Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Aart Hendriks
03 november 2015 8 minuten leestijd
recht

Psychiater schrijft oude verklaring over

Plaats een reactie

We doen soms wel of artsen een gewoon beroep hebben, maar dat is niet zo. Ze mogen dingen die bijna niemand anders mag: messen in mensen steken, het einde van het leven bespoedigen, mensen gedwongen behandelen en laten opnemen. Bij dat laatste toetst de rechter gelukkig wel of dat terecht is. Die baseert zich daarbij onder meer op een geneeskundige verklaring. Bij een eerste opname opgesteld door een onafhankelijk psychiater, bij een vervolgopname door de geneeskundig directeur, meestal ook een psychiater.

Die psychiater moet de patiënt kort voor de verklaring hebben onderzocht, en de verklaring moet inzicht geven in de actuele situatie van de patiënt. In deze tuchtzaak heeft de psychiater dat laatste niet gedaan: hij heeft zijn rapport van drie maanden eerder gewoon overgeschreven. Dat zal heus grotendeels nog kloppen, een alcoholdementie gaat immers niet meer over. Maar als hij de patiënt wel degelijk opnieuw heeft gezien, zoals het tuchtcollege wel gelooft, had hij de verklaring toch eenvoudig kunnen actualiseren.

Mede vanwege die gemankeerde verklaring vernietigt de Hoge Raad de voorlopige machtiging die de rechtbank had verleend. Overigens op een moment dat die machtiging al is verlopen. Het verhaal vertelt niet waar de patiënt op dat moment huist.

Juridische mierenneukerij? Nee. Iemand de vrijheid ontnemen is een zeer ingrijpende beslissing, en moet op elk moment weer aanzetten tot zorgvuldige besluitvorming. Wat nu als de rechtbank in eerste instantie de voorlopige machtiging niet had verleend, en de man in kwestie was iets ernstigs overkomen? Of hij had iemand wat aangedaan?

Sophie Broersen, arts/journalist

prof. Aart Hendriks, jurist


Datum uitspraak: 2 juni 2015        

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A,

wonende te B,

klager,

gemachtigde: mr. J van Broekhuijze, werkzaam te Rotterdam,

tegen:

C, psychiater,

werkzaam te B,

verweerder,

gemachtigde: mr. Ch.L. van den Puttelaar, werkzaam te Rotterdam.

1.           Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 27 maart 2014,

- het verweerschrift,

- de repliek,

- de brief met bijlage d.d. 31 juli 2014 namens klager,

- de dupliek,

- de brief met bijlagen d.d. 10 oktober 2014 van verweerder,

- de brief met bijlagen d.d. 13 november 2014 namens klager.

 

1.2       De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 7 april 2015. Namens klager zijn mr. E.H.C.M. Biemans en mr. J. van Broekhuijze verschenen. Verweerder is verschenen en hij is bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. Van den Puttelaar. Partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Mr. Biemans en mr. Van den Puttelaar hebben pleitnotities overgelegd.

2.     De feiten
2.1             Klager, geboren in 1949, is op 13 december 2013 onderzocht door een

psychiater. Dit onderzoek vond plaats in verband met een op te stellen geneeskundige verklaring met het oog op het verkrijgen van een voorlopige machtiging, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De geneeskundige verklaring is door de psychiater op 17 december 2013 ondertekend. Bij beschikking van 14 januari 2014 heeft de rechtbank B het verzoek tot een voorlopige machtiging afgewezen.

2.2             Op 27 februari 2014 is klager in bewaring gesteld (IBS) en opgenomen in het

psychiatrisch ziekenhuis D te B (hierna: D). Verweerder was destijds geneesheer-directeur bij D. Bij beschikking van 3 maart 2014 heeft de rechtbank B een machtiging verleend tot voortzetting van de IBS tot uiterlijk 25 maart 2014.

