Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Federatienieuws
Sjaak Nouwt Aart Hendriks
17 augustus 2016 6 minuten leestijd
Federatienieuws

Is mijn patiënt een terrorist?

Beroepsgeheim in tijden van aanslagen

Plaats een reactie

Terroristische aanslagen maken mensen angstig en extra alert. Dat geldt ook voor artsen. Artsen voelen de maatschappelijke plicht om de politie te attenderen op het risico van aanslagen dat uitgaat van hun patiënten. Maar mag dat wel, gelet op hun beroepsgeheim? Moeten we, net als Duitsland, overwegen een wettelijke meldplicht in te voeren? Aart Hendriks en Sjaak Nouwt

In een paar maanden tijd ziet huisarts Bokic de 25-jarige Kevin geleidelijk aan veranderen. Kevin, een teruggetrokken patiënt met meervoudige gezondheidsproblemen, uit veel kritiek op de maatschappij. Hij is ervan overtuigd dat hij in actie moet komen als niemand anders dit doet, zo vertelt hij een keer tijdens het spreekuur. Als Kevin een keer niet op het spreekuur kan komen, bezoekt Bokic Kevin thuis. Aan de spullen en boeken die Bokic daar aantreft, groeit het vermoeden dat Kevin wel eens echt tot actie zou kunnen overgaan. Bokic heeft een slecht gevoel over de situatie en twijfelt of zij de politie moet inschakelen.

Met regelmaat leggen artsen de KNMG-Artseninfolijn dit soort casussen voor. Door de reeks aanslagen en andere geweldsincidenten in buurlanden neemt het aantal vragen fors toe. Artsen voelen de maatschappelijke plicht om de politie te attenderen op ernstige geweldsrisico’s die uitgaan van hun patiënten en worstelen nogal eens met de vraag wat te doen bij een patiënt die zich vreemd gedraagt. Wat mag wel en niet, gelet op hun beroepsgeheim? En moeten we eventueel zoals Duitsland overwegen een wettelijke meldplicht in te voeren bij terreurplannen?

Beroepsgeheim ter voorkoming van aanslagen

Het medisch beroepsgeheim is van groot maatschappelijk belang, ook ter voorkoming van aanslagen en ander gevaar. De wetenschap dat artsen vertrouwelijk omgaan met de patiënteninformatie is de ultieme waarborg dat mensen, bijvoorbeeld met psychische problemen, zich vrij voelen zich tot een arts te wenden. Alleen dan kunnen zij ook het beste worden geholpen. Patiënten moeten met een arts alles kunnen bespreken, waaronder angsten, woedes, frustraties en intimiteiten. Ook mogen zij spreken over strafbare feiten die zij hebben gepleegd, zonder te hoeven vrezen voor openbaarmaking of een aangifte. Om goede zorg te kunnen verlenen, is het tegelijkertijd van groot belang dat een patiënt alle noodzakelijke informatie verstrekt aan een arts. Het beroepsgeheim dient daarom zowel het algemeen maatschappelijke belang als het individuele gezondheidsbelang van de patiënt.1

Dit verklaart ook waarom een arts het beroepsgeheim alleen bij wijze van hoge uitzondering mag doorbreken. Want zonder beroepsgeheim stellen patiënten een bezoek aan de arts misschien uit en vertellen ze de arts waarschijnlijk niet meer alles wat hen dwars zit. Dat is onwenselijk en gevaarlijk, voor de patiënt en voor de samenleving als geheel.

Privacy patiënt versus gevaar

Er bestaan in Nederland een aantal meldplichten. Bijvoorbeeld voor infectieziekten, euthanasie, overlijden of gedwongen opnemingen. Er bestaat geen meldplicht in geval van terreurplannen. Een dergelijk wetsvoorstel gaat de KNMG ook te ver, omdat het zijn doel voorbij schiet. De arts wordt zo een soort verlengstuk van justitie. Bovendien bestaan in Nederland afdoende mogelijkheden voor artsen om indien nodig in actie te komen. De literatuur en rechtspraak voorzien namelijk in de mogelijkheid voor artsen om het beroepsgeheim te doorbreken in een situatie waarin sprake is van een zogeheten ‘conflict van plichten’. Dat is aan de orde indien de arts in gewetensnood raakt als hij zijn geheimhoudingsplicht blijft toepassen in de wetenschap dat er daardoor een schijnbaar onafwendbaar gevaar voor de betrokkene of anderen ontstaat. Zo’n situatie kan zich ook voordoen bij het inschatten van een risico op een terroristische aanslag of andere vorm van geweld.2

Het doorbreken van het beroepsgeheim op grond van een conflict van plichten is volgens het Nederlandse recht een laatste redmiddel (ultimum remedium). Een arts mag bij een conflict van plichten zijn beroepsgeheim pas doorbreken als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Het niet doorbreken van de zwijgplicht levert voor de patiënt of voor een ander ernstige schade op;
  • Om onafwendbare schade te voorkomen is er geen andere uitweg dan doorbreking van het geheim;
  • Het moet vrijwel zeker zijn dat door de geheimdoorbreking die schade kan worden voorkomen;
  • De arts verkeert in gewetensnood door het handhaven van de zwijgplicht;
  • De arts heeft alles is in het werk gesteld om eerst toestemming van de patiënt te verkrijgen voor doorbreking van het beroepsgeheim.

