Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sophie Broersen Robinetta de Roode
23 augustus 2018 8 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Huisarts meldt zorgen over kind volgens het boekje

2 reacties

Het is moeilijk om geconfronteerd te worden met een kind dat mogelijk geschaad wordt door zijn eigen ouders. Dat roept emoties op, maar tegelijkertijd moet u wel handelen.

Uit onderstaande tuchtzaak blijkt hoe de KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld daarbij kan helpen.

Het gaat om een huisarts die op zijn spreekuur een moeder en een kind van nog geen 6 jaar zag. Bij het gezin waren in het verleden al meerdere instanties betrokken geweest. Er zou sprake zijn van haaruitval, de huisarts vermoedde echter dat het haar was afgeknipt. De zorgen die hij daarover had, en uitsprak tegen de moeder, zetten hem aan tot actie. Het leidde uiteindelijk tot een melding bij Veilig Thuis. In het meldingsformulier omschrijft hij helder welke feiten en omstandigheden hem tot de melding hebben gebracht.

De moeder stapt naar de tuchtrechter, onder meer omdat de huisarts zijn beroepsgeheim onterecht zou hebben doorbroken. Maar de huisarts handelde volgens de tuchtrechter redelijk en zorgvuldig: hij doorliep de stappen van de meldcode en kwam uiteindelijk tot een melding. Op die manier deed hij het beste wat hij op dat moment kon doen voor het kind. Klacht ongegrond.

Sophie Broersen, arts niet-praktiserend/journalist

Robinetta de Roode, adviseur gezondheidsrecht

Download dit artikel met ingekorte uitspraak

Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Nr. C2017.269

Beslissing in de zaak onder nummer C2017.269 van:

A., wonende te B., appellante, klaagster in eerste aanleg,

gemachtigde: mr. R.F.P. Scheele, advocaat te Amsterdam,

tegen

C., huisarts, werkzaam te B., verweerder in beide instanties,

gemachtigde: mr. F. van Woerden-Poppe, verbonden aan VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

A. – hierna klaagster – heeft op 18 februari 2016 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen C. – hierna de huisarts – een klacht ingediend. Bij beslissing van 9 mei 2017, onder nummer 16/051, heeft dat College de klacht afgewezen.

Klaagster is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De huisarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 11 januari 2018, waar zijn verschenen klaagster, bijgestaan door mr. Scheele en de huisarts, bijgestaan door mr. Van Woerden-Poppe.

Zowel klaagster en haar gemachtigde als de arts en zijn gemachtigde hebben hun respectieve standpunten nader toegelicht, beiden mede aan de hand van pleitnotities die aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.

2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

  • De klacht en het standpunt van klaagster

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat:

    • verweerder de vertrouwensrelatie tussen hem en klaagster met de melding heeft geschonden,

    • er sprake is van schending van het beroepsgeheim door verweerder,

    • de melding onjuist en onvolledig is,

    • de melding in strijd is met de opgestelde richtlijnen,

    • verweerder ten onrechte weigert de melding te corrigeren en recht te zetten, alhoewel hij meerdere malen mondeling heeft toegegeven zich verkeerd te hebben uitgedrukt en zaken terug zou moeten nemen.

  • Het standpunt van verweerder

    Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

    • De beoordeling

      • Het college ziet aanleiding de klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen, gelet op het onderlinge verband tussen de verschillende klachtonderdelen. De verwijten die klaagster aan verweerder maakt hebben immers allen betrekking op de melding bij Veilig Thuis. Op grond van artikel 5.2.6 WMO 2015 (Wet maatschappelijke ondersteuning), mogen artsen zonder toestemming gegevens verstrekken aan Veilig Thuis als dat noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken. Het gaat hier om een meldrecht en geen meldplicht. Het is aan de arts om te bepalen of hij van dit recht gebruik wil maken.

      • Het college zal dan ook beoordelen of verweerder in de omstandigheden van dit geval aanleiding heeft mogen zien om een melding bij Veilig Thuis te doen. Hierbij is van belang de KNMG-meldcode kindermishandeling (meldcode). Kindermishandeling wordt in de meldcode gedefinieerd als elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.

