Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Nieuws
Julia Hamel
17 februari 2021 6 minuten leestijd
coschappen

Bijzondere coschappen

‘Ik mocht mee aan boord van Nederlands grootste marineschip’

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Coschappen kun je ook buiten de gebaande paden lopen, op plekken waar je tijdens je reguliere coschappen niet komt. Bijvoorbeeld bij een sportbond, in het buitenland, of bij een ministerie. Wat brengt co’s tot zo’n aparte keus? We spraken erover met twee co’s én een jonge dokter.

‘Ik zie ook nog iets van de wereld’

Manon van Waes is algemeen militair arts (AMA) bij de Koninklijke Marine.

‘Ik hoorde tijdens mijn studie per toeval dat je ook een coschap bij Defensie kon lopen, en het trok me meteen aan. Tijdens mijn coschap sociale geneeskunde heb ik een dag meegevaren op een schip, heb ik meegekeken bij een bivak en heb ik spreekuur gedaan op de kazerne.

Mijn eerste indruk was heel positief. Een onwijs afwisselende baan waarin je ook nog iets van de wereld kunt zien. Ik ben nu als AMA-arts een paar keer voor langere tijd van huis geweest. Zo ben ik naar het Caribische deel van het koninkrijk geweest om noodhulp te bieden vanwege covid-19. Dat vergt voor mij als arts veel extra plannen en organiseren: Hebben we voldoende extra medicatie aan boord? Hoe zorgen we ervoor dat de bemanning gezond blijft? In 2020 was ik meer de helft van het jaar van huis, dat gebeurt bij de marine vaak meer dan bij ­andere krijgsmacht­onderdelen. ­Hoewel mijn werk misschien niet altijd medisch uitdagend is, moet ik wel altijd paraat staan. We oefenen medische noodgevallen dan ook regelmatig. Bijvoorbeeld bij een patiënt met een verdenking van een wervel­fractuur: hoe krijgen we het bemanningslid veilig van boord? Samen met collega’s oefenen we om met dit soort situaties om te gaan. Diezelfde collega is soms meteen ook een goede vriend met wie ik aan boord sport of ’s avonds een drankje drink. Wanneer mijn eerste contract bij Defensie afloopt, hoop ik te blijven, misschien wel in een andere operationele functie. Uiteindelijk ga ik via Defensie de civiele huisarts­opleiding volgen en daarna aan het werk als huisarts bij Defensie.’

AMA

Bij Defensie werken huisartsen, bedrijfsartsen en algemeen ­militair artsen (AMA’s). Iedereen die basisarts is kan AMA worden; dat kan bij de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Marine en de Koninklijke Luchtmacht. Je tekent dan voor een periode van vijf jaar. De eerste twee jaar ben je in opleiding, vervolgens word je drie jaar operationeel ingezet en kun je dus worden uitge­zonden. Meer weten? Kijk op werkenbijdefensie.nl en meld je aan voor de AMA­voorlichtingsdag in maart/april of september/oktober. Voor meer informatie over AMA worden bij Defensie kun je contact opnemen met G.J. (Bert) De Hosson via gj.d.hosson@mindef.nl of 06 5166 3124.

‘Ik ging mee op oefening’

Britte ten Haaft liep een coschap bij Defensie

‘Voor dit coschap sociale geneeskunde wist ik eerlijk gezegd niet dat je als arts bij Defensie kon werken. Ik was me aan het oriënteren en kwam de mogelijkheid tegen, en mijn interesse was direct gewekt. Bovendien was het coschap op de marinierskazerne in Doorn, vlakbij waar mijn ouders wonen. Het was in mijn vijfde jaar dat ik contact opnam met Defensie. Ik kreeg te horen dat er veel animo was en dat ze me op de wachtlijst zouden zetten. Gelukkig werd ik gebeld dat ik drie maanden later kon starten. Tijdens mijn coschap heb ik meegelopen met een algemeen militair arts (AMA) op de kazerne en heb ik heel veel geluk gehad. Ik mocht namelijk mee op oefening. Drie dagen heb ik meege­lopen aan boord van de Zr. Ms. Karel Doorman, het grootste schip van de Nederlandse marinevloot. Met 120 bemanningsleden is het een soort minidorp op zee. Daar hoort dus ook een eigen dokter bij. Ik heb met name ervaren dat je als AMA écht onderdeel bent van de bemanning. Je bent vaak maanden weg van huis en je bouwt een bijzondere band op met je collega’s, want zij zijn niet alleen je patiënt, maar soms ook een maatje met wie je ’s avonds een spelletje speelt. Dat zorgt er ook voor dat je goed moet uitkijken wat je met je collega’s deelt, want wat heeft je collega je in vertrouwen als arts verteld over bijvoorbeeld een moeilijke thuissituatie en wat weten anderen?

