Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
interview

‘We hebben te lang verkondigd dat onze zorg fantastisch is’

Ernst Kuipers over het zorgakkoord, zijn relatie met huisartsen, volumenormen en meer

4 reacties
Jiri Büller
Jiri Büller

Kom bij VWS-minister Ernst Kuipers niet aan met het narratief dat de Nederlandse zorg zo fantastisch is. Daar is hij het niet mee eens. Voor hem is het klip en klaar dat de zorg moet worden veranderd en dat dit niet pijnvrij kan – ook niet voor artsen.

Op de tafel in Kuipers’ werkkamer ligt tussen telefoonkabels en stapeltjes papier een honkbal. Nee, hij speelt geen honkbal om de stress van een ministeriële werkdag eruit te slaan, licht hij desgevraagd de aanwezigheid van het object toe.

Op zijn vorige werk, als bestuursvoorzitter van Erasmus MC, had een collega zo’n bal op haar bureau. Kuipers mocht daar graag mee frutselen. Toen hij begin dit jaar vertrok naar zijn ministerspost, kreeg hij het exemplaar mee.

Aan de licht smoezelige staat te zien wordt de bal goed gebruikt. Het interview vindt plaats in de dagen dat het erom spant of uit onderhandelingen tussen VWS en allerlei zorgpartijen een Integraal Zorgakkoord rolt dat op de goedkeurende handtekening van iedereen kan rekenen. Het maakt dat Kuipers daar terughoudend over is. Gevraagd naar de voorbereiding op zijn lange werkdagen vol overleggen en debatten, slaat Kuipers direct een brug naar zijn vroegere artsenbestaan. ‘Ach, het is net als je poli voorbereiden. Je moet zorgen dat je je stukken van tevoren hebt gelezen. Dat doe je niet tussendoor.’

Denkt u na acht maanden ministerschap niet af en toe: zat ik nog maar in bestuurskamer van het Erasmus?

‘Haha, nee. Mijn hart zit in de zorg, daar heb ik altijd gewerkt. Dat je aan het bed hebt gestaan en zorgbestuurder bent geweest, helpt voor het gemak waarmee je instapt in discussies. En ook wel voor de mate waarin je kunt prioriteren en sturen. Voor Conny (Helder, minister van Langdurige Zorg en Sport, red.) geldt hetzelfde. Wat wij meebrengen, is dat we goed begrip hebben van onderlinge afhankelijk­heden, van de positie en vragen waar zorgprofessionals voor staan. Dat betekent dat je mee kunt voelen en kunt zorgen voor de meest optimale oplossingen.’

Voelt u veel druk door de verwachtingen van zorg­mensen die blij waren met een vakspecialist op VWS?

‘Als de verwachting is dat, met twee ministers direct uit de zorg, alle dingen in één keer goed gaan of alles in één keer gaat zoals wij het willen, dan moet je gelijk aantekenen dat de vragen in de zorg complex zijn. Dat ook oplossingsrichtingen gezocht moeten worden die individuele artsen of verpleegkundigen liever anders zien. Of je nu afdelingshoofd in een zorginstelling bent of minister, je moet keuzes maken waar niet iedereen voorstander van is. Mensen reageren soms op de helft van het verhaal, ook artsen. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Er zijn discussies geweest over het covidbeleid, of het medicatiebeleid, over onderdelen van het Integraal Zorgakkoord. Soms is kritiek terecht, soms denk je bij kritiek: je had nog even door moeten lezen.’

Wat vindt u van de kritiek van huisartsen die boos zijn over de mate waarin ze zijn betrokken bij de covidvaccinatiecampagne voor dit najaar?

‘Laat ik er dit over zeggen. We zien gezamenlijk al heel lang aankomen dat er een reële kans is dat het verstandig is om dit najaar covidvaccinatie aan te bieden. Dat is een no-brainer voor iedere arts. Het RIVM heeft gezegd dat het verstandig is om vanaf half september 60-plussers en mensen met een kwetsbare gezondheid te vaccineren. Of iemand een kwetsbare gezondheid heeft, kun je niet op het voorhoofd aflezen. De enige die daar goed zicht op heeft, is de huisarts.

