Nieuws
Henk Maassen
Henk Maassen
5 minuten leestijd

Huisarts Pieter Barnhoorn over professionaliteit

‘Eerst ben je mens, daarna open je de medische trukendoos’

Plaats een reactie
Harmen de Jong
Harmen de Jong

Professioneel gedrag aanleren komt vaak neer op wat reflecteeropdrachtjes. Maar zo moet het niet: het moet een intrinsiek deel zijn van de opleiding, want alleen zo kan het een tweede natuur worden, vindt huisarts en docent Pieter Barnhoorn.

Professionaliteit – het is een begrip dat het professionele leven van huisarts Pieter Barnhoorn (45) tekent. Hij doceert erover aan het LUMC in de bachelor- en masterfase, is voorzitter van de Commissie Professionaliteit van het ziekenhuis en voorzitter van de werkgroep Professionaliteit van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO). En hij schreef er – samen met anderen – een boek over: Professionaliteit in de zorg. Belangrijkste boodschap: blijf voortdurend reflecteren op je eigen denken, doen en laten.

De laatste jaren deed hij onderzoek naar hoe huisartsen in opleiding een professionele identiteit vormen: het proces dus waarin ze leren, zoals hij dat formuleert, ‘te denken, te doen en te voelen als (huis)artsen’. Want in zijn opvatting is professionaliteit meer dan het juiste gedrag laten zien, het is een wezenskenmerk van het dokter-zijn. Dat onderzoek heeft inmiddels geresulteerd in een proefschrift waarop hij 2 februari is gepromoveerd.

‘Ik heb te veel artsen gezien die zich gedragen als een monteur’

Opgeleid worden tot dokter – of in welke andere professie dan ook – betekent toch dat je automatisch de waarden van die professie meekrijgt?

‘Ja, dat zou je hopen. En ik ken ook een heleboel fijne artsen, maar ik heb er ook te veel gezien van wie ik denk: hoe komt het dat je je gedraagt als een monteur, als een dokter waar de bezieling uit is. Een dokter die zich verschuilt achter richtlijnen of achter veilige zinnetjes als ‘dit is niet mijn vakgebied’. Je moet een patiënt nooit in onzekerheid laten over wat je doet. Ik geef een simpel voorbeeld: mijn zoon kreeg last van absences toen hij 4 jaar was. Als je dan op de neurologische onderzoekstrein stapt, en niemand je vertelt wat de volgende stap zal zijn en waarom die nodig is, dan vind ik dat zeer onprofessioneel. Je moet een patiënt nooit in onzekerheid laten over wat je voornemens bent te doen en waarom. Je moet met de mensen oplopen. Het kan ook anders. Ik heb een heel fijne garagist: die weet dat ik geen verstand heb van auto’s. Ik stond eens met pech in Frankrijk. Ik belde hem op en het eerste wat hij zei nadat ik de situatie had uitgelegd was: “Wat vervelend; sta je wel veilig?” Vervolgens ging hij stap voor stap met mij na wat er aan de hand zou kunnen zijn. Dat dan wel weer professioneel.’

Professionaliteit is toch in de eerste plaats: kennis van het vak, de techniek van het vak beheersen?

‘Ik zou het willen omdraaien. Eerst ben je mens en ontmoet je een ander mens, daarna kun je je medische trukendoos opendoen. Wat dat laatste betreft: iedereen kan dokter worden. Maar voor dat eerste wordt nog iets extra’s van je gevraagd, en dat heeft niet iedereen in zijn bereik.

Soms hoef je als arts inderdaad alleen maar te “repareren”, dat weet ik ook wel, maar je moet altijd kunnen aanvoelen wanneer een patiënt meer nodig heeft. Dus als ik in de eerste jaren van de opleiding jonge mensen zie die het vooral gaat om het toepassen van technische, mechanische kennis, dan denk ik: die gaan voor een kunstje. Je hebt er ook die binnenkomen met grootse ideeën: speuren naar nieuwe medicijnen tegen kanker bijvoorbeeld. Als dat is wat je echt wilt, en daar is niks mis mee, kies dan een ander spoor, biomedische wetenschappen bijvoorbeeld. Je moet je kunnen inleven in wat ziekte of medisch onderzoek voor een patiënt betekent. Het minste wat je kunt doen is de patiënt vragen hoe hij of zij dat ondergaat – sterker, dat zou eigenlijk een verplichting moeten zijn. Echt contact, daar gaat het om. En dat begint met gewoon een beetje vriendelijkheid.

