Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
gynaecologie

‘Door open te zijn over mijn eigen menstruatie, maak ik het bespreekbaar’

Winnaar van de KNMG Studentenprijs 2021

Plaats een reactie
 Mark van der Zouw
Mark van der Zouw

Geneeskundestudent Yara Dixon (24 jaar, Erasmus MC) probeert op verschillende manieren het taboe op hevig menstrueel bloedverlies en menstruatiearmoede aan te pakken. Daarvoor stelt ze zichzelf geregeld kwetsbaar op.

Eigenlijk is het min of meer toeval dat ik zo bevlogen ben geraakt over dit specifieke onderwerp. Maar inmiddels is menstruatie my middle name, haha’, vertelt Yara Dixon, die in november met haar opvallende onderzoek naar hevig menstrueel bloedverlies en het vragen van aandacht voor menstruatiearmoede de KNMG Geneeskundestudent van het jaar-prijs won en de nodige media-aandacht kreeg.

Onderzoek

‘Ik had er helemaal niet zoveel mee – behalve dat ik mijn menstruatie zelf elke maand weer verschrikkelijk vind. Ik heb dan veel pijn en voel me rot. Ik wilde mijn masteronderzoek graag doen op de kinderafdeling – omdat ik het liefst kinderarts wil worden. Daarom had ik contact met Heleen van Ommen, kinderarts-hematoloog in het Sophia Kinderziekenhuis. Zij runt het spreekuur Hevig Menstrueel Bloedverlies voor vrouwen tot 25 jaar. Ze stelde voor dat ik onderzoek zou doen naar hoe jonge vrouwen hevig menstrueel bloedverlies ervaren. Eerlijk gezegd dacht ik vooraf: hoe erg kan het nou zijn? Ondanks mijn eigen klachten tijdens mijn menstruatie doe ik zelf gewoon alles.’

Maar dat was vóórdat Dixon begon aan haar onderzoek. Voor haar masterthesis sprak ze met ongeveer honderd jongere vrouwen over hun klachten rond hevig menstrueel bloedverlies en probeerde ze een objectieve maatstaf te formuleren – want wat is ‘te hevig’ bloedverlies nou precies? Ze maakte vervolgens een symptomenchecker, die ze op sociale media verspreidde. Dixon: ‘Ik ontdekte hoe weinig meiden praten over hun menstruatie, zelfs niet bij hevig bloedverlies. Terwijl de fysieke, mentale en sociale gevolgen groot kunnen zijn. Sommige meiden kunnen of durven zelfs niet meer naar school.’

Ze verspreidde een symptomenchecker via sociale media

Taboe en onwetendheid

Het verraste Dixon dat over het algemeen níemand praat over hoe de menstruatie wordt ervaren. Ze had verwacht dat dit taboe vooral sterk aanwezig zou zijn bij meisjes met een migratieachtergrond. Dixon: ‘In veel culturen wordt sowieso niet gesproken over alles wat te maken heeft met dit soort intieme, lichamelijke zaken. In sommige Afrikaanse landen mag je niet naar school of koken als je menstrueert. Dat menstruatie als vies wordt beschouwd, vind ik jammer. Moslima’s mogen het heilige boek niet aanraken, niet vasten of bidden. Als dochter van islamitische ouders ben ik gewend aan dat soort regels. Gelukkig zijn mijn ouders allebei opgeleid als arts – mijn vader is kno-arts in het Erasmus MC – en daardoor zien ze menstruatie als een natuurlijk lichamelijk proces. Maar het was geen onderwerp waarover ik met ze sprak, hooguit met mijn moeder een beetje. En met vriendinnen ook nauwelijks. Ik had écht verwacht dat meiden uit gezinnen met een Nederlandse achtergrond er veel opener over zouden zijn. Maar dat blijkt dus niet het geval.’

Het is heel jammer dat op deze manier het taboe en de onwetendheid in stand worden gehouden, vindt Dixon. ‘Want als niemand praat over haar menstruatie, hoe moet je als tiener dan weten of jouw menstruatie normaal is? Hoe moet je weten of het wel of niet normaal is dat je in plaats van een dag of vijf, twee of drie weken bloedt? Of de pijn die jij ervaart normaal is? Het gevolg van dat taboe is dat meiden met klachten vaak pas heel laat of helemaal geen hulp zoeken bij hun huisarts. De schaamte is vaak te groot. En helaas stuurt die ze vervolgens naar huis met de pil en de standaardboodschap dat het er nou eenmaal bij hoort. Het duurt vaak jaren voordat patiënten worden doorverwezen naar een specialist. Ik heb niet één keer gehoord dat ze gelijk optimaal werden geholpen.’

