Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
prof. mr. Aart Hendriks Hans van Santen - huisarts
03 april 2013 9 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

NODO-sectie: ouders hebben het laatste woord

4 reacties

Kinderen overlijden gelukkig zelden. Vandaar dat niet zomaar mag worden uitgegaan van een natuurlijke doodsoorzaak. Sterker, sinds 2010 zijn behandelend artsen verplicht om bij het overlijden van een minderjarige altijd te overleggen met een gemeentelijk lijkschouwer. Alleen indien beiden overtuigd zijn van een natuurlijke dood, kan de overlijdensverklaring worden afgegeven.

In oktober 2012 is de zogenaamde NODO-procedure (NaderOnderzoek naar de DoodsOorzaak) in werking getreden. Bij een onverklaard overlijden neemt een multidisciplinair onderzoeksteam het onderzoek van arts en lijkschouwer over. Zo’n team kan allerlei stappen nemen om de doodsoorzaak te achterhalen. Voor het doen van sectie op het overleden kind is echter de toestemming van de ouders nodig.

Indien ouders toestemming voor sectie weigeren, kunnen de onderzoekers de rechter om vervangende toestemming vragen. Uit onderstaande uitspraak blijkt dat als er geen aanwijzing is voor een strafbaar feit, de rechter sectie al snel een te zwaar middel vindt. Op zich begrijpelijk, maar de NODO-procedure is juist bedoeld om alle vormen van onverklaard overlijden te achterhalen. Indien de rechter de NODO-procedure anders uitlegt, blijft de samenleving met vragen zitten.

Hans van Santen, huisarts

Prof.mr. Aart Hendriks


Rechtbank Midden-Nederland, zittinghoudende te Utrecht, zaak- en rekestnummer: C/16/338321 / FA RK 13-1166, beschikking van 18 februari 2013: dochter, geboren in 2012 en overleden op 17 februari 2013, dochter van vader en moeder.

1. Verloop van de procedure

1.1. Op 17 februari 2013 heeft mevrouw A, als NODO-kinderarts verbonden aan het B telefonisch aangekondigd dat een schriftelijk verzoek zal worden gedaan tot het verlenen van vervangende toestemming voor een sectie op een minderjarige. Op 18 februari 2013 hebben mevrouw A voornoemd en de heer , NODO-forensisch arts, de rechtbank schriftelijk verzocht vervangende toestemming te verlenen voor sectie op het lichaam van dochter.

1.2. Op 18 februari 2013 is tijdens een zitting het verzoek met gesloten deuren behandeld. 

2. Wettelijk kader

Het verzoek van de NODO-kinderarts en de NODO-forensisch arts tot verlening van vervangende toestemming voor sectie op het lichaam van de minderjarige is gebaseerd op artikel 74 van de Wet op de lijkbezorging (Wlb). Dit artikel bepaalt dat indien de gemeentelijke lijkschouwer in het kader van een nader onderzoek naar de doodsoorzaak van de minderjarige sectie noodzakelijk acht, hij bij gebreke van toestemming van de ouder(s) aan de rechtbank kan vragen om vervangende toestemming. Het derde lid van artikel 74 Wlb bepaalt dat de rechtbank toestemming verleent, tenzij het belang om de doodsoorzaak van de minderjarige vast te stellen niet opweegt tegen de gevolgen die inwilliging van het verzoek voor de ouders zullen hebben.

3. Vaststellingen en standpunten

3.1. Op (…) 2012 is geboren: dochter.

De moeder heeft het gezag over dochter. De vader heeft verklaard de minderjarige te hebben erkend. Op 17 februari 2013 hebben ouders haar niet ademend aangetroffen in haar wieg. De arts heeft in de ochtend van 17 februari 2013 vastgesteld dat dochter was overleden.

3.2. De ouders hebben verklaard dat dochter zes weken te vroeg is geboren. Dochter was vanaf haar geboorte snotterig. Hiervoor stond dochter onder controle bij het ziekenhuis. Voedingen duurden erg lang doordat dochter niet of slecht dronk. De moeder heeft een neusspray gekregen van de behandelend arts, die zij dochter moest toedienen voorafgaand aan de voeding. Dit hielp en de voedingen gingen de laatste tijd beter. In de nacht van 16 op 17 februari 2013 heeft dochter om 02.00 uur nog zonder problemen een voeding gekregen. Op 1 maart 2013 stond de volgende controle in het ziekenhuis gepland.