      • Indien de arts vermoedt dat er (mogelijk) sprake is van kindermishandeling dient hij het in de meldcode opgenomen stappenplan te volgen. Het plan bevat de volgende stappen: 1). De arts die kindermishandeling vermoedt of vaststelt, verzamelt alle aanwijzingen die zijn vermoeden of constatering kunnen onderbouwen of ontkrachten en legt deze vast in het patiëntendossier; 2). Overleggen met/raadplegen Veilig Thuis en bij voorkeur ook met een collega; 3). Gesprek met de betrokkene(n); 4). Zo nodig overleg met betrokken professionals. De meldcode laat de beroepsbeoefenaar na het doorlopen van de eerste vier stappen twee keuzes: 1). Het monitoren van de hulp en zo nodig in een later stadium melden bij Veilig Thuis of 2). Bij een reële kans op schade melden bij Veilig Thuis. Het behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar om in te schatten of een melding bij Veilig Thuis noodzakelijk is om een kind dat mogelijk gevaar loopt of ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd te beschermen. De vraag die nu dan ook aan het college voorligt is, of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit om te melden bij Veilig Thuis heeft kunnen komen.

      • Het college stelt voorop dat, anders dan door klaagster aangevoerd, uit de overgelegde stukken voldoende blijkt dat verweerder de in de meldcode vermelde stappen heeft doorlopen alvorens hij tot melding aan Veilig Thuis is overgegaan. Zo heeft verweerder voorafgaande aan de melding over patiëntje vooroverleg met Veilig Thuis gehad en heeft er ook een gesprek met verweerster over de situatie plaatsgevonden, waarbij verweerder vooraf aan klaagster heeft gemeld op grond waarvan hij de melding bij Veilig Thuis ging doen. Verder blijkt uit de versie van het meldingsformulier zoals dat door verweerder naar Veilig Thuis is gezonden, dat verweerder daarin heeft gemeld dat de vader van patiëntje aan hem had meegedeeld dat het ‘knipincident’, dat voor verweerder de aanleiding vormde om de melding bij Veilig Thuis te verrichten, bij de vader van patiëntje had plaatsgevonden. In de klacht dat verweerder in de melding onjuist of niet volledig is geweest, wordt klaagster door het college dan ook niet gevolgd.

      • Zoals hiervoor al overwogen vormde het ‘knipincident’, zijnde de door klaagster tijdens het spreekuur van 3 februari 2015 aan verweerder gemelde haaruitval bij patiëntje, voor verweerder de aanleiding voor de melding. Verweerder heeft in dat kader toegelicht dat er weliswaar niet sprake was van een acuut gevaar voor patiëntje, maar dat er wel sprake was van een al langer bestaande zorgelijke gezinssituatie die maakte dat hij als huisarts onvoldoende grond had om de situatie voor patiëntje nog als veilig te beoordelen. De in het verleden ingezette hulpverlening, de gesprekken van klaagster met een psycholoog, en de doorverwijzing naar de kinderarts, hadden daarbij in de ogen van verweerder onvoldoende resultaat opgeleverd. Het college is van oordeel dat verweerder in de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen om een melding bij Veilig Thuis te doen en dat verweerder bij het doen van de melding de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem mocht worden verwacht.

      • De toezegging van verweerder om de melding te corrigeren ziet, zo het college begrijpt, niet op de schriftelijke melding van 24 februari 2015 maar op het nadien in een telefoongesprek door verweerder aan Veilig Thuis gemelde aantal keren dat er in de jaren voorafgaande aan de melding een consult van klaagster over patiëntje heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft toegegeven dat het aantal consulten dat hij daarbij telefonisch heeft genoemd te hoog is geweest, en het aantal consulten in de schriftelijke verslaglegging van dat telefoongesprek te hebben gecorrigeerd. Dat verweerder de toegezegde correctie niet is nagekomen, heeft klaagster daarmee, tegenover de betwisting door verweerder, onvoldoende onderbouwd.

      • De conclusie van het voorgaande is dat de klacht (in al haar onderdelen) ongegrond is. Verweerder kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.”

