Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Hilde van der Meer
7 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Huisarts toucheert niet na zwangerschapstest

11 reacties

Gelukkig is deze huisarts in beroep gegaan. Hij zag een vrouw die twee maanden over tijd was. Bij eventuele zwangerschap wilde de vrouw, die al vier kinderen had, een abortus. Er vond een zwangerschapstest plaats, die was negatief. De huisarts adviseerde de vrouw om een maand af te wachten, en bij uitblijven van de menstruatie terug te komen. Dat deed zij blijkbaar niet, want pas tweeënhalve maand later werd de zwangerschap vastgesteld. Te laat voor abortus. Ze stapt naar de tuchtrechter.

De regionale tuchtrechter vindt dat de huisarts fout zat: hij had de vrouw – nu zij zo stellig was dat ze een even-tuele zwangerschap wilde beëindigen – na de negatieve test moeten toucheren, verwijzen of na paar dagen terug moeten zien. Zeker de opmerking dat een vaginaal toucher dan uitsluitsel had gegeven, is opvallend: alsof dat betrouwbaarder is, in de handen van een arts die dat waarschijnlijk nooit meer om die reden doet. Een zwangerschapstest is een van de meest betrouwbare onderzoeken die we kennen, mits op de juiste manier en het juiste moment uitgevoerd. En een bijzondere aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de testuitslag was er hier niet. Het Centraal Tucht-college oordeelt dat de huisarts correct heeft gehandeld. Gelukkig, want juist de pragmatische aanpak (afwachten en zo nodig terugkomen) is een belangrijk instrument voor de huisarts. En eigenlijk elke dokter.

Sophie Broersen, arts/journalist

Hilde van der Meer, jurist


C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2014.150 van:

A., huisarts, destijds werkzaam te B.,

appellant, verweerder in eerste aanleg,

gemachtigde: mr. A.C. de Die te Amsterdam,

tegen

C., wonende te B., verweerster, klaagster in eerste aanleg,

gemachtigde: mr. R. Zantman, te Krimpen aan den IJssel.


1.         Verloop van de procedure


C. - hierna klaagster - heeft op 18 maart 2013 bij het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Gravenhage tegen A. - hierna de huisarts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 11 februari 2014, onder nummer 2013-058 heeft dat College de klacht gegrond verklaard en de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd.

De huisarts is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. Klaagster heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 18 november 2014, waar zijn verschenen klaagster, bijgestaan door mr. A.C. de Die, en de huisarts, bijgestaan door mr. R. Zantman.

Mr. de Die heeft de standpunten van de huisarts toegelicht aan de hand van pleitnotities die aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

            2. De feiten

            2.1       Op 4 juni 2012 heeft klaagster zich telefonisch gewend tot het Gezondheidscentrum D. te B.. De arts was hier tijdelijk werkzaam als huisarts. Aan de assistente heeft klaagster tijdens dit telefoongesprek laten weten dat zij dacht zwanger te zijn, alsmede dat zij in dat geval een abortus wilde. Klaagster had toen al vier kinderen.

            2.2       Op 6 juni 2012 heeft klaagster het spreekuur van de arts bezocht. Klaagster heeft de arts verteld dat zij twee maanden over tijd was en dat zij vermoedde zwanger te zijn. Daarbij heeft klaagster (wederom) aangegeven ingeval van een zwangerschap een abortus te willen.

            2.3       Klaagster heeft tijdens het consult van de arts een potje ontvangen, waarin zij urine heeft geproduceerd. Zij heeft dit potje ingeleverd bij de assistente. De assistente heeft in de laboratoriumruimte van het Gezondheidscentrum een hcg-test (zwangerschapstest) uitgevoerd. Tijdens het consult is door de assistente aan de arts doorgegeven dat de uitslag negatief was. De arts heeft dit aan klaagster meegedeeld.

            2.4       De arts heeft tegen klaagster gezegd dat het uitblijven van de menstruatie andere oorzaken kan hebben.

            2.5       Bij onderzoek op 29 augustus 2012 was de zwangerschapstest positief en na echoscopisch onderzoek diezelfde dag bleek klaagster 26 weken en 4 dagen zwanger te zijn. Een legale abortus is bij deze zwangerschapsduur niet meer mogelijk. Klaagster heeft de zwangerschap voldragen en is bevallen.

            3. De klacht


Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig handelen door een onjuiste en/of onvolledige diagnose te stellen.

 

            4. Het standpunt van de arts

De arts heeft verweer gevoerd. Dit zal voorzover van belang bij de beoordeling worden weergegeven.

            5. De beoordeling

            5.1       Nu klaagster, die destijds al vier kinderen had, zowel bij haar bezoek aan de arts op 6 juni 2012 als in het telefoongesprek met de assistente op 4 juni 2012 heeft gezegd dat zij dacht zwanger te zijn en een eventuele zwangerschap te willen afbreken door middel van abortus, zou een eventuele onterechte negatieve uitslag van de zwangerschapstest zeer ernstige gevolgen voor klaagster kunnen hebben. Daarom had de arts naar het oordeel van het College niet mogen volstaan met het uitvoeren van de zwangerschapstest. Een lege artis uitgevoerde zwangerschapstest in een monster van de eerste ochtendurine kent een betrouwbaarheidspercentage van 99%. Het valt niet uit te sluiten dat de omstandigheden waaronder de test bij klaagster is afgenomen en uitgevoerd tot een (veel) lager betrouwbaarheidspercentage heeft geleid. De arts had in dit geval lichamelijk onderzoek (vaginaal toucher) bij klaagster moeten verrichten. Daarbij had hij de zwangerschap, gelet op de duur ervan, kunnen voelen. In geval van twijfel over het al dan niet zwanger zijn van klaagster had de arts ervoor moeten kiezen klaagster door te sturen naar een gynaecoloog of verloskundige. Een andere mogelijkheid zou zijn geweest dat de arts op korte termijn, dat wil zeggen binnen enkele dagen, een nieuw consult met klaagster had ingepland. Dan had de zwangerschapstest herhaald kunnen worden.

