Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

‘Positie nabestaanden inperken bij bewuste donorkeuze’

1 reactie

Het is onrechtvaardig dat nabestaanden een donorkeuze van iemand die bewust voor donorschap heeft gekozen, kunnen overrulen. Dat stelt hoogleraar André Knottnerus. Hij vindt dat er, voor de rol die nabestaanden in een uiteindelijke beslissing over orgaandonatie hebben, een onderscheid moet worden gemaakt tussen de situatie waarin er wel en niet expliciet gekozen is voor registratie. Knottnerus ziet graag dat dit onderscheid in een protocol wordt vastgelegd.

Zowel onder de huidige donorwetgeving als de nieuwe donorwetgeving waar dinsdag in de Eerste Kamer over wordt gestemd, is de stem van nabestaanden ‘doorslaggevend’ bij de beslissing tot orgaanuitname, betoogde D66-politicus en initiatiefnemer van het donatiewetsvoorstel Pia Dijkstra. Nabestaanden hebben geen vetorecht, maar een arts laat hun mening wel zwaar wegen in de uitnamebeslissing, om hen niet te schaden in hun rouwverwerking, schetste zij.

Knottnerus is hoogleraar huisartsgeneeskunde en eerstelijnsonderzoek aan de Universiteit van Maastricht. De voormalig huisarts is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, oud-voorzitter van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid en oud-voorzitter van de Gezondheidsraad. Hij vindt dat de positie van mensen die expliciet hebben gekozen om zich als donor te registreren ondergesneeuwd is geraakt ‘in de voornamelijk defensieve discussie’.

Knottnerus ervaart de zwaarwegende stem die nabestaanden nu al hebben, en onder Dijkstra’s voorstel houden, bij het overrulen van een ‘ja’-registratie wel als een vetorecht. ‘Er kan iets anders gedaan worden dan de persoon wilde.’ Dat acht de hoogleraar, zelf sinds twintig jaar als donor geregistreerd, ‘niet passend bij de nadrukkelijk gemaakte keuze’ van een donor. En ook past dit niet bij ‘een samenleving die toenemend beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van haar burgers’, vindt hij.

‘De betekenis van een bewust besluit om donor te worden, moet ook betekenen dat donatie plaatsvindt. Dat uitgangspunt mag versterkt worden’, vindt Knottnerus. Hij ziet daarvoor een plek in protocollen rond orgaandonatie ‘waarin dit uitgesproken moet worden’. Bij een ‘geen-bezwaar’-registratie, de mogelijkheid die het wetsvoorstel aan de huidige opties toevoegt als mensen niet zelf voor ‘ja’ of ‘nee’ hebben gekozen, ligt de situatie genuanceerder, vindt Knottnerus. Hij kan zich voorstellen dat nabestaanden daar meer stem hebben. ‘Het gaat me om het onderscheid van de bewuste “ja”-keuze die moet worden gerespecteerd.’

Knottnerus denkt dat er andere manieren zijn dan afzien van donatie als middel om nabestaanden niet te schaden in hun rouwverwerking. Zo zou in voorlichting het belang moeten worden benadrukt om bij leven al met familie te praten over de gemaakte keuze. ‘In de begeleiding zijn er mogelijkheden om de rouwverwerking goed te laten verlopen.’

Als er geen nabestaanden kunnen worden getraceerd, moet iemands ‘ja’ ook leidend zijn, stelt Knottnerus. In de Eerste Kamer gaan juist stemmen op om in protocollen vast te leggen dat er in die situatie ook wordt afgezien van donatie. De definitie van ‘nabestaanden’ beperkte Dijkstra in het debat tot ‘in eerste instantie echtgenoot, partner of levensgezel met wie iemand samenleefde op het moment van overlijden’.

Lees ook:

print dit artikel
Nieuws orgaandonatie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Jan Meerdinkveldboom, jeugdpsychiater n.p. en gezinstherapeut , Driebergen 22-02-2018 15:48

    "Het wetsvoorstel orgaandonatie is nu ook door de Eerste Kamer aangenomen, zij het met de toezegging van Pia Dijkstra dat nabestaanden uiteindelijk mogen beslissen of organen van de overledene wel of niet uitgenomen mogen worden. Ik vrees dat deze extra regeling in een aantal gevallen eerder problemen geeft dan een oplossing biedt. Het probleem is de vraag wie als nabestaanden gelden, en welk gewicht hun stem in de schaal legt. Het gaat mij om situaties waarin nabestaanden verschillende relaties hebben (gehad) met de overledenen of waarbij nabestaanden in gelijkwaardige posities sterk van mening verschillen over wat de IC-arts wel of niet mag doen. Heeft de dochter die al 20 jaar geen of een matig contact met haar vader had meer zeggenschap dan vaders vriendin die al 15 jaar met hem samen is? Heeft een jongste dochter, die voorstander van donatie is, evenveel zeggenschap als haar oudere broer die op latere leeftijd lid is geworden van een kerkgenootschap waarbinnen doneren als niet juist wordt gezien? Zo zijn er nog tal van situaties te voorzien met mogelijke conflicten tussen nabestaanden, waarbij een goede besluitvorming belemmerd wordt en die een onoplosbare puzzel voor de IC-arts vormen. Bij twijfel niet uitnemen is dan de regel, maar welke tegenstand moet serieus genomen worden? Het is wettelijk onmogelijk om alle situaties te beschrijven en een oordeel mee te geven wiens woord het zwaarste zal wegen. De toezegging van Pia Dijkstra is derhalve een lege huls.
    In de Volkskrant van 7 februari pleit de Intensive Care –arts Alex Gosselt voor een verplichte registratie, dus als donor of als niet-donor. Op deze wijze wordt de autonomie van de overledene, conform artikel 11 uit onze Grondwet,gewaarborgd. En de IC-arts hoeft geen onmogelijke gesprekken te voeren. Doen dus.
    "