Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Aart Hendriks
04 februari 2015 7 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Alles of alleen het relevante opslaan

4 reacties

Een huisarts heeft oude, papieren dossiers gedigitaliseerd. Een coassistent heeft de dossiers opgeschoond, de relevante gegevens in het elektronisch dossier ingevoerd, specialistenbrieven en relevante onderzoeksresultaten werden ingescand. Belangrijke documenten werden opgeborgen, maar de rest van de dossiers werd vernietigd.

Op het moment dat de huisarts een akkefietje heeft met een patiënte, die boos uit de praktijk vertrekt omdat zij niet voor een (tweede) zwangerschapstest wil betalen, krijgt ze een tuchtzaak aan haar broek. De patiënte zegt onder meer dat het niet aan de arts was om te bepalen welke gegevens relevant waren en welke vernietigd mochten worden.

Het tuchtcollege geeft haar gelijk, en baseert zich daarbij op de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens. Het tuchtcollege vindt dat uit de richtlijn blijkt dat alle onderdelen van het papieren dossier volledig hadden moeten worden gescand, voordat ze vernietigd worden. Er zijn mensen die dat er niet in lezen. Het is waarschijnlijk wel een stuk minder werk: gewoon scannen, niet over nadenken, kan niemand u iets verwijten. De huisarts krijgt een waarschuwing, ondanks dat er een dossier lag waar dokter en patiënt iets aan hebben en waar kennelijk niets mis mee was. Afwijken van een richtlijn is toch niet automatisch tuchtrechtelijk verwijtbaar? De KNMG gaat de richtlijnen dit jaar actualiseren.

Sophie Broersen, arts/journalist

prof. Aart Hendriks, jurist


HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 10 maart 2014 binnengekomen klacht van:

[A]

wonende te [B]

klaagster

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [B]

verweerster

gemachtigde mr. L. Fedder te Utrecht

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift

-         het verweerschrift en een aanvulling daarop.

Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 24 september 2014 behandeld. Partijen waren aanwezig, verweerster bijgestaan door haar gemachtigde.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klaagster is in 2011 van [D] naar [B] verhuisd. Klaagster is aldaar patiënt geworden bij verweerster en heeft in oktober 2011 een kennismakingsgesprek met haar gehad. Verweerster heeft het medisch dossier van klaagster ontvangen van haar vorige huisarts.

In die periode ging de praktijk waar verweerster deel van uitmaakt (hierna: de praktijk) over op een digitaal medisch dossier. Om van het papieren medisch dossier van klaagster een werkbaar computerdossier te maken, heeft verweerster het dossier laten digitaliseren. Omdat de praktijk destijds veel nieuwe patiënten kreeg, hebben zij voor het digitaliseren van de dossiers via een medisch uitzendbureau een co-assistent geneeskunde ingehuurd. Deze co-assistent had de opdracht de dossiers op te schonen en de relevante medische gegevens overzichtelijk in het elektronisch dossier in te voeren. Van de belangrijkste zaken is een samenvatting gemaakt die in de probleemlijst is opgenomen. Specialistenbrieven en onderzoeksresultaten die relevant werden geacht, werden ingescand. Enkele belangrijke documenten, zoals wilsbeschikkingen, werden opgeborgen in het archief. Daarna werden de dossiers vernietigd. Aanvankelijk werden de ingebrachte dossiers gecontroleerd op kwaliteit en volledigheid.

Tijdens het kennismakingsgesprek heeft verweerster niet besproken dat zij het papieren dossier van klaagster zou (laten) digitaliseren, waarbij zij niet-relevante gegevens zou (laten) vernietigen.

Op 27 november 2013 is klaagster bij een collega van verweerster geweest omdat klaagster al vijf dagen over tijd was en al enkele zwangerschapstesten had gedaan, die alle negatief waren. Op medische indicatie is er in de praktijk van verweerster een zwangerschapstest uitgevoerd, die ook negatief was. Daarop werd afgesproken dat klaagster in het weekeinde de test zelf nog eens zou herhalen en bij een negatieve uitslag terug zou komen als ze een week later nog niet was gaan menstrueren om dan het zwangerschapshormoon in het bloed te laten bepalen.