Opstelling van de tuchtrechter

De Nederlandse (tucht)rechter toetst zeer strikt of aan al deze voorwaarden is voldaan. Een arts moet dus wel zeer overtuigd zijn van zijn vermoedens alvorens bijvoorbeeld een aangifte of een melding te doen bij de politie, sociaal wijkteam, veiligheidshuis of in andere overlegsituaties.3 Ook vanwege de zwaarte van een beschuldiging van terrorisme dienen artsen zeer zorgvuldig te handelen. Bij voorkeur zal een arts met een patiënt in gesprek gaan, maar dit is natuurlijk niet altijd mogelijk.

Bij een conflict van plichten gaat het altijd om toekomstige reële gevaren. Een arts mag het beroepsgeheim niet doorbreken om voorvallen te melden bij de politie die zich in het verleden hebben voorgedaan, zoals een moord of mishandeling. Hoe moreel verwerpelijk een arts dit persoonlijk ook vindt en ongeacht of hij zou willen meehelpen om de dader te straffen. Wel is het voorstelbaar dat een persoon die in het verleden een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd, ook in de nabije toekomst een gevaar voor anderen kan betekenen. In een dergelijke situatie kan mogelijk wel een beroep worden gedaan op een conflict van plichten om hier melding van te maken.

Concreet dreigend gevaar

Betekent het uiten van bepaalde gewelddadige ideeën dat er een reële dreiging bestaat dat deze patiënt ernstige schade zal toebrengen aan een ander of aan zichzelf? Wij denken dat dit op zichzelf onvoldoende argumenten zijn om een aangifte of melding te doen op grond van een conflict van plichten. Dit kan veranderen als een arts over aanvullende informatie of concrete aanwijzingen beschikt. Ook de aankondiging van een patiënt dat hij zal afreizen naar het buitenland om zich aan te sluiten bij een gewelddadige organisatie is onvoldoende reden om het beroepsgeheim te doorbreken. Daarvoor is het dreigend gevaar onvoldoende concreet. Dat is hooguit anders als de betrokkene dreigt kinderen of anderen tegen hun zin daarnaartoe te ontvoeren.

De juiste afweging

Hulpverleners moeten uiteindelijk zelf de beslissing nemen, maar hoeven de afweging niet in hun eentje te maken. Artsen kunnen bij twijfel de situatie (anoniem) bespreken in een collegiaal overleg, een jurist of de Artseninfolijn van de KNMG. De KNMG adviseert artsen om in ieder geval in het patiëntendossier vast te leggen welke afweging is gemaakt en waarom uiteindelijk wel of niet is gekozen voor doorbreking van het beroeps­geheim.

Mag een arts bellen naar Meld Misdaad Anoniem?

Het anoniem melden van een mogelijke, toekomstige misdaad betekent ook een doorbreking van het beroepsgeheim. De arts is immers degene die anoniem blijft, niet de patiënt. Voor anoniem melden gelden daarom dezelfde eisen als voor het op naam melden. Indien niet is voldaan aan de eisen van een conflict van plichten, is er evenmin een rechtvaardiging om anoniem te melden.

Conclusie

Het is goed dat artsen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn bij onafwendbaar gevaar eventueel hun beroepsgeheim te doorbreken. De KNMG vindt dat de Nederlandse wetgeving hiervoor ook voldoende mogelijkheden biedt, zonder de privacy van de patiënt en toegankelijkheid van zorg te schaden. Een wetsvoorstel zoals nu in Duitsland voorgesteld, vindt de KNMG, net als de Duitse artsenorganisatie, geen goed idee.

In Nederland is bij wet geregeld dat doorbreking van het beroepsgeheim in uitzonderlijke gevallen mag, maar wel nadat aan strenge voorwaarden is voldaan. Doorbreken van het beroepsgeheim om een reeds gepleegd strafbaar feit op te lossen mag nooit. Doorbreken zonder toestemming van de patiënt mag bij toekomstige gevaren alleen onder voorwaarden. Dat geldt ook bij angst voor een mogelijke aanslag door een patiënt. Het Nederlandse recht verschilt hiermee van het wetsvoorstel dat in Duitsland wordt besproken, waar is geopperd dat artsen patiënten met eventuele terroristische plannen verplicht zouden moeten aangeven.

KNMG ArtseninfolijnArtsen kunnen tijdens kantooruren terecht met vragen bij de Artseninfolijn van de KNMG.

Verdere informatie:

Handreiking beroepsgeheim en politie/justitie

Factsheet beroepsgeheim

Wegwijzer beroepsgeheim in samenwerkingsverbanden

Voetnoten:

1 S. Nouwt, Beroepsgeheim is waarborg voor maatschappelijke veiligheid (2015)

2 Handreiking beroepsgeheim & conflict van plichten (2013)

3 Wegwijzer beroepsgeheim in samenwerkingsverbanden (2014)

federatienieuws 33/34 2016

Federatienieuws KNMG privacy ethiek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.