‘Je moet keuzes maken waar niet iedereen voorstander van is’

Je kunt ervan uitgaan dat VWS en de minister van Volksgezondheid, met zijn achtergrond, verstandig genoeg zijn om ruimschoots van te voren met vertegenwoordigers van huisartsen te overleggen over hoe dit te doen. Ik wil er graag aan bijdragen dat de communicatie ook landt bij individuele huisartsen. En dat de afspraken die ik maak, ook in meerderheid worden gesteund. Want anders moet ik een andere afspraak maken.’

Hoe kijkt u achteraf naar uw afwezigheid op hun protestmanifestatie?

‘Laat ik vooropstellen: ik had naar het Malieveld moeten komen. Ik zie de kop boven dit stuk al voor me. Ik heb een toezegging gedaan: ik kom, op vrijdag kan ik vóór of ná de ministerraad, maar tijdens kan niet. Dan krijg ik tijdens de ministerraad een appje dat ze nú opbreken. De les is: in zo’n setting moet je zeggen: “Ik stap op uit de ministerraad, want de heldere afspraak die ik met de huisartsen had, is klaarblijkelijk van tafel”.’

Veel huisartsen voelen zich niet gezien en gehoord, blijkt ook uit hun zorgen of het Integraal Zorgakkoord oplossingen voor hun werkdruk biedt.

‘Ik ben ervan overtuigd – en dat is geen gratuite opmerking – dat de eerste lijn het fundament is van onze gezondheidszorg. Ik hoop echt dat dit ook in de toekomst een grote krachtbron blijft. En ik onderken dat de huisartsenzorg op veel gebieden vastloopt. Ik heb in mijn eigen vriendenkring huisartsen en ik hoor die verhalen ook een-op-een. De problemen groeien sneller dan het aantal huisartsen dat de afgelopen jaren is uitgebreid.

Het is belangrijk om voor hen oplossingen te vinden voor problemen die heel reëel zijn. Ik heb destijds voor de umc’s aan de andere kant van de tafel gezeten, toen het nog om hoofdlijnenakkoorden ging, met allereerst een financiële component en een inhoudelijke component.

De zorg raakt langzamerhand op ontzettend veel vlakken verstopt. Niet alleen de huisartsenzorg, het geldt ook in de langdurige zorg, de medisch-specialistische zorg, de spoedzorg, en bij uitstek de ggz. Het probleem van de ene sector loopt over in de ander. Al die problemen komen terecht op het bord van de huisarts. Dan zoek je naar oplossingen die integraal zijn, en allereerst inhoudelijk. Alle partijen voelen de urgentie, en snappen dat het niet makkelijk is. Ik heb hoop dat iedereen tekent. Niet voor mijzelf, maar ik denk dat we het nodig hebben.’

Het Integraal Zorgakkoord draagt sterk uw stempel, met de paragrafen over concentratie van zorg en volumenormen voor medisch-specialistische zorg.

‘Het zou vreemd zijn als het akkoord níét dat stempel heeft, met iemand op VWS met alle kennis, kunde en ervaring uit de zorg. Dat is, denk ik, ook wat men verwacht. We hebben ontzettend lang de boodschap overeind gehouden, ook in iedere brief en nota van VWS, dat onze zorg voortreffelijk is. In allerlei toonaarden: onze zorg staat op topniveau, wij hebben de beste zorg van Europa. En daar ben ik het niet mee eens.

Wij hebben heel veel bevlogen mensen in de zorg. En een publiek systeem waarin we bereid zijn veel geld aan zorg uit te geven, gebaseerd op solidariteit. En we hebben fantastische infrastructuur en apparatuur en een geografie die het mogelijk maakt overal 24/7 acute zorg te leveren. Maar als je op onderdelen inzoomt, valt het op allerlei terreinen toch echt wel tegen. Veel mensen die ggz-hulp nodig hebben, kijken tegen lange wachttijden aan. Er zijn gebieden in Nederland waar je geen huisarts en geen tandarts kunt krijgen. In de acute zorg valt de toegankelijkheid en kwaliteit tegen. Dat zie je terug in een saus over een akkoord waarin je probeert daar verandering in aan te brengen.’

'Soms is kritiek terecht, soms denk ik: je had nog even door moeten lezen.’

Wat maakt dat concentratie en hogere volumenormen voor u zo belangrijk zijn dat u ook doorzettingsmacht overweegt om dat door te voeren?

