Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
opleiding

Een gelukkige arts bestaat niet

7 reacties
Kees van de Veen
Kees van de Veen

Productiefabrieken. Eenheidsworst. Dat is wat de studie geneeskunde, en daarna het artsenbestaan van dokters maakt, zegt filosoof Menno de Bree. Hij raadt geneeskundestudenten aan zich nog eens goed te bezinnen op hun keuze, want arts zijn én gelukkig worden, gaat volgens hem niet samen.

Doe het niet!’ Dat is de titel van De Brees bijdrage in de eind vorig jaar verschenen bundel Wat is er met de dokter gebeurd?, waarin dertig auteurs hun visie geven op de veranderingen die het artsen­beroep in de loop der tijd heeft ondergaan. De inbreng van De Bree, naast filosoof ook docent medische ethiek, is een hartenkreet richting studenten geneeskunde die op het punt staan om als coassistent min of meer definitief het artsenpad in te slaan. ‘Dat moment is zo’n hemelpoort’, zegt De Bree. ‘De eerste drie jaar zijn voorbereidingen op het echte werk. Dan volgt de initiatierite: je mag een witte jas aan, een stethoscoop om, je mag aan patiënten zitten. Nu gaat het echt beginnen, hier heb je het voor gedaan.’ Maar zo rooskleurig is het allemaal niet, waarschuwt hij.

Krankzinnige omgevingen

‘Ik wil graag iets voor de mensen doen’, is volgens De Bree vaak ‘de bron waaruit iemand voor het beroep van arts kiest’. Maar van dat glorieuze ik-ga-mensen-helpen-gevoel blijft in de praktijk geen spaan heel, meent hij. Ziekenhuizen zijn volgens de filosoof ‘krankzinnige omgevingen’. ‘Jongere medewerkers worden er als productiefaciliteit gezien die je zoveel mogelijk uren kunt laten draaien. Het zijn total institutions, net als gevangenissen of tbs-klinieken.’ Van de buiten­wereld afgesloten bastions, ‘waar je ook nog rare dingen doet: je zit met je handen in mensenlichamen’. ‘Dat maakt het tamelijk eenzaam werk. Vroeger werd je daarvoor beloond. Je kreeg een aai over je bol in de vorm van status, extra geld. Dat is tegenwoordig allemaal minder. Een gang naar de tuchtrechter, dát kun je krijgen.’

Daarbij is het leven voor de arts in opleiding ‘vrij complex’, vindt de filosoof. ‘Rond je 30ste moet je tegelijk een praktijk en een familie opbouwen. En je bevindt je in de bizarre situatie dat je heel lang, soms tot je 35ste, afhankelijk bent van het oordeel van iemand die hiërarchisch hoger op de ladder staat: je opleider.’

Sektarisch artsenwereldje

Wie kiest voor geneeskunde zet volgens De Bree ‘al zijn kaarten op een heel specifiek type leven’. ‘Tamelijk sektarisch’, noemt hij het artsenwereldje. ‘Het is iets wat je in elk beroep terugziet waar mensen werk met maatschappelijke betekenis uitvoeren, dat zo specialistisch is dat je niet inwisselbaar bent, en waar je een hoge mate van autonomie hebt. In zulke beroepen heb je initiatierites en socialiserings­processen.’

Het gaat wat betreft de kans op levens- en werkgeluk volgens De Bree al mis tijdens de studie. De opleiding is hem te plat: studenten leren er enkel te vertrouwen op wat wetenschappelijk is aangetoond (‘het ware’), en leren in zijn optiek te weinig nadenken over ethische en esthetische vraagstukken (‘het goede en het schone’). ‘De top van onze 18-jarigen bieden we een soort cursus aan. Algemene ontwikkeling en zelfstandig denken zit er niet bij.’ De hele discussie over medisch leiderschap noemt De Bree ‘een giller’. ‘Leiderschap begint met zelf mondig zijn. Maar dat leren studenten niet gaandeweg.’