 Mark van der Zouw
Mark van der Zouw

Open zijn

Om jonge vrouwen te helpen bij de vraag of hun menstruatieklachten normaal zijn of niet, ontwikkelde Dixon een symptomenchecker die ze uitgebreid deelde op sociale media. Sindsdien vraagt iedereen naar haar eigen menstruatie-ervaringen. ‘Ook tijdens interviews op de radio of voor landelijke dagbladen. Een paar jaar geleden zou ik in shock zijn geweest en gedacht hebben: hoe dúrf je dat te vragen? Een schande! Maar juist door open te zijn over mijn eigen ervaringen, maak ik het bespreekbaar. Ik vind dat het taboe doorbroken moet worden, dus dan moet ik mezelf ook kwetsbaar opstellen. Je kunt niet van je patiënten verwachten dat ze er open over praten, als je er zelf nooit over hebt durven praten. Ik heb gemerkt dat er nog een wereld te winnen is. Ook in de geneeskundebachelor wordt bijna geen aandacht besteed aan de menstruatie, alleen maar in het kader van onvruchtbaarheid.’

Bijna één op de tien vrouwen heeft volgens haar geen geld voor menstruatieproducten

Geen geld voor tampons

Een ander probleem dat Dixon wil aanpakken is menstruatiearmoede. Bijna één op de tien vrouwen in Nederland heeft volgens haar geen geld voor menstruatieproducten, zoals maandverband of tampons. Ook dat kan sociale gevolgen hebben; meisjes gaan bijvoorbeeld de deur niet uit als ze ongesteld zijn. Dixon: ‘De eerste tien jaar van mijn leven leefden we echt in armoede in een achterstandswijk in Amersfoort – tot mijn vader zijn BIG-registratie kreeg en weer als arts kon werken. Ik ging veel om met andere vluchtelingen en iederéén was arm, daardoor merkte je weinig verschil. Maar door die achtergrond kan ik heel goed begrijpen dat het geld er niet altijd is. Voor meisjes en vrouwen die hevig menstrueren is het een nog groter probleem. In plaats van één pak maandverband per periode, hebben ze soms één pak maandverband per dag nodig. En dat wel twee of drie weken lang. Dat zou mij ook te duur worden.’

‘Menstrueerders’

Om aandacht te vragen voor dit probleem ontwikkelde Dixon samen met Van Ommen een project over menstruatiearmoede voor derdejaarsstudenten geneeskunde. Dixon: ‘In Rotterdam gaan zij enquêtes afnemen om erachter te komen hoe groot het probleem precies is. Daarnaast heb ik samen met studentenorganisatie IFMSA-Rotterdam op de geneeskundefaculteit een kastje gerealiseerd waaruit studenten gratis verbandmiddelen kunnen pakken. Het was nog wel even zoeken naar een geschikte locatie voor dat kastje. Toen ik de symptomenchecker had ontwikkeld, kreeg ik wat kritiek dat deze te veel is gericht op vrouwen. Dat ik beter over ‘menstrueerders’ of ‘jongeren’ had kunnen spreken, dan over ‘jonge vrouwen’, omdat niet iedereen zich hierin zou kunnen herkennen. Helaas hebben we op de geneeskundefaculteit nog geen genderneutrale toiletten, dus het damestoilet was toch de meest logische plek voor het kastje. Eigenlijk was ik nooit zo bezig met feministische of genderissues. Maar het is goed om er soms toch bij stil te staan.’ 

De symptoomchecker
De symptoomchecker

Tijdens het spreekuur voor Hevig Menstrueel Bloedverlies kijkt een multidisciplinair team naar de klachten van jonge vrouwen.

De (kinder)hematoloog onderzoekt of een bloedingsziekte de onderliggende oorzaak van het hevige bloedverlies zou kunnen zijn, bijvoorbeeld een stollingsziekte zoals de ziekte van Von Willebrand. Bij circa 60 procent van de patiënten in het Erasmus MC blijkt dit het geval, vertelt Dixon.

De gynaecoloog bespreekt de behandelopties. Net zoals bij de huisarts betekent dit meestal het slikken, zonder stopweken, van hormonale anticonceptie. Als een patiënt niet voor hormonale anticonceptie kiest of stopweken aanhoudt, dan kan tijdens de menstruatie tranexaminezuur worden gebruikt, dat overvloedig bloedverlies vermindert. Dit wordt vaak gecombineerd met ijzertabletten.

De verpleegkundig specialist begeleidt de patiënten op het sociaal-emotionele vlak. Daarvoor worden er vragenlijsten afgenomen, die de patiënten voorafgaand aan het spreekuur thuis moeten invullen. In de praktijk deed helaas bijna niemand dat, vertelt Dixon. Voor haar onderzoek vulde zij tijdens het spreekuur de vragenlijsten in samen met de patiënten. Dixon: ‘Vaak blijkt bij de controle­afspraak na een halfjaar hoeveel ze erop vooruit zijn gegaan. Ze gaan bijvoorbeeld opeens wél op de fiets naar school.’

gynaecologie armoede onderzoek
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.