Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
KNMG Studentenplatform Rogier Butter Rosalie Beekman
04 november 2014 4 minuten leestijd

De student onder de witte jas

1 reactie

Hoeveel eigen identiteit mag je uitdragen?

Hoeveel van jezelf mag je laten doorschemeren in je uiterlijk wanneer je op de werkvloer staat? En in hoeverre beïnvloedt dat je imago? Rosalie Beekman en Rogier Butter

‘Als arts moet je een grijze muis zijn.’ Dat stelde Wout van der Meij, chirurg in opleiding, in het NRC Handelsblad van 25 augustus jl. In hetzelfde artikel stond dat een arts geen ‘prima donna’ mag zijn.1 Een arts mag dus niet te veel opvallen, terwijl elke arts zijn persoonlijke identiteit heeft, met een vaak daarbij passend uiterlijk. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de geneeskundestudent. Die wil serieus genomen worden en de patiënt vertrouwen inboezemen. Je uiterlijk speelt, samen met je houding, een grote rol in het effect dat jouw voorkomen heeft. In hoeverre heeft je uiterlijk, zoals kleding, haardracht en piercings, invloed op hoe je overkomt op patiënten, opleiders en medestudenten? En mag van een geneeskundestudent worden verwacht dat hij zijn uiterlijk aanpast aan de wensen van het ziekenhuis of de universiteit?

Patiënten
Volgens imagodeskundige Zabeth van Veen hebben mensen al binnen zes seconden een waardeoordeel over een ander op basis van het uiterlijk; een goed begin is dus belangrijk.2 Door sexy kleding te dragen, bijvoorbeeld met een diep decolleté, word je al snel minder serieus genomen. Aan de andere kant: een hoog dichtgeknoopte doktersjas kan erg gesloten overkomen. Bovenstaande voorbeelden zijn niet opvallend, zoals tatoeages of piercings, maar geven wel aan dat mensen, en dus patiënten, het uiterlijk meenemen in hun oordeel over een arts.
Erwin Slingerland (20) bezoekt voor een dagopname regelmatig het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel, en komt vanzelfsprekend in aanraking met artsen. ‘Artsen moeten er professioneel uitzien, dat geeft mij meer zekerheid dat ik in goede handen ben. Als mensen bijvoorbeeld tatoeages of piercings hebben, vind ik dat minder prettig, en zou ik misschien minder open tegen hen zijn. Al ga ik er uiteindelijk van uit dat iedereen zijn vak verstaat.’

Voorschriften
Hoewel het eenvoudig lijkt om op de juiste manier gekleed te gaan, veranderen de normen rond het uiterlijk van medisch personeel voortdurend. Op psychiatrische afdelingen is de witte jas al tijden verdwenen en ook op de kinderafdelingen van ziekenhuizen worden ‘witte-jassenvrije zones’ ingesteld. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat patiënten over het algemeen het meeste vertrouwen hebben in een arts die traditioneel gekleed gaat, in witte jas dus.3 4
In ziekenhuizen gelden dan ook vaak uitgebreide kledingvoorschriften. Deze voorschriften kunnen botsen met de wensen van medewerkers. Zo werd afgelopen jaar een pedagogisch medewerker in Rotterdam ontslagen, omdat zij weigerde korte mouwen te dragen. Hetzelfde gold een paar jaar geleden voor een dialyseverpleegkundige. In beide gevallen wilden de medewerksters vanwege hun geloofsovertuiging hun onderarmen zoveel mogelijk bedekken. In de geldende WIP (Werkgroep Infectie Preventie)-richtlijn worden echter, uit hygiënische overwegingen, korte mouwen voorgeschreven. Zowel het ziekenhuis als de rechter vond het noodzakelijk om deze richtlijn na te streven, ongeacht de religieuze wensen van de medewerksters.