Verschaaldierisering

De smalle focus tijdens de opleiding leidt volgens De Bree tot artsen die leren mee te draaien in een systeem waar het ‘instrumentalisering’ is wat de klok slaat: waar alleen oog is voor oplossingen richting een bepaald doel. Dat doel moet nut hebben, en meetbaar zijn, waardoor er weinig ruimte is om na te denken over de zin van een oplossing. De Bree: ‘Nuttigheidsdenken is een soort kapitalisme. Alles en iedereen moet zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Een goede arts is iemand die zo goed mogelijk in dat systeem past.’

Tijdens de opleiding krijgen studenten de boodschap ingeprent dat je arts-zijn voor een groot deel je identiteit bepaalt, meent de docent medische ethiek. Hij trekt de vergelijking met het studentencorps. ‘Je identiteit aan een groep ontlenen is een manier om je uitverkoren te voelen.’ Binnen de artsenwereld leidt dit volgens hem tot groepsvorming en een socialisatieproces dat weinig ruimte laat voor individualiteit: hij noemt het ‘verschaaldierisering’ die optreedt.

Uitgemolken

Dit alles speelt zich af in een harde werkomgeving waar de werkdruk hoog is, betoogt De Bree. ‘Artsen zijn heel intrinsiek gedreven mensen. Zonder die innerlijke drive ga je de zorg niet in. Het gevaarlijke aan dat altruïsme is dat het wordt uitgemolken, dat het zorgsysteem drijvende wordt gehouden op bovenmenselijke inspanning. Nog versterkt door de stoere-cowboy-ethiek die heerst in de zorg: je moet overal tegen kunnen. Dat maakt het mogelijk dat er zo’n claim kan worden gelegd op de tijd en energie van mensen.’

De Bree wijst op de hoeveelheid artsen die burn-out raken, of verworden tot ‘verzuurde vijftigers’. ‘Als je niet mee kunt in die werkdruk, ligt het aan jou, niet aan het systeem, is de teneur. Dus je wordt opgevoed met het idee: ik moet alles kunnen. Terwijl een burn-out vaak een teken van afweer is tegen een systeem dat tekortschiet. Er zitten systeemfouten in de zorgorganisatie, die niet worden benoemd en ten onrechte op het bordje van individuele artsen worden gelegd.’

Baantje van vier dagen

De visie van De Bree – de eerste om zijn eigen filosofenwijsheid te relativeren – is gestoeld op ‘niet meer dan anekdotisch bewijs’. Hij denkt aan het congres met dokters, van wie de helft aangaf zijn eigen zoon of dochter de studie geneeskunde af te raden. ‘Er is veel leed. Telkens als ik dit pessimistische verhaal houd, is de respons verrassend instemmend. Ik vermoed dat veel dokters niet zelf de taal hebben om hierover na te denken. Ze kunnen niet aan zelfdiagnostiek doen.’

Wat het artsenvak nodig heeft om dokters weer gelukkig te maken, is volgens De Bree aan de ene kant dat de maatschappij hen wat meer met rust laat. En daarnaast dat het ‘een gewoon baantje van vier dagen in de week wordt’. ‘Het is tijd voor een verdere radicalisering van de normalisering.’ 

download dit artikel (pdf)

print dit artikel
opleiding
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Agnes van Niel , Arts bij de ggd, jeugdgezondheidszorg, voorheen huisarts , Utrecht 03-05-2019 10:44

    "Wat een negatief tendentieus artikel. Het “ verschaaldierisering” en vergelijken met het studentencorps, en de frase dat ” tijdens de opleiding je wordt ingeprent dat het arts zijn voor een groot deel je identiteit bepaalt” doet afbreuk aan de medische opleiding zoals deze tegenwoordig is en aan alle daaruit voortgekomen intrinsiek gedreven artsen die echt hart hebben voor het vak en hun patiënten/ cliënten. Ik kom weinig echt ongelukkige artsen tegen, wel artsen die teleurgesteld zijn in hoe hun ideaal om met mensen te werken, verworden is tot een voornamelijk administratief /protocollair geleide activiteit. Gelukkig is er binnen de gezondheidszorg nog voldoende mogelijkheid voor nog meer persoonlijke ontwikkeling.
    Ieder volgt zijn eigen gekozen pad in of buiten het ziekenhuis als arts of wijkt daar vanaf als het niet meer bevalt. Ja, er zou wel wat moeten veranderen. Het systeem ( financiering gezondheidszorg, met de beknibbeling op de zorg , daardoor o.a.tekort aan professionele krachten ( niet alleen artsen) , doorgeschoten privacy wetgeving, teveel vingers in de pap van gemeentes etc) wordt door velen als boosdoener gezien van de toegenomen ( veelal) administratieve werkdruk, die ten koste gaat van patientencontacten. Daar worden vele artsen , maar ook andere zorgverleners, minder vrolijk van.
    "