‘De zr.ms. Karel Doorman is een soort minidorp op zee’

Op de kazerne ziet het werk er weer heel anders uit. Daar draaide ik mee op het spreekuur en zag ik met name militairen met somatische klachten aan het bewegings­apparaat, maar over het algemeen laten ze je zoveel mogelijk met het operationele werk meedoen. Denk hierbij aan het medisch voorbereiden en het meewerken aan een oefening. Ik zou het werk daar typeren als een combinatie van aspecten uit het vak van huisarts, bedrijfsarts en SEH-arts. Of ik er uiteindelijk voor kies om bij Defensie AMA-arts te worden, weet ik nog niet. Het is een groot besluit, want je tekent meteen voor vijf jaar waarvan twee jaar opleiding en drie jaar operationeel. Je bent in die tijd veel van huis, op oefening en soms op uitzending, en dat moet wel bij je passen. Daar moet ik eerst goed over nadenken. Iedereen die nieuwsgierig is naar een baan als algemeen militair arts raad ik aan om zeker te proberen om een coschap te lopen.’

Coschap bij Defensie

Vanwege de populariteit van het coschap bij Defensie duurt dit ­maximaal vier weken. Daardoor krijgen zoveel mogelijk studenten de kans om een coschap te lopen. Er is jaarlijks plek voor ongeveer 35 co’s. Je kunt tijdens je coschap geplaatst worden bij een van de drie krijgsmachtonderdelen: de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Marine of de Koninklijke Luchtmacht. Een coassistent gaat soms mee op oefening. Wil je meer weten? Neem dan contact op met G.J. (Bert) De Hosson via gj.d.hosson@mindef.nl of 06 5166 3124. Meld jezelf vroegtijdig aan: van­wege covid-19 is de eerste mogelijkheid pas na eind januari 2022.

‘Ik ga niet in een kliniek werken’

Sander Sandkuyl liep zijn keuze­coschap bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

‘Tijdens mijn eerdere coschappen had ik nog niet echt mijn roeping gevonden. Wél vond ik extra activiteiten zoals bestuursfuncties erg leuk. Dat was voor mij de aanleiding om verder te kijken, met name buiten het ziekenhuis. Per toeval zag ik op het onlineblackboard van mijn faculteit een gedateerde oproep voor een semiartsstage bij het ministerie van VWS. Hoewel ik al een semiartsstage bij ­chirurgie had gepland, heb ik toch maar gereageerd. Ik kon vrij snel op gesprek komen, maar zou pas een jaar later beginnen aan de stage. Om écht kennis te maken met een beleidsfunctie, is een stage van vier tot zes weken veel te kort. Deze stage had dan ook een duur van vier maanden. Ik werd geplaatst bij de directie Curatieve Zorg. Daar werkte ik mee aan twee projecten: de nieuwe ambulancewet en de houtskoolschets acute zorg. De nieuwe ambulancewet leek me in eerste instantie vrij overzichtelijk, het is goed geregeld en dat moet het blijven. Mijn eerste opdracht was om een overleg in te plannen met alle betrokkenen: zorgprofessionals, de meldkamers, maar bijvoorbeeld ook de taxibranche. Uiteindelijk werd het een sessie met negentien partijen in de Jaarbeurs in Utrecht. Het werd mij toen duidelijk hoeveel belang­hebbenden er in deze specifieke sector zijn, dat je bij iedereen informatie moet inwinnen, gemaakte plannen moet toetsen en glashelder moet ­communiceren. De overheid heeft een stroperig imago, en hoewel overheidsprojecten soms wel jaren duren heb ik ook meegemaakt hoe snel het ministerie moet schakelen als het moet. Tijdens mijn stage was er bijvoorbeeld mediaophef over een ­persoon die suïcide pleegde na eerst tevergeefs 113 te hebben ingetoetst, in plaats van 0800-0113, het toen juiste nummer van zelfmoordpreventie. Ik zag mensen om mij heen razendsnel schakelen om te voorkomen dat dit opnieuw kon gebeuren en in no time was 113 een nummer dat iedereen kon bellen.

Ik durf na deze stage wel te stellen dat ik niet als arts in een kliniek ga werken. Inmiddels ben ik bij het ministerie werkzaam in het covid­crisisteam van de directie Curatieve Zorg. Mijn team ontfermt zich over de op- en afschaling van de reguliere zorg. Uiteindelijk hoop ik promotieonderzoek te gaan doen over dit onderwerp. Ik raad geneeskunde­studenten die twijfelen of ze wel echt aan het bed willen staan zeker aan om een dergelijk coschap te lopen.’ 

download dit artikel (in pdf)

coschappen buitenland defensie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.