2.3             Op 20 maart 2014 heeft de officier van justitie van de rechtbank B wederom

verzocht om een voorlopige machtiging te verlenen ex artikel 2 BOPZ. Bij dit verzoekschrift was een geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 gevoegd, die was ondertekend door verweerder in hoedanigheid van geneesheer-directeur van D. Het psychiatrisch onderzoek was verricht door dezelfde psychiater als die de geneeskundige verklaring op 17 december 2013 heeft ondertekend. De inhoud van de geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 is, daar waar het gaat om het verrichte psychiatrisch onderzoek, identiek aan de geneeskundige verklaring d.d. 17 december 2013. Beide geneeskundige verklaringen luiden - voor zover hier relevant - als volgt:

“4 a. op grond van welke symptomen, gedragingen en feiten oordeelt u dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens? 

Patiënt is vergeetachtig. Met name zijn kortetermijn geheugen is ernstig aangetast. Patiënt vergeet afspraken, hij laat regelmatig het gas aanstaan en hij raakt de weg naar zijn woning kwijt als hij buiten is. Patiënt loopt onzeker door de knieblessure en door polyneuropathie. Er is gevaar aanwezig dat patiënt valt. Patiënt rijdt onder invloed met zijn scootmobiel buiten. Patiënt vergeet of weigert zijn medicatie. Patiënt drinkt 1 fles jenever per dag en hij is niet van plan om te stoppen  met het alcoholgebruik. Patiënt is bijna euforisch en bagatelliseert en/of begrijpt niet voldoende de genoemde gevaren. Het ziektebesef en/of inzicht is afwezig. Patiënt is sexueel ontremd, hij zegt dat hij dol op vrouwen is. Patiënt laat zijn eten bederven en hij laat iedereen binnen omdat hij de mensen door zijn slecht geheugen niet herkent. Ziektebesef en/of inzicht zijn afwezig. Patiënt is ongeduldig en kan impulsief handelen. Recent is er een MRI scan van hersenen gemaakt, liet wittestofafwijkingen en kleine bloedingen in de hersenen zien.

b. van wanneer dateren deze symptomen, gedragingen en feiten?

Al een paar jaar en zijn progressief toegenomen.

c. welke  gedragingen en feiten (genoemd in vraag 4a) zijn niet door uzelf waargenomen, maar door anderen aan u meegedeeld? (…)

Alle feiten heb ik uit het dossier en van E, verpleegkundige van D, vernomen.

d. tot welke diagnose bent u gekomen op basis van uw onderzoek?

Alcoholafhankelijkheid

Nicotineafhankelijkheid

Alcoholdementie/Korsakov

Status na larynxcarcinoom met tracheostoma

Polyneuropathie met loopstoornissen.”                                                                        

2.4             Op de geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 staat bij het kopje ‘behandelend

psychiater’, ‘geen’ ingevuld.

2.5             De rechtbank B heeft - mede op basis van de geneeskundige verklaring van

18 maart 2014 - bij beschikking van 9 april 2014 de verzochte voorlopige machtiging verleend om klager in een psychiatrisch ziekenhuis op te nemen en te doen verblijven tot uiterlijk 25 september 2014.

2.6             Klager heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank

B d.d. 9 april 2014. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak d.d. 17 oktober 2014 de beschikking van de rechtbank B d.d. 9 april 2014 vernietigd. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat uit de geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 niet blijkt dat met het oog op de te verlenen machtiging kort tevoren persoonlijk contact heeft plaatsgevonden tussen de psychiater en betrokkene en dat het oordeel van de rechtbank dat de geneeskundige verklaring aan alle eisen voldoet, derhalve blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

3.          De klacht

Klager verwijt verweerder zakelijk weergegeven dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door de geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 te ondertekenen zonder enige controle op het dossier.

4.       Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.       De beoordeling

5.1       De rechter kan op grond van artikel 2 jo. artikel 31 BOPZ een voorlopige machtiging verlenen om iemand die gestoord is in zijn geestvermogen te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij het verzoek tot zo’n voorlopige machtiging moet een verklaring van een psychiater worden overgelegd. Artikel 5, eerste lid BOPZ vermeldt de eisen waaraan deze geneeskundige verklaring dient te voldoen en deze luiden - voor zover hier relevant - als volgt:

- de psychiater (die niet bij de behandeling van de patiënt betrokken is geweest) moet de patiënt kort te voren hebben onderzocht,

- de geneeskundige verklaring dient inzicht te verschaffen in de actuele situatie van de betrokken en dient met redenen te zijn omkleed.

