Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Robinetta de Roode
18 augustus 2020 5 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Geen tuchtklacht mogelijk tegen niet-praktiserend orthopeed

2 reacties

Een rechtbank benoemt een voormalig orthopedisch chirurg als deskundige in een bestuursrechtelijke zaak. Maar die deskundige is op dat moment net een maand uit het BIG-register uitgeschreven. Zijn registratie als orthopeed was al twee jaar eerder verlopen, maar nu is hij ook geen BIG-geregistreerde basisarts meer. Hij levert na enkele maanden een rapport in, dat hij ondertekent met ‘orthopedisch chirurg, niet-praktiserend’. Daar is geen woord van gelogen.

Degene over wie hij rapporteerde, is niet blij met het rapport en klaagt bij de tuchtrechter over een en ander. Maar dan zegt de orthopeed: helaas, ik sta niet in het BIG-register, dus ik heb niets met de tuchtrechter te maken. En dat klopt: de klager is dus niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Niet voor niets staat in een richtlijn van medisch gerechtelijk deskundigen dat BIG-registratie een vereiste is. Het moet mogelijk zijn om iemand die een advies uitbrengt, ter verantwoording te roepen. Het tuchtcollege zegt daarom tegen de verweerder dat hij moet overwegen om dergelijke opdrachten niet meer te aanvaarden. De tuchtrechter had zich best wat stelliger mogen uitdrukken.

Maar de rechtbanken zouden zelf ook eisen moeten stellen aan de experts die ze inhuren en dat ook controleren. Zoals een geldige BIG-registratie, die immers staat voor het onderhouden van kennis en vaardigheid, en die zijn nodig voor een goede deskundigenrapportage conform de richtlijn.

Auteurs

Sophie Broersen, arts en journalist

mr. Robinetta de Roode, adviseur gezondheidsrecht

Lees ook het commentaar van blogger Jim Faas op deze zaak:

  • Deskundigen en herregistratieleed

    Ook die tuchtzaak gelezen over de niet-praktiserende orthopeed? Hij had zijn registratie niet meer op orde. Daar sta je als patiënt toch zuur te kijken bij de uitkomst: niet BIG-geregistreerd, dus klacht niet-ontvankelijk. Kiekeboe!

Download de ingekorte versie van dit artikel (pdf)

De complete tekst:

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle d.d. 3 juli 2020

Beslissing in raadkamer d.d. 3 juli 2020 naar aanleiding van de op 13 februari 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van A, wonende te B, klager, tegen C, beklaagde.

01 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift met de bijlagen;

- het overzicht zorgverlener, gedateerd 21 februari 2020;

- het verweerschrift.

02 De feiten

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager, geboren in 1971, is bekend met rugklachten.

Bij brief van 16 februari 2018 is klager door de rechtbank D geïnformeerd dat beklaagde als deskundige is benoemd voor het instellen van een onderzoek in een bestuursrechtelijke procedure.

De rechtbank gaf een opdracht tot het verrichten van een onderzoek als deskundige aan: ‘C, orthopedische chirurg’ en heeft verder in de onderzoeksopdracht aan beklaagde verzocht:

‘- betrokkene te onderzoeken;

- kennis te nemen van het dossier, in het bijzonder de stukken van medische aard;

- eventueel inlichtingen in te winnen bij de behandelend arts of de behandelende artsen;

- aan de hand van zijn bevindingen de volgende vragen te beantwoorden.

(…)’

Beklaagde werd verzocht met name informatie van medische aard en de informatie van de Rugpoli in zijn antwoord te betrekken.

Op 1 mei 2018 bracht beklaagde een adviesrapportage uit waarbij hij heeft opgetekend dat hij ‘klager zag op 4 april 2018 voor een orthopedische expertise’.

De rapportage is ondertekend met: ‘C, orthopedisch chirurg, niet-praktiserend’.

Uit het overzicht zorgverlener blijkt dat beklaagde tot 1 januari 2016 ingeschreven was in het BIG-register als arts met het specialisme orthopedisch chirurg. Van 1 januari 2016 tot 8 januari 2018 was beklaagde ingeschreven als arts in het BIG-register. Op dat moment is de registratie doorgehaald, omdat de termijn voor herregistratie was verlopen.

03 Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt beklaagde – zakelijk weergegeven – dat hij geen geldige registraties had voor het verrichten van de orthopedische expertise en niet bevoegd is geweest voor het uitbrengen daarvan, mede gezien de onzorgvuldige en volstrekt onkundige inhoud van de rapportage. Op herhaaldelijk verzoek van klager heeft beklaagde geen gegevens verstrekt omtrent zijn (geldige) registraties.

