Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Medicijn tegen obesitas?

2 reacties
HH | Stephan Elleringmann/Stern/laif
HH | Stephan Elleringmann/Stern/laif

Onderzoekers denken mogelijk een middel te hebben gevonden dat het gewicht waar obese mensen onder gebukt gaan, drastisch kan verlagen – dus zonder dat er bariatrische chirurgie noodzakelijk is.

Waar hebben we dat eerder gehoord? In Science Translational Medicine laten Yumei Xiong e.a zien hoe obese muizen, ratten en apen aanzienlijk lichaamsgewicht verliezen en betere isuline- en cholesterolwaarden bereiken dankzij toediening van het eiwit GDF15.

Het basisidee voor hun onderzoek was dat slanke muizen, ratten en ook mensen een verhoogde concentratie van dit eiwit gemeen hebben. Dus gaven ze de proefdieren gentherapie, maar ook wekelijkse injecties met stabiele versies van het bewuste eiwit – GDF15 in zijn pure vorm wordt namelijk snel afgebroken.

Na enige weken was duidelijk dat de dieren flink wat gewicht verloren hadden, en dat hun voedselconsumptie was veranderd: ze verkozen voer met een lage calorische waarde boven voer met hoogcalorische waarde.

Hoe GDF15 precies werkt, is niet duidelijk. Het heeft in ieder geval ook (of misschien vooral) een effect op de eetlust en vertraagt de spijsvertering. Zeer waarschijnlijk grijpt het dus op een of andere wijze aan op de samenwerking tussen hersenen en het maag-darmstelsel.

De onderzoekers, verbonden aan het bedrijf Amgen, koesteren uiteraard de hoop dankzij deze inzichten een antiobesitasmedicijn op het spoor te zijn. Maar het zou niet het eerste middel zijn dat sneeft in een trial vanwege hevige bijwerkingen in het centrale zenuwstelsel. Denk aan het indertijd als ‘veelbelovend’ gepresenteerde rimonabant waarvan vanaf 2007 bekend werd dat het het risico op angststoornissen en depressie aanzienlijk verhoogde. Het is inmiddels verboden.

Xiong et al., Sci. Transl. Med. 9, eaan8732 (2017)

lees ook

print dit artikel
Wetenschap obesitas
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Piet van Loon, Orthopeed, Deventer 23-10-2017 21:52

    "Een automotor, die alleen maar wat stationair draait of een paar blokjes rijdt, gebruikt nauwelijks energie en zal door allerlei vormen van aanslag niet lang meegaan.
    Zolang er geen proefdieren zijn, die de hele dag onderuitgezakt naar de TV kijken of al zo ontwikkeld zijn, dat ze al jong aan een muizen-ipad verslaafd zijn, zal de mens niet van van zijn energetisch probleem afkomen . Veel intake, weinig verbruik. In de jaren veertig en vijftig waren er zelfs in de VS nauwelijks dikke kinderen of jongvolwassenen. De Chinese jeugd is zelfs in een of twee generaties obese ( en bijziend) geworden. Het is de leefstijl, maar wel het biomechanische deel ( zitten en hangen, weinig echt goed bewegen), waar de oplossing gezocht moet worden. Daar zal de Farma geen verdiennmodel vinden. Lees anders toch vooral de bijsluiter goed. "

  • jan keppel hesselink, arts-pijnbehandelaar, bosch en duin 23-10-2017 18:26

    "Onze hoogleraar fysiologie mevrouw Hulst Steyn Parvé zei indertijd al : 'elk pondje komt door t mondje'. Call me old-fashioned, maar dat denk ik nog steeds. De hamvraag is natuurlijk of er ergens eenduidig bewijs is dat dit niet zo is. Dat mensen die vrijwel geen calorie tot zich nemen mager worden en blijven.
    Ik heb veel gelezen over dit onderwerp, maar is het niet veelzeggend dat obesitas niet voorkomt in gebieden van de wereld waar ze geen cola en geen hamburgers kunnen eten?
    Dat alleen al zou een belangrijke reden moeten zijn om geen geneesmiddel tegen obesitas te willen ontwikkelen....
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.