Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Lieke de Kwant
14 augustus 2015 6 minuten leestijd

Denker des Vaderlands Marli Huijer: ‘Arts-zijn gaat verder dan prutsen aan een lichaam’

Plaats een reactie

Gesprek met de nieuwe Denker des Vaderlands over haar oude vak


Filosoof en arts Marli Huijer stelt graag vragen bij het alledaagse. Waarom lopen mensen met hun ziektes te koop? Is het toevallig dat veel medisch specialisten slank zijn?

In de wereld van Marli Huijer is filosofie hier en nu en overal. Als ze grote denkers als Nietzsche en Foucault citeert, is dat om beter te begrijpen waarom we ons in het heden zo gedragen en organiseren als we doen. Het maakt praten met haar tot een ontdekkingsreis langs het vanzelfsprekende.

De Denker des Vaderlands – tevens arts, oud-huisarts en oud-methadonarts – kijkt met extra veel belangstelling naar de geneeskunde. Zo windt ze zich op over een bericht dat op de dag van het interview in haar ochtendblad staat. ‘Een derde van de medisch specialisten wil patiënten met een ongezonde leefstijl kunnen weigeren voor een behandeling. Wat voor geneeskunde is dat?! Waanzinnig!’

Waarom?
‘Het idee is blijkbaar dat deze mens met een dikke buik, die hier in Trouw op de foto staat, er vrijwillig voor kiest om een ongezonde leefstijl te hebben en dat de specialist met de slanke buik er vrijwillig voor kiest om gezond te zijn. Veel specialisten beseffen kennelijk niet dat zij, in tegenstelling tot veel van hun patiënten, in een niet-obesogene omgeving leven. Zij denken: het ligt aan ons goede karakter dat wij slank zijn. Die dikke patiënten zouden ook dat goede karakter moeten hebben. Maar het gaat om de leefomgeving. Is er goed voedsel in jouw buurt te krijgen en kun je dat betalen? Of is er alleen een goedkope supermarkt om de hoek waar iedereen die je kent voor weinig geld vet makende producten koopt?’

De specialist kan ook naar de prijsvechter en ruikt ook de saucijzenbroodjes zodra hij het ziekenhuis binnenkomt.
‘Een arts gaat echt niet tussen de patiënten in de ziekenhuishal een Mars staan trekken. Hij kijkt wel uit! Slanke arts en dikke patiënt zijn beiden onderdeel van een beschavingsproces dat al eeuwenlang gaande is en waarbij de bovenlaag steeds gedragsvormen bedenkt om zich te onderscheiden van de onderlaag. Dit heeft met klassenverschillen te maken. Er zit ook een enorm klassenonderscheid in de beoordeling van de rationaliteit achter ongezond gedrag. Sturen we hoogleraren weg die zich bijna dood werken en met spoed een bypass nodig hebben? Nee, die worden liefst met voorrang geholpen.

Als je werkelijk iets wilt doen aan ongezond gedrag, dan moet je als arts je pijlen richten op de dik makende leefomgeving.’

Is dat de taak van artsen?
‘Ja. Je kunt het ziekenhuis niet los zien van de samenleving. Een simpel voorbeeld: honderd jaar geleden kwam er waarschijnlijk geen enkele moslim in het VU-ziekenhuis, nu is een aanzienlijk deel van de patiënten moslim. Dan betekent dat het besluit in de jaren zestig om ons ongeschoolde werk door gastarbeiders te laten doen, enorme impact heeft gehad op de patiëntenpopulatie van nu. Je kunt daarom als arts niet alleen maar iemand zijn die aan dat lichaam prutst.’

Goed, maar reikt de invloed van een arts ook zo ver dat hij iets aan de maatschappij kan veranderen?
Fel: ‘Schrijf een stuk in de krant en je wordt uitgenodigd voor elk radio- of tv-programma. Je hebt enorme invloed! Wanda de Kanter en Pauline Dekker mogen van mij de Nobelprijs krijgen. Fantastisch dat je als longarts zegt: “Let op, onze omgeving wordt mede bepaald door de tabaksindustrie.” Artsen behoren tot de intellectuele elite van Nederland. Zij kunnen hun intellect breed inzetten.’

Breekbaar
Huijers mobiel gaat af. ‘Hallo Hannah.’ Gemurmel aan de andere kant. ‘Wil je mij om 1 uur bellen?’ Opnieuw gemurmel. ‘Dat weet ik om 1 uur’, antwoordt de filosofe met een klein lachje. De studente aan de andere kant, die het blijkbaar toch waagde om haar vraag alvast te stellen, hangt onverrichter zake op.