3.3. De bij de zitting aanwezige artsen hebben naar voren gebracht dat de NODO-procedure is opgestart, omdat het overlijden van de minderjarige dochter onverklaard en onverwacht is. Zij hebben benadrukt dat er geen enkele aanwijzing is voor een niet-natuurlijke dood.

De schouw, de eerste resultaten van de bemonstering van de lichaams-materialen, de whole body CT-scan en skeletfoto’s leveren geen verklaring op voor het overlijden van de minderjarige.

De artsen willen door middel van een sectie onder meer onderzoeken of het overlijden van dochter te maken heeft gehad met de opvallende omstandigheid dat zij vanaf haar geboorte snotterig was. Sectie kan mogelijk uitwijzen of er sprake was van een infectie of dat er in de bouw van dochter’s neus onvolkomenheden waren. De artsen willen de longen van de minderjarige onderzoeken. Daarnaast is uit afgenomen hersenvocht gebleken dat daarin veel witte bloedcellen aanwezig zijn, hetgeen kan duiden op een infectie. Uit het afgenomen glas-vocht blijkt dat het kaliumgehalte hoog is en het suikergehalte laag. De NODO-arts C licht toe dat onderzoeks-resultaten van afgenomen lichaamsvocht niet veel zekerheden geven, omdat nog weinig bekend is over de betekenis van dit soort waarden bij overledenen.

3.4. De NODO-arts C heeft hieraan toegevoegd dat iedere ouder het recht heeft om te weten waarom zijn of haar kind is overleden. Uit onderzoekspublicaties van de kinderradioloog D komt naar voren dat sectie 30 tot 40 procent meer informatie kan verschaffen over de doodsoorzaak. De De NODO-arts C heeft voorts verklaard dat door het achterhalen van de doodsoorzaak mogelijk meer informatie naar voren komt over de vraag of het overlijden van dochter het gevolg is van een erfelijke component waartegen de vier andere kinderen van de ouders (van 18, 17, 12 en 2 jaar) wellicht beschermd kunnen worden.

3.5. De ouders hebben zich verzet tegen het verzoek om sectie. Zij hebben verklaard dat het voor hen vooral een gevoelskwestie is, waarbij hun overtuiging vanuit de Hindoestaanse cultuur een belangrijke rol speelt. Deze overtuiging houdt voor de ouders in dat men respect dient te hebben voor de overledene, hetgeen onder meer betekent dat niet in het lichaam mag worden gesneden. De ouders geloven in reïncarnatie. Wanneer sectie op het lichaam zal plaatsvinden, zal de ziel worden gestraft en terugkeren met mankementen. Daarnaast geloven de ouders in het lot: als de tijd is gekomen om te gaan, is dat zo. De dood moet geaccepteerd en gerespecteerd worden. De ouders zullen de rest van hun leven met een schuldgevoel kampen als tegen deze overtuigingen in wordt gehandeld. Voorts benadrukken de ouders dat zij geen enkele behoefte hebben aan meer informatie over de doodsoorzaak. Ook niet ten behoeve van hun andere kinderen. Hun 18-jarige zoon heeft de ziekte van Crohn en hun 2-jarige dochter heeft een nierziekte. Hiervoor staan zij beiden onder controle. Bovendien is het maar de vraag of door sectie de doodsoorzaak wordt achterhaald. Dit alles weegt niet op tegen hun overtuiging dat de overledene met rust moet worden gelaten.

4. Overwegingen van de rechtbank

4.1. De in artikel 74 Wlb bedoelde situatie doet zich voor nu het overlijden van dochter onverwacht en onverklaard is gebleven en de ouders geen toestemming hebben gegeven om de doodsoorzaak nader te onderzoeken door middel van een sectie.

4.2. Uit de formulering van het derde lid van artikel 74 Wlb en de toelichting op deze wet volgt dat de rechtbank in beginsel de verzochte toestemming verleent. De memorie van toelichting formuleert het aldus:

‘Het derde lid gaat ervan uit, dat de vervangende toestemming in beginsel wordt verleend. De wettelijke regeling brengt immers tot uitdrukking dat aan het belang van het achterhalen van een onverklaard gebleven doodsoorzaak in beginsel doorslaggevend gewicht wordt gehecht. (…) De weigering van ouders of een ouder zal door de rechter slechts worden gevolgd indien deze tot het oordeel moet komen dat de bezwaren van en de gevolgen die inwilliging van het verzoek voor de ouder(s) zou hebben, zodanig zijn dat in redelijkheid aan het standpunt van de ouder(s) niet voorbij kan worden gegaan.’

