Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Aart Hendriks
26 mei 2015 10 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Kinderarts op verkeerde been gezet door AMK

Plaats een reactie

Een kinderarts wordt gebeld door een vertrouwensarts van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK, thans: Veilig Thuis), over een patiëntje dat zij kent vanwege gastro-oesofageale reflux. Een andere arts had de dag daarvoor een melding gedaan bij het AMK. De vertrouwensarts zegt dat de ouders instemmen met het opvragen van medische gegevens van hun kinderen. De kinderarts vertelt de AMK-dokter vervolgens een aantal zaken die ze uit het dossier haalt.

De ouders zeggen dat ze helemaal geen toestemming hebben gegeven die informatie op te vragen, en ze doen hun beklag over het AMK (bij de klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg) en over de kinderarts (bij de tuchtrechter). De AMK-medewerkers zeggen dat ze de ouders hebben ingelicht over hoe ze te werk zouden gaan. De ouders hadden daar geen expliciet bezwaar tegen gemaakt. Maar dat is natuurlijk iets anders dan vragen of ze akkoord gaan daarmee. De klachtencommissie geeft de ouders gelijk.

Valt het de kinderarts aan te rekenen dat zij was afgegaan op de informatie van het AMK? Had zij om schriftelijke bevestiging van de toestemming, een ondertekend formulier bijvoorbeeld, moeten vragen? Of zelf de ouders moeten bellen? Nee, zegt het regionaal tuchtcollege. Het was beter geweest als ze was nagegaan hoe de toestemming tot stand was gekomen, maar het is niet verwijtbaar dat ze heeft vertrouwd op de arts van het AMK. Dat is immers een ‘professionele zorgpartij’. Dat is een opluchting.

Het komt vaker voor dat ‘professionele zorgpartijen’ die met kindermishandeling te maken hebben artsen niet goed voorlichten over toestemming van de ouders, zo weten we uit andere uitspraken. Die artsen kregen vervolgens wel een tuchtrechtelijke maatregel aan hun broek, omdat het immers altijd hun eigen afweging was wanneer zij wel of niet hun beroepsgeheim doorbraken. Dat blijft zo, maar u hoeft gelukkig niet al het werk van andere artsen over te doen, als u er in alle redelijkheid van uit kunt gaan dat zij echte toestemming hebben van de ouders.

Sophie Broersen, arts/journalist

prof. Aart Hendriks, jurist


Datum uitspraak: 6 januari 2015  Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A, wonende te B, klaagster,

tegen:

C, kinderarts, werkzaam te B, verweerster,

gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht.

1.           Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2013

- het verweerschrift met bijlagen

- de repliek

- de dupliek.

De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 11 november 2014. Klaagster en haar echtgenoot zijn verschenen. Verweerster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Zij hebben hun standpunt mondeling toegelicht. Ter zitting is met instemming van klaagster door verweerster de uitspraak d.d. 3 maart 2014 van de Klachtencommissie van Stichting Bureaus Jeugdzorg D (Klachtencommissie) overgelegd naar aanleiding van door klaagster en haar echtgenoot ingediende klachten.

2.          De feiten

2.1              Klaagsters dochter, E, geboren in 2004, was sinds 2009 patiënte van verweerster wegens gastro-oesofageale reflux. Verweerster is als kinderarts werkzaam in het F te B.

2.2              Verweerster is op 24 oktober 2011 gebeld door mevrouw G, werkzaam als vertrouwensarts (hierna: vertrouwensarts) van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) om informatie in te winnen over E. De op 29 augustus 2011 bij het AMK binnengekomen melding over E was daarvoor de aanleiding. Deze melding was de dag ervoor gedaan door een arts die werkzaam was op de Spoedeisende Hulp van het H te B.

2.3              Verweerster heeft het patiëntendossier van E erbij gehaald en de vertrouwensarts teruggebeld en informatie verstrekt. In het medisch dossier heeft verweerster hierover het volgende vermeld:


            “24 oktober 2011, C, Gebeld door G AMK. Informatie als bovenstaande medegedeeld.” [RTG: bedoeld wordt de eerder in het medisch dossier genoteerde informatie].

2.4              Het AMK dossier vermeldt, voor zover thans van belang, het navolgende over de inhoud van de informatie die verweerster telefonisch aan de vertrouwensarts heeft verstrekt.


“Zij kent alleen E en heeft I nog nooit gezien.

E is naar haar verwezen vanuit het J vanwege refluxklachten. Zij heeft daarvoor medicatie (losecosan). Ze komt ongeveer 2 keer per jaar. Laatste keer augustus 2010. Zij heeft geadviseerd te stoppen met de medicatie. Vader heeft gebeld en gezegd dat zij dit geprobeerd hebben in de vakantie maar dat dit niet goed ging.

