Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Nieuws
Frank Bosch Yvo Smulders Aart Hendriks
20 februari 2019 3 minuten leestijd
arts en patiënt

Weg met al die verwarrende functienamen

Geen patiënt snapt het verschil tussen een arts-assistent en een physician assistant

18 reacties
getty images
getty images

De benamingen die gaandeweg ontstaan zijn voor allerhande functies in de zorg, vormen een bron van misverstanden. Aan patiënten valt amper nog uit te leggen wat het verschil is tussen al die ‘assistenten’. Een pleidooi voor duidelijkere taal.

Een lid van een vakgroep Interne Geneeskunde maakte onlangs mee dat een klacht werd ingediend. De familie klaagde onder meer dat hun familielid niet eens door een arts, maar door een ‘assistent’ behandeld was. Hierdoor ontstond grote verwarring. In de zorg gebruiken we al jaren tamelijk wonderlijke termen om verschillende soorten zorgverleners te onderscheiden.

Zo is ‘arts-assistent’ een eigenaardige benaming. De omschrijving wordt echter veelvuldig gebruikt. In de cao-stukken van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra komen we het woord ‘arts-assistent’ vaak tegen. Ook op websites van ziekenhuizen staat: ‘Arts-assistenten zijn onderdeel van het behandelteam.’ Het College Geneeskundige Specialismen vermeldt deze term niet, maar de KNMG weer wel.

Maar wat moet een leek denken? Betreft het daadwerkelijk de assistent van een arts? De eveneens ingeburgerde afkortingen aios en anios zijn – evenmin in hun uitgeschreven vorm (arts niet in opleiding tot specialist) – al helemaal niet duidelijk voor buitenstaanders. Daar komt bij dat de omschrijving ‘arts niet in opleiding tot specialist’ suggereert dat de betrokkene niet opgeleid kan of wil worden. Is dat dan een soort tweederangsarts?

Natuurlijk zijn er artsen die zich naar patiënten toe presenteren als ‘cardioloog (of ander specialisme) in opleiding’. Los van de vraag of de patiënt dan weet met wie hij te maken heeft, is het twijfelachtig of zo’n titel wel is toegestaan volgens de Wet BIG. Volgens die wet mag je namelijk geen specialistentitel ‘of een daarop gelijkende benaming’ voeren als je niet als specialist in een register staat ingeschreven.

Ingesleten terminologie

De term ‘coassistent’ maakt al helemaal niet duidelijk wat deze functie inhoudt. Ongetwijfeld zullen veel mensen denken dat het een arts of verpleegkundige is, maar wie kent de werkelijke betekenis? Niet iedereen heeft immers De co-assistent van Anne Hermans gelezen. Dit geldt ongetwijfeld nog sterker voor de vele mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Als wij iemand behandelen die de Nederlandse taal niet machtig is en in het Engels communiceren, wordt het helemaal verwarrend.

Het is onduidelijk waar deze ingesleten terminologie vandaan komt. Een internetzoektocht levert niet veel op. Als je op Wikipedia naar ‘arts-assistent’ zoekt, dan staat daar zelfs vermeld dat het tot verwarring kan leiden met het begrip ‘coassistent’. Het is, kortom, een bron van misverstanden: na een bezoek bij de huisarts maak je een vervolgafspraak bij de doktersassistent. Maar als je wordt behandeld door een arts-assistent, dan is dat iemand die zes jaar gestudeerd heeft, een universitaire bachelor- en mastergraad heeft gehaald en soms al jarenlange klinische ervaring heeft.

Grote verwarring

En dan zwijgen we nog over de aanduiding van nieuwe functies van gespecialiseerd verpleegkundigen. Sinds september 2018 is bijvoorbeeld ‘physician assistant’ een officiële door de Wet BIG beschermde beroepstitel en daarmee vergelijkbaar met de titel van arts. Maar de letterlijke vertaling van ‘physician assistant’ is ‘arts-assistent’, terwijl hun taken en bevoegdheden hemelsbreed verschillen. En wat kan/mag een ‘verpleegkundig specialist’ wat een ‘gespecialiseerd verpleegkundige’ niet mag doen? Kortom: overal waar deze termen in de praktijk voorkomen, dreigt grote verwarring.

