Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sophie Broersen en Sjaak Nouwt
05 december 2017 3 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Psychiater liet selectieve vernietiging terecht niet toe

Plaats een reactie

Een patiënt mag zijn medisch dossier, of een deel ervan, laten vernietigen. Dat recht staat zo beschreven in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).

In de KNMG-Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens staan ook de uitzonderingen daarop helder beschreven.

Desondanks pakken regels in de praktijk soms lastig uit. In deze tuchtzaak gaat het over een patiënt die het niet eens was met een psychiatrische diagnose. Hij beriep zich eerst op zijn recht om onjuiste gegevens te corrigeren. Daar was in dit geval geen sprake van. Vervolgens wilde hij selectief gegevens laten verwijderen. De behandelaars wilden daar niet aan meewerken, maar boden wel andere mogelijkheden, zoals het toevoegen van de brief van de patiënt aan het dossier of een herevaluatie van de diagnose.

Hadden de behandelaars, van wie de psychiater hier werd aangeklaagd, het recht om hem selectieve vernietiging te ontzeggen? Ja, vindt het tuchtcollege. Ten eerste had er nog iemand anders belang bij de gegevens: de toenmalige partner van de klager bij wie de heteroanamnese werd afgenomen. Dit wordt helaas niet veel beter toegelicht dan zo. Want waarom had de ex van de patiënt in dit geval een belang bij de beschikbaarheid van het dossier? Ten tweede had de psychiater zelf belang bij de weigering van het vernietigingsverzoek. Volgens het college kan een selectieve vernietiging afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het dossier en de daarin gestelde diagnose. We moeten aannemen dat de arts na verwijdering van de gewraakte tekst in dit geval geen verantwoorde zorg meer zou kunnen leveren.

Sophie Broersen, arts/journalist

Sjaak Nouwt, jurist KNMG

pdf van ingekorte versie uitspraak (pdf))

Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Nr. C2017.196

Beslissing in de zaak onder nummer C2017.196 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., psychiater, werkzaam te D., verweerder in beide instanties,

gemachtigden: E. en mr. F. verbonden aan G.

1. Verloop van de procedure

A. – hierna klager – heeft op 18 oktober 2016 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle tegen C. – hierna de psychiater – een klacht ingediend. Bij beslissing van 27 maart 2017, onder nummer 265/2016 heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen.

De psychiater heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 20 september 2017, waar zijn verschenen klager en de psychiater, bijgestaan door zijn gemachtigde E. voornoemd. E. heeft een pleitnota overgelegd.

2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

  • De psychiater heeft in beroep aangevoerd dat klager niet in zijn beroep kan worden ontvangen, omdat – kort gezegd – het beroepschrift van klager niet voldoet aan de eisen die daaraan te stellen zijn, nu daarin de gronden van het beroep niet of althans niet volledig zijn opgenomen.

  • Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege heeft klager in het beroepschrift voldoende duidelijk aangegeven dat, en op welke gronden hij het niet eens is met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Klager wordt dan ook in zijn beroep ontvangen.

5. Beoordeling van het beroep

  • Klager beoogt met zijn beroep zijn klacht in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen en concludeert (impliciet) tot gegrondverklaring van het beroep.

  • De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot verwerping van het beroep.

  • Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van het schriftelijk en mondeling debat ter terechtzitting in beroep omtrent het handelen van de psychiater tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege en neemt hetgeen het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE’ heeft overwogen hier over. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat er geen sprake is van onjuiste toepassing door de psychiater van het correctierecht en dat de psychiater wat betreft het recht op verwijdering en vernietiging binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Dit betekent dat de klacht van klager faalt en het beroep moet worden verworpen.

6. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing. Deze beslissing is gegeven door: mr. K.E. Mollema, voorzitter, mr. M.P. Den Hollander en mr. drs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, leden-juristen en drs. A.C.L. Allertz en drs. E.J. Stevelmans, leden-beroepsgenoten en mr. D. Brommer, secretaris.

Ingekorte versie van de uitspraak (pdf)

print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring