Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
25 april 2018 7 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Neuroloog vond second opinion niet zinvol

5 reacties

Een man met de ziekte van Parkinson stond al twee jaar onder controle van een neuroloog die deze aandoening als aandachtsgebied heeft.

Op een gegeven moment wilde de man vanwege een specifieke vraag – zijn er nog andere behandelmogelijkheden voor ik met medicatie begin? – een second opinion.

De neuroloog vond dat niet zinvol en verwees de man daarom niet. De patiënt klaagde bij het ziekenhuis, waarna de neuroloog hem belde en uitnodigde voor een gesprek. Dat wilde de man niet. Het eindigde met een dreigend kort geding waarna de neuroloog de verwijzing alsnog afgaf. De patiënt stapt naar de tuchtrechter over de kwestie en krijgt gelijk. In de ‘Gedragsregels voor artsen’ van de KNMG staat dat een arts een verzoek om second opinion moet honoreren, tenzij daar zwaarwegende bezwaren tegen zijn. Die moet de arts dan onderbouwd laten weten. De arts kan second opinion bijvoorbeeld weigeren als een patiënt al heel veel verschillende meningen voor hetzelfde probleem heeft gevraagd. Daarvan was in dit geval geen sprake.

Op zich is de overweging van de neuroloog goed te volgen: hij kon de vraag van de patiënt prima zelf beantwoorden, en had niet het idee dat de andere neuroloog iets kon toevoegen. Maar, zegt het tuchtcollege: een second opinion kan ook een bevestiging of geruststelling zijn. De neuroloog had onvoldoende redenen om zo lang te wachten met de verwijzing. Hij krijgt een waarschuwing.

Sophie Broersen, arts niet-praktiserend/journalist

Josine Janson, adviseur gezondheidsrecht

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag d.d. 16 januari 2018

Het college heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van A, wonende te B, klager, tegen C, neuroloog, werkzaam te B, verweerder, gemachtigde mr. W.R. Kastelein, werkzaam te Zwolle.

01

Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift, ontvangen op 27 juni 2017;

- het verweerschrift met bijlagen;

- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek op 4 oktober 2017.

1.2 De mondelinge behandeling door het college heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 28 november 2017. De partijen, verweerder bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Klager heeft pleitnotities overgelegd.

02

De feiten

2.1 Klager, geboren in 1949, heeft de ziekte van Parkinson. Hij heeft in verband daarmee op 18 november 2013, 2 december 2013 en op 5 januari 2015 een consult gehad in de polikliniek (afdeling Neurologie) van het D. Verweerder is neuroloog in het D, met als bijzonder aandachtsgebied de ziekte van Parkinson. Bij het consult van 18 november 2013 is verweerder als supervisor opgetreden. Tijdens de consulten heeft klager gezegd nog geen behoefte te hebben aan medicatie. Klager is actief, beweegt veel en heeft een goede conditie.

2.2 Klager heeft op 15 juli 2015 een e-mail aan verweerder gestuurd waarin hij aangeeft dat hij veel beweegt en daarmee resultaat boekt. De e-mail eindigt met:

‘Maar wat zijn de richtingen waarin of de terreinen waarop verdere ontwikkeling (=vertraging/behoud van kwaliteit) mogelijk of aangewezen is? En wat is uw advies hoe dat aan te pakken?

Graag ontvang ik een uitnodiging om deze vraag te bespreken. Met vriendelijke groet’

2.3 Bij e-mail van 16 juli 2015 heeft verweerder gereageerd met: ‘Los van het stimuleren om patiënten meer te laten bewegen, zijn er geen andere bewezen interventies (zoals op het gebied van voeding en gebruik van antioxidantia).’

2.4 Bij e-mail van 18 juli 2015 aan verweerder heeft klager onder meer geschreven:

‘Dank voor uw duidelijke en snelle antwoord.

Voordat ik overstap op medicamenteuze therapie wil ik zeker weten alle mogelijkheden die mijn benadering van parkinson biedt ten volle benut te hebben. Daarom zie ik uit naar een second opinion, waarvoor ik contact heb gelegd met uw collega E te F. De gegevens treft u hierna aan.

Ik verzoek u een en ander in gang te zetten, waarvoor dank.’

