Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
Hanna van de Wetering Shannon Plaxton
10 november 2011 7 minuten leestijd

What’s in a name?

Plaats een reactie

Eponiemen in de geneeskunde

Wegener, Addison, Crohn: het zijn namen die elke geneeskundestudent vertrouwd in de oren klinken. Maar hoe komen deze ziekten eigenlijk aan hun naam? En wie zijn de mensen die schuilgaan achter deze medische termen?

Als militair arts tijdens de Eerste Wereldoorlog zag Hans Reiter een soldaat met hoge koorts en een triade van artritis, urethritis en conjunctivitis. In 1916 publiceerde hij een artikel over dit klinische beeld en al snel sprak men binnen de medische wereld over de ziekte van Reiter. De geneeskunde wordt gesierd door duizenden medische eponiemen: woorden die gevormd zijn op basis van een eigennaam. Soms klinkt de eigennaam in kwestie nog duidelijk en volledig door. Bijvoorbeeld in het syndroom van Da Costa of de ziekte van Graves. In andere gevallen is het verband met de eigennaam vervaagd of is de oorspronkelijke naam zelfs tot een werkwoord vervormd, zoals ‘dotteren’, naar de Amerikaanse radioloog Charles T. Dotter.

Lolita
Medische eponiemen danken hun naam niet enkel aan artsen en wetenschappers. Soms zijn ze bijvoorbeeld terug te voeren op de mythologie (achillespees, echografie) of op Bijbelse figuren (Adam- en Eva-syndroom). Maar ook romanpersonages vind je erin terug, zoals in het Lolita-complex. Lolita, de 12-jarige hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov, wordt geadoreerd door een man van middelbare leeftijd. Of het Pickwick-syndroom, afgeleid van de dikke, slaperige Fat Boy Joe uit ‘The Posthumous Papers of the Pickwick Club’ van Charles Dickens. 

Zelfs patiënten kunnen hun stempel drukken
op een aandoening

Verder zijn er aardrijkskundige namen die ziektes hun naam geven, de zogenoemde geoniemen. Denk aan het Nairobi-oog of de Minamataziekte. Zelfs patiënten kunnen hun stempel drukken op een aandoening. Zo is Christmas disease (hemofilie B) genoemd naar de 5-jarige Stephen Christmas, wiens ziektebeeld ironisch genoeg beschreven werd in een kersteditie van British Medical Journal.

Geschiedenis
De vele soorten namen die je tegenkomt, zijn niet willekeurig ontstaan. De medische nomenclatuur reflecteert de geschiedenis van de geneeskunde. Veel anatomische structuren in het lichaam dragen nog de oorspronkelijke Latijnse naam. De naamgeving van syndromen kwam in de negentiende en twintigste eeuw pas goed op gang en volgde vaak de naam van de eerste beschrijver. In een tijd waarin het niet mogelijk was onderliggende oorzaken van ziekten vast te stellen door gebrek aan technologische mogelijkheden, was een eponiem een handige oplossing om een label aan een ziekte te plakken. Het is een makkelijke manier om te verwijzen naar een complexe verzameling van symptomen en een aandoening bespreekbaar te maken.

Alfabetisch vooraan
Veel namen van ziekten zijn niet toegekend aan de persoon die de aandoening in eerste instantie heeft ontdekt of het meeste werk heeft geleverd, maar aan degene die de ziekte onder de aandacht heeft gebracht. Zo beschreef Thomas Addison in 1855 de verschijnselen van bijnierschorsinsufficiëntie. Hoewel zijn collega Bright dit ziektebeeld (inclusief dezelfde symptomen) in 1829 had beschreven, evenals de Duitse patholoog Lobstein zes jaar daarvoor, stelde de Franse clinicus Armand Trousseau voor het ziektebeeld naar Addison te vernoemen. Het verhaal achter de ziekte van Crohn bewijst bovendien dat je niet de hoofdonderzoeker van een studie hoeft te zijn om een ziektebeeld naar je vernoemd te krijgen: in 1932 beschreven dr. Oppenheimer, dr. Ginzburg en Burrill Crohn – op dat moment nog assistent – de ziekteverschijnselen in Journal of the American Medical Association. De reden dat Crohn de eer van een vernoeming toekwam, is enkel omdat zijn naam alfabetisch gezien als eerste in het rijtje stond.