Op 3 december 2013 is klaagster met urine naar de praktijk gegaan om haar urine te laten testen. De assistentes van verweerster (hierna: de assistentes) hebben na overleg met verweerster medegedeeld dat het urineonderzoek nu niet kosteloos zou zijn, maar 15 euro zou kosten. Klaagster is vervolgens zonder onderzoek weer naar huis gegaan.

Op 9 december 2013 is klaagster overgestapt naar een andere huisarts. Daarna zijn er, in de periode waarin verweerster wegens ziekte afwezig was, verschillende contacten geweest tussen klaagster en de praktijk in verband met het opsturen van het dossier van klaagster naar de opvolgend huisarts. De nieuwe huisarts van klaagster heeft vervolgens het opgeschoonde dossier ontvangen.

Toen verweerster in april 2014 weer hersteld was, heeft zij klaagster gebeld om uit te leggen wat er met haar dossier was gebeurd, waarbij zij haar excuses heeft aangeboden voor het feit dat ze klaagster niet eerder had kunnen bellen.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

1. Klaagster verwijt verweerster ten eerste dat zij het medisch dossier van klaagster is kwijtgeraakt. Ondanks alle verzoeken van klaagster aan de praktijk, ontving de opvolgend huisarts het dossier van klaagster niet. Uiteindelijk heeft de nieuwe huisarts wel het dossier van klaagster ontvangen, maar alleen hetgeen verweerster heeft bewaard. Het was niet aan verweerster te bepalen welke gegevens uit het dossier van klaagster relevant waren en welke gegevens mochten worden vernietigd.

2. Ten tweede verwijt klaagster verweerster dat zij haar op 3 december 2013 heeft geweigerd te helpen. Klaagster is onprofessioneel en respectloos behandeld door verweerster en haar assistentes.

4. Het standpunt van verweerster

Verweerster is het dossier niet kwijtgeraakt. Verweerster heeft de relevante medische gegevens uit het papieren medisch dossier van klaagster laten invoeren in de computer, een verwijsbrief in laten scannen en het dossier daarna laten vernietigen. Het digitale dossier is kort nadat bekend was geworden dat klaagster naar een andere huisarts was gegaan aan de nieuwe huisarts toegezonden.

In het dossier is niets genoteerd over een telefoongesprek tussen klaagster en één van de assistentes op 2 december 2013 en de assistentes herinneren zich niet klaagster te hebben geadviseerd de volgende dag met urine te komen voor een gratis zwangerschapstest. Dit is geen gebruikelijk advies en de assistentes weten allemaal dat een gratis zwangerschapstest alleen kan worden gedaan op medisch advies van de huisarts.

Verweerster kan zich het incident op 3 december 2013 niet herinneren. Uit het dossier van klaagster blijkt dat zij op 27 november 2013 bij een collega van verweerster is geweest, waarbij is afgesproken dat klaagster bij uitblijven van de menstruatie in het weekeinde de test zelf nog eens zou herhalen. Indien deze weer negatief zou zijn, adviseerde zij klaagster over een week het zwangerschapshormoon in het bloed te laten bepalen. De kosten hiervoor zouden van het eigen risico van klaagster afgaan. Toen klaagster op 3 december 2013 met haar urine aan de balie kwam, hebben de assistentes uitgelegd dat het 15 euro zou kosten om deze te laten onderzoeken en de test alleen wordt vergoed als de dokter het medisch indiceert. Omdat klaagster niet akkoord ging met deze uitleg, zijn de assistentes tijdens het spreekuur naar verweerster gegaan met de vraag of er een medische indicatie was. Volgens de assistentes heeft verweerster daarop aangegeven dat dit geen medisch spoed was en er derhalve geen reden was om klaagster op dat moment te zien. Tevens heeft verweerster gezegd dat zij zich kon vinden in het advies van haar collega om het zwangerschapshormoon in het bloed te laten prikken en dat klaagster contact op kon nemen met haar collega of op een ander moment met haarzelf. De assistentes zijn steeds vriendelijk en behulpzaam geweest. Dat klaagster zelf een test moest betalen, is vervelend voor haar, maar klaagster is niet onprofessioneel of respectloos behandeld.

