Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Linda van Tilburg
01 februari 2009 7 minuten leestijd
jeugdgezondheidszorg

Niet voor doetjes

Plaats een reactie

Advocaat van het kind moet stevig in zijn schoenen staan

Maatschappij en gezondheid is alles behalve een specialisme voor watjes. Een jeugdarts bijvoorbeeld moet beschikken over een gezonde portie lef als hij tegen de wil van de ouders moet ingrijpen in een gezinssituatie. Linda van Tilburg

Sociale geneeskunde, dat is toch dat vak van de drie S'en? Soft, saai en slecht betaald? Josette Bijlsma kan erom lachen. Ze werkt 35 jaar als jeugdarts, is opleider en heeft alle vooroordelen over haar vak talloze malen gehoord. Sommige zijn waar, zegt ze nuchter. 'Ten opzichte van andere medische specialisten verdien je weinig en chirurgie of gynaecologie spreekt nu eenmaal meer tot de verbeelding. Daarnaast neigt sociale geneeskunde naar een gammavak. Als jeugdarts bijvoorbeeld heb je minstens zoveel aan psychologisch inzicht en pedagogische vaardigheden als aan medische kennis. In die zin zou je het soft kunnen noemen.'
Maar daarmee houdt elke gelijkenis met het clichŽbeeld op, want maatschappij en gezondheid is alles behalve een specialisme voor watjes. Zo heeft de jeugdgezondheidszorg de wettelijke taak de vrijwillige hulpverlening aan kinderen en jongeren tot en met 19 jaar te cošrdineren. Naast het reguliere werk van de jeugdarts - de vaccinaties en de vaste contactmomenten - houdt dat ook psychosociale hulp en opvoedondersteuning in. Bijlsma: 'Een kind kan op veel manieren worden verwaarloosd: geen aandacht krijgen omdat de ouders te druk zijn met hun carrire en elke dag patat en cola krijgen. Dat soort dingen zijn primair de verantwoordelijkheid van de ouders, maar als het even kan, doe ik er mijn mond over open. Soms gewoon door te wijzen op de gezonde kant-en-klaarmaaltijden van Albert Heijn. Eenvoudig, maar je moet het durven, want je bemoeit je met het privŽleven van mensen.'

Advocaat
Jeugdgezondheidszorg is één van de zeven 'profielen' van het specialisme maatschappij en gezondheid (zie kader). Als jeugdarts ben je de advocaat van het kind, zegt Bijlsma. 'Je moet een sterke persoonlijkheid zijn. Zeker in interdisciplinaire teams waar tegenstrijdige belangen kunnen spelen, zoals zorgadviesteams van scholen. De laatste jaren kom ik steeds meer scholieren met gedrags- en leerproblemen tegen. Als een school die leerling wil wegsturen, is het mijn taak om na te gaan wat er precies aan de hand is, want probleemgedrag kan vele oorzaken hebben: ziekten als migraine of epilepsie, een gameverslaving of een moeilijke thuissituatie. Zie ik een oplossing om die leerling op school te houden, dan moet ik tegenwicht bieden.'
Dit speelt ook bij de zogeheten bemoeizorg waarmee jeugdartsen steeds meer te maken krijgen, het ingrijpen in een gezinssituatie tegen de wil van de ouders. 'Het duidelijkste voorbeeld is kindermishandeling', zegt Bijlsma. 'Als ik dat signaleer of een sterk vermoeden heb, moet ik dat melden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. En ik moet de ouders vertellen dat ik dat ga doen. Als je dan tegenover een reusachtige spierbundel van een vader zit, moet je geen doetje zijn.'

Fitness
Dat het specialisme maatschappij en gezondheid niet populair is bij studenten, begrijpt Josette Bijlsma wel. 'Tijdens de studie is er maar beperkt aandacht voor. Een voorbeeld: op de meeste faculteiten wordt weinig aandacht besteed aan het feit dat de sociaal-economische status invloed heeft op de gezondheid. Terwijl die maatschappelijke dimensie het vak juist veelzijdig en interessant maakt. Er is een duidelijke relatie tussen een ongezonde leefstijl, maar ook psychosociale problemen en armoede. Daarvoor moet je dus ook oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld door ouders te wijzen op het bestaan van gemeentelijke subsidies om hun kinderen te kunnen laten sporten. Of door de gemeente te vragen om goedkope fitnessvoorzieningen te treffen voor allochtone ouderen met risico op diabetes.'
Ook de stages sociale geneeskunde zijn volgens Bijlsma vaak niet representatief. 'Bij sommige GGD'en is bijvoorbeeld de ambulancedienst ondergebracht. Daar zie je vaak dat studenten geneeskunde hun hele stageperiode op de ziekenwagen meerijden. Leerzaam, maar het is geen sociale geneeskunde.'
Josette Bijlsma houdt van haar vak. Elke dag op de GGD is weer anders. 'Het is heerlijk om ervoor te zorgen dat het goed gaat met kinderen en ouders. Ik kom elke avond vol interessante verhalen thuis. Dat is altijd zo geweest, ook toen ik nog minder ervaren was en voornamelijk de standaard contactmomenten deed. Elk kind is uniek, dus zo standaard is dat werk niet. Er is echt veel variatie.'
Ze heeft in haar loopbaan met veel maatschappelijke gezondheidsvraagstukken te maken gehad: roken, soa's, loverboys, depressiviteit bij pubers, overgewicht. Steeds andere trends waarin artsen maatschappij en gezondheid nadenken over beleid, voorlichting en preventie - met gemeenten en scholen als belangrijkste partners. Momenteel zijn internet- en alcoholverslaving de grote problemen onder jongeren, zegt Bijlsma. 'Maar ik zie ook dingen waarover je in de media zelden hoort, zoals toenemende angstklachten bij kinderen. Fobie‘n, paniekaanvallen, niet naar school durven. In mijn werk komt een steeds groter accent te liggen op psychosociale hulpverlening. We leven in een complexe maatschappij waar hoge eisen worden gesteld. Ook ouders hebben daar last van. Voor veel mensen is de wereld er de afgelopen vijfendertig jaar niet makkelijker op geworden.'

Online therapie
Ironisch genoeg maakt dat het werk van de jeugdarts juist interessanter. Bijlsma verwacht dat dit gezien de politieke aandacht voor jeugd en gezinnen alleen maar toeneemt. 'Dat betekent bijvoorbeeld dat er geld beschikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld naar het effect van interventies en de validiteit van vragenlijsten. Er zijn ook nieuwe vormen van therapie in ontwikkeling, zoals onlinetherapie.'
Wat vindt ze het mooiste aan haar werk? Na enig nadenken: 'Er is zoveel moois, maar wat me in elk geval steeds weer raakt is de openheid van ouders. Ze laten je vrij snel toe, vertellen hoe ze dingen aanpakken, uiten hun zorgen. Soms zijn ouders aanvankelijk een beetje onwillig. Zo van: moet dat nu, naar de schoolarts? Als ze dan na het gesprek blij verrast opmerken "we kunnen Žcht met u praten", geeft dat enorm veel voldoening.'


'Gesprekken met pubers, dat is het mooiste wat er is'

