Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Federatienieuws
Naomi van Esschoten
20 mei 2020 6 minuten leestijd
Federatienieuws

Ethicus in coronatijd

Plaats een reactie

Roodgloeiende telefoons, een volle mailbox en veel overleg via allerlei videoplatformen: de drie ethici van de KNMG krijgen tijdens de coronacrisis allerlei medisch-ethische kwesties voorgelegd. ‘Ik heb ’s nachts wel wakker gelegen.’

Twee mannen van 27 en 29 jaar komen binnen op de ic met covid-19. Maar de maximale capaciteit is landelijk al bereikt. Wat nu? Moet een patiënt die slechte kansen heeft, plaatsmaken voor een van deze jonge mannen die misschien een grotere overlevingskans heeft? En wie van hen dan? De een is net vader geworden, de ander heeft een groot bedrijf dat voor veel arbeidsplaatsen zorgt. ‘Onder andere over dit soort dilemma’s zijn we nu aan het praten, vertelt ethicus Krista Tromp. ‘Maar we krijgen ook individuele vragen van artsen, bijvoorbeeld over het beroepsgeheim of beeldbellen in coronatijd.’

Gedragsregels voor artsen

Normaal zijn de drie ethici van de KNMG betrokken bij uiteenlopende projecten waarin medische ethiek een rol speelt. ‘Zo denken we mee over de gedragsregels voor artsen. Die vormen een leidraad voor hoe artsen kunnen handelen in allerlei situaties. Denk aan het aannemen van cadeaus, het aangaan van een relatie met een patiënt of hoe je je toetsbaar opstelt tegenover collega’s. Ook werken we mee aan beleid over euthanasie bij dementie, of de relatie tussen artsen en leveranciers van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Verder geef ik, naast mijn werk voor de KNMG, onderwijs over medische ethiek aan studenten geneeskunde en zit ik in de medisch-ethische toetsingscommissie van het Erasmus MC.’

‘De beslissing over wie een bed krijgt, kun je niet aan een individuele arts overlaten’

Te weinig ic-plekken

Door het coronavirus zag het werk van de KNMG-ethici er de afgelopen tijd opeens compleet anders uit. ‘Covid-19 brengt veel medisch-ethische vraagstukken met zich mee, zoals de situatie van te weinig ic-plekken. De beslissing over wie dan een bed krijgt, kun je niet aan een individuele arts overlaten. Dat is een te zware belasting. Ook wil je de maatschappij beschermen tegen willekeur. Daarom spreken we vanuit de KNMG met veel betrokken partijen: van beroepsverenigingen van artsen en verpleegkundigen tot de ouderenbond en Patiëntenfederatie, en van juristen tot een adviesgroep van externe ethici. Samen bespreken we welke criteria bruikbaar zijn.’

Voorrang

Zo geven medische maatstaven niet altijd helderheid. Tromp: ‘Help je bijvoorbeeld de mensen die de meeste kans hebben op overleving, of juist degenen die er medisch het slechtst voor staan? En welke criteria gebruik je als de medische parameters hetzelfde zijn? Mag leeftijd een overweging zijn, of sociaaleconomische status of misschien wel of iemand zelf ‘schuld’ heeft? En hoe zit het met zorgverleners, moeten zij voorrang krijgen op de ic? Wat zijn daar de positieve en negatieve gevolgen van? En geldt het selectiebeleid alleen voor nieuwe patiënten die naar het ziekenhuis komen, of ook voor mensen die al op de ic liggen? Moeten die laatsten misschien hun bed afstaan als er iemand komt die betere kansen heeft? Ethici geven niet de ‘juiste’ antwoorden, maar stellen de juiste vragen.’

Ultiem dilemma

Al die kritische vragen vinden mensen niet altijd leuk, merkt Tromp. ‘Zeker aan het begin van een discussie is het soms lastig. Maar door het analyseren maken we theoretische vraagstukken helder en worden keuzes en consequenties inzichtelijk.’ Al heeft ze ’s nachts wel wakker gelegen van dit ‘soort ethische dilemma’s’. ‘Wie ben ik nou om hier iets van te vinden, dacht ik dan. Maar ik vind het ook belangrijk om hierin verantwoordelijkheid te nemen en daarover mee te denken zodat de zorg tot constructieve antwoorden kan komen.’ Een extra beperking vindt Tromp dat de overleggen nu digitaal plaatsvinden. ‘Bij beeldbellen mis je soms non-verbale signalen. Toch is het belangrijkste bij dit soort moeilijke beslissingen dat je elkaar in de ogen kunt kijken, en dat lukt gelukkig nog steeds.’