Moeten we er eigenlijk naar streven patiënten dit allemaal te laten begrijpen? Enerzijds hebben patiënten het recht te weten met wie ze te maken hebben en wat de opleiding en bekwaamheden van die persoon precies zijn. Anderzijds maken we de zorg en informatievoorziening al zo ongelooflijk ingewikkeld en onoverzichtelijk voor patiënten en is onze zucht naar compleetheid van informatievoorziening soms een enorme last voor patiënten.

Eenduidige termen

Hoe dan ook, wij pleiten ervoor om meer eenduidige termen te gebruiken:

1. ‘Arts-assistent’ wordt vervangen door ‘arts’; eventueel aangevuld met ‘werkzaam bij de afdeling …’. Of iemand formeel ‘in opleiding’ is, lijkt ons voor de patiënt tamelijk irrelevant. Tot het moment dat de opleiding is afgerond, is de betrokkene gewoon ‘arts’.

2. ‘Coassistent’ wordt vervangen door ‘student in opleiding tot arts’ of ‘student geneeskunde’.

3. De naam ‘physician assistant’ zou vervangen moeten worden door een duidelijke Nederlandse naam en bijvoorbeeld kunnen worden aangeduid als ‘assistent van de arts’.

4. Een doktersassistent blijft dan een doktersassistent.

Het bovenstaande klinkt logisch, maar impliceert wel tamelijk vergaande veranderingen, zoals het aanpassen van websites, documenten en regelgeving. Deze inspanning zal wél tot gevolg hebben dat het voor velen een stuk duidelijker wordt. Vooral in het bijzijn van de patiënt zouden we ernaar moeten streven onszelf en onze collega’s op een duidelijke manier te introduceren. 

auteurs

Frank Bosch, internist, Rijnstate, Arnhem

Yvo Smulders, internist, Amsterdam UMC

Aart Hendriks, jurist, Universiteit Leiden

contact

fhbosch@rijnstate.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

download dit artikel

lees ook

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Joni Remmits, 5e-jaars student in opleiding tot arts, Utrecht 20-02-2019 23:20

    "Hear hear! Ik heb nooit echt begrepen waarom we anders moeten gaan heten als we stage (eh sorry coschappen) gaan lopen. Ik stel me dan ook zo min mogelijk voor als coassistent. Als patient heb je over het algemeen wel wat beter aan je hoofd dan proberen te ontrafelen wat de bevoegdheden van de witte jas voor je zijn."

  • Caroline van Wijngaarden, Basisarts, Drachten 20-02-2019 21:32

    "Herkenbaar!
    Ik los dit op door op zaal mij voor te stellen als zaalarts -> elke patient begreep dat ik wél de dokter was maar niet de chirurg. Op SEH e.d. zeg ik iets in de trant van 'dokter bij de chirurgie, of van de SEH'. Dit werd meestal prima begrepen, enkeling die achteraf dacht dat ik de chirurg was - maar dat beschouw ik maar als compliment. Diep in de nacht op de SEH verbasterde ik dit nog weleens naar 'dokter van de nacht', volstrekt helder voor iedereen.

    Voor extra onduidelijkheid bij patienten, als vrouwelijke arts nog bij vlagen worden verward met 'de zuster'. Wel eens een patient gehad die vroeg of ik het nog met de dokter ging overleggen... Daar spreekt u mee, meneer."

  • Hans Verhey, Neuroloog ( recent met pensioen), Vlaardingen 20-02-2019 16:41

    "Het moet voor de leek inderdaad een moeilijk te doorgronden geheel zijn.
    In het zieken huis waar ik tot voor kort werkte hebben tot volle tevredenheid een PA die feitelijk het werk van een zaalarts doet . Het het voor de patiënten niet te ingewikkeld te maken noemen we hem (of haar) op de verpleegafdeling "dokter" (dus niet arts) Voor de veelal oudere patiënten is dit duidelijk.Voor de verpleging is dit geen probleem. Die weet wat de bevoegdheden en de beperkingen zijn. (merkwaardigerwijs mag een PA niet de dood vaststellen).
    De term student voor een coassistent lijkt mij in de praktijk minder handig. Het wel een MA (drs. oude stijl) Misschien de oude term semi-arts weer van stal halen? "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.