  • Agnes van Niel , Arts bij de ggd, jeugdgezondheidszorg, voorheen huisarts , Utrecht 03-05-2019 10:44

    "Wat een negatief tendentieus artikel. Het “ verschaaldierisering” en vergelijken met het studentencorps, en de frase dat ” tijdens de opleiding je wordt ingeprent dat het arts zijn voor een groot deel je identiteit bepaalt” doet afbreuk aan de medische opleiding zoals deze tegenwoordig is en aan alle daaruit voortgekomen intrinsiek gedreven artsen die echt hart hebben voor het vak en hun patiënten/ cliënten. Ik kom weinig echt ongelukkige artsen tegen, wel artsen die teleurgesteld zijn in hoe hun ideaal om met mensen te werken, verworden is tot een voornamelijk administratief /protocollair geleide activiteit. Gelukkig is er binnen de gezondheidszorg nog voldoende mogelijkheid voor nog meer persoonlijke ontwikkeling.
    Ieder volgt zijn eigen gekozen pad in of buiten het ziekenhuis als arts of wijkt daar vanaf als het niet meer bevalt. Ja, er zou wel wat moeten veranderen. Het systeem ( financiering gezondheidszorg, met de beknibbeling op de zorg , daardoor o.a.tekort aan professionele krachten ( niet alleen artsen) , doorgeschoten privacy wetgeving, teveel vingers in de pap van gemeentes etc) wordt door velen als boosdoener gezien van de toegenomen ( veelal) administratieve werkdruk, die ten koste gaat van patientencontacten. Daar worden vele artsen , maar ook andere zorgverleners, minder vrolijk van.
    "

  • Angela Witkamp , Huisarts, Rotterdam 16-02-2019 08:41

    "Misschien is het beter om het werken als arts niet meer gelijk te stellen aan het werken in een ziekenhuis. Gedurende de gehele opleiding ligt de focus op "het ziekenhuis". Buiten het ziekenhuis is de sfeer compleet anders. In de huisartsenpraktijk is er heel veel ruimte voor individuele ontwikkeling, bedrijven we met regelmaat meer geneeskunst dan geneeskunde, zijn ethische vragen aan de orde van de dag en zijn er genoeg mogelijkheden om part-time te werken. "

  • Hans Roder, Psychiater, Utrecht 15-02-2019 21:39

    "Tja, dat is even schrikken voor sommige artsen. En dan is ontkennen en boe-roepen een herkenbare reactie. Louis Profeta kreeg het ook voor zijn kiezen toen hij voorstelde dat het gezond is voor de zorg als artsen eens wat minder identiteit koppelen aan hun vak. (Ik schreef er al eerder over in MC: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/abs-artsen/abs-artsen/nieuws/nieuws-tonen-op/het-is-maar-werk-.htm). Artsen hebben waarschijnlijk niet voor niets een veel hogere kans op suïcide, burn-out en relatieproblemen in vergelijking met andere beroepen. En natuurlijk bestaan er best nog artsen die zich gelukkig prijzen in het leven..."

  • Hans Roder, Psychiater, Utrecht 15-02-2019 21:38

    "Tja, dat is even schrikken voor sommige artsen. En dan is ontkennen en boe-roepen een herkenbare reactie. Louis Profeta kreeg het ook voor zijn kiezen toen hij voorstelde dat het gezond is voor de zorg als artsen eens wat minder identiteit koppelen aan hun vak. (Ik schreef er al eerder over in MC: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/abs-artsen/abs-artsen/nieuws/nieuws-tonen-op/het-is-maar-werk-.htm). Artsen hebben waarschijnlijk niet voor niets een veel hogere kans op suïcide, burn-out en relatieproblemen in vergelijking met andere beroepen. En natuurlijk bestaan er best nog artsen die zich gelukkig prijzen in het leven..."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.