5. De overwegingen van het college

Ad 1

In de KNMG richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens van januari 2010, hoofdstuk 1.8 ‘Digitaliseren van papieren dossiers en documenten’, is bepaald dat papieren dossiers en andere dossierstukken, nadat ze digitaal zijn opgeslagen, vernietigd mogen worden. Uitzondering hierop vormen belangrijke originele documenten zoals authentieke schriftelijke wilsverklaringen. Geadviseerd wordt om deze in originele vorm te bewaren, ook nadat ze zijn gescand. Omdat gescande documenten “statisch” zijn, wordt voorts aangeraden bepaalde belangrijke informatie daaruit tevens over te nemen in het digitale dossier. De gegevensmoeten ten slotte voldoende toegankelijk en raadpleegbaar blijven en de patiënt moet zijn rechten met betrekking tot die stukken (zoals inzage, afschrift en vernietiging) kunnen blijven uitoefenen.

Hieruit blijkt dat alle onderdelen van het papieren dossier volledig moeten worden gescand en opgeslagen voordat ze vernietigd mogen worden. Nu verweerster slechts een samenvatting van de relevante gegevens uit het dossier van klaagster heeft laten opnemen in de probleemlijst, één specialistenbrief heeft bewaard en het dossier voor het overige, zonder het eerst digitaal op te slaan, heeft laten vernietigen, is dit klachtonderdeel in zoverre gegrond.

Ad 2

Uit het dossier van klaagster blijkt dat zij met een collega van verweerster op 27 november 2013 de afspraak had gemaakt na een week het zwangerschapshormoon in het bloed te laten bepalen indien klaagster op dat moment nog steeds niet menstrueerde en de door haarzelf uitgevoerde zwangerschapstest wederom negatief zou zijn. Naar de mening van verweerster heeft zij op 3 december 2013 slechts deze afspraak bevestigd en was er op dat moment geen medische indicatie om klaagster direct te zien of opnieuw een zwangerschapstest te doen. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan op dat moment wel sprake was. Evenmin is komen vast te staan dat verweerster of één van haar assistentes klaagster daarbij respectloos heeft bejegend. Nog daargelaten dat het verweerster niet tuchtrechtelijk te verwijten zou zijn indien de assistentes klaagster wel onheus zouden hebben bejegend. Het college verklaart dit klachtonderdeel derhalve ongegrond.

Ten aanzien van het gegrond verklaarde gedeelte van de klacht acht het college de maatregel van waarschuwing passend. Het college acht termen aanwezig om deze beslissing te publiceren.

6. De beslissing

Het college:

-         verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond;

-         legt hiervoor op de maatregel van waarschuwing;

-         wijst de klacht voor het overige af;

-         bepaalt dat om redenen, aan het algemeen belang ontleend, de beslissing, zodra zij onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift “Medisch Contact”.

Aldus beslist door mr. H.P.H. van Griensven als voorzitter, mr. P.M. Huijbers-Koopman als lid-jurist, C.M.F. van Roessel, dr. J.H. Wijsman en A. de Jong als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. M. van der Hart als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2014 in aanwezigheid van de secretaris.

<b>Download dit artikel met de ingekorte versie van de uitspraak</b>
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • R.M.J.M. van Kuppevelt, huisarts, ZEIST Nederland 15-02-2015 01:00

    "Volgens de ADEPD richtlijnen gaat het bij goede registratie om Relevantie, betrouwbaarheid en overzicht.
    Het is de professionele verantwoordelijkheid van de huisarts om het dossier op te bouwen en de daarbij relevante documentatie te bewaren.
    Hulde dus voor deze dokter!
    Het is heel erg jammer dat het college hieraan totaal voorbij gegaan is.
    Ook is het zeer spijtig dat de beweegredenen van de klaagster niet naar boven gekomen is en dat er geen overtuigende argumenten naar boven gekomen zijn gekomen dat haar gezondheid door de handelswijze van de huisarts geschaad zou zijn.
    Als er documentatie van een relevant punt vernietigd zou zijn, dan had de commissie wellicht een punt gehad.
    Dat er op deze wijze tuchtrecht wordt gesproken is in mijn opinie een treurige zaak die serieus werkende professionals vogelvrij maakt voor teleurgestelde patienten.
    R. van Kuppevelt, huisarts Zeist"