Omdat klager reeds met een IBS was opgenomen in D diende verweerder als geneesheer-directeur van D de geneeskundige verklaring d.d. 18 maart 2014 te ondertekenen (artikel 5 lid 1 jo. artikel 2 lid 4 BOPZ).

5.2       Tijdens de mondelinge behandeling heeft verweerder de procedure bij D toegelicht: indien een patiënt opgenomen is, wordt deze door een onafhankelijk psychiater onderzocht die vervolgens de tekst voor de geneeskundige verklaring schrijft. Deze verklaring gaat naar het bureau BOPZ, die de verklaring vervolgens ter ondertekening aan de geneesheer-directeur voorlegt. Alvorens de geneeskundige verklaring te ondertekenen las verweerder deze door en toetste hij of de psychische stoornis voldoende is weergegeven en of aan het ‘gevaarscriterium’ is voldaan. Bij twijfel op een van deze punten raadpleegde verweerder het dossier van de patiënt of nam hij contact op met de psychiater die de geneeskundige verklaring had opgesteld.

In het geval van verweerder is voornoemde procedure gevolgd. Na ontvangst van de geneeskundige verklaring heeft verweerder deze doorgenomen en vervolgens ondertekend zonder het dossier van klager te raadplegen.

5.3       Naar het oordeel van het College zijn er in de geneeskundige verklaring van 18 maart 2013 een aantal onduidelijkheden. Het College wijst hierbij op de volgende punten:

-         achter de naam van verweerder staat het vakje ‘psychiater’ aangekruist, in plaats van ‘geneesheer-directeur’;

-         verweerder was met een IBS opgenomen op een gesloten afdeling en moet aldus een behandelend psychiater hebben gehad. Er is echter geen behandelend psychiater ingevuld op de geneeskundige verklaring;

-         de datum van onderzoek door de psychiater ontbreekt. Hierdoor is niet vast te stellen of de informatie actueel is;

-         onder vraag 4a is het gevaar geformuleerd. De inhoud van de tekst ziet op de situatie toen klager nog thuis verbleef, doch klager verbleef al enige tijd in D. Als sprake was van een mogelijk recidivegevaar dan had dat in de tekst tot uitdrukking gebracht moeten te worden;

-         bij vraag 5d is enkel verwezen naar E, verpleegkundige van de polikliniek. Informatie van de afdeling waar klager verbleef ontbreekt;

-         het effect van de behandeling ontbreekt, klager verbleef al enige tijd in D; verwacht mag worden dat iets wordt gemeld over de behandeling gedurende die periode.

Voornoemde punten hadden voor verweerder aanleiding moeten vormen nader onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld door het raadplegen van het dossier van klager en/of het contact opnemen met de psychiater die de geneeskundige verklaring heeft opgesteld. Verweerder heeft dit echter niet gedaan.

5.4       De conclusie is dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de zorg die hij ten opzichte van klager behoorde te betrachten zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De klacht is dan ook gegrond. 

Verweerder heeft ter zitting ervan blijk gegeven in te zien dat hij verantwoordelijk was voor de inhoud van de door hem ondertekende geneeskundige verklaring welke door de psychiater niet zorgvuldig is opgesteld. Het College acht de hierna te noemen maatregel bij wijze van zakelijke terechtwijzing passend.

5.5       Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, op de voet van artikel 71 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg bekend worden gemaakt op hierna te vermelden wijze.

6.       De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

legt op de maatregel van waarschuwing;

bepaalt dat deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan het tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact, Tijdschrift voor Psychiatrie en De Psychiater ter bekendmaking zal worden aangeboden.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.E.B. ter Heide, voorzitter, mr. H. Uhlenbroek, lid-jurist, M. Bakker, dr. G.J. Dogterom, H.N. Koetsier, leden-artsen, bijgestaan door mr. E.C. Zandman, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2015.

<b>Artikel met de ingekorte uitspraak PDF</b>
recht
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.