijk van de situatie ook (kan soms wat kleinerend over komen omdat het vaak bij kinderen wordt gedaan).
    Ik kan me de keren dat een arts iets dergelijks deed nog erg goed herrineren, maar dan wel op een positieve manier. De boodschap die net gebracht was, was alles behalve van positief, maar die hand op je schouder of aai over je bol, maakt dat je als patiënt het gevoel krijgt dat er een arts is die met je mee leeft, met je mee denkt en ook vertrouwen er in heeft dat het wel weer goed komt.
    Dit alles zijn dingen die niet met woorden gezegd kunnen worden en zo makkelijk met 1 hand op een schouder wel overgedragen kunnen worden. Als je het mij vraagt hoort het dus bij goed hulpverlenersschap. Uiteraard moet iemand niet te ver gaan, maar dat is vanzelfsprekend.
    Ik hoop dus als patiënt maar ook als toekomstig arts dat dit persoonlijk contact mag blijven bestaan!"

  • G.M. Schapers, bricoleur, darmkankerpatient, Utrecht Nederland 21-01-2016 00:00

    "Als kankerpatient ben ik het helemaal eens met alle artsen die hierboven hun mening geven. Als ik na een 7 maanden kankervrije periode weer een uitzaaiing heb en daar verdrietig over ben , dan troost het mij als mijn oncoloog -heel even- zijn hand over de mijne legt en zegt:" Valt tegen he?" Ook ken ik een vrolijke , zeer extraverte arts die bij zijn ronde in het ziekenhuis zegt: " He, doe je benen eens even opzij" en dan gezellig even op de rand van mijn bed komt zitten om de uitslag van de behandeling te bespreken. Honderd keer liever dan die "witte vloed" die in menig ziekenhuis aan je voeteneind komt staan, je wat vertelt en als je mazzel hebt iets vraagt en daarna binnen je gezichtsveld op de gang over jou gaan smiespelen. Nee ,dat is fijn."

  • E.F.G.M. van Glabbeek, Bedrijfsarts, BAKEL Nederland 21-01-2016 00:00

    "Heel treurig deze uitspraak. Ik maak ook in mijn praktijk heel vaak verdrietige mensen mee. Soms past daar even een hand aanraken of mensen een klopje op de schouder geven bij. Het wordt door mensen eigenlijk altijd als prettig ervaren wat ik ook terug kan lezen in de beoordelingen die de patiënten teruggeven aan mij werkgever. Aanraking is een vorm om te laten merken dat je betrokken bent.
    Natuurlijk moet je de grenzen goed bewaken maar je kunt ook grenzen overschrijden als je iemand niet aanraakt.
    Beleid maken op incidenten is het ergste wat er is.
    Deze maatschappij wordt steeds onpersoonlijker. Laten we daar als dokters en verpleegkundigen alstublieft niet aan mee doen. "

  • D.A. Nijman, huisarts, Nieuwveen Nederland 21-01-2016 00:00

    "Ik ben sinds 10 jaar huisarts. Ik heb heel wat aaitjes gegeven, handen op handen gelegd en ik heb zelfs wel eens een knuffel gegeven en dat was goed. Die knuffels zijn altijd in bijzondere omstandigheden: een patiënt die verhuist (de knuffel komt dan altijd bij de patiënt vandaan), een ontredderde vrouw die haar man net verloren heeft (de knuffel kwam van mij), een dochter die verdrietig is na de euthanasie van haar vader en ja, ik heb bij de euthanasie gehuild en ik voel me daar geen slechtere dokter door. Mensen geven aan dat ze dat waarderen.
    Ik heb nog nooit een patiënt aangeraakt met een seksuele gedachte erachter en volgens mij is dat het verschil.
    Een goedbedoelde aanraking moet altijd mogen. Maar hoe weet je wat de achterliggende bedoeling is? Dat weet alleen de aanraker en het verschil tussen een aanraker en een aanrander kan flinterdun zijn. Toch zullen we het daarmee moeten doen. Ik ben blij dat ik een vrouw ben. De kans dat mijn aanrakingen verkeerd worden geïnterpreteerd zijn dan kleiner, maar het blijft lastig.
    Zeggen dat aanraking niet mag, is het kind met het badwater weggooien. Het is veiliger om nooit iemand aan te raken, maar daarmee verliezen we in mijn ogen een te groot deel van onze menselijkheid in de zorg.
    Over sommige zaken zijn geen sluitende richtlijnen te geven."