  • Jos. Rensing, huisarts, den Haag 11-02-2015 01:00

    "Monique Biesaart, docent gezondheidsrecht wijst op de wettekst art.7:454 lid 1 BW. Voor bewaren is het noodzakelijkheidsvereiste voor de wetgever volgens haar genoeg.
    Het RTG Eindhoven veroordeelt de beklaagde huisarts echter op basis van KNMG richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens van januari 2010, hoofdstuk 1.8.: Alle onderdelen van het papieren dossier moeten volledig moeten worden gescand en opgeslagen voordat ze vernietigd mogen worden.
    Dus inclusief de "onoverzichtelijke bende door incomptabiliteit", zoals collega van de Linde beschrijft.

    Best wel lastig dus voor de eenvoudige dokter die geen recht heeft gestudeerd, maar wel regelmatig met zo'n onoverzichtelijke bende informatie wordt geconfronteerd,.
    Ik ben ook gewend dossiers van nieuwe patiënten te beoordelen, te ordenen, en zo een idee te krijgen van diens gezondheidstoestand. Daarbij verdwijnen talloze flutbriefjes en lab-uitslagen van tig jaar geleden in mijn prullenbak.
    Blind alles scannen en digitaliseren is tuchtrechtelijk kennelijk veiliger, maar de patiënt wordt er volgens mij niet beter mee geholpen."

  • Monique Biesaart, docent gezondheidsrecht , Utrecht 10-02-2015 01:00

    "De WGBO is duidelijk: art.7:454 lid 1 BW; inhoud globaal: de hulpverlener richt een dossier in mbt de behandeling van de patiënt. Hij houdt in het dossier aantekening van de gegevens omtrent de gezondheid van de patient en verrichtingen en neemt andere stukken erin op "een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan hem noodzakelijk is". Kortom, het criterium voor wel of niet opnemen of bewaren is het noodzakelijkheidsvereiste. Dat vindt de wetgever genoeg. Heel verstandig, toch? "

  • H. van der Linde, huisarts, BURGH HAAMSTEDE Nederland 09-02-2015 01:00

    "Als 71-jarige huisarts voer ik veel gegevens van nieuwe patiënten in. Stapels journaals, bloed- en kweekuitslagen, SOA-testen, waarneemberichten, uitstrijkjes, opname- en ontslagberichten, voorlopige ontslagbrieven, berichten van de Spoedeisende Hulp, specialistenbrieven, met name dikke stapels van jarenlange controles wegens diabetes, hypertensie, behandelde maligniteiten en ontelbare chronische ziekten. Gynaecologische rapportages die van nul en gener waarde zijn na verwijdering van de baarmoeder.
    Electronische overdracht van patiëntendossiers vindt weinig plaats en wat je krijgt is als regel een onoverzichtelijke bende door incomptabiliteit.
    Niet zelden ben ik uren bezig met het ordenen en invoeren van één enkel dossier. Onbetaalde arbeid. De behandelend arts in onze groepspraktijk ziet echter vervolgens in één oogopslag wat de voorgeschiedenis van de patiënt is en wat de relevante actuele problemen en omstandigheden zijn. Gegevens die geen betekenis meer hebben, vernietig ik, waardoor in het belang van de patiënt overzicht ontstaat.
    Het samenvatten van vaak uitgebreide medische voorgeschiedenissen is een kwaliteitspijler van de huisartsgeneeskunde. Het leidt tot sanering van medicatie en rechttrekken van wat scheefgegroeide. Het leidt vaak tot attentieregels bij opening van het dossier om attent te zijn op zaken. Meer bewaren dan globaal 15% van de paperassen leidt als regel tot verlies van overzicht en is dus nadelig voor de patiënt.
    Deze en vorige tuchtrechtelijke uitspraken worden naar mijn smaak niet gehinderd door kennis van zaken van de werkvloer. Een bezinning op wat gewenst is en nieuwe regels voor het saneren en bewaren van dossiers lijken mij dringend gewenst. Ik heb een eenvoudige suggestie om deze onzin snel op te lossen, want de voorstanders van alles bewaren zullen blijven tamboereren op hun rechten. Geef patiënten alle achterhaalde en irrelevante informatie mee om zelf te bewaren. Ik ben er sinds kort mee begonnen.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.