Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sjaak Nouwt Aart Hendriks
02 november 2011 5 minuten leestijd
Federatienieuws

Medisch beroepsgeheim onder druk

Plaats een reactie

Het medisch beroepsgeheim staat meer dan ooit onder druk na het schietincident in Alphen aan den Rijn. Moeten artsen eerder het beroepsgeheim doorbreken? Nee, zegt de KNMG, dit moet alleen bij concrete dreiging. Een arts is geen politieagent. Maar een arts moet zijn ruimte om het beroepsgeheim te doorbreken wel kennen en ook durven gebruiken, zegt het Openbaar Ministerie.

Stelling KNMG: ‘Doorbreken beroepsgeheim vraagt om maatwerk’

‘Artsen die hun beroepsgeheim serieus nemen, vormen een gevaar voor de samenleving.’ Dit beeld hebben velen sinds het schietincident in Alphen aan den Rijn eerder dit jaar. Deze ongenuanceerde voorstelling van zaken wordt versterkt door de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Zij concluderen dat de behandelaars van Tristan anders hadden moeten handelen, overigens zonder dat de IGZ de tuchtrechter vraagt om een oordeel. Anderen in onze samenleving verwijten artsen zelfs een krampachtige omgang met het beroepsgeheim en bepleiten wetgeving om de hardleerse artsen tot melden van gevaren te dwingen.

Achteraf hebben de ex-behandelaars van Tristan zich waarschijnlijk ettelijke malen afgevraagd of zij het drama hadden kunnen voorkomen door hun beroepsgeheim te doorbreken. Juridisch bezien is echter de vraag of zij op basis van de kennis van toen hun beroepsgeheim hadden moeten doorbreken. Was er sprake van een concrete dreiging? Dit dilemma zal de politie bekend voorkomen, bijvoorbeeld bij de inschatting hoe reëel een dreigtweet op Twitter is.

De KNMG-regels zijn op dit punt glashelder: het wettelijk beroepsgeheim van de arts kan bij dreigend gevaar worden doorbroken bij een conflict van plichten. Dit kan ontstaan als ernstig nadeel voor een ander kan worden voorkomen door te spreken in plaats van te zwijgen. Het gaat hier om uitzonderingssituaties. Dreigingen zijn slechts zelden concreet. We moeten ook zuinig zijn op het beroepsgeheim. Het waarborgt dat patiënten er blindelings op kunnen vertrouwen dat artsen zwijgen over alles wat zij over hen weten. Zonder deze garantie van vertrouwelijkheid zullen bepaalde groepen de zorg gaan mijden of de arts niet langer deelgenoot maken van hun problemen, waardoor artsen hen niet goed kunnen behandelen. Dat is in niemands belang.

De KNMG is voor handhaving van dit systeem, waarbinnen artsen een beredeneerde afweging van belangen maken. Invoering van een wet op grond waarvan artsen quasi-politietaken krijgen opgedragen, is onwenselijk. De uitkomst van de belangenafweging kan niet altijd zijn: ‘ik moet zwijgen’. In situaties van concreet gevaar dat niet anderszins kan worden afgewend, is spreken aangewezen. Dat was al zo voor Alphen. Wat betreft de KNMG blijft dat zo. De vraag of het beroepsgeheim kan worden doorbroken, vergt echter maatwerk. Van spreekplichten wordt onze samenleving niet veiliger.

KNMG

Aart Hendriks,

Sjaak Nouwt,



Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie

Al blijft het beroepsgeheim onverkort van kracht, de toepassing in de praktijk blijft lastig. De KNMG-Artseninfolijn krijgt vaak vragen over wat artsen nu wel en niet mogen zeggen tegen de politie. Om artsen hierin tegemoet te komen is de Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie ontwikkeld. Mede vanwege ontwikkelingen in de rechtspraktijk wordt tijdens dit symposium een geactualiseerde versie gepresenteerd.





Stelling OM: ‘Verder bevorderen van maatwerk’

Een arts kan informatie krijgen die een beslissing over een doorbreking van het medisch beroepsgeheim noodzakelijk maakt. Het OM of de rechter-commissaris kan afgifte van informatie vorderen van een arts. De omstandigheden rond het schietincident in Alphen aan den Rijn zijn een moment waarop ‘de maatschappij’ zich, nogmaals, bewust wordt van het bestaan en de mogelijke consequentie van het medisch beroepsgeheim. De ontstane maatschappelijke discussie kan bijdragen om het medisch beroepsgeheim goed te (blijven en laten) gebruiken.

Om de arts bij te staan in de afweging rond de doorbreking van het beroepsgeheim is er, onder andere, de KNMG-handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie. Het Openbaar Ministerie benadrukt dat de handreiking, ons inziens terecht, de arts een discretionaire beslisbevoegdheid toekent. Er wordt dus vertrouwd op het eigen inzicht van de arts. Dit vraagt wel van de arts dat hij weet heeft van het doel van het beroepsgeheim en de omstandigheden dat doorbreking is aangewezen.

De beslissing om het beroepsgeheim al dan niet te doorbreken kan verstrekkende gevolgen hebben. Verschillende instrumenten kunnen de kwaliteit en de, door de rechtsgelijkheid gewenste, uniformiteit vergroten.

Wetgeving waarin een wettelijke doorbreking van het beroepsgeheim voor bovenstaande situaties wordt geregeld is een mogelijkheid, maar ons inziens niet nodig, omdat de bestaande jurisprudentie duidelijk is. Belangrijker is, dat bestaande mogelijkheden tot doorbreking van het medisch beroepsgeheim voor artsen kenbaar en duidelijk zijn, zodat zij daar in de praktijk goed mee uit de voeten kunnen. Artsen lijken nu soms onzeker om een beslissing omtrent de doorbreking te nemen uit angst voor een tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging. De angst voor een strafrechtelijke vervolging is ongefundeerd op het moment dat politie of justitie de doorbreking vordert; een strafrechtelijke vervolging is dan uitgesloten. De angst voor een tuchtrechtelijke veroordeling kan, ons inziens, worden ondervangen. In de eerste plaats door in breder verband (bijvoorbeeld afdelings- of teamverband) te beslissen over de doorbreking. Hierdoor toetst een individuele arts of zijn beslissing breed gedragen wordt en daalt het risico van een ‘verkeerde beslissing’. In de tweede plaats door de afwegingen die hebben geleid tot de beslissing omtrent de al dan niet doorbreking vast te leggen in het medisch dossier. Zo kan achteraf de beslissing optimaal worden verantwoord en lijkt dit (een) grote(re) kans te hebben om de toets van de tuchtrechter te doorstaan.

Ten slotte is het belangrijk om kennis op het gebied van het medisch beroepsgeheim op peil te houden. In dit kader kunnen we onder andere het KNMG-symposium Komt een agent bij de dokter van 16 februari 2012 van harte aanbevelen.

Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie

mw. mr. P.M.J. Eken-de Vos, spec. beleidssecretaris

mw. mr. A.L. Gaillard,

mw. mr. M. van Eykelen,



KNMG-symposium 16 februari 2011

Komt een agent bij de dokter

Opsporing en zorg raken elkaar steeds vaker. Wat is de positie van de arts in het strafrecht als informant, slachtoffer of dader?

Deze vragen staan centraal op het symposium dat de KNMG op 16 februari 2012 organiseert in samenwerking met het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie. Deskundigen uit de gezondheidszorg en de (straf)rechtspraktijk bespreken knelpunten op het snijvlak van de zorg en het strafrecht en dragen handvatten voor artsen aan.

Meer informatie op www.knmg.nl/symposium/strafrecht


Federatienieuws KNMG
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.