Op 11-10 heeft vader gebeld omdat de kinderen via de internist van het K een amoebe was vastgesteld waarvoor de kinderen ook medicatie (flagyl) hebben gehad. Vader heeft ook verteld over het kamperen naast het gezin uit L en dat zij vervolgens een luizenplaag en parasieten. Kinderarts heeft gezegd dat zij wil controleren of de medicatie is aangeslagen. Hiervoor is een afspraak gemaakt voor 28.11.

Kinderarts heeft ook een email van moeder met foto’s gekregen. Hierin is het hele verhaal over de luizen en parasieten en moeders ideen over wat er aan de hand is. Het is een noodkreet van moeder. De foto’s in UV licht lijken niet op iets ernstigs te duiden.

Kinderarts ziet E 28 november.”

2.5              Bij brief van 20 september 2012 heeft klaagster aan verweerster gevraagd om toezending van een kopie van het gespreksverslag van het telefoongesprek van 24 oktober 2011 van verweerster met de vertrouwensarts. Verweerster heeft bij brief van 18 oktober 2012 geantwoord dat zij niet in het bezit was van een gespreksverslag en dat het AMK haar had meegedeeld dat de ouders toestemming hadden gegeven voor het verstrekken van de informatie.

2.6              In november 2013 heeft klaagster tezamen met haar echtgenoot een tweetal klachten ingediend bij de Klachtencommissie. De uitspraak d.d. 3 maart 2014 van de Klachtencommissie houdt - voor zover hier relevant - het volgende in:

Ten aanzien van de klacht dat de vertrouwensarts ten onrechte tegen de medisch specialisten heeft verklaard dat ouders instemmen met het opvragen van medisch gegevens overweegt de commissie als volgt.

Uit hetgeen vooraf schriftelijk is ingebracht en ter zitting is verklaard is duidelijk geworden dat de medewerkers van het AMK klagers conform de werkwijze van het AMK op de hoogte hebben gebracht van de te volgen werkwijze bij het onderzoek. Ook is aannemelijk geworden dat klagers niet expliciet bezwaar hebben gemaakt tegen het opnemen van contact door de vertrouwensarts met de betrokken medisch specialisten. Aan de andere kant is duidelijk geworden dat aan klagers ook niet de vraag is voorgelegd of zij deze toestemming wel of niet wilden verlenen.

Gezien deze gang van zaken is de commissie van mening dat de vertrouwensarts in het gesprek met de medisch behandelaren niet kan zeggen dat ouders instemmen met het opvragen van de medische gegevens van hun kinderen. Dit wekt immers de indruk dat ouders deze toestemming expliciet hebben gegeven. Als dit echter niet het geval is mag hierover naar het oordeel van de commissie geen misverstand kunnen ontstaan en moet duidelijk zijn dat alleen de onderzoeksprocedure van het AMK met ouders is besproken.

Gelet op bovenstaande verklaart de commissie de klacht gegrond.”

3.          De klacht

Klaagster verwijt verweerster - zakelijk weergegeven - dat

(i)                 zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden door zonder medeweten en zonder toestemming van klaagster informatie over E te verstrekken aan het AMK.

(ii)               zij in dat kader irrelevante gegevens over E heeft verstrekt, heeft nagelaten de te verstrekken informatie vooraf ter accordering aan klaagster voor te leggen, in het medisch dossier van E onvoldoende heeft genoteerd over het met het AMK gevoerde gesprek en tot slot heeft nagelaten dit gespreksverslag op juistheid te controleren.

4.       Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.       De beoordeling

5.1       klachtonderdeel (i)

De kern van het verwijt dat aan verweerster wordt gemaakt, is dat zij haar geheimhoudingsplicht ten onrechte heeft doorbroken. De hoofdregel is dat een arts gehouden is tot geheimhouding. Dit is vast gelegd in artikel 7:457 Burgerlijk Wetboek (BW). Het verstrekken van informatie over een patiënt aan derden, zoals het AMK, vormt een doorbreking van de geheimhoudingsplicht. Dit is slechts onder bepaalde omstandigheden toegestaan.

Dit is allereerst toegestaan indien de arts daarvoor toestemming heeft verkregen van de desbetreffende patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger(s).

Doorbreking van de geheimhoudingsplicht is voorts - voor zover thans van belang - toegestaan, indien dit noodzakelijk is om een belang te dienen dat zwaarder weegt dan het belang van geheim­houding (een conflict van plichten).Toegespitst op dit geval valt te denken aan de situatie dat het belang van een minderjarige vergt dat onmiddellijk tot actie wordt overgegaan, terwijl er geen andere, minder ingrijpende, middelen zijn om dit doel te bereiken. Een en ander is uitgewerkt in artikel 53, derde lid, Wet op de Jeugdzorg (WJZ). Dit artikel bepaalt, zakelijk weergegeven, dat de arts ook zonder toestemming van de patiënt inlichtingen kan verstrekken aan het AMK, ‘indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.’ Aldus is doorbreking van het beroepsgeheim beperkt tot situaties waarin kindermishandeling aan de orde is of waarin sprake is van een redelijk vermoeden daartoe. Bovendien moet de arts zich ervan vergewissen of inlichtingenverstrekking in de voorliggende kwestie noodzakelijk is. Zo zal duidelijk moeten worden dat de informatie niet langs andere weg kan worden verkregen en dient de doorbreking van het beroepsgeheim zoveel mogelijk te worden beperkt tot feitelijke relevante informatie.