4.3. Om een invulling te kunnen geven aan de in het derde lid van artikel 74 Wlb genoemde uitzondering op het verlenen van vervangende toestemming zijn naar het oordeel van de rechtbank de wetsgeschiedenis en de memorie van toelichting mede van belang.

Te dien aanzien is van belang dat de wetgever een duidelijk onderscheid heeft willen maken tussen het overlijden van minderjarigen ten gevolge van een niet-natuurlijke dood en overlijden ten gevolge van een natuurlijke dood. De eerstbedoelde gevallen zullen aan de officier van justitie gerapporteerd worden. Hierbij gaat het om het vaststellen van strafbare feiten, zoals kindermishandeling.

Alleen als er geen aanwijzing is voor een niet-natuurlijke dood is de NODO-procedure (Nader Onderzoek naar de DoodsOorzaak) van toepassing.

4.4. In de memorie van toelichting (Kamerstukken 30 696) is onder meer het volgende opgenomen:

‘Het kabinet vindt het belangrijk dat nader onderzoek wordt verricht naar gevallen van onverklaard overlijden van minderjarigen, vooral ook teneinde gevallen van niet-natuurlijke dood ten gevolge van kindermishandeling te kunnen opsporen. Indien er signalen zijn van kindermishandeling kunnen deze aan de verantwoordelijke instanties worden doorgegeven, opdat zij de noodzakelijke maatregelen nemen om eventuele andere kinderen in het gezin te beschermen.

En verder:

‘Na de schouw door de gemeentelijke lijkschouwer zijn er drie uitkomsten mogelijk. In de eerste plaats kan de gemeentelijke lijkschouwer het vermoeden (of wellicht ook de zekerheid) hebben dat het overlijden het gevolg is van een strafbaar feit; dan brengt hij direct verslag uit aan de officier van justitie. In de tweede plaats kan de gemeentelijke lijkschouwer de overtuiging hebben dat het overlijden het gevolg is van een natuurlijke oorzaak; dan geeft hij een verklaring van overlijden af. De derde mogelijke uitkomst is dat het overlijden van een minderjarige niet direct te verklaren is. De huidige wettekst laat voor deze uitkomst geen ruimte. Daarin wordt nu verandering gebracht, doordat de plicht om in alle gevallen dat hij niet overtuigd is van een natuurlijk overlijden de officier van justitie verslag uit te brengen, als het ware wordt opgeschort.’

En verder:

‘In samenhang betekenen deze maatregelen dat vermoedelijk meer dan nu onderzoek naar de oorzaak
en de aard van het overlijden zal plaatsvinden. Daarmee neemt de kans toe dat er verklaringen gevonden worden die nu onontdekt blijven. Dit geldt in het bijzonder indien de oorzaak een strafbaar feit is, zoals kindermishandeling, zonder dat daarvoor evidente uiterlijke aanwijzingen waren. Indien door het nader onderzoek een dergelijke oorzaak wordt blootgelegd, kan door flankerende maatregelen voorkomen worden dat andere kinderen hetzelfde overkomt.

Anderzijds kan een opgehelderde oorzaak evenzeer van betekenis zijn indien daarmee onomstotelijk komt vast te staan dat het overlijden het gevolg is van een natuurlijke oorzaak; dit kan bevrijdend werken voor de nabestaanden.’

En verder:

‘Niettemin is het denkbaar dat ouders hiervoor – om uiteenlopende en respectabele redenen – geen toestemming zullen geven. Juist omdat het in het algemeen belang wordt geacht dat de onverklaarde doodsoorzaak van minderjarigen nader wordt onderzocht, hetgeen van bijzonder belang kan zijn met het oog op preventie van bijvoorbeeld gevallen van kindermishandeling van andere kinderen binnen en buiten het gezin, voorziet dit artikel erin, dat bij het uitblijven van toestemming van (een van) de ouders de rechtbank plaatsvervangend toestemming kan geven.’

4.5. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer (Tweede Kamerdebat 4 september 2008; handelingen 108:7909-7943) heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven dat door de NODO-procedure naar verwachting de doodsoorzaak kan worden vastgesteld, waarbij zal blijken of de dood het gevolg is van een misdrijf. De staatssecretaris heeft voorts meegedeeld dat er ook een niet eerder ontdekte erfelijke afwijking aan het licht kan komen.

