Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Sanne Hijlkema en Evert Pronk
05 december 2007 4 minuten leestijd

Geneeskundestudent is potentiële hypochonder

Als je tijdens je studie de ene na de andere ziekte voorbij ziet komen, móet de angst haast wel toeslaan. Het zal toch niet waar zijn...



Ooit een tumor bij jezelf ontdekt? Je leert steeds meer over oncologie en verdomd... je voelt een bultje onder je huid. En heb je jezelf al eens een soa aangepraat? Al die colleges maken je extra bewust van je eigen lichaam en je kunt jezelf inmiddels op alle mogelijke niveaus ziek-denken. Je lijdt aan iets anders dan je vermoedt: de kandidatenziekte. Het alom bekende rode Zakwoordenboek der Geneeskunde beschrijft dit als een ‘bij studenten optredende ingebeelde ziekte waarvan de symptomen overeenkomen met de leerstof die men op dat moment bestudeert’.



Hoe vaak de kandidatenziekte voorkomt, is niet duidelijk. De literatuur is alles behalve eenduidig. Terwijl de ene studie stelt dat 80 procent van de studenten worstelt met een -ingebeelde ziekte, telt een andere niet meer dan 8 procent. De interpretatie van het arsenaal aan klachten dat tussen ‘gezonde zorgen’ en zware hypochondrie ligt, zou een cruciale rol kunnen spelen in deze enorme variatie.



Obsessie


Opmerkelijk is een Engelse studie onder 934 studenten die laat zien dat geneeskundestudenten zich, tegen de gangbare gedachte in, tijdens hun studie minder zorgen maken over hun gezondheid dan rechtenstudenten of studenten Engels.


Je kunt je dus afvragen of de kandidatenziekte de -studentenpsyche op onze medische faculteiten nog wel teistert.


Jeichien Wolma, derdejaarsstudente geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, komt direct met de psychiatrie op de proppen: ‘Ik check altijd een aantal keer het gasfornuis voor ik thuis wegga. In eerste instantie dacht ik aan een obsessie, maar al snel realiseerde ik me dat je pas ziek bent als je echt disfunctioneert. Bovendien bestaat een psychiatrische stoornis vaak uit een verzameling van symptomen, waarvan sommige veelvoorkomend zijn. Je herkent dus makkelijk dingen bij jezelf. Maar je weet ook wel dat je met één of twee van die symptomen nog geen psychiatrisch patiënt bent.’



‘Ik heb wel eens gedacht dat ik het prikkelbaredarmsyndroom had’, vertelt Lotte de Bruijn, derdejaarsstudente geneeskunde aan de UvA. ‘Ik had al een tijdje last van mijn buik toen dit syndroom tijdens college aan de orde kwam. Ik ben niet naar de dokter gegaan, want in hetzelfde college leerde ik dat áls ik het al heb, de dokter tóch bijna niets voor me kan doen.’



Vervolgens schetst Lotte een geval van wat je ‘cross-kandidatenziekte’ zou kunnen noemen: ‘Een medestudent stelde bij mij laatst de diagnose dysthymie, een milde vorm van depressie. Daar kon ik me nog in vinden ook.’


‘Ik merk dat de dokter er rekening mee houdt dat je geneeskunde studeert’, vertelt Lotte verder. ‘Dat is zowel mijn ervaring als die van mijn medestudenten. De huisarts vraagt bijvoorbeeld met welk blok je bezig bent. Toen dat bij mij een keer bleek overeen te komen met de aard van mijn klachten, zei hij doodleuk dat mijn zorgen voortkwamen uit mijn colleges. Ik was verbaasd en voelde me niet serieus genomen.’



Miriam van Oostwaard studeert in Utrecht en heeft haar co-schappen bijna afgerond. ‘Mijn zus had een trombosebeen’, vertelt ze. ‘Hoewel zij vanwege een enkelblessure was geïmmobiliseerd, vond ik dat toch vreemd, omdat ze nog zo jong is. In de familie had nog iemand een trombosebeen gehad en iemand anders een longembolie. Toen ben ik naar de huisarts gegaan om mijn bloed te laten controleren. Het bleek dat ik heterozygoot ben voor factor V-Leiden, een risicofactor voor trombose. Maar gezien mijn gesteldheid heeft het gelukkig nauwelijks consequenties. Uiteraard ben ik toen direct naar mijn zus gegaan, ervan overtuigd dat zij het ook had. Niet dus.’



Harde realiteit


Volgens Ton Schmidt, van de capaciteitsgroep Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht en expert op het gebied van hypochondrie, is de kandidatenziekte niets ernstigs. ‘Het is een volkomen normaal proces dat te maken heeft met het internaliseren van kennis. Er is pas sprake van een probleem wanneer een student zich langdurig zorgen maakt, geruststelling door de huisarts niet helpt en het functioneren wordt belemmerd.’



‘Cognitieve gedragstherapie is dan een goede behandelmethode. Je zoekt eerst uit hoe het denkpatroon van een hypochonder in elkaar zit. Vervolgens daag je hem uit om na te gaan of er alternatieve mogelijkheden zijn die minder aanleiding geven tot angst.’


Schmidt heeft één keer een geneeskundestudent gehad bij wie hypochondrie een serieus probleem was. Na zes behandelingen kon zij gewoon door met haar studie.



Studentenpsychologe Pien Wijn van de Universiteit van Amsterdam heeft vaker te maken gehad met de kandidatenziekte. ‘Meestal is cognitieve gedragstherapie niet nodig en is het voldoende om tijdens één of twee gesprekken alles op een rij te zetten en de positieve dingen uit het leven van de student te benoemen. Geneeskundestudenten moeten zich realiseren dat ze plotseling worden geconfronteerd met de beangstigend harde realiteit van ziekte en dood, en dat ze dat best moeilijk mogen vinden.’



Volgens Schmidt verdwijnen hypochondrische gedachten bij studenten vaak vanzelf: ‘Naarmate je meer geneeskundige kennis krijgt, kun je steeds beter inschatten of je angsten terecht zijn.’



Een ervaring van studente Miriam illustreert dit verloop: ‘Tijdens practicum hoorde een medestudent bij mij maar één harttoon. De practicumassistent luisterde vervolgens en bedacht er meteen een hartritmestoornis bij. Omdat ik wel eens hartkloppingen had - maar wie heeft dat niet, denk ik achteraf - ging ik naar de huisarts. Die constateerde een ‘wat zachte mitralis’. Nu ik mijn co-schappen bijna heb afgerond, maak ik me daar niet zo druk meer om. Ik heb geen klachten bij inspanning. Op de poli zie ik genoeg mensen die écht wat hebben.’ 



Sanne Hijlkema en Evert Pronk



Dit artikel delen

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.