2.5 Bij e-mail van 20 juli 2015 aan klager heeft verweerder onder meer gewezen op de Parkinson Vereniging, waarmee mogelijk de resterende vragen van klager worden beantwoord. Verweerder heeft de e-mail besloten met: ‘Mocht u hierna alsnog behoefte hebben aan een consult in het G, dan vernemen wij dat graag.’

Hierna heeft de parkinsonverpleegkundige op verzoek van verweerder op 22 juli 2015 telefonisch contact opgenomen met klager. Klager veranderde niet van gedachten omtrent de noodzaak van zijn verzoek om een second opinion. Verweerder heeft het verzoek niet zinvol geacht en niet gesteund.

2.6 Klager heeft per e-mail van 29 november 2015 aan het patiëntenservicebureau van het D zijn verontwaardiging geuit over de weigering om de gevraagde second opinion te faciliteren. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder in december 2015 telefonisch contact opgenomen met klager, zijn standpunt uiteengezet en klager voor een gesprek uitgenodigd. Dit laatste heeft klager geweigerd.

2.7 Na overleg met zijn afdelingshoofd heeft verweerder aan de huisarts van klager gevraagd om te mediëren in een verwijzing naar een nieuwe behandelaar. Dit heeft niet tot resultaat geleid, zoals de huisarts telefonisch aan verweerder heeft doorgegeven. Na dreiging met een kort geding heeft verweerder in mei 2016 een verwijzing voor een second opinion bij E gegeven. Het betreffende consult heeft op 4 juli 2016 plaatsgevonden.

03

De klacht

Klager verwijt verweerder zakelijk weergegeven dat hij ten onrechte verwijzing voor een second opinion heeft geweigerd, althans de weigering onvoldoende heeft gemotiveerd.

04

Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft primair een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van klager. Volgens verweerder is klager geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), nu klager de verwijzing, zij het na aarzeling, heeft gekregen en nu de eerdere weigering bovendien uitvoerig is toegelicht. Aldus heeft klager geen belang meer bij zijn klacht, aldus nog steeds verweerder. Verweerder heeft subsidiair de klacht op inhoudelijke gronden bestreden. Hierop wordt hierna ingegaan.

05

De beoordeling

5.1 Het beroep op niet-ontvankelijkheid wordt verworpen. Klager heeft als patiënt wel degelijk belang bij de klacht nu er immers in de kern sprake is van het verwijt dat verweerder door de aanvankelijke weigering om de gevraagde second opinion te faciliteren tekortgeschoten is in de zorg voor klager. Of dit verwijt juist is, zal hierna worden besproken.

5.2 Het college stelt het volgende voorop. Hoewel niet expliciet vastgelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), is de geaccepteerde norm binnen de gezondheidszorg dat een verzoek aan de behandelend arts om (een verwijzing ten behoeve van) een second opinion wordt gehonoreerd, tenzij de arts daartegen zwaarwegende bezwaren heeft en dit ook gemotiveerd kenbaar maakt aan patiënt. Dit is vastgelegd in de ‘Gedragsregels voor artsen’ van de KNMG uit 2013, punt II.19. Onder second opinion moet worden verstaan: ‘Een advies over (een deel van) de gezondheidstoestand van de patiënt van een andere arts dan de behandelend/onderzoekend arts.’

5.3 In dit geval gaat het om een patiënt met de ziekte van Parkinson, die zolang mogelijk parkinsonmedicatie achterwege wil laten en die met leefstijl- en bewegingsadviezen een voor hem aanvaardbare manier van leven hoopt te realiseren. Juist op dit laatste was zijn verzoek om een second opinion gebaseerd. Ook leefstijl- en bewegingsadviezen (zeker bij de ziekte van Parkinson waarbij ook in de visie van verweerder bewegen belangrijk is) kunnen deel uitmaken van de gezondheidstoestand van patiënt en aldus vallen onder het begrip second opinion. Het andersluidende verweer, kort gezegd dat leefstijl- en bewegingsadviezen niet de voorgestelde behandeling van patiënt betreffen (en aldus niet vallen onder het begrip second opinion), wordt verworpen.