‘Ik word regelmatig aangehaald als “de minister van concentratie”. Ik antwoord dan met brede grijns en heel rustig: “Dat is een versmalling van het totale verhaal”. In Nederland hebben we een tekort aan zorgcapaciteit. Je kunt met man en macht werken aan uitbreiding, maar de zorgvraag groeit nog sneller. We hebben alle capaciteit nodig, en kunnen het ons niet veroorloven dat er iemand omvalt. Als je allemaal een heel breed pakket blijft leveren, soms in aantoonbaar heel lage volumina, dan doet dat wat voor de expertise die je continu aanwezig moet hebben. En uiteindelijk ook wat voor de kwaliteit, in een veld dat innoveert en complexer wordt, met patiënten met meer multimorbiditeit en polyfarmacie.

Ons systeem is gebaseerd op dat iedere zorgaanbieder zijn eigen rol heeft, met competitie, vanuit de gedachte dat je een betere kwaliteit tegen een lagere prijs krijgt. We lopen nu tegen de grenzen aan. Het gaat niet alleen om 85 ziekenhuizen; Nederland heeft richting de twintigduizend zorg­aanbiedende instanties, met allemaal eigen data, met eigen elektronische systemen. Dat helpt de huidige patiënt niet. Concentratie is een middel om zorg beschikbaar te houden en kwalitatief te verbeteren. Het is maar zeer de vraag of concentratie iets doet voor de zorgkosten. Dat is ook de insteek niet.

Ik ben een groot voorstander van samenwerking in een netwerk, met name voor patiënten met complexe aandoeningen en een langer zorgpad, waar een multidisciplinaire benadering nodig is. Ik heb net in de nabije omgeving iemand gezien die is gediagnosticeerd met borstkanker in een groot ziekenhuis. Zij wil een second opinion en krijgt dan een andere diagnose en behandelplan. In de verwarring volgt er een derde opinion, diagnose en behandelplan. Zou het dan niet goed zijn als patiënten standaard in een regionaal oncologisch multidisciplinair overleg (mdo) worden besproken, en er één advies naar de patiënt gaat, en deze wordt behandeld in het eerste ziekenhuis waar ze komt? Ik denk van wel, met minder verwarring en betere kwaliteit.’

‘Over de concentratie van hartinterventies is volstrekt geen discussie’

Waarom haalt u het mandaat voor volume­normen weg bij wetenschappelijke verenigingen, door een aantal van vijftig tot honderd verrichtingen voor vijftien tot twintig nader te bepalen zorginterventies in het akkoord op te nemen?

‘Discussies hierover lopen al tientallen jaren. Patiënten­federatie Nederland vraagt hier al lang om. Het is voor wetenschappelijke verenigingen een vrij onmogelijke opdracht, om binnen je eigen bv, met al die belangen, met al die collega’s, mensen bij wie je in opleiding bent geweest, of die de verwijzer naar jou zijn, om stappen vooruit te durven maken.

Veel onderdelen, zoals in oncologische zorg, kennen volume­normen van slechts tien of twintig verrichtingen per jaar. Het lukt maar een enkele keer om het anders te doen. Het is de kinder­oncologen gelukt, met heel veel energie. De urologen hebben na heel veel discussie de norm omhoog gebracht voor robotchirurgie voor prostaatkanker. Je ziet dan binnen twee, drie jaar heel significante kwaliteitsslagen. Dat verbaast niemand in de zorg. Cardiologie en thoraxchirurgie zijn bij uitstek vakgebieden die zich van oudsher realiseren dat volume en ervaring, bij heel grote patiëntaantallen, helpen. Over de concentratie van hartinterventies is volstrekt geen discussie. Omdat er genoeg aanbod van patiënten is? We groeien nu naar 130 duizend nieuwe kankerdiagnoses per jaar, en groeien door naar 240 duizend nieuwe patiënten. Het aanbod is zo ongelofelijk dat we met z’n allen heel slim moeten werken om dat te adresseren.’

Is preventie niet de belangrijkste pijler om in de toekomst alles betaalbaar en beschikbaar te houden?

‘Het komt terug in het zorgakkoord, maar ook in het preventieakkoord. Ik denk dat mensen in de zorg zich goed realiseren dat een deel van de zorgvraag te maken heeft met achterliggende vragen rond armoede, schuldvragen, stress. Dat is reden om de Vereniging van Nederlandse Gemeenten nu ook erbij te betrekken. We moeten een deel van de huisartsenzorg ook opvangen door afspraken te maken met gemeenten en meer in te zetten op ondersteuning in het sociaal domein.

