Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Lieke de Kwant
16 juli 2014 9 minuten leestijd
interview

Zomerportret 1. Andrea Maier: Verouderen als een Rolls-Royce

1 reactie

ZOMERPORTRET

Deze zomer biedt Medisch Contact u een boeiende interviewserie met bijzondere smaakmakers in de medische wetenschap en gezondheidszorg. Deze keer: Andrea Maier, gespecialiseerd in de internistische ouderengeneeskunde. Het volgende gesprek is met hoogleraar psychiatrische epidemiologie Jim van Os.


 

Andrea Maier werkt aan ‘cocktail’ tegen voortijdige aftakeling

We hoeven van Andrea Maier echt niet allemaal 130 te worden. Maar: ‘50 procent van alle 60-jarigen heeft momenteel één of meer ziektes. De helft! Het zou wel fijn zijn als we die morbiditeit kunnen uitstellen.’ Een interview met de jongste hoogleraar interne geneeskunde van Nederland.

Waarom zit deze vrouw niet wekelijks aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk van DWDD? Het is zomaar een vraag die bij je op kan komen als je Andrea Maier (36) hoort en ziet praten over haar vak. De jongste hoogleraar interne geneeskunde van Nederland is fris, levendig en rap van tong met een charmant, licht-kakkineus Duits accent. Ze gooit graag knuppels in hoenderhokken en strooit met vergelijkingen om haar argumenten kracht bij te zetten.

Zo toonde ze afgelopen voorjaar op een congres van het Amsterdam Center on Aging foto’s van een krakkemikkige Alfa Romeo uit 1971 en een glimmende Rolls-Royce uit 1959, met daarbij de vraag aan het publiek welk aandeel van beide jaargangen momenteel nog op de weg is. Het antwoord: 3 versus 90 procent. Het vormde een vrolijke bruggetje naar haar relaas over wat haar vakgebied vermag: dat we over een jaar of vijftig allemaal zullen verouderen als een Rolls, zonder al te veel slijtage en narigheid, om uiteindelijk na een jaar of honderd plotseling in elkaar te zakken.

Je hield een heel gepassioneerd verhaal. Waar komt jouw grote bevlogenheid vandaan?
‘Mij boeit een vak waar ik zowel naar links als rechts kan gaan en toch nog steeds iets nieuws kan ontdekken. En dat is de internistische ouderengeneeskunde. Het is een heel nieuw fenomeen dat wij ouder worden. En daarom weten we, als we een oudere patiënt voor ons hebben, eigenlijk helemaal niet wat we moeten doen. Moet je de bumper nog vervangen als de motor het niet meer doet?

Dat beeld van die auto’s heb ik geleend van mijn echtgenoot. Tijdens mijn oratie maakte ik zelf de vergelijking met de lievelingsspijkerbroek. Iedereen herkent dat verdrietige moment dat de stof zo zacht is geworden dat de gaten erin vallen. En dan kun je wel de naaimachine pakken en er een lapje opnaaien, maar de kans is groot dat je daarmee nog meer gaten veroorzaakt. Dat is geneeskunde op oudere leeftijd: ga ik nog iets repareren of richt ik dan meer schade aan? Waarom kan ik bij een myocard-infarct gemakkelijk interveniëren bij een 50-jarige en niet bij een 80-jarige?

Het frappante is dat maar weinig artsen zich dat afvragen. Dat wakkert mijn nieuwsgierigheid aan, want dan denk ik: dat kan toch niet?! Je kunt toch geen internist zijn zonder je af te vragen waarom wij zo kwetsbaar worden?’

Misschien beschouwen veel mensen dat als iets vanzelfsprekends? Ouderdom komt met gebreken…
‘Ja, maar hoge bloeddruk bij ouderen vinden wij toch niet vanzelfsprekend. Daar geven wij pillen tegen. We doen een botscan om te kijken of er osteoporose is en kijken naar het glucoselevel om te bepalen of de bètacellen in de pancreas het nog doen. Ook weten we inmiddels dat de ejectiefractie van het hart met de jaren afneemt, evenals de glomerulaire filtratiesnelheid in de nier. Maar we worden níet opgeleid om te kijken of daar mogelijkerwijs één mechanisme achter zit, dat veroudering heet.

Dat is wat ik hoop aan te tonen door een brug te slaan tussen de kliniek en biogerontologen in het lab, die verouderingsprocessen bestuderen in modelorganismen.’

Wat is de belangrijkste bevinding tot nu toe?
‘Dat senescente cellen, die nog wel metabool actief zijn maar niet meer delen, zeer frequent voorkomen bij oudere mensen en de biologische leeftijd kunnen aangeven. Een 60-jarige met relatief veel ziektes heeft meer senescente cellen in het lichaam dan de gemiddelde 60-jarige. En leden van families waarin de mensen uitzonderlijk lang leven, hebben doorgaans veel minder van die cellen dan leeftijdsgenoten.