Er duiken nog steeds nieuwe ziekten op
die allemaal weer een naam moeten krijgen

Dat een aandoening vaak naar een enkel individu wordt vernoemd, is ook om een andere reden wel eens onderwerp van kritiek. Er gaat tenslotte één persoon ‘met de eer strijken’, terwijl samenwerking juist cruciaal is voor succesvol wetenschappelijk onderzoek en elke wetenschapper bouwt voort op bestaande kennis. Maar als je iedereen recht wilt doen, kom je natuurlijk ook in de problemen. Zo constateerden Woywodt e.a. in 2007 in British Medical Journal dat de ziekte van Behçet strikt gezien de ziekte van Hippocrates-Janin-Neumann-Reis-Bluthe-Gilbert-Planner-Remenovsky-Weve-Shigeta-Pils-Grütz-Carol-Ruys-Samek-Fischer-Walter-Roman-Kumer-Adamantiades-Dascalopoulos-Matras-Whitwell-Nishimura-Blobner-Weekers-Reginster-Knapp-Behçet zou moeten heten.

Internationale verwarring
Soms kan een eponiem twee totaal verschillende betekenissen hebben. Een voorbeeld hiervan is de ziekte van Paget, die zowel kan verwijzen naar een tepelcarcinoom als naar een botaandoening (osteodystrophia deformans). Andersom komt het regelmatig voor dat meerdere onderzoekers tegelijkertijd over een nieuw ziektebeeld schrijven. Als er geen uniformiteit bestaat over de naamgeving kan dit tot verwarring leiden. Hyperfunctie van de schildklier met struma en exophthalmus is zo’n ‘polyniem’: bestaande namen voor deze aandoening zijn de ziekte van Graves of soms Parry’s disease (Angelsaksische literatuur), de ziekte van Basedow (voornamelijk in Duitsland) en de ziekte van Flajani (Italië). Amyotrofe laterale sclerose (ALS) – of de ziekte van Charcot, naar de eerste beschrijver – wordt in de Verenigde Staten dikwijls aangeduid met Lou Gehrig’s disease, een verwijzing naar een beroemde honkballer van de New York Yankees die aan deze ziekte leed. ‘Zeker met de toenemende globalisering is dit problematisch’, stelt hoogleraar medische geschiedenis Mart van Lieburg. Voor internationale samenwerking is een eenduidige naamgeving zeer belangrijk.

Geen nazi’s
Soms wordt een ziektenaam na verloop van tijd veranderd uit politieke of ethische overwegingen. In 2006 schreven twee artsen in een artikel in The Lancet dat de patholoog Friedrich Wegener betrokken was geweest bij het naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog. In maart van dit jaar is officieel besloten tot een wereldwijde wijziging van de ziektenaam: in plaats van de ziekte van Wegener spreekt men nu over granulomatose met polyangiitis (GPA). Ook de ziekte van Reiter bestaat officieel niet meer: sinds de jaren negentig is de naam veranderd in reactieve arthritis. Hans Reiter bleek als lid van de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij experimenten te hebben uitgevoerd waarbij hij gevangenen van concentratiekampen opzettelijk met tyfus besmette. Daarnaast was Reiter een groot voorstander van de eugenetica en vonden honderden mensen door zijn toedoen de dood. Een groep artsen, ontzet door zijn oorlogsmisdaden, startte een campagne om de naam van ‘zijn’ ziektebeeld te veranderen. Eponiemen blijven een vorm van eerbetoon, en dat moet je wel verdienen.