Teneinde hulpverleners handvatten te bieden ter beoordeling van de noodzaak om het beroepsgeheim te doorbreken, is in december 2009 het Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld, die voortborduurt op de Meldcode kindermishandeling van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) van september 2008 (Meldcode). Deze Meldcode wordt regelmatig aangepast.

5.2       Uit de uitspraak d.d. 3 maart 2014 van de Klachtencommissie blijkt dat de vertrouwensarts in het telefoongesprek met verweerster op 24 oktober 2014 heeft verteld dat de ouders van E toestemming hadden gegeven om informatie over E aan het AMK te verstrekken. Duidelijk is echter dat door de ouders van E daartoe geen expliciete toestemming is verstrekt. Klaagster en haar echtgenoot zijn immers slechts op de hoogte gesteld van het feit dat het AMK informatie zou gaan inwinnen bij medisch specialisten.

5.3       Verweerster kan er echter in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt van worden gemaakt dat zij heeft vertrouwd op de juistheid van de door de arts van het AMK

 - als professionele zorgpartij - aan haar gedane mededeling. Wel was het beter geweest als zij nadrukkelijker bij het AMK had geverifieerd hoe de toestemming tot stand was gekomen. Dit brengt met zich dat verweerster in het onderhavige geval geen verwijt kan worden gemaakt van het feit dat zij informatie over E aan het AMK heeft verstrekt. Dit klachtonderdeel wordt dan ook verworpen.

5.4       klachtonderdeel (ii)

Verweerster is op grond van artikel 7:454 BW gehouden een medisch dossier bij te houden. Contact met het AMK over een patiënt dient een arts ook in het medisch dossier te noteren. Verweerster heeft van het telefoongesprek met de vertrouwensarts aantekeningen gemaakt in haar medisch dossier, zij het summier. Desalniettemin zijn deze aantekeningen toereikend, nu met de verwijzing naar bovenstaande informatie voldoende duidelijk is aangegeven welke informatie is verstrekt. De stelling van klaagster dat verweerster ook de inhoud van het door de AMK gemaakte gespreksverslag had moeten controleren, vindt noch steun in de wet noch in de Meldcode. Het verwijt dat vooraf de te verstrekken informatie met klaagster had moet worden afgestemd, kan niet slagen omdat verweerster mocht uitgaan van de toestemming van de ouders. Zoals verweerster ter zitting ook heeft verklaard, ware het beter geweest indien zij ook aantekeningen had gemaakt over de mededeling door de vertrouwensarts dat de ouders toestemming hadden gegeven.

5.5       Over de aard van de te verstrekken informatie merkt het College in zijn algemeenheid op dat een arts ook in de situatie waarin toestemming is gegeven steeds een eigen afweging moet blijven maken en moet volstaan met het verstrekken van feitelijke, relevante informatie die noodzakelijk is om kindermishandeling te doen stoppen of een redelijk vermoeden daartoe te laten onderzoeken (artikel 6 Meldcode). Daartoe kan doorvragen naar de aard en urgentie van de zorgen van het AMK of vragen naar een schriftelijke bevestiging van de gestelde verkregen toestemming, raadzaam zijn.

In het onderhavige geval is niet gebleken dat verweerster andere dan feitelijke informatie heeft verstrekt. Evenmin kan worden gezegd dat verweerster geen informatie over de reflux had mogen verstrekken; het is voor de beoordeling door het AMK van de totale situatie van een minderjarige van belang dat het AMK een zo volledig mogelijk beeld krijgt van de toestand van desbetreffende minderjarige. Ook feitelijke informatie die op het eerste oog niet relevant lijkt, kan bij nader inzien toch relevant blijken te zijn. Het voorgaande leidt ertoe dat ook dit klachtonderdeel faalt.

5.6       De conclusie is dat verweerster met betrekking tot de klachtonderdelen geen verwijt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan worden gemaakt. De klacht zal dan ook als ongegrond worden afgewezen.

5.7       Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, op de voet van artikel 71 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg bekend worden gemaakt op hierna te vermelden wijze.

6.       De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

wijst de klacht af.

bepaalt dat deze beslissing overeenkomstig het bepaalde in artikel 71 Wet BIG in de Staatscourant bekend zal worden gemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing. 

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, mr. E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, H.N. Koetsier, dr. N.G. Hartwig, dr. B. van Ek, leden-artsen, bijgestaan door mr. Y. M.C. Bouman, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2015.

<b>PDF van dit artikel</b>
kindermishandeling
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.