Hoofddoek
Naast hygiënerichtlijnen kan het ziekenhuis ook regels voorschrijven op het gebied van professionele uitstraling. In een richtlijn voor coassistenten van het Erasmus MC staat dat zij tijdens hun coschappen geen aanstoot mogen geven qua uiterlijk, kleding, haardracht, versierselen of anderszins, zoals dit redelijkerwijs mag worden verwacht.5 Ook dienen zij geen vermijdbare belemmering van het patiëntencontact te veroorzaken; kleding en sieraden mogen niet in de weg zitten bij lichamelijk onderzoek, levens- of geloofsovertuiging mag niet actief uitgedragen worden en het gezicht moet goed zichtbaar zijn voor de patiënt. Dit klinkt allemaal erg streng, maar de richtlijn geeft gelukkig ruimte voor maatschappelijk geaccepteerde uitingen zoals baarden en het dragen van een keppeltje of hoofddoek. Natuurlijk zijn dit soort maatschappelijke opvattingen veranderlijk: waar dertig jaar geleden een hippie-look doodnormaal was, zou deze nu misschien aanstoot kunnen geven. Het is belangrijk dat studenten ruimte hebben om hun eigen normen en waarden erop na te houden en te uiten, maar dit mag geen ongemak veroorzaken of ertoe leiden dat patiënten vinden dat je incompetent overkomt. Het is de taak van de opleiding en de stagebegeleiding om studenten bij te sturen als hun voorkomen niet past bij hun beroepsmatige rol. Aan de studenten rest dan de taak om een mooi evenwicht te vinden tussen ‘zichzelf’ en ‘dokter’ zijn. Een aantal aanwijzingen om je te helpen, kun je vinden in het kader.

DO’S

  • baarden en snorren
  • een hoofddoek of keppeltje dragen
  • piercing onopvallend in oor of neusvleugel
  • gewassen en bijeengehouden lang haar bij een man

DON’TS

  • ongewassen haren of kleding
  • rouwrandjes onder de nagels
  • ringen
  • onverzorgde wondjes
  • petten
  • ongebruikelijke of aanstootgevende symbolen van eigen levens- of geloofsovertuiging
  • zichtbare tatoeages
  • blauw of groen etc. haar
  • piercings in het gelaat
  • decolleté, blote buik
  • korte broek
  • lange mouwen
  • gelakte vingernagels


 

Geef ook je mening en maak kans op een van de waardebonnen van bol.com!
De jaarlijkse enquête van het KNMG Studentenplatform komt er weer aan! Eind november vind je hem in je mailbox. Vul hem in en maak kans op een van de waardebonnen van bol.com, t.w.v. 10, 20, 30, 40 of 50 euro! Kijk voor meer info over de enquête en het Studentenplatform op knmgstudentenplatform.nl.


Voetnoten:

1. Weeda F. De dokter heeft een tattoo - moet kunnen? NRC Handelsblad, 25 augustus 2014.
2. Lutke Schipholt I. Het oog wil ook wat. Arts in Spe, nr. 3, 2008.
3. Yonekura CL, Certain L et al. Perceptions of patients, physicians, and Medical students on physicians’ appearance. Rev Assoc Med Bras. 2013; 59 (5): 452-9 http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24119377
4. Rehman SU, Nietert PJ et al. What to wear today? Effect of doctor’s attire on the trust and confidence of patients. Am J Med. 2005; 118 (11): 1279-86. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16271913
5. Facultaire richtlijnen voor de regeling van de positie van co-assistenten. Erasmus MC Desiderius school. Maart 2010 http://www.erasmusmc.nl/desideriusschool/geneeskunde/coschap/regels/richtlijnen/


Illustratie: Het wonderlab
Illustratie: Het wonderlab
<b>PDF van dit artikel</b>
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • J.A.H. Holslag, GRONINGEN 13-11-2014 00:00

    "Interessant onderwerp.
    Ik ben gehecht aan mijn baard, maar ben deze recent gaan scheren, omdat het duidelijk afweek van de geldende opvatting (onder artsen) over hoe een arts er uit hoort te zien. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.