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4. Beoordeling van het beroep

  • Klaagster beoogt met haar beroep de zaak in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep. De huisarts voert hiertegen verweer en concludeert tot verwerping van het beroep.

  • De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten of tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg. Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat uit de overgelegde stukken voldoende blijkt dat de huisarts de in de KNMG-meldcode kindermishandeling (de meldcode) vermelde stappen zorgvuldig heeft doorlopen. Gelet hierop en gezien de situatie die op het moment van melden bestond en de zorgen die de huisarts had over de dochter van klaagster is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de huisarts terecht de melding bij Veilig Thuis heeft gedaan.

  • Het is begrijpelijk dat klaagster vindt dat de huisarts door de melding de vertrouwensrelatie tussen hem en klaagster heeft geschonden. De huisarts heeft bij de melding evenwel terecht gehandeld vanuit het oogpunt van het belang van de dochter van klaagster. Dat hij daardoor de vertrouwensband met klaagster heeft geschaad levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Evenmin is aan de orde dat de huisarts op een verwijtbare manier zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Op grond van artikel 5.2.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2012 mocht de huisarts zonder toestemming van klaagster de melding doen en was hij daarbij – voor zover nodig – niet gebonden aan zijn beroepsgeheim. Dat de huisarts meer informatie heeft verstrekt dan voor de melding nodig was, is het Centraal Tuchtcollege niet gebleken.

  • Klaagster stelt dat de huisarts ten onrechte bij Veilig Thuis heeft gemeld dat zij klachten van haar dochter onjuist bij hem heeft gepresenteerd en rekent hem dat zwaar aan. Deze stelling van klaagster strookt niet met de inhoud van de melding van de huisarts. De melding houdt niet meer in dan een feitelijke weergave van de concrete aanleiding tot melden, het bewuste knipincident. Dat daarbij sprake is geweest van een vermoeden van onjuiste presentatie van klachten is nergens uit de melding af te leiden, maar berust kennelijk – zoals de huisarts terecht stelt – op een interpretatie die Veilig Thuis aan de melding heeft gegeven. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de huisarts is daarom ook op dit punt geen sprake.

  • Slotsom van het vorenstaande is dat het beroep moet worden verworpen.

  • Om redenen aan het algemeen belang ontleend gelast het Centraal Tuchtcollege de publicatie van deze uitspraak.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan Gezondheidszorg Juristprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is gegeven door: mr. A.D.R.A. Boumans, voorzitter, mr. R.A. van der Pol en mr. dr. B. Frederiks, leden-juristen en drs. M. van Bergeijk en drs. B.W. Topman, leden-beroepsgenoten en mr. I. Diephuis-Timmer, secretaris.

uitgesproken ter openbare zitting van 15 februari 2018.

print dit artikel
huisartsgeneeskunde
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Thomas Müller , Uroloog, Drachten 25-08-2018 14:45

    "Collega Vladar: goed gezien. Die voor de klager kosteloze rechtsprocedure kan de dokter twee jaar lang zijn tijd verpesten. Repliek dupliek en hoger beroep. Als men nou echt vind dat artsen kinsmishandeling moeten melden, moet als eerste de melder voor dit soort taferelen beter beschermd worden. "

  • Jula-Louise Vladar, Huisarts, Klundert 25-08-2018 13:00

    "Doet een huisarts keurig zijn werk, gaat niet over een nacht ijs en handelt volgens de geldende richtlijnen. Klaagster dient op 18-02-2016 klacht in bij het RTC. Deze klacht wordt vervolgens, meer dan een jaar na dato, op 09-05-2017, afgewezen door het RTC. Klaagster gaat door en, dus, in hoger beroep bij het CTG.
    Op 15 februari 2018 verwerpt het CTG het beroep, 3 dagen voor deze tijdrovende nachtmerrie van onze collega de kans krijgt een tweede verjaardag te vieren.
    Onveilig en ongezond spanningsveld op het gebied van noodzakelijk handelen, dat hoog risico op klachten met zich meebrengt? Ik dacht het wel!"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.