Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
27 maart 2013 1 minuut leestijd

Beroepsgeheim bij intercollegiaal overleg

1 reactie

Feiten Verweerster in deze zaak is crisispsychiater, bij wie klaagster enkele malen is geweest. Als klaagster wordt gearresteerd wegens stalking van een bankemployé, wordt de psychiater hierover gebeld door twee GGD-artsen en verstrekt aan een van hen informatie over klaagster, zonder diens toestemming. Klaagster verwijt de psychiater dat zij vertrouwelijke informatie aan de politie heeft verstrekt, die van invloed is geweest op de bepaling van de strafmaat door de rechter.

Overwegingen tuchtcollege Het regionaal tuchtcollege heeft de klacht afgewezen, omdat ter zitting niet is komen vast te staan dat de arts gesproken heeft met de tweede GGD-arts, noch dat de geheimhoudingsplicht zou zijn geschonden, laat staan een deal is gemaakt met de officier van justitie over de strafmaat.

Tijdens het hoger beroep echter herinnert verweerster zich alsnog dat zij met genoemde GGD-arts heeft gesproken en informatie heeft verstrekt waarvoor klaagster geen toestemming had gegeven. Zij kan hiervoor ter zitting geen andere verklaring geven dan dat zij zich dit aspect toen eenvoudigweg niet heeft gerealiseerd. Het Centraal Tuchtcollege legt de arts hiervoor de maatregel op van waarschuwing. Dat de psychiater enig advies zou hebben gegeven over de straf die klaagster zou moeten krijgen, is niet aannemelijk geworden, aldus het college.

Relevantie volgens de inspectie Artsen hebben heel vaak intercollegiaal overleg. Als dit overleg gevoerd wordt met bij de behandeling betrokken collega’s of met de verwijzend (huis)arts, mag de toestemming van de patiënt worden verondersteld. Overleg met alle andere collega’s over een met naam bekende patiënt valt onverkort onder het beroepsgeheim. Voor het verstrekken van informatie aan andere artsen, zoals in deze casus GGD-artsen, is de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt nodig. Als de arts bij een conflict van plichten besluit toch informatie te verstrekken is het belangrijk dat hij in het dossier noteert welke afwegingen hem hebben doen besluiten het medisch beroepsgeheim te doorbreken (zie: KNMG Themadossier: beroepsgeheim).

(Zaak C2012.186)



<b>Download de uitspraak (PDF)</b>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • M.M. Mulders, forensisch arts, ZEIST 30-03-2013 00:00

    "Met interesse las ik de "Selectie van de Inspectie" in Medisch Contact nr 13 2013.
    Wat in de uitspraak van het Tuchtcollege onderbelicht blijft, is de rol waarin de GGD-arts (ik neem aan dat hier bedoeld wordt de forensisch arts) de psychiater consulteerde.
    In mijn werk als eerstelijns forensisch arts heb ik regelmatig overleg over patiënten met behandelend artsen of psychiaters van de crisisdienst. Vaak ben ik op dat moment de behandelend arts van deze patiënt; in elk geval gedurende de periode dat de patiënt ingesloten is op het politiebureau. Intercollegiaal overleg moet in deze gevallen mijns inziens zonder expliciete toestemming van de patiënt mogelijk zijn aangezien ik op dat moment rechtstreeks bij zijn behandeling betrokken ben. Ik acht het tot de professionele verantwoordelijkheid van de forensisch arts behoren dat hij behandelaren duidelijk maakt in welke rol (behandelaar of niet) er overleg gevoerd wordt. Informatie die als behandelend (forensisch) arts wordt verkregen, zal in principe niet met de politie gedeeld worden. De gebruikelijke uitzonderingen zoals bijvoorbeeld het conflict van plichten zouden ertoe kunnen leiden dat de forensisch arts anders besluit.
    Behandeling van onbekende patiënten in de politiecel is vaak complexe zorg. Informatie van behandelaars is zeer waardevol en voorkomt dat patiënt onnodig suboptimaal behandeld worden. De eerstelijns forensisch arts is een professioneel medicus die regels m.b.t. het beroepsgeheim als geen ander behoort te kennen. Informatie delen met uw forensisch collega is absoluut niet gelijk aan informatie verstrekken aan de politie!
    "