Romantiek
Nog steeds duiken er regelmatig nieuwe ziekten op – bijvoorbeeld na een mutatie van een bestaand virus of een verandering in de menselijke omgeving – die allemaal weer een naam moeten krijgen.

Hoewel er geen duidelijke ‘doopregels’ zijn, zien we de laatste decennia een verschuiving: descriptieve ziektenamen krijgen steeds meer de voorkeur boven persoonsnamen. Dat heeft te maken met een toenemend inzicht, legt Mart van Lieburg uit. ‘Langzamerhand komt men steeds dichter bij de omschrijving van waar het echt om draait. Vervolgens is het makkelijker om te praten over een differentiatie van een bepaald enzym dan als je daar een naam van een persoon aan geeft.’ Het is nog mogelijk om een ziekte naar een persoon te noemen, maar idealiter is de ziektenaam gerelateerd aan de etiologie en is de onderliggende oorzaak en/of het pathogenetische mechanisme daarmee direct duidelijk. Hoewel taal- en geschiedenisliefhebbers het verlies van een zekere romantiek en fantasie in de geneeskunde betreuren, lost het wel een aantal problemen op.



Tips voor eeuwige faam

Nog steeds worden er regelmatig nieuwe ziekten ontdekt. In de meeste gevallen gaat dit om onderverdelingen van een bestaande ziekte en wordt van een algemene diagnose een specifieke groep afgezonderd met een eigen oorzaak, ontstaan en prognose. Droom jij van je eigen eponiem? Hier zijn vijf tips om je naam aan een ziekte verbonden te krijgen!

  • Zorg dat, als je samen met collega’s een artikel schrijft, je de eerste auteur bent. Overweeg zo nodig een alfabetisch gunstige naamsverandering, om als eerste in het rijtje te eindigen.
  • Haal een vriend of collega over om een ziektebeeld naar jou te vernoemen. Jezelf tot eponiem verheffen, wordt als uiterst onbeleefd gezien.
  • Publiceer je bevindingen in een invloedrijk Engelstalig wetenschappelijk tijdschrift. Want, eerlijk of niet, je hebt dan meer kans geciteerd te worden dan je Arabische collega.
  • Hou je ogen en oren open in de zoektocht naar een uniek ziektebeeld, waarbij de pathofysiologische beschrijving liefst vele malen langer en complexer is dan jouw eigen naam.
  • Verzamel klavertjes vier, gooi hoefijzers over je schouder en zorg voor een goed karma. Een ziekte naar je vernoemd krijgen, heeft met geluk te maken. Heel veel geluk.


How to create a syndrome


You first need a name, short and precise.

You think of some symptoms, very concise.

How many patients do you need then?

Do you need twenty? Do you need ten?

Do you need one?

Or even - none?

You then need to publish, interesting stuff,

In first class journals, that is enough.

Everyone reads you, cites you as well.

But you still need a patient, that you can tell.

Let’s make an example

On such a sample:

The name can be Adam, to be used as an acronym.

Each letter’s a symptom in this eponym.

Alzheimer’s dementia, alopecia

And micropenis have we got here.

None to be missive,

all are progressive.

You tell everybody about the syndrome,

Travel to meetings, give talks in Rome,

Boston, Berlin and all over the world.

Everyone listens. You’re the expert!

But even if you chase

There is no case.

Then you get older and less obsessive.

Think less of your syndrome (that is progressive).

You look into the mirror, “he” is quite small.

You look at your head, no hair at all.

You cannot remember who is that bloke-

You’re your first patient- that’s a good joke!

Thomas Krasemann (eerder gepubliceerd in BMJ)


Shannon Plaxton en Hanna van de Wetering



beeld: Thinkstock/AIS
beeld: Thinkstock/AIS
<strong>Klik hier voor een PDF van dit artikel</strong>
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.