Bij muizen is men er al in geslaagd een proof of principle-studie uit te voeren: de senescente cellen werden verwijderd en de veroudering stopte, zonder dat de levensverwachting significant toenam. De volgende stap is nu dat we bij mensen gaan kijken waar de senescente cellen vooral zitten en of er individuele verschillen zijn.’

Waar moet dat uiteindelijk toe leiden?
‘Daarvoor kijk ik naar de evolutie van kankeronderzoek. Bij de behandeling van kanker proberen we de cellen die te snel delen te verwijderen. Senescente cellen zijn eigenlijk precies het tegenovergestelde: zij delen niet meer maar zijn metabool overactief. Dus dan kun je twee dingen doen: de stoffen die ze uitscheiden weghalen of de hele cellen weghalen. Ik hoop uiteindelijk op dat laatste; dat we mensen bijvoorbeeld antilichamen kunnen geven tegen verouderde cellen.’

Je wilt een medicijn maken tegen veroudering?
‘Ja! Je zou het kunnen vergelijken met systemische therapie, maar dan wel een hele lichte behandeling… En die gaan we bij voorkeur ook niet aan 80-jarigen geven. Als je dan pas veroudering gaat vertragen of stoppen, ben je te laat. Ik wil eigenlijk aan de slag met de mensen tussen 20 en 60 jaar, om te zorgen dat zij straks succesvol oud kunnen worden.’

Dan neem je aan dat iedereen oud wíl worden.
‘Ik wil de maatschappij niet opleggen dat we allemaal 130 worden, maar dat gaat wel gewoon gebeuren. Wij hebben infectieziektes uitgebannen, wij hebben in de meeste landen geen oorlogen en voedselgebrek meer en in de kliniek houden wij mensen in leven. Dus de vraag is niet óf wij ouder worden, maar hóe dat gebeurt.

Kijk, 50 procent van alle 60-jarigen heeft momenteel één of meer ziektes. De helft! Het zou wel fijn zijn als we die morbiditeit kunnen uitstellen en misschien niet de life span, maar wel de health span – de gezonde levensduur – kunnen verlengen. Ik ken namelijk niemand die het fijn vindt als ik op de poli zeg “eigenlijk heeft u een rollator nodig” of “accepteer maar dat u niet meer naar de Albert Heijn kunt en niet meer zelfredzaam bent”. Niemand wil afhankelijk zijn. Daarom vind ik het een mooi streven om ziekte en verlies van functionaliteit te voorkomen.’

Sarcopenie
Omdat spierkracht een belangrijke factor is bij functionaliteit, kan ook het onderzoeksveld van de sarcopenie op Maiers warme belangstelling rekenen. ‘Onze spiermassa neemt vanaf ons 30ste af met 1 procent per jaar. Als je 80 jaar wordt, ben je dus 50 procent van je spiermassa kwijt. Waanzinnig! Het is het enige orgaan dat zo modificeerbaar is. Stel dat we 50 procent van ons brein zouden verliezen…

Niemand in de geneeskunde doet eigenlijk echt iets met spieren, terwijl het wel ons grootste orgaan is en het orgaan dat ons van a naar b brengt. Onze biologische leeftijd – niet te verwarren met de chronologische leeftijd – wordt bepaald door de mate waarin wij kunnen denken, lopen en participeren. Lopen is daarbij een heel belangrijke, want als je niet meer loopt, kun je ook minder participeren. Dus als je kunt zorgen dat de spierkracht minder snel afneemt, blijven we veel vitaler.’

Is dat geen kwestie van in beweging blijven?
‘Dat helpt natuurlijk; wij kunnen veroudering over de hele linie afremmen door gezond te leven. Maar daarmee komen we er niet helemaal. Zelfs atleten verliezen uiteindelijk spiermassa. Daarom wil ik een stap verder.

We hebben inmiddels antilichamen ontwikkeld tegen de stoffen die met de chronologische leeftijd de spieren afbreken. In dieren gaven die meer spiermassa en meer kracht, en we zijn nu 70-plussers aan het includeren voor de eerste studie bij mensen.’

Je hebt veroudering meermaals een ziekte genoemd, maar benadrukt aan de andere kant dat we ouderdom moeten omarmen. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak.
‘Ik pleit er inderdaad voor dat wij positief over ouderdom praten. De “grijze tsunami” is ons cadeau aan onszelf. Dat hebben we zelf ingepakt toen we werkten aan betere hygiëne en medische innovaties. En het is een prachtig cadeau, het resultaat van de geneeskunde. Maar tegelijkertijd zeg ik: het traject naar de ouderdom toe kan anders, gezonder. Ik wil de morbiditeit comprimeren. Om daar steun voor te vinden, zeg ik soms bewust dat veroudering een ziekte is. Want we vinden het vanzelfsprekend dat diabetes en hartfalen ziektes zijn en dat we investeren in remedies. Terwijl alles wat daaraan ten grondslag ligt, gewoon veroudering is. Dus waarom is dat dan geen ziekte waarvoor wij een remedie gaan zoeken? De grens tussen fysiologie en patho-fysiologie is een kwestie van definitie.’

