Inloggen
Federatienieuws
2 minuten leestijd
voorzitterscolumn

Haal er een co bij

Plaats een reactie
Boyd Thijssens, voorzitter NVAB

De ramingen van het Capaciteitsorgaan liegen er niet om. Hoewel de laatste jaren de instroom van artsen in de bedrijfsartsenopleiding is toegenomen, is er nog steeds sprake van een gapend gat tussen de beoogde en gerealiseerde instroom.

Om dat gat te dichten, is een forse toename van de instroom nodig. Het werk door anderen laten doen, is op zijn best een klein deel van de oplossing, daarover in een andere column meer.

Het verder laten toenemen van die instroom begint met het nog beter voor het voetlicht brengen van de sociale geneeskunde bij studenten en basisartsen. Daar hebben we reeds mooie stappen in gezet en we vinden daarbij De Geneeskundestudent aan onze zijde. Uit hun enquête onder geneeskundestudenten bleek dat de studenten vinden dat hun studie een vertekend beeld geeft van de arbeidsmarkt, namelijk dat er alleen in het ziekenhuis werk is voor artsen. Specifieker verwoord: de sociale geneeskunde in de breedste zin is volgens hen ondervertegenwoordigd en onderbelicht in het opleidingsprogramma.

Waar voorheen als grootste knelpunt vaak het adagium ‘onbekend maakt onbemind’ opgeld deed, lijkt dit nu – gelukkig! – wat aan kracht in te boeten. Nu hebben we als arbosector echter wel een dure belofte in te lossen, namelijk om het opgewekte animo voor ons vak in goede banen te leiden. Voor coassistentplekken geldt bijvoorbeeld dat in een werkveld waarin er een tekort aan bedrijfsartsen is, er ook te weinig tijd ervaren wordt bij bedrijfsartsen om coassistenten te introduceren in het vak. Dat er commercieel gezien niet heel veel te halen valt bij zo’n plek én dat een aanzienlijk deel van de bedrijfsartsen als zelfstandige werkt (met alle praktische uitdagingen van dien) maken het niet eenvoudiger.

Arbosector moet animo voor het bedrijfsartsenvak in goede banen leiden

Toch kan het begeleiden van een co verrijkend zijn en hóeft het niet (veel) extra tijd te kosten. Er gloort gelukkig dan ook licht aan het einde van de tunnel. Er lopen op dit moment initiatieven die de toegankelijkheid vergroten en veel praktische uitdagingen uit de weg ruimen. Onderdeel hiervan is een coschap dat de student beter inhoudelijk voorbereidt op het vak, waardoor de schaarse praktijktijd effectiever gebruikt kan worden (en de co meer zelf doet!). Efficiënter, leerzamer en leuker voor zowel student als begeleider.

We zijn met vereende krachten hard op weg structureel vijftienhonderd kwalitatief goede coschapplaatsen per jaar te creëren, zodat álle toekomstige artsen een goed beeld van de sociale geneeskunde kunnen krijgen. En dat is ook voor artsen die uiteindelijk geen bedrijfsarts worden waardevol; bekendheid met wat bedrijfsgeneeskunde inhoudt, geeft de zogeheten arbo-curatieve samenwerking of meer algemeen de netwerkgeneeskunde een impuls.

Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat het ook zonder zo’n coschap goed kan komen. Zelf ben ik tijdens de geneeskundestudie niet in aanraking gekomen met het bedrijfsartsenvak, maar is dat uiteindelijk op aanraden van anderen gebeurd. Kortgeleden rondde ik mijn opleiding af en nu schrijf ik deze column. Het is mijn ambitie een gezicht van de vereniging te vormen waarmee de jonge garde zich kan identificeren en daarnaast jong en oud te motiveren om nét dat stapje extra te doen voor ons mooie vak, bijvoorbeeld door een co te begeleiden.

auteur

Boyd Thijssens, voorzitter NVAB

Federatienieuws bedrijfsgeneeskunde
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.