Erfelijkheid hartziekte opgehelderd | medischcontact

Alles voor jou als geneeskundestudent

naar overzicht
Wetenschap

Erfelijkheid hartziekte opgehelderd

Plaats een reactie
getty images
getty images

Aritmogene rechterventrikelcardiomyopathie (ARVC), een aandoening die plotse hartdood kan veroorzaken, kent zijn oorsprong in geërfde mutaties die wereldwijd al eeuwenlang voorkomen. Dit bewezen Freyja van Lint e.a. in een studie die onlangs is gepubliceerd in Circulation: Genomic and Precision Medicine.

ARVC is een autosomaal dominant overervende aandoening die voorkomt bij één op duizend tot vijfduizend mensen. De ziekte kenmerkt zich door verbindweefseling en vervetting van myocardweefsel, waardoor hartritmestoornissen en plotse hartdood al rond het dertigste levensjaar kunnen optreden. 3 tot 30 procent van de sterfgevallen door plotse hartdood onder de 40 jaar wordt veroorzaakt door ARVC. Niet iedereen met genetische aanleg krijgt daadwerkelijk symptomen; er is sprake van een verminderde penetrantie.

Omdat er opvallend veel patiënten zonder aangedane familieleden zijn en sommige mutaties juist lijken voor te komen bij meerdere, niet-verwante families wilden Van Lint e.a. onderzoeken of er daadwerkelijk veel de novo-mutaties optreden bij ARVC of dat, zoals zij verwachtten, de mutaties afstammen van gemeenschappelijke voorouders.

Ze includeerden 501 ARVC-patiënten vanuit drie Amerikaanse en Europese ARVC-registraties, waaronder die van het Netherlands Heart Institute. Bij 322 patiënten ontdekten ze een (waarschijnlijk) pathogene mutatie in een van de genen die coderen voor cardiale desmosomen, meestal het PKP2-gen (88,4%). Driekwart van de mutaties vonden ze bij meer dan één patiënt, zogenaamde ‘niet-unieke’ mutaties, waarvan 54 procent bij patiënten uit meerdere landen. Bij 209 personen vond cascadescreening plaats, waarbij familieleden worden onderzocht op de bij de patiënt gevonden pathogene mutatie. Bijna alle mutaties bleken geërfd (98,6%), slechts drie mutaties waren de novo ontstaan. Bij 114 personen kon geen overerving worden bepaald, bijvoorbeeld omdat te weinig of alleen jongere familieleden beschikbaar waren voor genetisch onderzoek. Tot slot voerden de onderzoekers op 24 niet-unieke mutaties in het PKP2-gen haplotypeanalyses uit. Van Lint, arts-onderzoeker klinische genetica bij het UMC Utrecht en het Amsterdam UMC, legt uit hoe dit werkt. ‘Op een chromosoom bevindt zich een groep genen die gezamenlijk overerft, het haplotype. Met behulp van markers hebben we de haplotypes, met daarin de mutaties in het PKP2-gen, van verschillende mensen vergeleken. Voor alle mutaties gold dat niet-verwante families van verschillende continenten dezelfde haplotypes bezaten. Hierdoor kunnen we met veel zekerheid zeggen dat de mutatie afstamt van een gemeenschappelijke voorouder.’

Dat de mutatie al generaties lang wordt overgeërfd, benadrukt de verminderde penetrantie. Bovendien lijkt de ziekte de voortplanting niet te beïnvloeden. Van Lint: ‘Blijkbaar ontwikkelen patiënten pas klachten van dusdanige ernst, waardoor ze zouden kunnen besluiten geen kinderen te krijgen, na de reproductieve leeftijd.’ Dat niet iedereen klachten ontwikkelt, of pas laat, benadrukt het belang van genetische diagnostiek onder familieleden van ARVC-patiënten. Van Lint: ‘Vanuit klinische ervaring verwachtten we dat ARVC-mutaties bijna nooit de novo ontstaan, dat nu is bevestigd. Het is dus zinvol om familieleden te testen op de mutatie en voor controle naar de cardioloog te sturen, zodat verschijnselen van ARVC vroegtijdig kunnen worden opgespoord.’ Meestal laten patiënten uit bezorgdheid eerst hun kinderen testen, aldus Van Lint. ‘Ouders, broers en zussen kunnen zo door artsen uit het oog worden verloren. Ook al levert genetisch onderzoek bij oudere familieleden niet altijd direct gezondheidswinst op, er zijn generaties daarna, of neven en nichten, die er wel profijt van kunnen hebben.’ Of en wanneer de ziekte tot uiting komt bij mutatiedragers, wordt grotendeels bepaald door omgevingsfactoren. Van Lint: ‘Vaak is dit intensief sporten, maar ook mensen die heel rustig leven kunnen ARVC ontwikkelen.’ Overigens veranderen de resultaten niets aan screeningsadviezen voor sporters, aldus Van Lint. ‘ARVC openbaart zich vaker door intensief sporten, maar het is niet zo dat ARVC vaak bij topsporters gevonden wordt.’

DOI: 10.1161/CIRCGEN.119.002467

Lees ook

Wetenschap screening cardiologie genetica
  • Judith Polak

    Judith Polak studeert geneeskunde en is stagiaire bij Medisch Contact.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.