5.4 Verweerder heeft verder betoogd dat hij om zwaarwegende redenen het verzoek mocht weigeren. Ook dit betoog faalt. De omstandigheid dat verweerder het verzoek zinloos vond omdat geen antwoord op de door klager gestelde vraag te geven was, terwijl verweerder bovendien als expert op dit gebied niet verwachtte dat E een ander advies zou geven, is ontoereikend. Zoals klager met juistheid heeft aangevoerd kan de uitkomst van een second opinion ook een bevestiging en/of een geruststelling zijn. Een second opinion is juist bedoeld om een beoordeling door een derde te verkrijgen. Daar kan niet op vooruitgelopen worden, bijzondere omstandigheden daargelaten.

5.5 Tot slot noemt verweerder het kostenaspect (ongepast gebruik van de gezondheidszorg) als een zwaarwegend argument om de verwijzing te weigeren. Dit is wel degelijk een punt van aandacht, maar niet in dit geval waar klager voor het eerst om een second opinion vroeg over de wijze van behandeling (in ruime zin).

Slotsom

5.6 Weliswaar hoeft niet automatisch positief gereageerd te worden op een verzoek om een second opinion en is bij twijfelgevallen een gesprek daarover met patiënt zinvol – verweerder erkent dit ook en betreurt het achterwege blijven van een nader consult/persoonlijk gesprek – maar in de situatie van klager was onvoldoende reden om te reageren zoals verweerder heeft gedaan en de kwestie verder op zijn beloop te laten. Verweerder valt dus tuchtrechtelijk te verwijten dat hij te lange tijd zonder deugdelijke grond afhoudend heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion.

5.7 De conclusie is dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de zorg die hij ten opzichte van klager behoorde te betrachten zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, van de Wet BIG. De klacht is dan ook gegrond. Het college acht de hierna te noemen maatregel passend.

5.8 Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, op de voet van artikel 71 van de Wet BIG worden bekendgemaakt op de hierna te vermelden wijze.

06

De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

- legt op de maatregel van waarschuwing;

- bepaalt dat om redenen, aan het algemeen belang ontleend, deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan Medisch Contact ter bekendmaking zal worden aangeboden.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, mr. P.M. van Dijk-de Keuning, lid-jurist, P.C.L.A. Lambregts, dr. I. Dawson en dr. J.W. van ’t Wout, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, secretaris en uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2018.

download dit artikel (pdf)
parkinson
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Cornelis Bruijninckx, Chirurg n.p., Rotterdam 02-05-2018 13:20

    "De arts moet een verzoek om second opinieonderzoek honoreren, niet een bevel! Op 15 juli 2015, een half jaar na een jaarlijks (?) controlebezoek waarbij hij had aangegeven nog geen medicatie voor zijn Parkinson nodig te hebben, schrijft klager in een e-mail aan verweerder dat hij veel beweegt en daarmee resultaat boekt. Daarbij eindigt hij zijn mailbericht met een enigszins onbeholpen geformuleerde vraag aangaande andere mogelijkheden voor behandeling anders dan antiparkinsonmedicijnen, waarbij hij aangeeft deze vraag in een consult te willen bespreken. Verweerder antwoordt de volgende dag dat er los van zoveel mogelijk lichamelijke activiteit 'geen andere bewezen interventies zijn' en nodigt klager niet uit voor een consult. Klager beantwoordt per e-mail 2 dagen later dat hij 'contact heeft gelegd' met een andere neuroloog voor een second opinion betreffende deze vraag en verzoekt verweerder, deze bij voorbaat dankend, 'een en ander in gang te zetten'. Niet echt een setting van een bespreekbaar verzoek om second opinion, lijkt mij. Verweerder geeft weer 2 dagen later klager daarop de suggestie zijn vraag voor te leggen aan de Parkinson Vereniging, waaraan hij toevoegt dat hij het graag hoort wanneer klager daarna toch nog een second opinion wil. Weer 2 dagen legt de parkinsonverpleegkundige op verweerders verzoek telefonisch contact met klager waaruit blijkt dat deze verweerders suggestie verwerpt en een second opinion als een noodzakelijkheid beschouwt. In de beoordeling van de klacht door het tuchtcollege mis ik node enkele regels waarin aandacht wordt geschonken aan het alleszins redelijke voorstel van verweerder aan klager om zijn vraag eerst nog eens aan de patiëntenvereniging voor te leggen en diens bereidheid om daarna desgewenst alsnog een second opinion te regelen. Verweerder kwam dus heel duidelijk tegemoet aan de vraag om second opinion! Klager weigert op onredelijke wijze deze en latere alleszins redelijke tegemoetkomingen, en had daarom ongelijk. "