Ouderen in Nederland hebben naast ziektes ook andere problemen zoals eenzaamheid en een lage maatschappelijke status.
‘Dat is waar en dat moet veranderen. Als we onze maatschappij niet op de ouderen willen afstemmen, waarom houden we hen dan wel in leven? Kijk, kinderen nemen wij serieus. Die zijn cognitief ook niet zo snel als volwassenen, maar we nemen de tijd voor hen. En dat moeten we als maatschappij ook weer voor ouderen gaan doen. Vooralsnog gaat het precies de verkeerde richting op; wij willen steeds maar sneller. Dat gaat vrees ik ook niet op korte termijn veranderen. Antropologen moeten zich daarover buigen, wat zij gelukkig ook al doen.’

Als het aan jou ligt, hoe gaan we dan straks dood?
‘Plotseling en mogelijkerwijs semi-gepland. Daarmee bedoel ik dat je met kennis van je genetische, epigenetische en cellulaire aanleg, in combinatie met het gebruik van een antiverouderingsmiddel, op een gegeven moment kunt voorspellen dat je 100, 110 of 130 jaar wordt, zodat je echt je leven kunt plannen. En als je dan sterft, gebeurt dat in relatief goede gezondheid, niet met vijf of zes ziektes na tien jaar narigheid.’

Heeft dat ook niet iets engs? Dat we zo aan de knoppen van leven en dood gaan draaien?
‘Ik stel niet voor dat we gaan zeggen: u zit genetisch zo en zo in elkaar, dus u mag van uw verzekeraar 80 jaar deze anti-verouderingspil gebruiken en daarna krijgt u een doodspil. Dat zou inderdaad eng kunnen zijn.

Wat ik wil is dat we gezond 100 worden, waarna een heel korte periode van ziekte volgt, een soort total breakdown van de homeostase. Dat is de plotselingedoodgedachte. Dat zou, als ik mag dromen, het aantrekkelijkste scenario zijn voor zowel individu als maatschappij, ook financieel gezien.’

Even iets heel anders: hoe wordt iemand zo jong hoogleraar interne geneeskunde?
Lachend: ‘Je moet nooit naar de chronologische leeftijd kijken. Ik heb veel dingen sneller gedaan: een klas overgeslagen, mijn studie veel te snel afgerond zodat ik tijd had voor onderzoek en extra stages in het buitenland. Daarna heb ik mijn vervolgopleiding en promotieonderzoek gecombineerd. ’s Avonds en ’s nachts kweekte ik senescente cellen in het lab en overdag werkte ik in de kliniek. Ik heb gelukkig weinig slaap nodig en ben goed in keuzes maken. Daar ben ik soms ook heel hard in: ik laat dingen vallen als ze niet lukken. Dat heeft me wel hier gebracht, denk ik.’



Andrea Maier

Andrea Maier (1978) groeit op in een huisartsenpraktijk in Duitsland, studeert medicijnen in Lübeck en vertrekt na haar promotie naar Nederland. Aan de Universiteit Leiden doet ze gelijktijdig de opleiding tot internist ouderengeneeskunde en een tweede promotieonderzoek naar celveroudering. Ze zet een laboratorium op en ontwikkelt een eigen onderzoekslijn. In 2012, op de leeftijd van 34 jaar, wordt ze benoemd tot hoogleraar interne geneeskunde met speciale aandacht voor de gerontologie aan het VUmc. Maier is getrouwd met Hans Meij, medisch antropoloog en directeur van het Amphia Ziekenhuis in Breda. Op voormalige scheepswerf De Westhof in Zoeterwoude realiseert het paar een woonhuis, gastenverblijf en (academische) werkplaats bedoeld om interactie tussen jong en oud te stimuleren.




Lieke de Kwant, journalist Medisch Contact

l.de.kwant@medischcontact.nl; @LiekedeKwant



Meer lezen

Eerdere MC-artikelen over vergrijzing en veroudering:


Fotografie: Nout Steenkamp
Fotografie: Nout Steenkamp

Andere portretten zomer 2014:

interview video
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • J.B. Muskens, Huisarts, NIJMEGEN Nederland 21-07-2014 00:00

    "Geriatrie en internistische ouderengeneeskunde. Wat is het verschil? Waarom moet er onderscheid gemaakt worden?"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.