4.6. Hoewel (onder meer in de memorie van toelichting) wordt aangegeven dat de NODO-procedure uitdrukkelijk neutraal van aard is en wezenlijk verschilt van een opsporingsonderzoek onder leiding van een officier van justitie, komt tevens uit de wetsgeschiedenis en de memorie van toelichting uit-
drukkelijk naar voren dat als belangrijk doel van de NODO-procedure wordt gezien: het achterhalen van strafbare feiten, kindermishandeling in het bijzonder.

De rechtbank stelt vast dat er in deze zaak geen enkele aanwijzing is voor een strafbaar feit, zoals kindermishandeling, of verwaarlozing, als oorzaak voor het overlijden van dochter. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de bevrijdende werking door het verkrijgen van duidelijkheid over de doodsoorzaak in dit geval niet geldt. Sectie op het lichaam van dochter zou voor de ouders een onnodig belastende handeling betekenen, die rouwverwerking in de weg zal staan.

De andere – door de staatssecretaris genoemde – reden voor sectie in geval van onverwacht en onverklaard overlijden is de ontdekking van een erfelijke afwijking. De ouders hebben daarover aangegeven dat zij geen behoefte hebben aan een onderzoek naar een mogelijke erfelijke afwijking. Een onderzoek daarnaar in het belang van de andere kinderen achten zij evenmin noodzakelijk. Het belang bij naleving van hun overtuiging dient volgens de ouders zwaarder te wegen dan het belang zoals dat door de artsen is gesteld.

4.7. Onder de gegeven omstandigheden, genoemd in 4.6., moet naar het oordeel van de rechtbank voorrang worden gegeven aan de sterke overtuiging en het uitdrukkelijke verzoek van de ouders om geen sectie te verrichten. Het algemeen belang om de doodsoorzaak van de minderjarige vast te stellen weegt in dit geval niet op tegen het belang dat de ouders hebben bij handelen conform hun wens en overtuiging. De rechtbank zal daarom het verzoek om vervangende toestemming voor een sectie afwijzen.

5. Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor sectie op het lichaam van de minderjarige dochter af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. van Rijssen, (kinder-)rechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2013, in tegenwoordigheid van D.B.T. Koster, griffier.

<b>Download het tijdschriftartikel met de ingekorte uitspraak</b>
print dit artikel
kindermishandeling
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • P. Allis, AIOS, ROTTERDAM 25-06-2013 00:00

    "Hoe moeilijk is goed lezen? De NODO procedure is volgens de memorie van toelichting voor die gevallen, waarin een misdrijf niet direct wordt vermoed, maar ook de natuurlijke dood niet kan worden aangetoond. En dan gaat het erom om te bepalen welke van de twee het is. In deze casus wijst alles wat er bekend is op natuurlijk, en niets op misdrijf, maar weten we nog steeds niet wélke natuurlijke doodsoorzaak. Daarmee is NODO klaar, vindt de rechter. En over de nieuwsgierigheid van artsen mogen de ouders gelukkig weer zelf beslissen."

  • K.H. Gan, forensisch arts, EINDHOVEN 24-06-2013 00:00

    "De NODO is juist niet bedoeld om criminele of andere onnatuurlijke doodsoorzaken vast te stellen. Uit de brief van staatssecretaris: "Bij een onverklaard en onverwacht overlijden van een minderjarige, waarbij geen vermoeden bestaat van een niet-natuurlijke dood, schakelt de forensisch arts de NODO-forensisch arts in". Als direct al duidelijk is dat het om een niet-natuurlijke dood gaat, al dan niet een misdaad, volgt het normale justitiele onderzoek."

  • Bart Bruijn, Huisarts, STREEFKERK 24-06-2013 00:00

    "Door beide onderstaande reacties heb ik het nu wat moeilijk.

    Waar is de NODO-procedure dan WEL voor?
    "

  • L.W. Boland, Jeugdarts, DIEMEN 07-04-2013 00:00

    "De NODO is bedoeld om eventuele criminele of andere onnatuurlijke doodsoorzaken vast te stellen. Niet om een interessante database van doodsoorzaken van kinderen aan te leggen. Als de gemeentelijk schouwer overtuigd is van een natuurlijke doodsoorzaak dient niet aangedrongen te worden op obductie als de ouders dat niet willen. Het gezin, getroffen door deze vreselijke gebeurtenis, moet de ruimte hebben om op hun eigen wijze, conform rituelen, cultuur en persoonlijke wensen, afscheid te kunnen nemen van hun (intacte) overleden kindje. Ik ben blij met de uitspraak van deze rechter, die het belang van het gezin heeft laten prevaleren boven de wetenschappelijke nieuwsgierigheid van de samenleving. "