04 Het standpunt van beklaagde

Beklaagde voert aan dat hij sinds 8 januari 2018 niet meer is onderworpen aan tuchtrechtspraak, omdat hij per die datum is doorgehaald in het BIG-register. Het is ongelukkig dat de rechtbank in de opdracht aan beklaagde niet heeft vermeld dat beklaagde orthopedisch chirurg, niet-praktiserend, is. Beklaagde heeft dit zelf wel vermeld in zijn rapportage.

05 De overwegingen van het college

5.1 Het college stelt vast dat de registratie van beklaagde als arts in het BIG-register is doorgehaald op 8 januari 2018. Zijn specialistenregistratie was twee jaar eerder al doorgehaald.

Gelet op het feit dat beklaagde niet in het BIG-register was ingeschreven toen hij de patiënt zag en zijn rapportage uitbracht waarop de klacht betrekking heeft, kan het college niet anders dan de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Uit artikel 47 van de Wet BIG volgt dat alleen wie is ingeschreven in het BIG-register onderworpen is aan tuchtrechtspraak.

5.2 Ten overvloede overweegt het college nog het volgende.

Uit de nota van toelichting bij het besluit van 24 november 2008, het Besluit periodieke registratie Wet BIG, volgt dat beroepsbeoefenaren van wie de registratie in het BIG-register is doorgehaald, op eigen verzoek of vanwege het niet voldoen aan de eisen van periodieke registratie van hun beroepstitel en/of specialistentitel, onder toevoeging van ‘niet-praktiserend’ (voluit geschreven om verwarring te voorkomen) mogen blijven gebruiken. De nota van toelichting vermeldt dat de toevoeging ‘niet-praktiserend’ aan een beroepstitel niet misleidend hoeft te zijn. Uit de aanduiding ‘niet-praktiserend’ blijkt dat het gaat om een beroepsbeoefenaar die zijn praktijk heeft neergelegd en niet meer in dat beroep werkzaam is, aldus de nota van toelichting. In zoverre heeft beklaagde conform de daarvoor geldende regels aangegeven dat hij arts, niet-praktiserend, is.

Beklaagde is – ondanks zijn doorgehaalde BIG-registratie – door de rechtbank benoemd als deskundige. Hij heeft werkzaamheden verricht waarop de ‘Richtlijn medisch-specialistische rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband’ van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR) van toepassing is. In die richtlijn staat onder 4.1 dat de expert als arts in het BIG-register moet zijn geregistreerd. Nu daarvan geen sprake was ten tijde van de opdracht en het uitbrengen van de rapportage, merkt het college op dat hier toch de verwarring lijkt te rijzen die de wetgever nu juist heeft willen voorkomen. Immers, derden, zonder dat zij daarop vat hebben of de consequenties daarvan op voorhand ten volle kunnen overzien, kunnen worden geconfronteerd met een niet-BIG-geregistreerde, en dus in strijd met genoemde richtlijn handelende, rapporteur over wie zij niet bij de tuchtrechter kunnen klagen en tegen wie – zo nodig – geen tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden genomen. Het tuchtcollege geeft beklaagde daarom in overweging een opdracht als deze in de toekomst niet meer te aanvaarden.

5.3 Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

06 De beslissing

Het college

- verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk; en

- bepaalt dat deze beslissing in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’, ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’ en ‘Medisch Contact’.

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, P.H. Wiersma, R.B. van Leeuwen en G.J.M. Akkersdijk, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van J.W. Sijnstra-Meijer. 

Tuchtrecht
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken. Sinds eind 2020 werkt zij daarnaast als arts bij het team seksuele gezondheid van de GGD Hollands Midden.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Falke, ‘niet-praktiserend’, Leiden 18-08-2020 18:37

    "Ik lees dat de juristen schrijven in de uitspraak: "Het tuchtcollege geeft beklaagde daarom in overweging een opdracht als deze in de toekomst niet meer te aanvaarden." Voor het tuchtcollege is het stigma ‘niet-praktiserend’ kennelijk onvoldoende om niet toch met het vingertje te wijzen. Hypocriet! Zoals de Engelsen zeggen: "you can't have it both ways." "

  • Thomas Müller, Uroloog, Drachten 15-08-2020 16:16

    "Al bij het invoeren van een verlopende BIG registratie van oude artsen kon men zich afvragen, welk echt probleem verholpen wordt. Feitelijk is het alleen maar sarren dat je dan dat ene recept niet meer mag schrijven. Kafkaeske overregulatie. Maakt dus ook niet uit hoe stellig de tuchtuitspraak uiteindelijk geformuleerd is - de man is gedegradeerd tot burger en valt niet meer onder het tuchtrecht, hij mag dus adviezen geven wat die wil, net als iedereen. Leuk zo’n cirkeltje. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.