Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Nieuws
De Geneeskundestudent
24 juni 2021 4 minuten leestijd
covid-19

Epidemieën zijn van alle tijden, maar wat leren we ervan?

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Ruim een jaar heeft het coronavirus de wereld in haar greep. Voor studenten een unieke periode in hun leven. Toch zijn epidemieën én ook de ­quarantainemaatregelen van alle tijden. Kijken we nu wel zo anders naar een pandemie dan vroeger? En hoe heeft het ondanks alle waarschuwingen weer zover kunnen komen? We spraken Mart van Lieburg en Eddy Houwaart, beiden professor ­medische geschiedenis, en lieten een analyse los op de geschiedenis.

Onzekerheid, onmacht en onwil tegenover de maatregelen vormen een rode draad in de geschiedenis van epidemieën. In wisselende­ ­verhoudingen zijn er telkens drie hoofdrolspelers te onderscheiden: het publiek, de wetenschap en de overheid.

Zo werd ook gedurende de Spaanse griep fel gediscussieerd tussen overheid en wetenschap over de vraag of de genomen isolatiemaatregelen de juiste waren en of zij de vrijheid en de maatschappij niet te veel zouden schaden.

In de jaren zestig kwam met de ontluikende individuele vrijheid ook de emancipatie van het publiek. Er werd kritischer naar instituties, de overheid, maar ook de wetenschap gekeken. Zo ontstonden in Nederland en Europa eind jaren zestig massale protesten tegen de toevoeging van fluor in het drink­water om gebitten te beschermen. Burgers verzetten zich tegen deze massamedicatie en vonden dat zij zelf moesten kunnen kiezen in zulke kwesties. Dankzij internet is er nu een overvloed aan kennis beschikbaar en kan iedereen via social media deelnemen aan het maatschappelijk debat. De discussies die ooit achter gesloten deuren plaatsvonden, zijn toegankelijk voor het grote publiek. ­Aangeboden kennis wordt niet alleen ter ­discussie gesteld, maar ook gewantrouwd.

Eeuwen geleden overkwam het noodlot je: je gaf je over aan God of aan de dood

Grenzen aan maakbaarheid

Eeuwen geleden, met de pest bijvoorbeeld, overkwam het noodlot je: je gaf je over aan God of aan de dood. Middelen ter voorkoming of bestrijding stonden in religieuze traditie, van zelfkastijding tot baden in rozenwater. Tastend in de duisternis kon men niet anders dan het leven, ziekte en de dood te accepteren en deze zin te geven. Met de vernieuwing die de wetenschap ons in de 19de en 20ste eeuw bracht, was dat verleden tijd. Louis Pasteur en Robert Koch ontdekten in de laatste decennia van de 19de eeuw dat bacteriën ons ziek maakten, nadat Ignaz Semmelweis al in 1847 succesvol hygiënemaatregelen had toegepast. Zo moesten artsen hun handen wassen bij het vaginaal toucher voor en na de bevalling. Het virus werd in 1898 ontdekt door Martinus Beijerinck. En zo’n dertig jaar later vond Alexander Fleming in 1928 antibiotica uit. Zo werd de moderne geneeskunde geboren: ziekte werd tastbaar, meetbaar en beheersbaar. De ontwikkelingen en mogelijkheden binnen de wetenschap leidden tot een idee van maakbaarheid. De mens zou natuur en maatschappij kunnen controleren en de ­overhand hebben over leven, ­ziekte en dood.

Hoewel virologen al lang waarschuwen voor gevaarlijke epidemieën, kwam de coronacrisis als donderslag bij heldere hemel. Toen Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, de wereld begin 2020 waarschuwde voor deze onbekende ziekte uit Wuhan, reageerden we traag. We proeven in die ontspannen houding de illusie van een maakbare samenleving. Toen bleek dat ook in Nederland het virus zich snel verspreidde, probeerden politiek en wetenschap snel hun grip op het virus te herpakken. Grenzen ­werden gesloten en het openbare leven werd stilgezet. De controle glipte tussen onze ­v­­ingers vandaan. Dat er grenzen zijn aan onze maakbaarheid, laat de huidige crisis ons duidelijk zien.

