Inloggen
Federatienieuws
Rutger-Jan van der Gaag
2 minuten leestijd
Federatienieuws

Durf door te vragen bij verslaafde én ‘nette’ ouder - Voorzitter KNMG

Plaats een reactie

Maandagochtend. De man tegenover u in de spreekkamer is gekomen vanwege een pijnlijke knie, maar hij ruikt ook flink naar alcohol. Al gauw blijkt dat een kratje bier voor hem geen uitzondering is. Vraagt u nu door naar zijn eventuele gezinssituatie? Wilt u weten of er kinderen aan zijn zorg zijn toevertrouwd en of dat wel goed loopt? Dat is een flinke opgave, want wat maakt u los? Ik kan me de verontwaardigde of misschien ronduit agressieve reactie wel zo’n beetje voorstellen: ‘Waar bemoei je je mee!’. En stel dat uw patiënt u gaat wantrouwen en u als zorgverlener gaat mijden – wat kunt u dan nog betekenen voor de kinderen of de partner?

Met de komst van de kindcheck is dit geen vraag meer: u moét wel doorvragen. Onlangs voegden we deze wettelijk verplichte check toe aan de KNMG-meldcode. Heeft u een volwassen patiënt met bijvoorbeeld ernstige psychische problemen of zware verslaving, dan moet u standaard nagaan of hij of zij verantwoordelijk is voor de verzorging van kinderen en in dat geval de stappen van de meldcode volgen. Uw eigen professionele inschatting is hierbij leidend: zijn de signalen zodanig dat een kind in een risicovolle situatie zou verkeren bij deze patiënt? Hoe moeilijk doorvragen bij vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld ook is, het is goed dat we deze rol hebben gekregen. Juist artsen kunnen belangrijk zijn bij het tijdig signaleren van kindermishandeling en huiselijk geweld.

Wel dreigt er een gevaar bij deze aanvullende eisen waar ik erg beducht voor ben. Zeker
onder de politieke druk dat ‘artsen meer moeten doen’ kan de nadruk komen te liggen op het aanpakken van ‘de schuldige’ in plaats van het helpen van de onmachtige. Op het afvinken van wéér een protocol op de huisartsenpost of spoedeisende hulp in plaats van het daadwerkelijk aangaan van een open gesprek. Een goede aanwijzing voor dit gevaar is als u zichzelf hoort zeggen ‘sorry, ik moet die vraag nu eenmaal stellen’. C’est le ton qui fait la musique: helpen doe je door echt naast je patiënt te gaan staan, naast kind én ouder, ene én andere partner, en vanuit die veilige situatie duidelijk te maken dat je wilt doorvragen om de hulpvraag helder in beeld te krijgen. Zodat u het hele gezin hulp kunt bieden als dat nodig is. En u met een gerust hart verder kunt gaan met de volgende patiënt als dat niet nodig blijkt.

De valkuil om níet door te vragen is overigens misschien nog wel groter bij dat nette echtpaar van uw leeftijd. Of dat leuke gezin uit uw eigen wijk dat met een kind met blauwe plekken komt. Het verhaal erbij past misschien niet helemaal, maar u spiegelt hen aan uw eigen situatie en denkt: ‘kindermishandeling, huiselijk geweld, dat komt hier toch niet voor?’ Ook dan, of misschien zelfs juist dan is een open hulpverlenersblik noodzakelijk. Want voor een mishandeld kind of mishandelde partner is het misschien wel extra moeilijk om aan de bel te trekken als niemand het verwacht.

Rutger Jan van der Gaag, voorzitter artsenfederatie KNMG

<b>Download het federatienieuws (met voorzitterscolumn) als PDF</b>
Federatienieuws
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.