  • J. Kuijlen, Huisarts, Nederland 02-05-2018 00:15

    "Misschien tijd om de richtlijn second opinion aan te passen? En hoe ver dien je als dokter mee te gaan in tweede meningen en extra aanvullend onderzoek op verzoek van patiënt met als doel ongerustheid weg te nemen?"

  • JH Leenders, huisarts, Leeuwarden 01-05-2018 23:38

    "Laat deze neuroloog zich gesteund voelen door mijn mening dat een grote meerderheid vd collega-dokters dit een onzinnige uitsprak vindt; kortom : dit is gewoon de mening van een vijftal personen; niks van aantrekken en gewoon doorgaan met het leven.
    Eén ding is zeker: de betreffende patiënt blijft behept met een zeer onaantrekkelijke karaktereigenschap ( Parkinson?? ) "

  • jpa samijn, neuroloog, rotterdam 30-04-2018 11:44

    "Een procedure bij het tuchtcollege duurt vaak een paar jaar en er zijn meerdere juristen en medisch specialisten bij betrokken. De kosten voor de gedaagde en voor de samenleving kunnen in de tienduizenden euro's lopen. Dit is een zaak waarin iemand voor zijn gevoel onvoldoende snel zijn zin krijgt en alle registers om te reclameren worden opengetrokken. Ik zie werkelijk niet hoe dit systeem te rechtvaardigen is. Tijd voor omvorming naar een meer op de professional georienteerde beoordelingscommissie die minder omslachtig is en meer rekening houdt met proportionaliteit. Zaken van aanmerkelijk belang kunnen dan altijd nog via de tuchtrechter verlopen."

  • Evert Lamfers, cardioloog, Nijmegen 27-04-2018 21:26

    "De waarschuwing die een neuroloog en Parkinsonspecialist krijgt in verband met het niet tijdig honoreren van een aanvraag voor een second opinion is echt te kort door de bocht. De patiënt vraagt dit per email aan op een manier die mij doet denken aan een aanvraag voor een offerte aan een tweede aannemer bij een geplande verbouwing; het lijkt erop dat de patiënt zich niet gerealiseerd heeft dat dit bij een dokter overkomt als een motie van afkeuring, met name wanneer dit ook nog eens de aandoening betreft waar de betreffende specialist in is gespecialiseerd. Geheel invoelbaar dat de betreffende arts de aanvraag eerst heeft laten liggen, ongetwijfeld om eerst van de schok te bekomen. Het zonder meer afwijzen van een gesprek hierover komt bij mij over als conflict bevorderend gedrag van de betreffende patiënt. Noch de tuchtrechter noch de commentator van Medisch Contact besteedt aandacht aan het feit dat deze zaak ogenschijnlijk is begonnen als een communicatiestoornis; dat is jammer. Ook is jammer dat de huisarts de second opinion niet vanaf het begin begeleid heeft, dat had deze communicatiestoornis kunnen voorkomen. Ook is er geen aandacht aan het ongetwijfeld niet zo bedoelde maar wel zo overkomende conflict bevorderend gedrag van de patiënt. De tuchtrechter lijkt de zaak af te doen door alleen maar te kijken of er geschreven gedragsregels zijn gevolgd en mist daarmee een bepaalde vorm van menselijkheid jegens de neuroloog. We leren dus niets van deze zaak, ze levert alleen maar meer verwarring op.
    Overigens, mij overkwam een keer het tegenovergestelde. Ik wou een patiënt verwijzen voor een second opinion naar een collega gespecialiseerd in de aandoening van de betreffende man. Hij wilde niet: “ik wil gewoon bij jou blijven, ga zelf maar voor second opinion; en als je het niet snapt dan ga je maar studeren”. Dat heb ik toen maar gedaan.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.