Ik ben ervan overtuigd dat artsen, verpleegkundigen en bestuurders in de zorg voelen dat we voor grote uitdagingen staan die vragen om onconventionele oplossingen. En om meer samenwerken. Regionaal, en over domeinen heen. Het kan gewoon eigenlijk niet anders dat sommige dingen een beetje pijn gaan doen.’ 

Chief medical officer

In het coalitieakkoord van Rutte IV is geopperd de nieuwe functie van chief medical officer (CMO) in te stellen binnen het ministerie van VWS. Maar heeft een minister van Volksgezondheid nog wel behoefte aan een CMO aan zijn zijde, als hij zelf een voormalig arts is? Kuipers laat de vraag, aan het eind van het interview, glimlachend even in de lucht bungelen. De Tweede Kamer kreeg dit voorjaar te horen dat eind dit jaar duidelijkheid volgt over zo’n CMO. Uit Kuipers’ woorden blijkt dat het inmiddels niet bepaald prioriteit meer heeft. ‘Het feit dat er niks over is opgenomen in het zorgakkoord, zegt genoeg.’

Lees ook
interview politiek VWS
  • Bertho Nieboer

    Gynaecoloog Bertho Nieboer (1977) is sinds 2019 hoofdredacteur van Medisch Contact. Hij is verbonden aan het Radboudumc, waar hij staflid obstetrie en gynaecologie is. Nieboer promoveerde in 2012 op het onderwerp minimaal-invasieve chirurgische ingrepen.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • G.K. Mitrasing

    Huisarts, vogelvrij, Kathmandu

    De spindokters hebben het erg druk zie ik.. net ook nog een stukje reclame in de Volkskrant.. maar het blijft allemaal onzin.. de minister vergeet nog even dat goede zorg een grondrecht is.. en dat zijn voorganger ook klaagde over de marktwerking.. d...ie er niet is..
    Als je het maar lang genoeg "marktwerking" blijft noemen gaat er een soort ontologische werking van uit..
    Samenwerken en concurreren tegelijkertijd is gelijk aan het geluid van 1 klappende hand. Pure Zen.
    Probeer dat maar en wat hoor je dan? Leegte. De zuivere leegte van het beleid in dit land.

  • W.J. Duits

    bedrijfsarts, Houten

    Een Chinees spreekwoord luidt: Als iemand honger heeft, geef hem dan geen vis, maar een hengel.
    In onze moderne taalgebruik "ownership", een beroep doen op de eigen creativiteit en vooral het eigen oplossende vermogen.
    Het verhaal van deze Minis...ter doet me denken aan deze Chinese "wijsheid", wat ik zie is dat de zorg een "vis" krijgt gepresenteerd en geen "hengel". De huisarts wil meer tijd, de vraag is, waarom doen ze dat dan niet? De Minister denkt met een "vis" te geven, in dit geval geld, dat het probleem wordt opgelost. Maar welke "hengel" heeft de huisartsnodig? Die zie ik niet.
    Wat mij ook bevreemd is dat de zorg verdeeld wordt over twee Ministers, wat een heerlijke opening is om te verdwalen tussen het "kastje en de muur". Verdelen van verantwoordelijkheden vormt een groot risico op onduidelijkheid over wie nu de daadwerkelijke beslissing kan nemen. Stel de Minister van intramurale zorg bezuinigt op de langdurige GGZ behandeling intramuraal, dat heeft een direct gevolg voor de extramurale zorg en op de taken van o.a. de huisarts.
    De zorg hoort integraal benaderd te worden, één Minister, één Ministerie.

  • J.H.A.M. Dunselman

    Huisarts, Heemstede

    De manier waarop minister Ernst Kuipers zijn afwezigheid op het malieveld uitlegt laat precies zien waarom de huisartsen weinig vertrouwen hebben dat de gemaakte afspraken in het IZA nagekomen worden.

  • M.J. Fortuijn

    Psychiater, Haarlem

    "Ik denk dat mensen in de zorg zich goed realiseren dat een deel van de zorgvraag te maken heeft met achterliggende vragen rond armoede, schuldvragen, stress."
    Inderdaad, fijn dat we nu een minister van VWS hebben die het belang van goed beleid daar...op ook ziet.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.