Het is gemakkelijk voor te stellen dat studenten aan De Haagse Hogeschool hun lector filosofie aanvankelijk onderschatten. Met haar kleine gestalte en trillende handen ziet ze er wat breekbaar uit. Gevraagd naar haar eventuele lichamelijke klachten antwoordt ze echter bepaald onbreekbaar dat ze dat een ‘volkomen oninteressant’ onderwerp vindt. ‘Een vriend van mij, die kunstenaar is, heeft een ongeneeslijke ziekte. Hij heeft het er nooit over in het publieke domein, omdat hij vreest dat alles wat hij in zijn leven heeft gedaan dan in dat licht komt te staan. Ik begrijp dat heel goed. Ik wil met de buitenwereld over mijn wijsbegeerte praten en wil beslist niet dat lichamelijke gebreken mij mede definiëren.

Mijn promotieonderzoek, onder mensen die de diagnose aids hadden, ging over de invloed van die diagnose op hun identiteit. Het was voor hen heel lastig om aan de patiëntidentiteit te ontsnappen. De drang om patiënt te zijn zodra je een ziekte hebt, is ongelooflijk sterk.’

Uw terughoudendheid staat haaks op de maatschappelijke trend om met ziektes en stoornissen naar buiten te treden.
‘Ik weet het en ik betwijfel zeer of dat een goede ontwikkeling is. Natuurlijk is het belangrijk dat ziektes open bespreekbaar zijn en dat je op websites ervaringen met elkaar kunt uitwisselen. Maar die publiekelijke schreeuw om aandacht die je steeds vaker ziet, roept bij mij vragen op. Wat maakt dat mensen zo hun ziektes willen etaleren? Worden ze onvoldoende gekoesterd door hun directe omgeving?’

Ziektes en stoornissen worden ook bepalender in de sociale omgang.
Knikkend: ‘Studenten hier op De Haagse Hogeschool die onze filosofiecolleges volgen, moeten hardop voorlezen bij close readings. Als iemand zegt dat hij dat niet kan vanwege dyslexie of zo, zeg ik: “Sorry, daar doen we hier niet aan.
Gewoon voorlezen.” Meestal gaat dat prima en ben ik de eerste die gaat klappen.

De basis van onze menselijkheid is dat we allemaal verschillend zijn. We moeten geen uitzonderingsregels maken of zeggen: “Kijk mij eens buitengewoon zijn, want ik heb een ziekte of afwijking.” Verscheidenheid zou in onze samenleving gewoon moeten zijn, iets wat we vieren.’

Activist

Als jonge arts in de jaren tachtig werkte Huijer enkele jaren bij de Junkiebond in Amsterdam. Ze was een gedreven verdediger van de burgerrechten van harddrugsverslaafden. En de activist in haar is nog springlevend, blijkt zodra de toegenomen controle en registratie in de gezondheidszorg ter sprake komen. ‘Het is georganiseerd wantrouwen waartegen artsen massaal in protest moeten komen, zoals ook studenten en wetenschappers in protest komen tegen de bureaucratisering van het onderwijs. De controledrift bedreigt de basis van de arts-patiëntrelatie, te weten vertrouwen. Artsen kunnen juist dankzij dat vertrouwen een groot verschil maken, maar dat wordt volkomen versjteerd
als je je als arts in de eerste plaats moet verantwoorden tegen­over de instanties en de computer in plaats van tegenover de patiënt.’

Wat stelt u zich voor bij dat massale protest?
‘Ga met een groepje bij elkaar zitten en zet op een rij wat het belang is van menselijke interactie in de geneeskunde, hoe controle en registratie die interactie belemmeren en wat dat kost aan bijvoorbeeld overdiagnostiek en juridisering. Opper vervolgens ook hoe het wel kan – verantwoording afleggen én de goede arts-patiëntrelatie behouden. Als artsen een manifest met deze inhoud schrijven dat groot in de kranten komt, krijg je geheid een maatschappelijk debat daarover.’

Huisartsen doen al iets dergelijks met de actiegroep Het roer moet om.

‘Terecht. Artsen zijn onderdeel van de democratische samen­leving. In plaats van te dansen naar de pijpen van de verzekeraars – óf de patiënt trouwens – moeten ze een eigen stem
laten horen.’

Op schoot bij Matthijs

Arts en filosoof Marli Huijer (1955) is lector aan De Haagse Hogeschool en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Afgelopen voorjaar werd ze benoemd tot derde Denker des Vaderlands, na Hans Achterhuis en René Gude. Bij haar eerste optreden in De Wereld Draait Door, op 13 maart, legde ze uit dat ze een ‘tussendenker’ wil zijn, iemand die nadenkt over wat er tussen mensen is. Ter illustratie beschreef ze de invloed van de grote DWDD-tafel op de interactie die zij op dat moment had met presentator Matthijs van Nieuwkerk. Hoe anders zou die interactie eruitzien als ze bij Matthijs op schoot ging zitten… Bekijk wat er vervolgens gebeurde op dewerelddraaitdoor.vara.nl.

Lieke de Kwant
@LiekedeKwant

© Hollandse Hoogte
© DWDD
© DWDD
<b>PDF van dit artikel</b>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties