Nieuws
Wetenschap

‘N=1-trials kunnen bewijs leveren voor medicijn bij zeldzame ziektes’

1 reactie
Getty Images
Getty Images

Medicijnstudies waarbij één patiënt meerdere keren zowel een placebo als het medicijn krijgt, zijn geschikt om het effect van een geneesmiddel aan te tonen bij zeldzame ziektes. Dat stelt Bas Stunnenberg in zijn proefschrift N-of-1 trials for personalized treatment.

Een zeldzame ziekte treft maximaal één op de tweeduizend mensen. Dat betekent niet dat vrijwel niemand een zeldzame ziekte heeft. Doordat er ongeveer zesduizend verschillende zeldzame ziektes zijn, heeft ongeveer 8 procent van de bevolking een zeldzame ziekte. ‘Dat staat in Nederland gelijk aan alle inwoners van de provincie Utrecht’, aldus Stunnenberg, die zijn promotieonderzoek uitvoerde binnen de afdelingen Neurologie en Health Evidence van het Radboudumc.

Gebrek aan bewijs

Als een ziekte relatief weinig voorkomt, is het lastig om voldoende patiënten te vinden voor gerandomiseerd onderzoek met een controlegroep (RCT). Dit type onderzoek wordt onder meer gebruikt om het effect van medicijnen bij een patiëntengroep aan te tonen. ‘Een gebrek aan RCT-bewijs kan ervoor zorgen dat een medicijn niet (meer) vergoed wordt bij een bepaalde ziekte of aandoening.’ Dat was ook het geval bij niet-dystrofe myotonie (NDM), een spierziekte waar Stunnenberg zich op richtte tijdens zijn promotieonderzoek.

Wat onderzoek op groepsniveau verder bemoeilijkt, is dat deze ziekte verschillend tot uiting kan komen bij verschillende mensen – zelfs als twee familieleden exact dezelfde DNA-fout hebben in het voltage-afhankelijk natriumkanaal van de spier, zo toont Stunnenberg in zijn proefschrift. ‘Door patiënten bij wie een ziekte anders tot uiting komt, samen op één hoop te gooien, kan het zo zijn dat de uitkomsten elkaar gedeeltelijk opheffen, en een gemiddelde weinig zegt over individuele resultaten.’

Groepsanalyse

Stunnenberg pleit bij zeldzame ziektes voor n=1-trials, waarbij één patiënt gedurende meerdere opvolgende perioden een placebo of medicijn ontvangt. ‘De patiënt schrijft gedurende het onderzoek dagelijks op hoe het gaat met de symptomen. Hierdoor kun je goed zien of een medicijn helpt om de symptomen van een patiënt aan te pakken.’

Het combineren van data van meerdere n=1-trials kan volgens Stunnenberg bewijs leveren dat qua betrouwbaarheid gelijk staat aan het bewijs van RCT’s. ‘Andere onderzoekers wisten met veel moeite en internationale samenwerking een RCT op te zetten voor het medicijn mexiletine bij patiënten met NDM, waaraan 57 patiënten deelnamen. Wij vonden bij een groepsanalyse van elf n=1-trials dezelfde mate van bewijs: een soortgelijk gemiddelde en vergelijkbare foutmarges.’

In totaal analyseerde Stunnenberg voor deze studie de data van dertig n=1-trials. ‘Dat leverde nauwkeuriger bewijs in vergelijking met de RCT, terwijl deze trials ook nog efficiënter, goedkoper en persoonlijker zijn.’ Mexiletine bleek bij 27 van de dertig NDM-patiënten effectief.

Landelijk centrum

Om de data van de n=1-trials te analyseren maakt Stunnenberg gebruik van Bayesiaanse statistiek. ‘Hiermee kun je voorspellen hoe groot de kans is dat één specifieke patiënt reageert op een medicijn.’ Bij het uitvoeren van deze statistische analyses kreeg Stunnenberg hulp van ervaren statistici. ‘Ik wil graag dat er een landelijk centrum komt voor n=1-trials om artsen en onderzoekers te ondersteunen bij dit soort onderzoek om zo een barrière weg te nemen.’

Deze manier van onderzoek doen is volgens Stunnenberg interessant voor veel zeldzame ziektes. ‘Misschien wel voor de helft’, schat hij voorzichtig. ‘Ziektes komen namelijk alleen in aanmerking als de ziekte en/of symptomen relatief stabiel zijn over tijd, want anders kun je geen betrouwbare vergelijking maken tussen de perioden dat een patiënt een placebo of medicijn ontvangt.’

Ongewenst bijeffect

Het onderzoek van Stunnenberg, dat aantoonde dat mexiletine effectief is om spierverstijving bij patiënten met NDM tegen te gaan, had een ongewenst bijeffect. Vlak nadat ze publiceerden dat het middel effectief was, registreerde een medicijnenfabrikant mexiletine als weesgeneesmiddel en verkreeg hiermee een tienjarig patent. Vervolgens probeerde de fabrikant volgens Stunnenberg de prijs van het geneesmiddel te vertwintigvoudigen van 4 duizend naar 80 duizend euro per patiënt per jaar. ‘Het Zorginstituut oordeelde dat deze hoge prijs de solidariteit van ons zorgstelsel ondermijnt, en pleitte ervoor om deze vorm van het middel niet te vergoeden.’

Het medicijn wordt nu gemaakt door vier bereidingsapotheken in Nederland, die elk aan maximaal 150 patiënten mogen leveren. ‘Hierdoor is er voldoende van het middel beschikbaar. Deze variant wordt wel vergoed vanuit de basisverzekering.’

Lees ook

Nieuws Wetenschap promotie radboudumc
  • Laura ter Steege

    Laura ter Steege is voormalig journalist bij Medisch Contact. Haar focus lag met name op de wetenschap.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • J.M. Keppel Hesselink

    farmacoloog-arts, Bosch en Duin

    Het is fijn dat Bas dat zegt, maar dit thema is oeroud. Al vele decaden geleden spraken we over geïndividualiseerde geneeskunde en de kracht van d n=1 studie bij stabiele (!) zeldzame ziekten. En het challenge-rechallenge bewijs van bijwerkingen is ...al lang bekend als en model. Het is goed te beseffen dat dit soort inzichten oeroud zijn, maar blijkbaar steeds weer herhaald moeten worden, omdat ze niet passen in ons denkraam. Helaas.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.