Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
09 augustus 2018 3 minuten leestijd
Federatienieuws

‘Als huisarts kun je zelf de regie houden’

Plaats een reactie
getty images
getty images

Een nieuw afwegingskader in de KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld biedt artsen meer houvast bij het nemen van de beslissing om te melden. Huisarts Tjitske van den Bruele denkt dat hierdoor meer huisartsen zich ervan bewust worden dat ze zelf de regie kunnen houden.

‘Een jonge vader kwam op het spreekuur met zijn zoontje. Toen ik hem riep, trok hij zijn zoontje hardhandig aan zijn arm door de gang.’ Huisarts Tjitske van den Bruele herinnert het zich nog goed. ‘Ik schrok ervan en greep de oorklacht van het zoontje aan om hen nog een keer terug te laten komen. Ik wist dat moeder net bevallen was van het vijfde kind, dat ze niet zo mobiel was door bekkeninstabiliteit en dat vader veel aan het werk was. Toen het de tweede keer weer gebeurde, heb ik het duidelijk benoemd: “Ik zie dat u gespannen bent en dat u uw zoontje hard aan de arm trekt. Gaat het thuis wel goed?” Ik zag zijn schouders naar beneden zakken van opluchting dat iemand ernaar vroeg. En toen heb ik hulp kunnen inzetten.’

Zelf hulp inzetten

Een melding bij Veilig Thuis vond Van den Bruele niet nodig. ‘De ouders werkten mee aan de hulpverlening en ik kon de situatie zelf aan.’ Ze verwacht dat het nieuwe afwegingskader – een aanscherping van stap 5 van de meldcode – huisartsen meer motiveert om na te denken over welke hulp zij zelf kunnen inzetten in het geval van huiselijk geweld of kindermishandeling. Ook nadat ze eventueel een melding doen bij Veilig Thuis. Na een melding besluit je samen met Veilig Thuis of je (ook) zelf hulp kunt bieden of organiseren. Je spreekt samen af wie de regie neemt.’

Heb ik hier te maken met een signaal van geweld?

Zelf de regie houden

Als huisarts kun je zelf de regie houden, weet Van den Bruele dus uit eigen ervaring. ‘Ik denk dat het nieuwe afwegingskader ervoor gaat zorgen dat meer huisartsen zich hiervan bewust worden. Met Veilig Thuis spreek je een termijn af waarbinnen de situatie veranderd moet zijn. Als je na een tijdje het idee hebt dat er niets is veranderd, moet je opnieuw de meldcode doorlopen. En als je er dan samen met de betrokken hulpverleners niet uitkomt, moet je opnieuw een melding doen.’

Unieke positie

Voor huisartsen is het vaak prettig om de regie in eigen hand te houden, denkt Van den Bruele. ‘Wij hebben vaak een goede band met onze patiënten. Patiënten hebben op hun beurt het vertrouwen om gewoon langs te komen bij hun huisarts, ook als de situatie thuis niet helemaal oké is. Als huisarts heb je de vrijheid om mensen regelmatig terug te zien en te polsen hoe het thuis gaat. Dat is een unieke positie, waar je gebruik van kunt maken. Ik spreek dan een termijn af waarbinnen ik verbetering wil zien. Anders ga ik het alsnog melden.’

Signalen

Soms ziet of hoort Van den Bruele tijdens haar werk dingen waar ze niet meteen de vinger op kan leggen. ‘Een jong meisje met een heel slecht gebit, een demente mevrouw die door haar man in een klein kamertje wordt opgesloten als hij boodschappen gaat doen, een jonge moeder die steeds met pijntjes komt en niet lekker in haar vel zit, een basisschoolkind dat zo’n beetje het hele huishouden heeft overgenomen, een kind van gescheiden ouders met gedragsproblemen op school. Ik vraag me dan wel eens af: heb ik hier te maken met een signaal van geweld of mishandeling? Moet ik hier iets mee? Dan is het altijd goed om naar de thuissituatie te vragen.’

Concreter maken

Volgens Van den Bruele kun je in zulke situaties het afwegingskader gebruiken om te bepalen wat er nou precies speelt. ‘In het nieuwe afwegingskader is vast­gelegd dat bij acute en/of structurele onveiligheid een melding bij Veilig Thuis nodig is. Ook is beschreven hoe je in andere situaties tot het besluit kunt komen om te melden. Als je dat niet doet terwijl het wel noodzakelijk was, kan dat je verweten worden. Wat acute of structurele onveiligheid inhoudt, kun je lezen in het afwegingskader. Maar er is geen uitputtende lijst van voorbeelden bij gegeven. Artsen hebben zelf de professionaliteit om dit te beoordelen.’

Duwtje in de rug

Van den Bruele hoopt dat het nieuwe afwegingskader collega’s die – misschien al langere tijd – een ‘niet pluis’-gevoel hebben bij een patiënt nét dat duwtje in de rug geeft. ‘Als je twijfelt over of iets mishandeling is, kun je met Veilig Thuis, een aandachtfunctionaris, de huisartsenpost of een collega overleggen. Erover praten kan inzicht geven. Je hoeft niet direct te melden, maar advies vragen bij Veilig Thuis is bij een vermoeden nog steeds verplicht. Met het juiste advies kun je zelf soms al voldoende hulp inzetten.’

print dit artikel
Federatienieuws KNMG
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.