Mondialisering

De relatie tussen mens en natuur is verstoord. Menselijke gezondheid blijkt nu binnen een groter verhaal te passen, dat van de planetaire gezondheid. De wijze waarop de mens zich tot dieren verhoudt leidt tot broedplaatsen voor zoönosen: in de tropen bij het kappen van bossen en verstoren van ecosystemen, maar ook bij onze intensieve veeteelt in West-Europa.

We zijn de afgelopen eeuw door verschillende zoönotische virussen geteisterd, waarvan de Spaanse griep met vijftig tot honderd miljoen overlijdens de dodelijkste was tot nu toe. ­Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overgedragen worden. De SARS- en MERS-epidemieën werden net als de ­huidige pandemie veroorzaakt door een coronavirus uit een reservoir van vleermuizen. In Nederland kregen we in 2007 te maken met de Q-koortsepidemie, die ontstond in geiten- en schapenbedrijven in Noord-Brabant. Wetenschappers voorspelden dat de volgende epidemie van een RNA-virus zou zijn met – inderdaad – gelijkaardige eigenschappen als het SARS-CoV-2-virus. Tot driekwart van de nieuwe infectieziekten is te herleiden tot dit soort overdrachten van dier op mens. De Spaanse griep van 1918 liet al zien dat besmettelijke virussen gedijen in een globaliserende wereld. In combinatie met deze mondialisering vormen zoönosen een risico voor een ­toekomstige pandemie. Als de mens niets ­verandert aan zijn omgang met de natuur, dan zullen na deze crisis pan- en epidemieën, zoals die in de afgelopen eeuw, zich blijven voordoen.

Als de mens niets verandert aan zijn omgang met de natuur, zullen pandemieën zich blijven voordoen

Artsen belangrijke rol

Aan het begin van de huidige pandemie ­klonken er geluiden van hoop. We zouden na de lockdown een frisse start maken en met zijn allen duurzamer gaan leven. Vroeger brachten epidemieën ook grote veranderingen teweeg. Sinds 1830 werd een verstedelijkend Europa geteisterd door verschillende cholera-epidemieën. De schok onder artsen en de samenleving was groot. Artsen engageerden zich en drukten sanitaire hervormingen door, bijvoorbeeld de aanleg van aparte ­waterleidingen en riolering. Deze medici, ‘hygiënisten’ genoemd, maakten zich hard voor een collectieve aanpak in de publieke gezondheid. Enkelen begonnen trouwens zelf een vuilnisophaaldienst.

In Nederland vervullen artsen tot nu toe een belangrijke rol in de aanpak van de corona­crisis zelf, bijvoorbeeld in het Outbreak Mana­gement Team van het RIVM. Maar er is ook debat onderling; zo werd recentelijk het Artsen Covid Collectief opgericht, dat zich kritisch uitlaat over de gekozen aanpak. De crisis liet zien dat ook burgers bereid zijn te handelen voor elkaars welzijn. Corona was wellicht het symptoom van een veel groter probleem. De menselijke omgang met de natuur heeft blijvende en ingrijpende gevolgen voor onze gezondheid. Of artsen zich na de crisis zullen inzetten voor planetaire gezondheid, zal het postcoronatijdperk laten zien. 

beruchte zoönotische epidemieën* periode dierlijke bron/reservoir verwekker
de zwarte dood (de bekendste van de pestepidemieën) 1347-1351 ratten, vliegen Yersinia pestis
Spaanse griep 1918-1920 vogels H1N1, influenza-A-virus
Aziatische griep 1957-1958 vogels, varkens H2N2, influenza-A-virus
hongkonggriep 1968-1969 vogels H3N2, influenza-A-virus
hiv 1981-heden chimpansees, zwarte mangabeys humaan immuno­deficiëntievirus
SARS 2002-2003 vleermuizen, civetkatten coronavirus
Mexicaanse griep 2009 varkens H1N1
Q-koorts 2007-2011 schapen, geiten Coxiella burneti
MERS 2012-heden vleermuizen, drome­darissen coronavirus
ebola 2014-2016 vleermuizen en wilde dieren ebolavirus
zika 2016 muggen, apen zikavirus
covid-19 2020-heden vleermuizen, schub­dieren coronavirus

*Dit is slechts een korte selectie. Er zijn nog veel meer zoönosen in de geschiedenis die hier niet genoemd worden.

Auteurs

Marie Vermeiren

Juliette Mattijsen

covid-19
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.