Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Nieuws

Twee werelden of one health?

Plaats een reactie

Waarom mensendokters met dierendokters moeten samenwerken

De opleidingen van dieren- en mensendokters hebben niets met elkaar te maken. Jammer, zeggen steeds meer artsen én dierenartsen. Sophie Broersen

We leven met zijn allen op dezelfde wereld, en hebben grote invloed op elkaars gezondheid: one health. Er zijn al faculteiten waar geneeskundestudenten met deze manier van denken kennismaken (zie kader). Waarom is samenwerking zo essentieel?

1. Antibioticaresistentie
Wellicht de grootste dreiging voor de wereldgezondheid. Die resistentie ontstaat onder meer doordat dokters antibiotica nogal eens onnodig voorschrijven. In Nederland zijn de mensendokters al jaren bewust van de gevaren hiervan, in de veehouderij is dit pas later gekomen. Juist daar werden en worden enorme hoeveelheden en veel verschillende soorten antibiotica preventief gegeven. De medicijnen zijn groeibevorderend en leveren dus geld op. Maar het economisch belang bijt het volksgezondheidsbelang. Bacteriën worden ongevoelig voor deze middelen en komen via vlees en mest bij mensen terecht. Er is wel verbetering gekomen: veetelers gebruiken minder antibiotica dan vijf jaar geleden. Verder afbouwen zien ze niet zitten, ze beginnen de gevolgen van minder medicijnen te merken. Met elkaar om de tafel is de enige manier voor boeren, dierenartsen en mensendokters om hieruit te komen.

2. Zoönosen
Maar liefst 70 procent van de nieuwe en terugkerende infectieziekten liggen op het grensvlak tussen mens en dier, vertelt huisarts Marjolein van de Pol (zie kader): ‘Denk aan ebola, SARS, hiv/aids, maar ook vogel- en varkensgriep.’ Het is van groot belang om de rol van dieren hierbij, en wat we kunnen doen om verspreiding van ziekten te voorkomen, te bekijken. Dat kunnen artsen, dierenartsen of biologen niet alleen, je zult daarbij moeten samenwerken.
Op kleinere schaal moeten humane artsen ook meer bewust zijn van zoönosen, zegt Van de Pol: ‘We vragen wel of iemand in het buitenland is geweest, in verband met MRSA. Maar bij luchtwegproblemen of schimmelinfecties vragen we niet automatisch naar bezoek aan de kinderboerderij, of wat voor dieren er thuis of in de buurt zijn.’ Dat kan dramatische gevolgen hebben, lees maar eens iets over de Q-koortsuitbraak in Nederland (2007-2009). Diergeneeskundige Len Lipman: ‘Q-koorts was voor dierenartsen bekend terrein, maar humane artsen zagen het heel weinig. Daarom werd de link niet snel genoeg gelegd met de veterinaire kant. Er ging veel tijd verloren voordat helder was waar het probleem lag en hoe we het voor beide sectoren goed moesten aanpakken. De epidemie liep uit de hand, en we moesten heel veel dieren ruimen.’
Volgens Lipman is het logisch dat humane artsen zich richten op het genezen van de mens, maar kan de bron van het probleem soms wat meer aandacht gebruiken: ‘Mensen worden ziek van toxoplasmose, dus die moet je voorlichten over hoe ze dat moeten voorkomen. Maar ze krijgen het via de kat, en via de aarde. Niet gek om het dan ook te hebben over een andere manier van compostverwerking of mogelijke vaccinatie van katten.’

3. Mens en dier wonen dicht op elkaar
Van de Pol: ‘Door megastallen kunnen we efficiënt produceren, maar ze hebben wel invloed op de lucht­kwaliteit. Fijnstof, stikstof, sulfaten en nitraten komen uit de stallen en kunnen luchtwegklachten verergeren.’ Het gaat ook om samenwonen op kleinere schaal, zegt Lipman: ‘Het samenwonen met een dier heeft aantoonbare positieve effecten: mensen zijn minder eenzaam, bewegen meer, komen meer buiten, maken meer contact. Zeker voor ouderen is dat van groot belang. Maar zij zijn ook gevoeliger voor infecties, en kunnen misschien minder goed voor hun dier zorgen. Hoe moeten we daarmee omgaan? Als je daar van één kant naar kijkt, geeft dat te beperkt zicht, dat zou de huisarts met een dierenarts of hygiënist samen moeten doen.’

4. Voedselvraagstukken
Ons voedsel moet veilig zijn. Lipman: ‘Als ik alleen als dierenarts kijk naar voedselveiligheid, zou ik alle dieren altijd binnenhouden. Zo blijven ziektekiemen buiten, en dierlijke producten veilig. Maar dat willen we als samenleving niet meer.’ Nog zo’n vraagstuk: hoe zijn we eigenlijk van plan om die 9 miljard mensen die er in 2050 op aarde zijn te gaan voeden? Lipman: ‘Zeker in landen waar de welvaart toeneemt, willen mensen meer vlees eten. Hoe zorgen we dat er voldoende voeding is, hoe doen we dat op een veilige manier?’

Goed, we zetten dieren- en humane artsen samen in een kamer, probleem opgelost? Nee, zegt Lipman: ‘We moeten ook met psychologen praten over hoe we gezondheid zien, met communicatie-experts, ecologen, antropologen, de landbouw- en veeteeltsector. Die hebben we allemaal nodig om tot echte oplossingen te komen.’

Ruilen van plek met een dierenarts in spe
In de praktijk blijkt samenwerking nogal eens lastig, zegt dierenarts Lipman: ‘Als we in de studie daar al mee beginnen, kan het alleen maar makkelijker worden.’ Aan de universiteiten van Nijmegen en Utrecht is dat doorgedrongen. Lipman (Universiteit Utrecht) is onder meer verbonden aan een one health-keuzevak voor honoursstudenten van allerlei opleidingen, die allemaal met hun eigen invalshoek naar bijvoorbeeld voedselgerelateerde risico’s kijken. Huisarts Marjolein van de Pol (Radboudumc) zette met anderen samen een pilot keuzecoschap one health op: studenten van beide studies kregen onderwijs over vakoverstijgende thema’s en keken in elkaars praktijken. Een succes, zegt Van de Pol: ‘One health wordt waarschijnlijk een structureel onderdeel van het coschap eerstelijnsgeneeskunde in Nijmegen. Iedereen zal er onderwijs over krijgen, en een select gezelschap kan een coschap lopen.’ Zij zou graag de one health-game structureel willen invoeren, een intensief spel waarbij groepen studenten te maken krijgen met een gesimuleerde epidemie op het grensgebied tussen mens en dier.

Lees ook het artikel in Arts & Auto over het One Health-project van het Radboudumc.

beeld: Getty Images
Klik hier voor een PDF van dit artikel
antibiotica dieren
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken. Sinds eind 2020 werkt zij daarnaast als arts bij het team seksuele gezondheid van de GGD Hollands Midden.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.