Snel overleg

Er zijn ook voordelen aan de andere manier van werken. ‘Zo gaat afspreken veel makkelijker. Waar het normaal soms vier weken duurt voordat er ruimte is in alle agenda’s, lukt dat nu soms in 24 uur. Ook veel initiatieven, bijvoorbeeld voor digitaal overleg of gegevens delen, komen in een stroomversnelling van de grond.’ Snelheid speelt ook een rol bij de onderzoeksprotocollen over covid-19 die Krista Tromp beoordeelt in de medisch-ethische toetsingscommissie. ‘Er is haast om nieuwe behandelingen te ontwikkelen, maar wetenschappelijk onderzoek moet natuurlijk nog steeds zorgvuldig en veilig gebeuren. Met de commissie, waarin ook een arts, apotheker, statisticus en jurist zitten, kijken we daarom in een speciale ‘fast track’-procedure hoe we de balans kunnen vinden tussen goed en snel starten tegen acceptabele risico’s en consequenties.’

‘Veel artsen vragen of de gewone regels rond het medisch beroepsgeheim nog wel gelden in deze bijzondere tijd’

Ongeruste familie

Een veelvoorkomend probleem is dat een patiënt toestemming moet geven om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. ‘Maar als iemand aan de beademing op de ic ligt, gaat dat niet. Bij andere patiënten die zelf geen toestemming kunnen geven, bijvoorbeeld bij dementie of een verstandelijke beperking, is er vaak al eerder een vertegenwoordiger uit de familie aangesteld die de beslissing kan nemen. Bij covid-19 is die er niet altijd, omdat de patiënt vaak zo snel heel ziek wordt, en de familie is bovendien ongerust omdat de situatie levensbedreigend is. Het is dus nog niet zo eenvoudig om valide toestemming te krijgen, maar samen zoek je naar een praktische oplossing, bijvoorbeeld dat de onderzoeker uitleg geeft in een videogesprek.’

Meer zelfvertrouwen

Uiteindelijk is het doel van haar werk dat artsen met meer zelfvertrouwen doordachte keuzes maken. Krista Tromp: ‘Veel artsen vragen of de gewone regels rond het medisch beroepsgeheim nog wel gelden in deze bijzondere tijd. Wat als de politie vraagt om de namen van coronapatiënten door te geven zodat agenten veilig kunnen werken? De regels veranderen niet, maar de keuzes soms wel. Zo kun je bijvoorbeeld best videobellen om toch een patiënt te zien, maar is de veiligheid van de agenten ook op andere manieren te garanderen en hoeft het beroepsgeheim helemaal niet doorbroken te worden. Door de juiste vragen te stellen, kunnen artsen zelf een afweging maken.’

Gemeenten vragen artsen regelmatig om medische informatie. Bijvoorbeeld bij de integrale hulp aan inwoners met meervoudige problemen, waar diverse partijen, ook van buiten de zorg, bij betrokken zijn. In het conceptwetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein wordt onder andere voorgesteld om artsen te verplichten deze informatie over patiënten af te geven zonder dat de patiënt hiermee heeft ingestemd. De KNMG is tegen deze verplichting en pleit ervoor de toestemming van patiënten leidend te laten blijven voor de verstrekking van medische gegevens.

Gegevens verstrekken zonder toestemming van de patiënt schaadt de vertrouwensrelatie

Eén van de beoogde doelen van het wetsvoorstel dat nu ter internetconsultatie voorligt, is het verminderen van de handelingsverlegenheid bij organisaties en professionals om informatie te delen. De KNMG snapt dat terughoudendheid van artsen belemmerend werkt bij een integrale aanpak van meervoudige problematiek. Maar die terughoudendheid van artsen heeft een gegronde medisch-ethische reden. Het verstrekken van gegevens zonder toestemming van patiënten heeft een schadelijk effect op de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt en daarmee (vaak) ook op de gezondheid van de patiënt. Veel patiënten met meervoudige problemen zijn onder behandeling van een psycholoog of psychiater. Het gaat hier om zeer gevoelige medische informatie. Het is voor psychiatrische patiënten extra beangstigend dat anderen deze informatie over hen krijgen toegespeeld. Bekend is dat zij dan zorg gaan mijden. Zij raken tussen wal en schip en kunnen een gevaar gaan vormen voor anderen of zichzelf.

De KNMG begrijpt dat het ministerie van VWS met een verplichting tot informatieverstrekking de terughoudendheid van artsen probeert op te lossen, maar tegelijkertijd schaadt dit extra kwetsbare mensen die een vertrouwelijke behandeling verdienen in een veilige omgeving. Toestemming vragen van de patiënt blijft dan de beste manier. Bovendien moet niet vergeten worden dat medische informatie in veel gevallen geen sleutel is om tot een integrale aanpak en gefundeerde besluiten te komen.

Waar het gaat om de zorgvuldigheid en vertrouwelijke uitwisseling van medische gegevens, vindt de KNMG het belangrijk dat er aandacht komt voor het feit dat deze medische gegevens via de gemeenten ook terechtkomen bij bijvoorbeeld ambtenaren, maatschappelijk dienstverleners, financieel coaches, die geen medisch beroepsgeheim hebben. De KNMG wil daarom meedenken over een constructie met een medisch adviseur als tussenpersoon. Dan kan deze persoon, met begrip voor de patiënt én een medisch beroepsgeheim, ervoor zorgen dat de relatie tussen arts en patiënt, zoals het hoort, vertrouwelijk is en blijft. 


Download het federatienieuws 21 - 2020 (pdf)

Federatienieuws
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.