Ik heb zoveel studenten gezien die geen gevoel hebben voor sociale interactie. Soms riekt hun opstelling zelfs naar iets wat je zou kunnen aanduiden als een stoornis in het autistisch spectrum: geen oogcontact maken, onhandig ambtelijk taalgebruik. Wat mij betreft zou voor deze mensen geen plaats in de geneeskundeopleiding moeten zijn. Je moet zulke studenten ook tegen zichzelf beschermen, want ze worden vast en zeker ongelukkig in het vak. En vergeet overigens ook niet dat we met de studie zelf studenten misvormen. Ik zie er die heel bevlogen en sociaal binnenkomen, maar bij wie dat in het derde studiejaar helemaal weg is.’

Dat komt onder andere doordat gevoel hebben voor de ‘ontmoeting met de ander’ volgens Barnhoorn ten onrechte wordt gezien als iets wat je even moet afvinken. Terwijl het juist tot uitdrukking zou moeten komen in alle andere competenties; het is zogezegd een ‘tweede-ordecompetentie’. ‘Waar het misgaat is dat professionaliteit vaak neerkomt op wat reflecteeropdrachtjes. Maar de meeste studenten krijgen galbulten van weer zo’n reflecteeropdracht. Zo moet het dus ook niet: het moet een intrinsiek deel zijn van de opleiding, want alleen zo kan het een tweede natuur worden.’

‘Je voelt direct aan wie je liever niet aan het bed van je moeder wilt hebben’

Hoe komt het dat deze studenten er in de preselectie niet worden uitgevist?

‘Selectie aan de poort is een hele lastige. Het kost veel geld en het levert je niet per se betere dokters op. Verkapte intelligentietesten zijn in ieder geval misplaatst. De slimmigheid die je nodig hebt voor de studie geneeskunde, heb je al bewezen te bezitten met het behalen van je vwo-diploma. Meer is niet nodig, sterker, misschien staat meer slimmigheid je zelfs in de weg. Het zou me een lief ding waard zijn als we dat waan­idee van selectie konden laten varen. Maar in het contact dat je met studenten hebt in bijvoorbeeld een werkgroep wordt het je als docent al gauw duidelijk om welke studenten je zorgen moet hebben. Je voelt direct aan wie je liever niet aan het bed van je moeder wilt hebben. Die studenten moeten snel geholpen worden of naar de uitgang worden begeleid.’

Hoe wist u van uzelf dat u een goede dokter zou kunnen zijn? Aanvankelijk wilde u dominee of zendeling worden.

Barnhoorn lacht: ‘Ik doe nu onderzoek samen met geestelijk verzorgers, bij de Universiteit voor Humanistiek. Geestelijke verzorging ligt heel dicht bij hoe ik mijn werk zie: menselijke noden aanhoren, biechtvader zijn, met mensen oplopen, troosten. Zielszorg dus, maar zonder religie en zonder antwoorden. Die – religieuze -– antwoorden had ik lange tijd wel, maar ze zijn mij gelukkig ontvallen. In dat licht vind ik professionaliteit ook zo interessant: het is niet eenduidig, maar context- en tijdsafhankelijk en altijd het begin van een gesprek.’ 

Zie ook: ivtg.nl/nl/toetsinformatie/faq/

Luister de aflevering van Medisch Contact, de podcast met Pieter Barnhoorn: ‘De studie geneeskunde is zoveel meer dan een paar trucjes leren’

Lees ook:

professionaliteit
  • Henk Maassen

    Henk Maassen studeerde biologische psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij werkte kortstondig als onderzoeksassistent en daarna als (freelance) journalist/redacteur voor tal van bladen en uitgeverijen en als voorlichter voor de Tweede Kamer. Sinds 1999 is hij redacteur bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg. Henk stelt wekelijks de Media & cultuur-pagina’s samen.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.