            5.2       Het verweer van de arts dat klaagster tegenover hem geen uitlatingen deed die erop wezen dat de uitslag van de zwangerschapstest niet zou kloppen, in welk geval hij wel aanvullend onderzoek zou hebben verricht, verwerpt het College. Klaagster heeft reeds voordat de uitslag van de zwangerschapstest bekend was voldoende zwaarwegende factoren kenbaar gemaakt die, ongeacht de reactie van klaagster op de negatieve zwangerschapstest, aanleiding hadden moeten geven tot het doen van lichamelijk onderzoek of het maken van een nieuwe afspraak op korte termijn.

            5.3       De arts heeft vervolgens als verweer aangevoerd dat hij klaagster heeft aangegeven dat zij bij het uitblijven van haar menstruatie over een maand terug moest komen. Klaagster ontkent dat dit haar is gezegd. De vraag of dit al dan niet gezegd is, is voor het oordeel van het College niet doorslaggevend. Zelfs al zou de arts dit tegen klaagster hebben gezegd dan acht het College dit advies in de gegeven omstandigheden niet juist. Als een maand na het eerste consult alsnog zou blijken dat klaagster zwanger zou zijn, dan zou zij alsnog een abortus hebben moeten ondergaan. Door een maand te wachten zou de zwangerschap reeds in een verder gevorderd stadium zijn, hetgeen een abortus meer belastend zo niet onmogelijk zou hebben gemaakt.

            5.4       Uit het voorgaande volgt dat de klacht van klaagster gegrond is. De arts heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg  (Wet BIG) jegens klaagster had behoren te betrachten. Het College acht gelet op alle omstandigheden van het geval de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal de beslissing zodra zij onherroepelijk is op na te melden wijze worden bekendgemaakt.

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in hoger beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4.        Beoordeling van het hoger beroep

4.1       In hoger beroep betoogt de huisarts, kort en zakelijk weergegeven, dat het Regionaal Tuchtcollege ten onrechte heeft overwogen dat hij niet had mogen volstaan met de enkele uitvoering van een zwangerschapstest, dat hij lichamelijk onderzoek bij klaagster had moeten verrichten en haar hierna - in geval van twijfel over het al dan niet zwanger zijn - had moeten doorsturen naar een gynaecoloog of verloskundige, dan wel binnen enkele dagen een nieuw consult had moeten inplannen.

4.2       Klaagster  heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4.3       Het Centraal Tuchtcollege stelt het volgende voorop.

Uit het relaas van de  huisarts, de notities in het huisartsenjournaal en de logginggegevens, tegenover de enkele betwisting door klaagster, blijkt genoegzaam dat de huisarts klaagster op 6 juni 2012 heeft geadviseerd een maand af te wachten en terug te komen als de menstruatie zou uitblijven.

4.4       Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat een huisarts in het algemeen mag afgaan op de uitslag van een hcg-test aangezien deze test als 99% betrouwbaar wordt gezien. Bijzondere omstandigheden kunnen voor een huisarts aanleiding vormen om te besluiten tot het verrichten van nader onderzoek. Het doorsturen naar een gynaecoloog of verloskundige is bij een negatieve uitslag van een hcg-test in beginsel niet aangewezen.

4.5       In het onderhavige geval was op 6 juni 2012 sprake van een negatieve uitslag van de hcg-test. Dat er redenen waren om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de test is niet gebleken. Er waren voorts geen bijzondere omstandigheden aan de orde op grond waarvan de huisarts nader onderzoek had moeten verrichten bij klaagster, laat staan dat hij klaagster had moeten doorsturen naar een gynaecoloog of verloskundige. Dat klaagster reeds vier kinderen had en een abortus wenste als zij zwanger zou zijn maakt dit niet anders: de uitslag van de hcg-test wees er immers niet op dat klaagster zwanger was. De huisarts heeft vervolgens juist en zorgvuldig gehandeld met zijn advies aan klaagster om het een maand aan te zien en terug te komen als de menstruatie zou uitblijven. Dat klaagster niet naar dit advies heeft gehandeld, kan de huisarts niet worden verweten.

4.6       Het Centraal Tuchtcollege is dan ook van oordeel dat de huisarts, gegeven de omstandigheden, zorgvuldig heeft gehandeld, niet in de zorg ten opzichte van klaagster is tekort geschoten en dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Het beroep van de huisarts wordt gegrond verklaard en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt vernietigd.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep;

verklaart de klacht van klaagster ongegrond;        

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden aan­geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is gegeven door: mr. T.L. de Vries, voorzitter, mr. P.J. Wurzer en mr. M.W. Zandbergen, leden-juristen en dr. B.P.M. Schweitzer en drs. M.G.M. Smid-Oudendorp, leden- beroepsgenoten en mr. M.W. van Beek, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 februari 2015.

<b>PDF van het tijdschriftartikel</b>
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken. Sinds eind 2020 werkt zij daarnaast als arts bij het team seksuele gezondheid van de GGD Hollands Midden.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.