Aios Eltjo Boon (42) werkt als jeugdarts bij de GGD Midden-Nederland. Hij zit in het tweede jaar van zijn opleiding. 'Het maatschappelijk bezig zijn, vind ik interessant aan de sociale geneeskunde. Je kunt sturen achter de schermen, initiatief nemen voor gezondheidsbeleid. Als je als jeugdarts bijvoorbeeld signaleert dat steeds meer kinderen overgewicht hebben, ga je in gesprek met gemeenten om een aanpak op groepsniveau te ontwikkelen. Maar je reageert ook op ontwikkelingen in de samenleving. Zo zijn we nu druk met de campagne om pubermeisjes te vaccineren tegen baarmoederhalskanker.'
'Als arts maatschappij en gezondheid moet je dus maatschappelijke betrokkenheid hebben. Daarnaast zijn sociale vaardigheden onmisbaar, want je moet veel netwerken. Met gemeenten, maar ook met scholen bijvoorbeeld. Ook een dienstverlenende instelling is belangrijk. Paternaliseren doen we niet meer. Je moet luisteren naar wat ouders zelf willen.'
'Ik vind dat de opleiding je goed voorbereidt op dit alles. Ik heb ook een poos zonder opleiding gewerkt en heb nu echt profijt van wat ik daar leer. Je ontwikkelt een proactieve houding.'
'Een nadeel van mijn baan vind ik dat de jeugdgezondheidszorg gericht is op "massa-productie". Ik werk met 4 tot 19-jarigen en een groot deel van mijn tijd gaat zitten in de vaste contactmomenten die ik als schoolarts met ze heb. Ik ben dus veel bezig met gezonde kinderen en kom daardoor minder toe aan kinderen met problemen. Jammer vind ik ook dat het voornamelijk kortdurende contacten zijn, waardoor je geen relatie met kind en ouders kunt opbouwen.'
'Het leukste vind ik de psychosociale hulp aan pubers. De gesprekken met die leeftijdsgroep, dat is het mooiste wat er is. Een jongere die klem zit vanwege de scheiding van zijn ouders, die ondanks alles in staat is hulp te zoeken voor zichzelf. Dat vind ik bewonderenswaardig. Laatst werd ik gebeld door een leerkracht, tegen wie een meisje zich had laten ontvallen dat ze met zelfmoordgedachten rondliep. Ik heb er de huisarts bijgehaald, en samen is het ons gelukt dat meisje er weer bovenop te helpen. Dat je dat samen voor elkaar krijgt, dat zijn de juweeltjes van het vak.'


Daar waar geneeskunst en samenleving samenkomen

In de sociale geneeskunde komen geneeskunst en samenleving samen. De kern van het vakgebied vormt het vanuit medische deskundigheid vaststellen van de gezondheidssituatie van mensen, het be•nvloeden van hun functioneren in relatie tot hun omgeving en het beïnvloeden van die omgeving zodat mensen gezonder kunnen leven. De gezondheidszorg als systeem, inclusief de financiering, vormt één van die te beïnvloeden omgevingsfactoren.
Artsen maatschappij en gezondheid werken bijvoorbeeld bij GGD'en, ministeries, in de thuiszorg, in ziekenhuizen, in de geestelijke gezondheidszorg, bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg, op universiteiten, bij zorgverzekeraars en bij meldpunten Kindermishandeling. Zij hebben uitvoerende taken houden zich bezig met management-, staf-, en beleidzaken en met onderzoek. Vaak werken ze in een multidisciplinair team.
De opleiding voor artsen maatschappij en gezondheid duurt vier jaar en is verdeeld over twee fasen. De eerste fase is beroepsgericht en leidt tot deelregistratie in één van deze zeven profielen: 1. jeugdgezondheidszorg, 2. infectieziektebestrijding, 3. tuberculosebestrijding, 4. forensische geneeskunde, 5. medische milieukunde, 6. sociaal medische indicatiestelling en advisering en 7. beleid en advies.
In de tweede, niet verplichte, fase staan beleid, management en wetenschappelijk onderzoek centraal. Na afronding van beide fasen volgt de registratie arts M&G (BIG registratie) en inschrijving in het specialistenregister van de Sociaal Geneeskundigen Registratiecommissie (SGRC).

Informatie over de opleiding: Netherlands School of Public & Occupational Health (NSPOH): www.nspoh.nl/mg.

Informatie over het specialisme: Koepel van Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG): www.kamg.nl.

beeld: de beeldredactie, Marco Hofste
beeld: de beeldredactie, Marco Hofste
kindermishandeling jeugdgezondheidszorg leefstijl & gezondheid
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.