Inloggen
Federatienieuws
Rutger Jan van der Gaag
2 minuten leestijd
Federatienieuws

Herregistratie basisarts: brede werknorm

1 reactie

Dokters liggen onder een vergrootglas. We merken het aan allerlei zaken: de lijstjes, mediaberichten, politieke oproepen, eisen van zorgverzekeraars - zo kan ik nog wel even doorgaan. Dat is op zich begrijpelijk. Als arts raak je aan een uitermate belangrijk goed. Gezondheid gaat voor alles en dus moet je als arts laten zien dat je staat voor veilig, deskundig en betrouwbaar medisch handelen. Om deze verantwoorde medische zorg te borgen, moeten de diverse partijen echter wel de juiste eisen aan deze zorg stellen. En daar schort het wel eens aan. Zo maak ik me al enige tijd zorgen over de toetsing die basisartsen, inclusief profielartsen, vanaf 1 januari 2017 moeten doorlopen in het kader van hun eerste BIG-herregistratie. Op zich ben ik hier voor. Herregistratie is een kwaliteitsinstrument. Maar dan moeten de herregistratie-eisen wel het juiste toetsen.
En daar twijfelt de KNMG ernstig aan.

De toetssteen voor herregistratie is werkervaring. Hierbij kan men zich afvragen of werkervaring alleen wel voldoende is om deskundigheid daadwerkelijk te toetsen. Maar vooralsnog moet dat, volgens de wet, werkervaring zijn ‘op het gebied van de individuele gezondheidszorg’. Maar welke werkzaamheden worden daar precies mee bedoeld? Gaat het daarbij alleen om curatieve werkzaamheden of valt daar ook een medische keuring onder? En maakt het uit of de arts een beoordeling verricht voor het aangaan van een verzekering, het verkrijgen van een hypotheek, een rijbewijs of een verstrekking? Lange tijd leek het erop dat de minister hierin inderdaad onderscheid wilde maken. En dat is raar. Ik bedoel: gebruikt een arts andere vaardigheden als hij een medische beoordeling voor een zorgverzekeraar verricht dan wanneer hij een expertise voor een rechtbank uitvoert? De KNMG is het dan ook volstrekt niet eens met die beperkte lezing van de herregistratienorm. Door deze norm te hanteren wordt geen recht gedaan aan het werk van grote groepen basisartsen. Zij zijn, zo zou je kunnen zeggen, de lijm tussen aan de ene kant beleidsorganisaties, verzekeraars, uitvoeringsinstellingen, onderzoeksinstituten en wat dies meer zij, en aan de andere kant de vaak weerbarstigere medische praktijk. Zij slaan belangrijke bruggen, waarvoor een medische opleiding vereist is. Niet voor niets worden hiervoor artsen geworven.

De KNMG heeft zich daarom de afgelopen tijd hard gemaakt voor een bredere interpretatie van de norm van gewerkte uren, samen met de KAMG, Zorgverzekeraars Nederland en de tandartsen. Het ministerie lijkt oog te hebben voor onze argumentatie, maar geeft nog geen definitief uitsluitsel, terwijl de regeling zelf al in 2012 is aangenomen. De tijd dringt, want deze artsen worden over twee jaar afgerekend op eisen waar zij nú al de inspanning voor moeten verrichten. Datzelfde geldt voor artsen die nu al weten dat ze tegen die tijd onvoldoende werkervaring hebben. Zij moeten zekerheid krijgen over de eisen die gelden voor het scholingstraject dat ze in de periode tot 2017 (nu dus!) moeten volgen. Ik roep de minister dan ook dringend op om snel te komen met een invulling van de werkervarings- en scholingseisen. De huidige (rechts)onzekerheid bij artsen over hun toekomst is ongewenst en onnodig.

Rutger Jan van der Gaag, voorzitter artsenfederatie KNMG

<b>Download het federatienieuws uit nr. 47 2014</b>
Federatienieuws
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.